Ja, dat kan volstaan. De voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel legde op 22 juli 2026 twee Griekse meubelverkopers een stakingsbevel op, hoewel geen enkele verkoop of levering in België bewezen was (Voorz. Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel 22 juli 2026, A/25/02427 en A/25/03798). De Belgische designproducent Tribù kreeg gelijk: de commerciële presentatie van zes kopieën van haar meubels op een Griekse website, met de mogelijkheid om contact op te nemen of offerte-informatie te vragen, volstond voor een dreigende inbreuk op haar modelrechten en auteursrechten in België.
De feiten
Tribù ontwerpt, produceert en verkoopt hoogwaardig outdoor designmeubilair. Voor haar Tosca-, Amanu- en Suro-collecties beschikt zij over vier Uniemodellen en een internationaal model dat geldig is in de Europese Unie. Daarnaast beroept zij zich op het auteursrecht op de concrete meubelontwerpen.
Twee Griekse vennootschappen toonden op hun website en in commerciële documentatie zes meubels die volgens Tribù haar ontwerpen kopiëren: de La Mer sofa, de La Mer plus sofa, de La Mer plus lounge armchair, de La Mer sunlounger, de Mirante dining armchair en de Penida armchair. Op 26 februari 2025 stuurde Tribù een ingebrekestelling. De Griekse verkopers betwistten de aanspraken en stelden dat de Mirante en de Penida nooit werden geproduceerd, ingevoerd of verkocht en na de ingebrekestelling offline werden gehaald.
Tribù dagvaardde de eerste vennootschap op 5 juni 2025 en de tweede op 29 oktober 2025. De verweersters wezen erop dat hun website een Griekse .gr-website is, dat hun showrooms in Griekenland liggen, dat het telefoonnummer Grieks is en dat geen enkele Belgische verkoop, levering of offerte bewezen wordt. Volgens hen had de Belgische rechter over deze zaak dan ook niets te zeggen.
De beslissing
Waarom de Belgische rechter bevoegd is voor een Griekse website
Voor de Uniemodellen steunt de bevoegdheid op artikel 82, lid 5 van Verordening (EG) nr. 6/2002 betreffende Uniemodellen: de rechter van de lidstaat waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. Artikel 83, lid 2 beperkt die bevoegdheid tot inbreuken op het grondgebied van die lidstaat. Voor het auteursrecht past de voorzitter artikel 7, lid 2 van de Brussel I bis-verordening toe: de plaats waar de schade intreedt of dreigt in te treden.
De voorzitter volgde de Griekse verkopers in één opzicht: dat een buitenlandse website technisch bereikbaar is vanuit België, volstaat op zichzelf niet. Er moet een voldoende aanknopingspunt zijn met een Belgische inbreuk of een dreigende Belgische inbreuk. Aan de andere kant hoeft Tribù op het niveau van de bevoegdheid geen effectieve verkoop, levering of factuur in België te bewijzen. Het volstaat volgens de voorzitter dat uit de elementen op de datum van de dagvaarding redelijkerwijze blijkt dat een Belgische dreiging niet louter hypothetisch is.
Die drempel was hier gehaald. De meubels werden voorgesteld als deel van een commercieel assortiment, in een professionele context, en bezoekers konden vanuit België contact opnemen of offerte-informatie vragen. Die mogelijkheid vormde samen met de commerciële presentatie het doorslaggevende bijkomende aanknopingspunt. België hoeft daarbij niet het exclusieve of primaire doelgebied te zijn. De voorzitter verklaarde zich bevoegd, maar uitsluitend voor Belgische inbreuken, dreigende Belgische inbreuken en op België gerichte handelingen.
De tegenvordering tot nietigverklaring van de Uniemodellen
De Griekse verkopers stelden een tegenvordering in om de vijf modelregistraties van Tribù nietig te laten verklaren. Zij legden daarvoor oudere ontwerpen voor: de Ami sofa en lounge chair van Paola Lenti, de ligbedden Tibidabo, Cove en Kobo, de Lia stoel van Sergio Rodrigues en de Vimini dining armchair van Kettal.
De voorzitter verwierp die tegenvordering volledig. De vergelijking met de ontwerpen die er al waren, moet synthetisch gebeuren, vanuit de totaalindruk bij de geïnformeerde gebruiker. Een opsomming van bekende elementen, zoals een sofa, een metalen frame, vlechtwerk, kussens en vier poten, volstaat niet om het eigen karakter te ontkrachten. Beslissend is hoe die elementen in elk model concreet zijn gecombineerd. Voor elk van de vijf modellen oordeelde de voorzitter dat de verschillen met de oudere ontwerpen voldoende markant zijn: de vorm van de omhullende kuip, de doorlopende arm- en rugpartij, de verhouding tussen volume en lichte ondersteuning en de visuele rol van het vlechtwerk.
Het auteursrecht op de meubelontwerpen: erkend maar strikt afgebakend
Auteursrechtelijk krijgt niemand een monopolie op het idee van een outdoor sofa, op vlechtwerk, op kussens of op een ligbed. Dat laatste concept gaat volgens het vonnis terug tot de Grieks-Romeinse tijd en lang ervoor. Tribù verklaarde trouwens zelf dat zij geen bescherming vraagt voor een geweven schaal of geweven stof op zich.
De bescherming ligt volgens de voorzitter in de concrete selectie, combinatie en schikking van vormelementen per meubel: bij de Tosca sofa bijvoorbeeld de samenhang tussen de afgeronde omhullende kuip, de doorlopende arm- en rugpartij, het vlechtwerk als visuele huid van de schaal en de balans tussen volume en lichtheid. Die keuzes zijn zichtbaar in het voorwerp zelf en worden niet opgelegd door de gebruiksfunctie. Binnen die afbakening vormen alle vijf de ontwerpen van Tribù werken in auteursrechtelijke zin.
De inbreuk: zes meubels nemen de beschermde totaalindruk over
Pas na de geldigheid kwam de inbreukvraag aan bod, per aangevochten meubel. De Griekse verkopers wezen op verschillen in breedte, diepte, hoogte, helling, poten, kleur, kussens en de technische uitvoering van het vlechtwerk. Die verschillen bestaan, oordeelde de voorzitter, maar zij blijven uitvoeringsverschillen binnen dezelfde vormarchitectuur en raken niet aan de elementen die de totaalindruk dragen. Ook het afwijkende onderstel van de Penida armchair werd in de vergelijking betrokken, maar het onderstel is niet het element dat de totaalindruk van de Suro armchair domineert.
Voor de Mirante en de Penida voerden de verkopers aan dat deze stoelen nooit werden geproduceerd of verkocht en slechts tijdelijk online zichtbaar waren. Dat argument raakt volgens de voorzitter niet aan de visuele vergelijking. Ook het tonen van een meubel in een commerciële context kan een handeling zijn waarvoor de houder van het model zijn toestemming kan weigeren, of minstens een dreigende inbreuk. Artikel 18 van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) laat toe op te treden ter voorkoming van de schending van een ernstig bedreigd recht. De verwijdering van de afbeeldingen na de ingebrekestelling nam het herhalingsgevaar niet weg, te meer omdat de verkopers het inbreukmakende karakter bleven betwisten en een eerdere onthoudingsovereenkomst over een ander product niet hadden nageleefd.
De maatregelen: een stakingsbevel beperkt tot België
Omdat de bevoegdheid territoriaal begrensd is, is het bevel dat ook. Het stakingsbevel dekt het afbeelden, aanbieden, verkopen, leveren, invoeren en verdelen van de zes meubels in België of gericht op België, met inbegrip van websites, digitale brochures, catalogi en offerteprocedures voor zover die op België zijn gericht. Een Uniewijd of wereldwijd verbod komt er niet, behalve voor technische aanpassingen buiten België die noodzakelijk en evenredig zijn om de Belgische inbreuk te doen ophouden.
De gevraagde uitlooptermijn van drie maanden werd geweigerd, omdat zo’n termijn geen impliciete toestemming mag vormen om verder aan te bieden. De verkopers kregen vijftien kalenderdagen voor technische aanpassingen aan websites, catalogi en verkoopprocedures. De dwangsom werd bepaald op 2.000 euro per afzonderlijke inbreuk met een maximum van 200.000 euro: minder dan de door Tribù gevorderde 5.000 euro per inbreuk, maar veel meer dan de 100 euro met plafond van 5.000 euro die de verkopers voorstelden.
Het informatiebevel werd eveneens tot België beperkt. Binnen dertig kalenderdagen moeten de verkopers schriftelijk meedelen of de meubels in België werden aangeboden of geleverd, wie de eventuele Belgische klanten en tussenpersonen zijn, welke Belgische offerteaanvragen er waren en welke maatregelen zij namen om verdere afbeelding of levering in België te voorkomen. De gevraagde zekerheidsstelling van 50.000 euro en de forfaitaire vergoeding van 50.000 euro per maatregel bij een latere hervorming werden afgewezen, net als de tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding. De verkopers werden hoofdelijk veroordeeld tot de dagvaardingskosten van 1.663,18 euro en 1.908,33 euro en tot een rechtsplegingsvergoeding van 10.000 euro.
Het betwiste bewijsstuk en de onthoudingsverklaring uit 2019
Twee procedurele verweren verdienen nog vermelding. Eén bewijsstuk van Tribù, een e-mail die via een fictieve identiteit was verkregen en naar een onbestaand restaurant verwees, kreeg van de voorzitter geen doorslaggevende bewijswaarde. Het stuk werd echter niet uit de debatten geweerd: de inhoud was niet materieel vervalst, en de beslissing steunt er niet op. De gevraagde valsheidsprocedure en de tegenvordering wegens een misleidende marktpraktijk in de zin van artikel VI.105, 6° van het Wetboek van economisch recht (WER) werden afgewezen.
De verkopers beriepen zich daarnaast op een onthoudingsverklaring uit 2019 over de La Mer sunlounger, die volgens hen een dading vormde en de stakingsrechter onbevoegd maakte. De voorzitter verwierp dat verweer: een dading veronderstelt wederzijdse toegevingen, en uit de verklaring bleek niet dat Tribù afstand had gedaan van haar aanspraken voor toekomstige handelingen. De verklaring vormt niet de rechtsgrond van het stakingsbevel, maar bevestigt wel dat de verkopers de aanspraken van Tribù kenden en dat het herhalingsgevaar niet louter theoretisch is.
Juridische analyse en duiding
Wanneer wordt een buitenlandse website een Belgisch probleem?
Een Grieks bedrijf, een .gr-website, showrooms in Griekenland, een Grieks telefoonnummer, en toch een Belgisch stakingsbevel. De voorzitter vaart tussen twee uitersten door. Loutere technische toegankelijkheid van een website is te weinig, dat staat vast. Een bewezen Belgische verkoop is aan de andere kant niet vereist. De maatstaf ligt ertussen: een commerciële productpresentatie, gekoppeld aan de mogelijkheid om contact op te nemen of offerte-informatie te vragen, maakt een Belgische dreiging voldoende concreet.
Die soepele instap wordt gecompenseerd door een strikte begrenzing aan de uitgang. De bevoegdheid is beperkt tot België, en het bevel dus ook. Wie via deze weg dagvaardt, krijgt geen Uniewijd verbod, en het informatiebevel levert geen zicht op de wereldwijde distributieketen. Tribù vroeg een rapport van een bedrijfsrevisor over alle producenten, leveranciers en verkochte aantallen, en kreeg enkel de Belgische gegevens.
Opvallend is de timing tegenover het Hof van Justitie. De verkopers vroegen de schorsing van de zaak in afwachting van het arrest Anne Frank Fonds (HvJ 9 juli 2026, C-788/24) over de vraag of een online publicatie achter geoblocking een mededeling aan het publiek vormt in een land waar het werk nog beschermd is. Het Hof van Justitie deed die uitspraak dertien dagen vóór dit vonnis. De voorzitter achtte de zaak hoe dan ook niet beslissend, om een feitelijke reden: de Griekse verkopers toonden niet aan dat zij België door technische maatregelen van toegang hadden uitgesloten. Wie geen geoblocking toepast, kan zich dus niet op die rechtspraak beroepen, een thema dat wij eerder behandelden in onze bijdrage over geoblocking en auteursrecht.
Het arrest Mio/Konektra in de praktijk: geen strengere drempel, wel een strenge volgorde
De verkopers ontleedden elk meubel van Tribù in bekende bouwstenen en legden oudere ontwerpen van Paola Lenti, Sergio Rodrigues en Kettal voor. Die verdedigingsstrategie botste tweemaal op dezelfde muur. Modelrechtelijk telt de synthetische totaalindruk, niet de optelsom van gelijkenissen. Auteursrechtelijk vraagt Tribù geen bescherming voor de elementen afzonderlijk, maar voor de concrete zichtbare combinatie per meubel.
Die aanpak spoort met het arrest Mio/Konektra (HvJ 4 december 2025, C-580/23 en C-795/23) over meubelontwerpen: voor toegepaste kunst geldt geen strengere beschermingsdrempel dan voor andere werken, en tussen modelrecht en auteursrecht bestaat geen verhouding van regel en uitzondering. Het gebruik van vormen die al beschikbaar waren, sluit oorspronkelijkheid niet uit, zolang de creatieve keuzes in de schikking tot uitdrukking komen. Het vonnis past die lijn zichtbaar toe. Hoe de Belgische feitenrechter een ontwerpvergelijking concreet aanpakt, bespraken wij eerder naar aanleiding van de overname van een modeontwerp.
Even belangrijk is de volgorde die de voorzitter zichzelf oplegt. Eerst wordt de geldigheid van de Tribù-modellen getoetst aan de oudere ontwerpen, pas daarna de inbreuk. Het vonnis zegt uitdrukkelijk waarom: zo wordt vermeden dat de gelijkenis tussen de producten van de partijen ten onrechte als argument voor de geldigheid van de modellen van Tribù zou dienen. De prijs voor de rechthebbende is een uitdrukkelijk beperkte beschermingsomvang per meubel. Die beperkte omvang volstond hier niettemin voor alle zes de aangevochten meubels, omdat de kopieën telkens de dragende vormcombinatie overnamen.
Wat betekent dit concreet?
Voor Belgische ontwerpers en producenten van designmeubilair. U hoeft geen Belgische verkoop te bewijzen om een buitenlandse kopieerder in België te laten veroordelen. Documenteer de commerciële presentatie: screenshots van de website en de catalogus, de contact- en offertemogelijkheid, en de datum van elke vaststelling, want de bevoegdheid wordt beoordeeld op het ogenblik van de dagvaarding. Een eerdere onthoudingsverklaring van de tegenpartij blokkeert de stakingsrechter niet en versterkt zelfs uw dossier over kennis en herhalingsgevaar. Wees wel voorzichtig met bewijs dat onder een fictieve identiteit werd verzameld: het wordt niet automatisch geweerd, maar de rechter kent er een verminderde bewijswaarde aan toe. Wie een grensoverschrijdend dossier opbouwt, laat zich daarbij best begeleiden door een advocaat gespecialiseerd in intellectuele eigendom.
Voor webshops en verdelers die op de Europese markt tonen. Het argument dat u niets in België verkoopt of levert, beschermt u niet. Wie producten commercieel online toont en offerteaanvragen mogelijk maakt zonder België technisch uit te sluiten, kan in België worden gedagvaard voor een dreigende inbreuk. Het offline halen van betwiste producten na een ingebrekestelling volstaat evenmin, zolang u het inbreukmakende karakter blijft betwisten. Houd ook rekening met korte uitvoeringstermijnen: hier kregen de verkopers vijftien kalenderdagen voor technische aanpassingen, onder verbeurte van een dwangsom van 2.000 euro per inbreuk.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Moet ik bewijzen dat er in België verkocht werd om namaak te laten stoppen?
Nee. Voor de bevoegdheid van de Belgische rechter en voor een stakingsbevel volstaat een dreigende inbreuk. In dit vonnis was de commerciële presentatie van de meubels op een buitenlandse website, met de mogelijkheid om contact op te nemen of offerte-informatie te vragen, voldoende. Het ontbreken van een bewezen Belgische verkoop had wel gevolgen voor de omvang van de maatregelen: het bevel en het informatiebevel bleven tot België beperkt.
Is een meubelontwerp beschermd door het auteursrecht?
Ja, op voorwaarde dat het ontwerp een eigen intellectuele schepping van de maker is. Sinds het arrest Mio/Konektra van het Hof van Justitie staat vast dat voor gebruiksvoorwerpen geen strengere drempel geldt dan voor andere werken. De bescherming dekt nooit het idee of de stijl, zoals een outdoor sofa met vlechtwerk, maar wel de concrete combinatie van vormkeuzes die in het meubel zichtbaar is.
Volstaat het dat een webshop de betwiste producten offline haalt?
Niet automatisch. Volgens de voorzitter blijft een stakingsvordering mogelijk zolang het herhalingsgevaar niet objectief is uitgesloten, bijvoorbeeld omdat de verkoper het inbreukmakende karakter blijft betwisten of een eerdere onthoudingsovereenkomst niet heeft nageleefd. De verwijdering kan wel meespelen bij de begroting van de dwangsom.
Conclusie
Dit vonnis toont hoe beperkt de ruimte in België is geworden voor buitenlandse verkopers die kopieën van beschermde meubelontwerpen online tonen. Een commerciële presentatie met offertemogelijkheid volstaat voor een dreigende inbreuk, ook zonder één bewezen Belgische verkoop. De keerzijde is een strikt territoriaal begrensd bevel: wie in België dagvaardt op grond van de plaats van de inbreuk, krijgt een Belgisch verbod, geen Europees. Voor ontwerpers is dat een werkbaar instrument, voor webshops een duidelijke waarschuwing.



