Miljoenen consumenten downloaden dagelijks muziek en films via streamingdiensten om deze zonder internetverbinding te kunnen beluisteren of bekijken. Dit wierp de belangrijke juridische vraag op of fabrikanten van smartphones en computers hiervoor een extra privékopievergoeding verschuldigd zijn aan auteursrechthebbenden. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) heeft in een arrest van 16 april 2026 geoordeeld dat deze zogenaamde ‘offline streaming kopieën’ niét onder de privékopie-uitzondering vallen. Omdat het bestand stevig vergrendeld blijft in de app van de streamingdienst en de auteursrechthebbende de volledige controle behoudt, ontbreekt de wettelijke basis voor het heffen van een privékopievergoeding.
De feiten en de juridische context
De discussie draait in de kern om de interpretatie van de Europese Richtlijn Informatiemaatschappij 2001/29/EG, en meer specifiek de uitzondering in het auteursrecht voor de privékopie (artikel 5(2)b).
- De Europese wetgever staat lidstaten toe om een uitzondering op het reproductierecht te maken voor kopieën die door een natuurlijke persoon voor strikt privégebruik worden gemaakt (in België gebeurd via de artikelen XI.190, 9° en 17° en XI.217, 7° en 16° Wetboek van Economisch recht (WER)).
- Als compensatie voor de misgelopen inkomsten van de auteurs, moeten de rechthebbenden een “billijke compensatie” ontvangen (artikel XI.229 WER).
- In de praktijk wordt deze compensatie vaak gefinancierd via een heffing (de privékopievergoeding) op de verkoop van blanco informatiedragers en apparatuur zoals laptops, smartphones en tablets (in België geïnd door beheersvennootschap Auvibel).
In deze specifieke rechtszaak vorderden de Nederlands instanties die belast zijn met het innen van deze vergoedingen (Stichting de Thuiskopie en SONT) betaling van hardwarefabrikanten HP en Dell. Zij stelden dat de functie waarmee gebruikers van een betaalde streamingdienst (zoals Spotify of Netflix) bestanden ‘offline’ kunnen opslaan op hun toestel, kwalificeert als een privékopie. HP en Dell betwistten dit en weigerden de miljoenenclaims te betalen, met het argument dat een offline streaming kopie geen klassieke privékopie is.
De beslissing van het Hof van Justitie
Het Hof van Justitie heeft de hardwarefabrikanten in het gelijk gesteld en de grenzen van de privékopie-uitzondering in het digitale tijdperk scherp afgebakend. Het Hof kwam tot de volgende conclusies:
- Wanneer een aanbieder van een streamingdienst een beschermd werk via een ‘offline streaming copy’ beschikbaar stelt op het apparaat van de eindgebruiker, valt dit niet onder de uitzondering voor privékopieën.
- Dit is het geval wanneer de gebruiker technisch niet in staat is om buiten de betreffende streamingdienst om over de kopie te beschikken.
- Bovendien moet gewaarborgd zijn dat de houder van het auteursrecht de controle over het werk behoudt en eventueel de toegang tot de kopie kan blokkeren.
- Het Hof voegde daaraan toe dat het niet uitmaakt of er via een licentie al dan niet een vergoeding voor de kopie is betaald, zolang de rechthebbende via technische voorzieningen de controle behoudt.
Juridische analyse en duiding
Vanuit een auteursrechtelijk perspectief maakt het Hof een zuivere scheiding tussen het reproductierecht (artikel 2 Richtlijn Informatiemaatschappij – artikel XI.165 §1, eerste lid WER) en het recht van mededeling aan het publiek (artikel 3 Richtlijn Informatiemaatschappij – artikel XI.165 §1, vierde lid WER).
Omdat de offline streaming functionaliteit de gebruiker in staat stelt een werk op te roepen op een individueel gekozen plaats en tijd, kwalificeert het Hof de dienst in de eerste plaats als een ‘beschikbaarstelling aan het publiek’ in de zin van artikel 3. En daar knelt de schoen: de uitzondering voor de privékopie (artikel 5, lid 2, onder b) Richtlijn – artikel XI.190, 9° WER) is uitsluitend van toepassing op het reproductierecht, en niet op de mededeling aan het publiek.
Het Hof trekt deze redenering ver door en stelt opvallend dat de handeling in een dergelijk geval niet kan worden aangemerkt als een reproductiehandeling. Hierover kan gediscussieerd worden aangezien er feitelijk wel degelijk een versleuteld digitaal bestand op het toestel van de gebruiker wordt opgeslagen. Het Hof ondervangt deze kritiek echter direct met een juridisch vangnet: zelfs als de nationale rechter oordeelt dat het wél om een reproductie gaat, kan deze kopie niet worden geacht te zijn gemaakt door de natuurlijke persoon zelf.
Om te kunnen spreken van een geldige reproductie voor privégebruik, moet de natuurlijke persoon immers vrijelijk over de kopie kunnen beschikken en de bron controleren. Zoals de advocaat-generaal in zijn conclusie benadrukte, veronderstelt de privékopie-uitzondering dat de rechthebbende de controle over het gebruik verliest. Bij offline streamingdiensten is daar echter geen sprake van; de bron van de kopie is immers in handen van de aanbieder, niet van de gebruiker. De streamingdienst plaatst de content via een specifieke encryptiemethode in een afgeschermd deel van het geheugen van het apparaat. De gebruiker kan het bestand niet verplaatsen, noch overdragen of vrijelijk reproduceren. Zodra het abonnement eindigt, of de toestemming van de rechthebbende wordt ingetrokken, wordt het bestand via Digital Rights Management (DRM) automatisch gewist of onbruikbaar gemaakt.
Omdat de aanbieder van de streamingdienst, handelend met een licentie van de auteursrechthebbende, door middel van deze technische voorzieningen (zoals bedoeld in artikel 6 van de richtlijn – artikel XI.291 WER) de volledige controle behoudt, ontstaat er geen ongeoorloofde “schade” voor de auteur. De handeling behoort tot de normale exploitatie van het werk en botst daarom op de zogenaamde driestappentoets uit artikel 5, lid 5 van de richtlijn (artikel XI.192/3 WER). De uitkomst blijft dus ongewijzigd: de offline kopie is een streng gecontroleerde dienstverlening vanuit het platform, en geenszins een autonome privékopie door de eindgebruiker.
Wat dit concreet betekent
De uitspraak heeft gevolgen voor de digitale en juridische markt:
- Voor streamingdiensten en hardwarefabrikanten: Dit is een overwinning. Fabrikanten van IT-apparatuur zoals smartphones, tablets en laptops hoeven geen extra of verhoogde privékopieheffingen af te dragen die gebaseerd zijn op de offline-functionaliteiten van apps. Dit neemt een financiële druk weg.
- Voor de beheersvennootschappen: Een domper. Het Hof maakt duidelijk dat de inning van miljoenen euro’s aan heffingen op basis van ‘offline streaming kopieën’ elke wettelijke grondslag ontbeert. Bestaande tariefstructuren zullen moeten worden herzien.
- Voor de auteursrechthebbenden: Zij moeten hun inkomsten voor offline streaming exclusief halen uit de licentieovereenkomsten die zij rechtstreeks sluiten met de streamingplatformen (zoals Spotify, Apple Music, Netflix), en niet via de indirecte weg van de apparaatheffingen.
- Voor de consument: De prijzen van consumentenelektronica worden behoed voor een verdere, ongerechtvaardigde prijsstijging door buitensporige auteursrechtelijke heffingen. De gebruikerservaring binnen de streamingapps blijft ongewijzigd.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is een offline streaming kopie?
Een offline streaming kopie is een tijdelijke download van een muzieknummer, podcast of film binnen de applicatie van een betaalde streamingdienst. De gebruiker kan deze bestanden vervolgens afspelen zonder dat daarvoor toegang tot het internet vereist is.
Waarom is een download via Spotify of Netflix geen ‘privékopie’?
Omdat het bestand via technische beveiligingen (encryptie) opgesloten blijft in de app. U kunt het bestand niet vrij delen, kopiëren naar een USB-stick of afspelen in een ander programma. Doordat de auteursrechthebbende de absolute controle over het bestand behoudt, valt dit wettelijk niet onder de privékopie-uitzondering.
Heeft deze uitspraak gevolgen voor mijn abonnement?
Neen, voor de gewone gebruiker verandert er niets aan de functionaliteit. U kunt uw favoriete media offline blijven opslaan. De uitspraak voorkomt wel dat fabrikanten van apparatuur (en onrechtstreeks de consument) dubbel moeten betalen voor deze specifieke functionaliteit.
Conclusie
Het Hof van Justitie schept met dit arrest duidelijkheid: de klassieke privékopievergoeding is niet bedoeld als vangnet voor gemonopoliseerde, DRM-beveiligde streamingdiensten. Zolang de auteursrechthebbende via technische weg de teugels strak in handen houdt, is er geen sprake van een compenseerbare privékopie, maar simpelweg van een gecontroleerde beschikbaarstelling.



