Ja, absoluut. Hoewel een Belgisch octrooi onafhankelijk is van een Europees octrooi, oordeelde de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel in een vonnis van 2 september 2025 dat het radicaal inperken van conclusies in de EOB procedure, zonder het Belgische octrooi aan te passen, kan worden beschouwd als een ‘buitengerechtelijke bekentenis’ dat het oorspronkelijke Belgische octrooi ongeldig is. Passiviteit of louter procesrechtelijk verweer volstaat in dat geval niet om een nietigverklaring te voorkomen.
De feiten en context
In een recent geschil voor de Ondernemingsrechtbank te Brussel stonden twee spelers in de chemische sector tegenover elkaar: Devan Chemicals (Eiser) en Heiq Christal (Verweerder).
De kern van de zaak draaide om de geldigheid van een Belgisch octrooi (BE ‘987) waarvan de Verweerder de houder was. De situatie was als volgt:
- Parallelle aanvragen: De Verweerder had voor dezelfde uitvinding (een samenstelling voor de decontaminatie van oppervlakken) zowel een Europese als een Belgische octrooiaanvraag ingediend.
- Europese weerstand: Het Europees Octrooibureau (EOB) oordeelde meermaals dat de uitvinding niet nieuw was en geen uitvinderswerkzaamheid vertoonde. Om het Europese octrooi alsnog te redden, wijzigde de Verweerder haar aanvraag ingrijpend: van 15 brede conclusies (voornamelijk productconclusies) naar slechts 8 beperkte werkwijzeconclusies.
- Belgische stilstand: Ondanks de wetenschap dat de oorspronkelijke tekst Europees als ‘niet-octrooieerbaar’ werd beschouwd, liet de Verweerder haar Belgische octrooi ongewijzigd in de oorspronkelijke, brede vorm bestaan.
De Eiser vorderde de nietigverklaring van het Belgische octrooi. De Verweerder voerde geen inhoudelijk verweer over de nieuwheid, maar vroeg enkel om de zaak uit te stellen (“naar de rol te verzenden”) in afwachting van de definitieve beslissing van het EOB.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank ging niet mee in de vertragingsstrategie van de octrooihouder en verklaarde het Belgische octrooi volledig nietig. De beslissing steunde op twee pijlers:
- Geen uitstel: Een Belgisch octrooi is juridisch onafhankelijk van de Europese verleningsprocedure. De rechtbank hoeft niet te wachten op het EOB, zeker niet wanneer de teksten van beide octrooien door toedoen van de houder volledig uit elkaar zijn gegroeid.
- Buitengerechtelijke bekentenis: De rechtbank oordeelde dat het gedrag van de Verweerder een buitengerechtelijke bekentenis opleverde. Door voor het EOB de conclusies drastisch in te perken (omdat de oorspronkelijke tekst ongeldig was) en tegelijkertijd in België vast te houden aan diezelfde ‘foute’ tekst, erkende de Verweerder impliciet dat het Belgische octrooi in zijn huidige vorm ongeldig was.
Doordat de Verweerder bovendien naliet om inhoudelijk te reageren op de technische argumenten van de Eiser (de zgn. betwistingsplicht), werden deze argumenten door de rechtbank als bewezen geacht.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak bevat een aantal lessen voor IE-specialisten en octrooihouders over de wisselwerking tussen processtrategie en bewijsrecht.
Het leerstuk van de buitengerechtelijke bekentenis
Artikel 8.1, 10° van het Burgerlijk Wetboek definieert een bekentenis als de erkenning van een feit dat rechtsgevolgen kan hebben tegen de persoon die bekent. Interessant in dit vonnis is de toepassing van artikel 8.31 BW: een bekentenis kan voortvloeien uit gedrag.
De rechtbank redeneert dat de objectieve vaststellingen in het EOB dossier (het file history estoppel concept uit het Angelsaksische recht indachtig) doorwerken in de Belgische procedure. Het feit dat de octrooihouder in Europa zijn claims laat vallen omdat ze niet nieuw zijn, creëert een bewijsrechtelijk vermoeden tegen de geldigheid van de identieke Belgische claims.
Stelplicht en betwistingsplicht
Het vonnis onderstreept het belang van de actieve rol van partijen in het burgerlijk proces. Tegenover de bewijslast van de eiser staat de betwistingsplicht van de verweerder (art. 8.3 BW en het beschikkingsbeginsel).
De strategie van de Verweerder om enkel procedurele excepties op te werpen (verzoek tot uitstel) zonder subsidiair een inhoudelijk verweer te voeren (bijvoorbeeld argumenteren waarom de uitvinding wél nieuw is), is fataal gebleken. De rechter stelt terecht: “Een partij kan niet ‘onder voorbehoud’ weigeren een verweer ten gronde te voeren”. Wie zwijgt over de inhoud, stemt in civiele zaken feitelijk toe.
Onafhankelijkheid van procedures
De rechtbank bevestigt de vaste rechtspraak dat nationale en Europese procedures onafhankelijk zijn. Het risico op tegenstrijdige beslissingen was hier onbestaande, precies omdát de octrooihouder de teksten zo ver uit elkaar had laten groeien. Dit bevestigt dat Belgische rechtbanken niet louter ‘volgers’ zijn van het EOB, maar hun eigen jurisdictie ten volle uitoefenen.
Wat dit concreet betekent voor uw octrooiportefeuille
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor bedrijven met een gemengde octrooiportefeuille (Belgisch + Europees).
- Voor de octrooihouder:
- Consistentie is cruciaal: U kunt niet voor het EOB toegeven dat uw uitvinding niet nieuw is (door conclusies te schrappen) en in België doen alsof uw neus bloedt. Dit wordt tegen u gebruikt.
- Pas uw Belgisch octrooi aan: Als u voor het EOB moet inbinden, overweeg dan proactief om uw Belgische octrooi te beperken of te wijzigen via de administratieve procedure bij de Dienst Intellectuele Eigendom.
- Voer altijd inhoudelijk verweer: Gok nooit enkel op vertragingsmanoeuvres. Als in een gerechtelijke procedure de nietigheid van uw octrooi wordt gevorderd, moet u technisch verdedigen waarom uw uitvinding geldig is, zelfs als u primair om uitstel vraagt.
- Voor de partij die een octrooi aanvecht:
- Gebruik het EOB dossier: Analyseer de correspondentie tussen de tegenpartij en het EOB. Toegevingen of beperkingen daar zijn goud waard in een Belgische procedure.
- Dwing positie af: Als de tegenpartij vaag blijft, wijs de rechter op de schending van de betwistingsplicht.
Veelgestelde Vragen (FAQ)
Moet een Belgische rechter wachten op de beslissing van het Europees Octrooibureau?
Nee. Een Belgische vordering tot nietigverklaring staat los van de procedure bij het EOB. Hoewel een rechter kan beslissen om de zaak uit te stellen (bijvoorbeeld bij risico op tegenstrijdige uitspraken), is hij hier niet toe verplicht. Zeker wanneer de octrooien inhoudelijk verschillen, zal de procedure gewoon doorgaan.
Wat is een buitengerechtelijke bekentenis in het octrooirecht?
Dit is een erkenning van een feit buiten de gerechtelijke procedure om. In deze context betekent het dat uw gedrag in een andere procedure (zoals het drastisch inperken van uw octrooi bij het EOB omwille van nieuwheidsbezwaren) door de Belgische rechter kan worden gezien als een impliciete erkenning dat uw oorspronkelijke, bredere Belgische octrooi ongeldig is.
Wat gebeurt er als ik mijn octrooi niet inhoudelijk verdedig voor de rechtbank?
Als u als verweerder enkel procedurele argumenten aanhaalt (zoals “de rechtbank is onbevoegd” of “de zaak dient uitgesteld te worden”), maar niet uitlegt waarom uw octrooi technisch gezien wél geldig is, riskeert u dat de rechter de argumenten van de eiser als bewezen beschouwt. Dit leidt bijna automatisch tot het verlies van de zaak en de nietigverklaring van uw octrooi.
Conclusie
Het beheren van intellectuele eigendom is meer dan het indienen van formulieren; het vereist een strategische afstemming tussen nationale en internationale procedures. De Ondernemingsrechtbank te Brussel heeft duidelijk gemaakt dat tegenstrijdig gedrag wordt afgestraft. Een Belgisch octrooi laten ‘slapen’ in een ongeldige vorm terwijl u voor het EOB de strijd staakt, maakt u kwetsbaar voor nietigverklaring en hoge proceskosten.



