Zelfs wanneer u houder bent van een geldig geregistreerd model of auteursrecht, betekent dit niet automatisch dat u elke gelijkaardige concurrent van de markt kan weren. Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde in een arrest van 27 maart 2026 dat er geen sprake is van inbreuk indien het concurrerende product een wezenlijk andere ‘algemene indruk’ wekt of wanneer eventueel overgenomen creatieve elementen voldoende onherkenbaar zijn verwerkt. Hieronder analyseren we de beslissing van het Hof en ontdekt u waar de grenzen van de bescherming van productdesign precies liggen.
De feiten en de juridische context
Het geschil draait rond twee ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de ontwikkeling en verkoop van houtkachels en inbouwhaarden: de SA Stûv enerzijds, en de BV Barbas Bellfires en SRL Barbas Belgium (samen ‘Barbas’) anderzijds. Stûv is sinds 2007 houder van een geregistreerd gemeenschapsmodel voor haar inbouwhaard “Stûv 16in”. Dit model wordt gekenmerkt door een strak en uitgepuurd design, met onder meer een fijne buitenkader, een brede schaduwvoeg, een verborgen openingsmechanisme en een sobere verbrandingskamer.

Stûv stelde vast dat concurrent Barbas haarden op de markt bracht (onder de reeksen “Unilux”, “Box” en “Universal”) die volgens haar inbreuk maakten op haar geregistreerd model en haar auteursrechten. Daarnaast beschuldigde Stûv de concurrent van parasitaire mededinging (oneerlijke marktpraktijken).

Barbas verweerde zich en stelde een tegeneis in: zij vorderde de nietigheid van het modelrecht van Stûv, met het argument dat het model geen “eigen karakter” bezat door de voorgeschiedenis van gelijkaardige, oudere kachels op de markt.
In eerste aanleg boog de Franstalige ondernemingsrechtbank van Brussel zich over de zaak. In haar vonnis van 6 oktober 2022 oordeelde de eerste rechter dat zowel de hoofdvordering van Stûv wegens inbreuk als de tegenvordering van Barbas tot nietigverklaring van het model ongegrond waren. Stûv stelde hoger beroep in en Barbas incidenteel hoger beroep.
De beslissing van het Hof van Beroep
Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde dat zowel het hoger beroep van Stûv als het incidentele beroep van Barbas ongegrond waren.
In de eerste plaats bevestigde het Hof de geldigheid van het model van Stûv. De oudere kachels waarnaar Barbas verwees, wekten een andere algemene indruk (bijvoorbeeld door robuustere kaders of zichtbare handgrepen), waardoor het model van Stûv wel degelijk een “eigen karakter” behield en dus niet nietig kon worden verklaard.
Ondanks de geldigheid van het modelrecht, ving Stûv echter bot wat betreft de vermeende inbreuk door Barbas. Bij een nauwgezette vergelijking van de producten concludeerde het Hof dat de haarden van Barbas een andere algemene indruk wekten bij de gebruiker. De modellen van Barbas toonden zich robuuster, drukker, hadden vaak zichtbare openings- of ventilatiemechanismen en ontbeerden de specifieke strakke belijning van de Stûv-kachel.
Ook de vordering inzake inbreuk op het auteursrecht werd afgewezen. Hoewel het Hof oordeelde dat de Stûv 16in wel degelijk een auteursrechtelijk beschermd werk is door de vrije en creatieve keuzes van de ontwerper, stelde het vast dat de toevoegingen en wijzigingen die Barbas aanbracht de overhand namen op eventueel ontleende elementen, waardoor deze onherkenbaar werden. Voor een ander model oordeelde het Hof zelfs dat louter het concept om een kachel op een sokkel te plaatsen, een onbeschermd “idee” is en geen uiting van creativiteit. Bijgevolg was er ook geen sprake van oneerlijke of parasitaire mededinging.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak biedt een mooie synthese van de beoordelingscriteria inzake modelrecht en auteursrecht, toegepast op utilitaire voorwerpen (“toegepaste kunsten”).
Volgens het Europese modellenrecht (Verordening 6/2002) wordt een model beschermd als het nieuw is en een “eigen karakter” heeft. De beoordeling van dit eigen karakter verloopt via een vaste vierstappentest, waarbij men kijkt naar het product, de “geïnformeerde gebruiker”, de ontwerpvrijheid van de maker en de visuele vergelijking. Het Hof verduidelijkt dat de geïnformeerde gebruiker noch een gewone leek, noch een technische expert is, maar iemand met een bijzondere waakzaamheid en kennis van de sector. Hoe beperkter de vrijheid van de maker is (bijvoorbeeld door de technische beperkingen van een inbouwhaard), hoe sneller kleine verschillen tussen twee modellen zullen leiden tot een andere algemene indruk.
Wat betreft het auteursrecht herhaalt het Hof de strenge criteria van het Hof van Justitie van de Europese Unie (o.a. het Cofemel– en Mio en Konektra-arrest). Een voorwerp is pas een “werk” wanneer het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt via vrije en creatieve keuzes. Keuzes die uitsluitend worden gedicteerd door technische of functionele vereisten genieten geen auteursrechtelijke bescherming. Belangrijk in deze casus is de wijze waarop de rechter oordeelt over inbreuk: zelfs al bezit een product auteursrechtelijke bescherming, als de namaak zodanig is opgebouwd dat de weinige creatieve keuzes worden weggedrukt door de robuuste toevoegingen van de namaker, stopt de inbreuk.
Wat dit concreet betekent
De beslissing van het Hof heeft belangrijke strategische gevolgen voor zowel de producenten van originele designs als voor concurrenten:
- Voor de merkhouder / ontwerper: Een intellectueel eigendomsrecht is geen absoluut monopolie op een type product. U bent beschermd tegen exacte of zeer sterke kopieën, maar u kan niet vermijden dat een concurrent de functionele elementen van uw product (zoals het principe van een inbouwhaard of schaduwvoeg) overneemt en daar een wezenlijk eigen designtwist aan geeft.
- Voor de concurrent: U mag zich laten inspireren door trends op de markt en door de producten van uw concurrenten, zolang u de uiterlijke vormgeving niet slaafs kopieert. Zorg ervoor dat uw variant op een functioneel object een significant andere algemene indruk nalaten op de doelgroep, door bijvoorbeeld zichtbare afwijkingen in afmetingen, afwerking of toegevoegde elementen te creëren.
- Het idee versus de uitwerking: Bescherming rust steeds op de uitwerking van een creatie, nooit op het idee (bijvoorbeeld het idee om een kachel op een sokkel te presenteren). Ideeën zijn vrij om door iedereen in de markt gebruikt te worden.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wie is de ‘geïnformeerde gebruiker’ in het modelrecht?
De geïnformeerde gebruiker is een fictief referentiepersoon die gebruikt wordt om te beoordelen of twee producten te veel op elkaar lijken. Deze persoon is oplettender dan de gemiddelde consument en heeft een zekere kennis van wat er in een specifieke markt (zoals houtkachels) te koop is, zonder dat hij een technische expert hoeft te zijn.
Beschermt het auteursrecht ook het concept of de functionaliteit van mijn product?
Neen. Het auteursrecht beschermt uitsluitend de concrete, uiterlijke vormgeving waarin een maker zijn persoonlijke, creatieve stempel heeft gedrukt. Technische functionaliteiten, pure concepten of algemene ideeën (zoals “een vierkante kachel”) kunnen niet door het auteursrecht gemonopoliseerd worden.
Wat moet ik bewijzen bij een claim wegens oneerlijke mededinging door namaak?
U moet niet enkel aantonen dat het concurrerende product gelijkaardig is, maar ook dat de concurrent zich schuldig maakt aan zogenaamd ‘parasitair gedrag’. Dit betekent dat u moet bewijzen dat de concurrent zonder eigen creatieve inspanningen systematisch de vruchten van uw werk en investeringen kopieert.
Conclusie
De bescherming van productvormgeving door middel van modellenrecht en auteursrecht is krachtig, maar kent in België strikte grenzen zodra het product in kwestie wordt beïnvloed door technische en functionele kenmerken. Een concurrent die voldoende afstand neemt van uw design en een andere algemene indruk wekt, handelt in de regel rechtmatig.



