Tweede verzoek tot beslag inzake namaak: wanneer zijn nieuwe bewijzen geldig?

In het intellectueel eigendomsrecht is het beslag inzake namaak een belangrijk wapen om bewijs van inbreuk veilig te stellen. Maar wat gebeurt er als uw eerste verzoek wordt afgewezen? Kunt u zomaar nieuwe testen uitvoeren en een tweede verzoek indienen? Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 16 januari 2026 de regels op scherp gesteld: een tweede verzoek op basis van nieuwe “aanwijzingen” is enkel toelaatbaar indien deze bewijzen tijdens de eerste procedure redelijkerwijs niet toegankelijk waren.

De feiten en procedurele voorgaanden

Deze zaak draait om een geschil tussen ASSIA EAL (een Spaanse vennootschap en patenthouder) en de Belgische telecomprovider Proximus. De kern van het conflict betreft een vermeende inbreuk op een octrooi voor het beheer van telecommunicatielijnen (DSL).

De procedurele geschiedenis is complex maar leerrijk:

  1. Eerste poging (2018): De oorspronkelijke patenthouder diende een eenzijdig verzoekschrift tot beslag inzake namaak in. Dit werd afgewezen, eerst door de voorzitter van de rechtbank en later door het hof van beroep te Brussel in 2019, wegens een gebrek aan voldoende aanwijzingen van inbreuk.
  2. Nieuwe testen (2019): Na deze afwijzing liet de patenthouder nieuwe technische testen uitvoeren op DSL-lijnen om alsnog bewijs te vergaren.
  3. Tweede poging (2020): Met deze nieuwe rapporten in de hand werd een tweede verzoekschrift ingediend. Het hof van beroep te Brussel stond dit aanvankelijk toe, oordelend dat de nieuwe testen “nieuwe omstandigheden” vormden.
  4. Derdenverzet: Proximus tekende derdenverzet aan. Het hof van beroep te Luik (als verwijzingshof) vernietigde uiteindelijk de toelating tot beslag. De redenering was dat de “nieuwe” testen al ten tijde van het eerste verzoek uitgevoerd hadden kunnen worden en dus redelijkerwijs toegankelijk waren.

De beslissing van het Hof van Cassatie

ASSIA EAL stapte naar het Hof van Cassatie en voerde aan dat de Europese Handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2004/48/EG) het recht op bewijsgaring garandeert, en dat nationale procedureregels dit niet mogen beperken door te eisen dat bewijs “niet redelijkerwijs toegankelijk” was tijdens een eerdere procedure.

Het Hof van Cassatie volgde deze redenering echter niet en verwierp de voorziening op 16 januari 2026. Het Hof bevestigde de interpretatie van het hof van beroep te Luik.

De kernoverweging luidt als volgt: Wanneer een verzoeker, na een afgewezen verzoek, een nieuwe aanvraag indient op basis van nieuwe aanwijzingen, vormen deze slechts een geldige “wijziging van omstandigheden” in de zin van artikel 1032 van het Gerechtelijk Wetboek indien deze aanwijzingen niet redelijkerwijs toegankelijk waren voor de verzoeker tijdens het onderzoek van zijn eerste verzoek.

Juridische analyse en duiding

Dit arrest bevestigt een strengere invulling van het begrip “gewijzigde omstandigheden” in de context van eenzijdig verzoekschriften in IE-zaken.

Autonomie van de lidstaten

Het Hof benadrukt dat artikel 7 van de Europese Handhavingsrichtlijn de lidstaten verplicht om een procedure voor bewijsbewaring te voorzien, maar dat dit de procedurele autonomie van de lidstaten niet opheft. Het staat de nationale rechter vrij om voorwaarden te verbinden aan het herhalen van een verzoek om misbruik van procesrecht en ‘forum shopping’ te voorkomen.

Het criterium “redelijkerwijs toegankelijk”

Het cruciale punt is de zorgvuldigheidsplicht van de octrooihouder. Het is niet voldoende dat het bewijs materieel nieuw is (bv. een rapport gedateerd na de eerste uitspraak). Het moet gaan om bewijs dat men eerder niet kon verkrijgen.

In deze zaak stelde de feitenrechter vast dat de gebruikte apparatuur voor de nieuwe testen (modems, Raspberry Pi) en de methodologie in 2018 gewoon op de markt beschikbaar waren. Er was geen technische of feitelijke belemmering om deze testen al vóór het eerste verzoek uit te voeren. Het achterhouden van potentiële testen om ze pas in te zetten na een afwijzing, wordt hiermee gesanctioneerd.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft aanzienlijke strategische gevolgen voor zowel houders van intellectuele eigendomsrechten als voor partijen die zich moeten verdedigen.

  • Voor de octrooi- of merkhouder: De boodschap is duidelijk: “You only get one shot”. Zorg ervoor dat uw dossier bij het eerste verzoekschrift tot beslag inzake namaak volledig en waterdicht is. Investeer in grondig vooronderzoek en technische analyses voordat u naar de rechter stapt. U kunt er niet op rekenen dat u “gaten” in uw dossier later kunt opvullen met testen die u eigenlijk eerder had kunnen doen.
  • Voor de verwerende partij: Wordt u geconfronteerd met een beslag inzake namaak nadat een eerdere poging mislukte? Analyseer onmiddellijk de datum en de aard van de “nieuwe” bewijsstukken. Als kan worden aangetoond dat de tegenpartij deze informatie met normale inspanningen ook tijdens de eerste procedure had kunnen verkrijgen, is het beslag mogelijk onrechtmatig en kan de nietigverklaring (en schadevergoeding) worden gevorderd.

FAQ: Veelgestelde vragen

Kan ik een tweede verzoek tot beslag indienen als het eerste is afgewezen?
Ja, maar enkel indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Dit betekent dat u nieuwe aanwijzingen van inbreuk moet voorleggen die u, op het moment van het eerste verzoek, redelijkerwijs nog niet kon bezitten of verkrijgen.

Wat wordt bedoeld met “niet redelijkerwijs toegankelijk”?
Dit is een feitenkwestie. De rechter kijkt naar de aard van de inbreuk, de beschikbare technologie en de capaciteiten van de verzoeker. Als u de middelen en de mogelijkheid had om het bewijs eerder te verzamelen (bijvoorbeeld door openbare marktproducten te testen), wordt het beschouwd als “toegankelijk” en telt het niet als nieuw feit.

Is deze regel strijdig met het Europees recht?
Nee. Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de Europese richtlijn die voorziet in bewijsmateriaalbescherming, de nationale regels over proceseconomie en het verbod op misbruik van procesrecht onverlet laat. Er was volgens het Hof zelfs geen reden om hierover een prejudiciële vraag te stellen aan het Europees Hof van Justitie.

Conclusie

Het arrest van 16 januari 2026 is een waarschuwing voor elke IE-praktizijn: een procedure tot beslag inzake namaak vereist een grondige voorbereiding. Het “repareren” van een afgewezen verzoek met bewijzen die u eigenlijk al had kunnen hebben, wordt door de Belgische rechtbanken niet getolereerd. Zorgvuldigheid in de eerste fase is essentieel om uw intellectuele eigendomsrechten effectief te handhaven.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics