De beschermingsduur van een octrooi is eindig. Zodra deze datum is verstreken, is de markt in principe vrij. Maar wat gebeurt er met producten die vlak voor deze vervaldatum in beslag werden genomen wegens vermeende inbreuk? Moeten deze goederen vrijgegeven worden zodra het octrooi vervalt, of mag de octrooihouder het beslag handhaven als zekerheid voor een schadevergoeding?
In een arrest van 11 september 2025 schept het Hof van Beroep te Brussel duidelijkheid. Het Hof oordeelt dat een bewarend beslag op producten moet worden opgeheven na het verval van het recht, mede in het belang van de volksgezondheid. Het beslag op bewijsstukken (documenten) mag daarentegen onbeperkt in de tijd worden gehandhaafd, om de bewijsvoering ten gronde veilig te stellen.
De feiten en procedurele achtergrond
De zaak draait om het farmaceutische bedrijf Eisai, houder van een Europees octrooi en een aanvullend beschermingscertificaat (met pediatrische verlenging) voor het actieve bestanddeel ‘eribuline’, gebruikt in het borstkankergeneesmiddel Halaven. Dit beschermingsrecht liep in België af op 16 december 2024.
In de aanloop naar deze vervaldatum vermoedde Eisai dat het bedrijf Cenexi inbreukmakende handelingen stelde. Eisai verkreeg in november 2024, via een eenzijdig verzoekschrift, toelating om een beslag inzake namaak uit te voeren. Dit omvatte niet alleen een beschrijving, maar ook een werkelijk beslag (inbeslagname) op de voorraad producten en relevante documenten bij Cenexi.
Cenexi tekende derdenverzet aan. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het werkelijk beslag op de producten slechts geldig was tot de vervaldatum van het octrooi (16 december 2024), waarna de producten moesten worden vrijgegeven. Eisai ging hiertegen in beroep en eiste dat het beslag op de producten ook na de vervaldatum gehandhaafd zou blijven.
De beslissing van het Hof van Beroep
Het Hof van Beroep te Brussel bevestigde de beslissing van de eerste rechter grotendeels, maar bracht een cruciale nuance aan tussen producten en documenten.
Het Hof oordeelde op basis van artikel 1369bis/1 van het Gerechtelijk Wetboek, dat de rechter verplicht om een belangenafweging te maken.
- Met betrekking tot de producten (medicijnen): Het Hof stelde dat het handhaven van het beslag na 16 december 2024 niet noodzakelijk of redelijkerwijs gerechtvaardigd was. Aangezien het exclusieve recht was verstreken, stond het derden vrij om het product te fabriceren en te exporteren. Het belang van de volksgezondheid (toegang tot kankerbehandeling) en de vrije mededinging wogen zwaarder dan het beperkte belang van Eisai om de goederen vast te houden als onderpand voor een eventuele schadevergoeding.
- Met betrekking tot de documenten: Hier oordeelde het Hof anders. Het beslag op documenten dient immers niet om de markt af te schermen, maar om bewijs veilig te stellen. Het Hof vernietigde de beperking in de tijd voor de documenten: deze mogen ook na het verval van het octrooi in beslag blijven genomen, zodat Eisai ze kan gebruiken in een procedure ten gronde om inbreuken uit het verleden aan te tonen.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak raakt de kern van de ratio legis achter het beslag inzake namaak. Het beslag inzake namaak is een krachtig instrument in het Belgisch recht, bedoeld om bewijs te vergaren en – in bepaalde gevallen – een einde te maken aan een voortdurende inbreuk.
De belangenafweging als correctiemechanisme
Artikel 1369bis/1, §5 van het Gerechtelijk Wetboek dwingt de rechter om te toetsen of de maatregel “redelijk en noodzakelijk” is, rekening houdend met de specifieke omstandigheden. Het Hof bevestigt hier dat een werkelijk beslag op producten (het fysiek uit de handel nemen van goederen) primair een maatregel is om het exclusieve recht te beschermen tijdens de geldigheidsduur ervan. Zodra het recht vervalt, vervalt de ratio voor deze verregaande marktbeperking. Het loutere feit dat de octrooihouder nog een schadevergoeding eist voor inbreuken uit het verleden, rechtvaardigt niet dat concurrenten (en patiënten) na de vervaldatum geblokkeerd blijven.
Belangrijk is dat het Hof benadrukt dat de octrooihouder niet rechteloos achterblijft. Hoewel het beslag op de producten wordt opgeheven, behoudt de houder het recht om ten gronde maatregelen te vorderen zoals voorzien in de artikelen XI.334 en XI.335 van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Dit betreft schadevergoedingen of de afgifte van winst voor inbreuken die gepleegd zijn tijdens de geldigheidsduur van het octrooi. Voor deze vorderingen is het behoud van de in beslag genomen documenten essentieel.
Bewijsvergaring staat los van de beschermingsduur
De beslissing omtrent de documenten is dogmatisch zuiver. Een procedure ten gronde over octrooi-inbreuk kan jaren duren en wordt vaak pas opgestart of afgerond nadat het octrooi is verlopen. Zoals het Hof terecht stelt, moeten alle relevante bewijselementen onaangetast en toegankelijk blijven. Het zou onlogisch zijn als bewijsmateriaal over een inbreuk vernietigd of teruggegeven zou moeten worden, enkel omdat het octrooi nu niet meer geldig is. De inbreuk vond immers plaats toen het octrooi wél nog geldig was.
Deze benadering sluit aan bij de Europese Handhavingsrichtlijn (2004/48/EG), die een onderscheid maakt tussen maatregelen ter bescherming van bewijs en maatregelen die de circulatie van goederen verhinderen.
Wat dit concreet betekent voor u
Deze rechtspraak heeft gevolgen voor zowel octrooihouders als generieke fabrikanten of concurrenten.
- Voor de octrooihouder: Wees u ervan bewust dat ‘werkelijk beslag’ op voorraden een tijdelijk karakter heeft dat onlosmakelijk verbonden is met de levensduur van uw IP-recht. U kunt de vrijgave van goederen na de vervaldatum zelden tegenhouden. Uw focus bij een beslag kort voor de vervaldatum moet liggen op het veiligstellen van documenten en data. Dit is uw munitie voor de latere schadeclaim. Zorg dat uw verzoekschrift hier expliciet onderscheid in maakt.
- Voor de beweerde inbreukmaker (concurrent): Wordt u geconfronteerd met een beslag vlak voor de vervaldatum van een octrooi? Dan is het essentieel om via derdenverzet of in kort geding de vrijgave van uw producten te eisen per de datum van verval. U kunt zich hierbij beroepen op het algemeen belang (zeker in de farma-sector) en de vrijheid van ondernemen. Het Hof van Beroep bevestigt dat u niet gegijzeld mag blijven door een verlopen recht.
- Voor de gezondheidszorg (en algemeen belang): De rechter houdt in toenemende mate rekening met externe factoren zoals volksgezondheid. Een onnodige beperking van het aanbod van medicijnen na het verval van een patent wordt niet getolereerd.
Veelgestelde Vragen (FAQ)
Wat is het verschil tussen een beschrijvend beslag en een bewarend beslag?
Bij een beschrijvend beslag beschrijft de gerechtsdeskundige de vermeende inbreukmakende goederen en processen om bewijs vast te leggen, zonder dat de goederen worden meegenomen. Bij een bewarend beslag worden de goederen fysiek in beslag genomen en mag de handelaar er niet meer over beschikken.
Kan ik een schadevergoeding eisen voor inbreuken gepleegd tijdens de geldigheidsduur, zelfs als het octrooi nu verlopen is?
Ja. Het verval van het octrooi betekent alleen dat derden vanaf dat moment het product vrij mogen maken. Voor handelingen die gesteld werden toen het octrooi nog geldig was, behoudt de houder het recht om een schadevergoeding te vorderen via een procedure ten gronde.
Waarom mogen documenten wel in beslag blijven na verval van het octrooi?
Documenten dienen als bewijsmateriaal in de rechtszaak om de omvang van de inbreuk en de schade te bepalen. Dit bewijs moet beschikbaar blijven zolang de rechtszaak loopt, ongeacht of het octrooi inmiddels is verlopen.
Conclusie
Het arrest van 11 september 2025 schept duidelijkheid: de bescherming van een intellectueel eigendomsrecht stopt effectief op de vervaldatum. Het instrumentarium van het beslag inzake namaak mag in België niet worden misbruikt om een monopolie kunstmatig te verlengen ten nadele van de vrije markt en het algemeen belang. Echter, het recht op bewijsvoering blijft onverkort overeind.



