Mag een arts zich publiekelijk uitspreken tegen het gezondheidsbeleid?

Artsen hebben, net als elke andere burger, recht op de vrijheid van meningsuiting, maar voor hen gelden specifieke deontologische grenzen. Twee arresten van het Hof van Cassatie van 3 april 2026 (D.25.0015.F en D.24.0004.F) verduidelijken dat de Orde der Artsen deze vrijheid niet zomaar mag inperken op basis van eigen voorkeuren of niet-bindende adviezen. Zolang kritiek stoelt op een feitelijke basis en de confraterniteit niet schendt, geniet de arts een verregaande bescherming onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De feiten en de juridische context

In de nasleep van de COVID-19-pandemie werden verschillende artsen tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor hun publieke verklaringen:

  • Casus 1 (Waardeoordelen): Een kinderpsychiater uitte felle kritiek op het crisisbeheer en de vaccinatiecampagne. Hij stelde dat overheden angst instrumentaliseerden en kwalificeerde het beleid als “perversie”. De Orde legde een schorsing op van één maand omdat zijn uitspraken “zonder nuance” waren en het vertrouwen in de medische beroepsgroep zouden ondermijnen.
  • Casus 2 (Wettelijke basis): Een andere arts kreeg een schorsing van drie maanden voor haar uitlatingen tijdens een manifestatie over de inefficiëntie van mondmaskers en de gevaren van vaccins voor zwangere vrouwen. De Orde baseerde deze sanctie op het feit dat zij interne “communicatie-adviezen” van de Nationale Raad niet had opgevolgd. Bovendien werd zij gesanctioneerd omdat zij collega-huisartsen publiekelijk als “angstig” en “lafaards” had omschreven.

De beslissing van het Hof van Cassatie

Het Hof van Cassatie vernietigde in beide zaken de tuchtrechtelijke veroordelingen wat betreft de vrijheid van meningsuiting:

  1. Geen substitutie van waardeoordelen: Een tuchtoverheid mag de vrijheid van meningsuiting over een maatschappelijk debat niet beperken door haar eigen waardeoordeel simpelweg in de plaats te stellen van dat van de arts. Wanneer een arts een mening verkondigt (een waardeoordeel), mag de Orde deze enkel sanctioneren als zij aantoont dat de feitelijke basis waarop de arts zich steunt, onjuist of onvoldoende is.
  2. Niet-bindende adviezen zijn geen “wet”: Beperkingen op de vrijheid van meningsuiting moeten volgens artikel 10.2 EVRM “bij wet voorzien” zijn. Het Hof oordeelde dat de adviezen van de Nationale Raad van de Orde geen dwingende kracht hebben en dus niet als “wet” kunnen dienen om de expressievrijheid van een arts in te perken.

Belangrijke kanttekening: De sanctie in de tweede zaak voor het gebrek aan confraterniteit (het denigreren van collega’s) bleef wél overeind.

Juridische analyse en duiding

Deze arresten zijn belangrijk voor het tuchtrecht en de grondrechten van zorgverleners. Ze bevestigen dat artsen in het publieke debat niet louter de ‘officiële’ lijn hoeven te volgen.

Hoewel het recht op vrije meningsuiting niet absoluut is en beperkt kan worden ter bescherming van de volksgezondheid, vereist artikel 10.2 EVRM dat een dergelijke beperking in een democratische samenleving noodzakelijk, proportioneel en voldoende gemotiveerd is.

Het legaliteitsbeginsel staat hierbij centraal. De Orde der Artsen heeft de wettelijke taak om deontologische regels op te stellen, maar niet-bindende aanbevelingen of adviezen over hoe een arts moet communiceren in tijden van crisis, kunnen niet worden omgebogen tot bindende normen die de grondwet of het EVRM opzijschuiven.

Wanneer een bekritiseerde uitspraak in de eerste plaats een “waardeoordeel” is, mag de wetgever of tuchtrechter bovendien geen absoluut bewijs van de juistheid ervan eisen; het volstaat dat er een “voldoende feitelijke basis” voorhanden is. In debatten van algemeen belang, zeker wanneer wetenschappelijke zekerheden (nog) ontbreken, beperkt de vrijheid van meningsuiting zich niet enkel tot breed gedragen opvattingen. Het recht strekt zich ook uit tot informatie die kwetst, schokt of verontrust. Het is de tuchtoverheid bijgevolg verboden om de uiting van een waardeoordeel in te perken door louter haar eigen, ‘geprefereerde’ waardeoordeel als norm te hanteren.

Echter, de vrijheid van meningsuiting is geen vrijgeleide voor beledigingen. De plicht tot confraterniteit (artikel 12 en 13 van de Code van Medische Deontologie) blijft een dwingende norm. Het publiekelijk uitschelden of denigreren van collega’s valt niet onder de beschermde expressievrijheid van een wetenschappelijk of maatschappelijk debat.

Wat dit concreet betekent

  • Voor de medische professional: U heeft het recht om kritiek te uiten op overheidsbeleid en wetenschappelijke consensus, ook voor een breed publiek. Zolang uw uitspraken steunen op een feitelijke basis, kan de Orde u niet sanctioneren louter omdat uw mening afwijkt van de hunne of van niet-bindende richtlijnen. Blijf echter altijd hoffelijk naar collega’s toe; persoonlijke aanvallen worden nog steeds streng bestraft.
  • Voor de Orde der Artsen (en andere tuchtorganen): Tuchtcolleges moeten uiterst terughoudend zijn met het bestraffen van dissidente meningen in maatschappelijke debatten. Ze kunnen een arts niet louter sanctioneren omdat het geuite waardeoordeel afwijkt van de consensus of de adviezen, zonder eerst hard te maken dat de feitelijke fundering van die mening onvoldoende of onwaar is.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is de vrijheid van meningsuiting voor artsen onbeperkt?
Nee. Hoewel artsen een brede vrijheid genieten, vooral inzake waardeoordelen in een publiek debat, moeten hun uitspraken wel steeds rusten op een “voldoende feitelijke basis”. Het verspreiden van pure, ongefundeerde leugens valt buiten deze bescherming.

Kan de Orde der Artsen sancties opleggen voor kritische uitspraken in de pers?
Ja, in principe kan dat als de eer, waardigheid of het vertrouwen in het beroep zwaar wordt geschaad. Echter, de tuchtoverheid mag de vrijheid van meningsuiting enkel inperken als er een dwingende maatschappelijke noodzaak is en mag daarbij niet louter haar eigen visie opdringen.

Zijn de richtlijnen van de Orde over communicatie verplicht?
Nee, veel van deze richtlijnen zijn geformuleerd als adviezen. Hoewel ze een moreel gezag hebben, vormen ze geen dwingende wetgeving die uw grondrechten zomaar kan inperken.

Kan ik tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden als ik collega’s bekritiseer?
Ja, als deze kritiek ontaardt in het publiekelijk denigreren of beledigen van collega’s. Dit valt onder de schending van de confraterniteit en kan gesanctioneerd worden.

Conclusie

De arresten van het Hof van Cassatie van 3 april 2026 verankereng het recht van artsen om, vanuit hun expertise en met een voldoende feitelijke basis, deel te nemen aan kritische maatschappelijke debatten zonder direct tuchtrechtelijke represailles te hoeven vrezen. Tuchtorganen mogen in België afwijkende waardeoordelen niet straffen enkel omdat ze zelf een ander perspectief prefereren of afwijken van niet-bindende adviezen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics