Wanneer de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) een onderzoek voert, worden er soms tussentijdse beslissingen genomen, bijvoorbeeld over het splitsen van een dossier. Kan een betrokken onderneming onmiddellijk naar het Marktenhof stappen om zo’n procedurele beslissing aan te vechten? Het korte antwoord is neen. Het Marktenhof bevestigt in een arrest van 26 november 2025 dat beroep tegen louter voorbereidende handelingen niet-ontvankelijk is, tenzij deze handeling zelf de rechtspositie van de partij definitief wijzigt.
De feiten en procedurele context
Deze zaak vindt zijn oorsprong in een klacht van een individu tegen verschillende vennootschappen wegens vermeende inbreuken op de gegevensbeschermingswetgeving in het kader van direct marketing en de verkoop van databases.
Tijdens de procedure besliste de Geschillenkamer van de GBA per e-mail op 24 april 2025 om het dossier te splitsen in twee afzonderlijke zaken. De reden hiervoor was efficiëntie en het feit dat de inbreuken verschilden van aard (marketing vs. verkoop van data).
Op dezelfde dag nam de Geschillenkamer een inhoudelijke beslissing (Beslissing 76/2025) ten aanzien van bepaalde partijen, maar niet ten aanzien van de partij die in deze zaak beroep aantekende. De verzoekende partij voelde zich echter benadeeld door de procedurele beslissing om het dossier te splitsen en stelde beroep in bij het Marktenhof, zowel tegen de inhoudelijke beslissing (waar zij geen partij bij was) als tegen de beslissing tot splitsing.
De beslissing van het Marktenhof
Het Marktenhof, een gespecialiseerde sectie van het Hof van Beroep te Brussel, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Het Hof maakte een onderscheid tussen twee handelingen die op dezelfde dag plaatsvonden:
- Beslissing 76/2025: Aangezien de verzoekende partij niet de geadresseerde was van deze sanctiebeslissing, had zij geen belang bij de vernietiging ervan.
- De beslissing tot splitsing (per e-mail): Het Hof oordeelde dat dit een voorbereidende handeling betreft. Een dergelijke handeling wijzigt op zichzelf de juridische situatie van de verzoeker niet en is daarom niet vatbaar voor een onmiddellijk beroep.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak is belangrijk op het vlak van de ontvankelijkheid van beroepen tegen administratieve handelingen. Voor advocaten en bedrijfsjuristen is het cruciaal om het onderscheid te begrijpen tussen een ‘voor beroep vatbare handeling’ en een ‘voorbereidende handeling’.
Het vereiste van een actueel belang en een ‘grief’
Om een beroep te kunnen instellen, moet er een grief kunnen geformuleerd worden tegen de bestreden beslissing. Dit betekent dat de beslissing op zichzelf de rechtspositie van betrokkenen raakt. Een voorbereidende handeling, zoals het splitsen van een dossier of het bepalen van een zittingsdatum, doet dit in principe niet. Een dergelijke handeling is slechts een stap in de richting van de eindbeslissing.
Het Marktenhof stelt expliciet:
“Een voorbereidende handeling die ”in principe geen nadeel veroorzaakt“, kan niet worden aangevochten, tenzij deze ”definitieve gevolgen heeft“, dat wil zeggen dat deze handeling gedeeltelijk bepalend is voor de definitieve oplossing.”
De impact van gewijzigde samenstelling van de kamer
De verzoekende partij argumenteerde dat de splitsing wel degelijk een nadeel berokkende, omdat ze hierdoor in een nieuwe procedure terechtkwam. Door een wetswijziging (Wet van 25 december 2023) en het nieuwe interne reglement van de GBA, zou haar zaak hierdoor behandeld worden door de voorzitter zetelend als alleenzetelend rechter, in plaats van door een college van drie leden.
Het Hof verwierp dit argument. De wijziging in de samenstelling van de kamer (van collegiaal naar alleenzetelend) was het gevolg van de wet en het reglement, niet van de beslissing om het dossier te splitsen. Bovendien oordeelde het Hof dat men niet kan vooruitlopen op de vraag of een behandeling door één lid tot een zwaardere sanctie zou leiden; dit is speculatie.
De eventuele onregelmatigheden van een voorbereidende handeling kunnen wel nog steeds worden opgeworpen, maar pas op het moment dat er beroep wordt aangetekend tegen de eindbeslissing die definitief nadeel berokkent.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft strategische gevolgen voor ondernemingen die onderwerp zijn van een GBA-onderzoek:
- Voor de verwerende partij (de onderneming): Reageer niet prematuur met zware juridische middelen tegen procedurele e-mails of tussenbeslissingen van de GBA (zoals een splitsing, een voeging of een uitstel). Een beroep bij het Marktenhof zal waarschijnlijk als voorbarig worden afgewezen, wat leidt tot onnodige kosten (rechtsplegingsvergoeding).
- Strategisch geduld: Indien u van mening bent dat een procedurele stap uw rechten van verdediging schendt, noteer dit bezwaar formeel in uw conclusies voor de Geschillenkamer. U bewaart dit argument dan voor een eventueel beroep ten gronde tegen de uiteindelijke sanctiebeslissing.
- Kostenrisico: Het instellen van een niet-ontvankelijk beroep leidt tot een veroordeling in de kosten. In dit geval moest de verzoekende partij de rechtsplegingsvergoeding van € 1.883,72 betalen aan de GBA.
FAQ: Veelgestelde vragen
Kan ik in beroep gaan tegen een e-mail van de GBA?
In de regel niet, tenzij deze e-mail een definitieve beslissing bevat die uw rechtspositie wijzigt (zoals een klassering zonder gevolg of een sanctie). Louter procedurele mededelingen per e-mail zijn voorbereidende handelingen en niet vatbaar voor beroep.
Wat is het Marktenhof?
Het Marktenhof is een gespecialiseerde afdeling van het Hof van Beroep te Brussel. Deze rechtbank is exclusief bevoegd voor beroepen tegen beslissingen van bepaalde regulatoren, waaronder de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) en de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA).
Wanneer wordt een tussentijdse beslissing wel appellabel?
Een tussentijdse beslissing is pas appellabel als ze “definitieve effecten” heeft die niet meer rechtgezet kunnen worden in de eindbeslissing. Dit is zeer uitzonderlijk. In de meeste gevallen moet u wachten op de einduitspraak om procedurefouten aan te kaarten.
Conclusie
Het Marktenhof trekt een duidelijke grens: procederen tegen de GBA doe je tegen de eindbeslissing, niet tegen elke procedurele tussenstap. Het splitsen van een dossier door de Geschillenkamer wordt beschouwd als een organisatorische maatregel die op zichzelf geen beroep rechtvaardigt. Ondernemingen doen er goed aan hun procedurele munitie te bewaren voor het moment dat het er echt toe doet: de finale beslissing ten gronde.



