Wie publiceert, onderzoekt, demonstreert of zich kritisch uitlaat over een zaak van algemeen belang, kan daarvoor voor de rechter worden gesleept. Niet omdat de tegenpartij gelijk wil halen, maar omdat de procedure zelf het wapen is: zij kost geld, tijd en energie, en moet de betrokkene doen zwijgen. Sinds 22 juni 2026 biedt het Belgische recht hiertegen een specifiek beschermingsarsenaal. Hieronder leggen we uit wat de nieuwe regeling inhoudt, wie zij beschermt en wat zij in de praktijk betekent.
Wat is een SLAPP?
SLAPP staat voor “Strategic Lawsuit Against Public Participation” — in het Nederlands een strategische rechtszaak tegen publieke participatie. Het gaat om een gerechtelijke procedure die niet wordt ingeleid om werkelijk een recht te doen gelden, maar die als voornaamste doel heeft deelname aan het publieke debat te voorkomen, te beperken of te bestraffen.
Het typische scenario: een journalist publiceert een onderzoek over fraude, een milieuvereniging trekt aan de alarmbel over een vergunning, of een academicus uit kritiek op een product. De geviseerde partij — vaak financieel of politiek sterker — reageert niet met een weerwoord, maar met een dagvaarding. De inzet van het geding is buitensporig, de procedure wordt nodeloos gerekt, en de boodschap is duidelijk: zwijg, of het kost je handenvol geld.
De kern is dus niet de inhoud van de vordering, maar het oneigenlijke gebruik van het gerechtelijk apparaat. Het recht op toegang tot de rechter wordt geïnstrumentaliseerd om een grondrecht — de vrijheid van meningsuiting — monddood te maken.
Waar komt de regeling vandaan?
De Belgische regeling zet de richtlijn (EU) 2024/1069 om, de zogenaamde SLAPP-Richtlijn van 11 april 2024. Die Europese regeling verplicht de lidstaten om waarborgen in te voeren tegen kennelijk ongegronde vorderingen en misbruik van procesrecht tegen wie deelneemt aan het publieke debat.
De omzetting van deze richtlijn in België gebeurde door de wet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 12 juni 2026 en in werking sinds 22 juni 2026. Die wet wijzigt het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van internationaal privaatrecht en de wet tot oprichting van het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens.
Op één belangrijk punt gaat de Belgische wetgever verder dan Europa verplichtte. De Europese richtlijn dekt enkel zaken met grensoverschrijdende gevolgen. De Belgische wet trekt de bescherming open naar alle burgerlijke procedures, ook zuiver nationale. De redenering: er bestaat geen verdedigbaar onderscheid tussen een slachtoffer van een grensoverschrijdende SLAPP en een slachtoffer van een louter binnenlandse SLAPP — de verlammende werking is in beide gevallen dezelfde.
Wie wordt beschermd?
De regeling beschermt iedereen die deelneemt aan het publieke debat over een zaak van algemeen belang. De wet hanteert bewust ruime begrippen.
Onder deelname aan het publieke debat valt elke verklaring of activiteit in de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en informatie, de vrijheid van kunsten en wetenschappen, of de vrijheid van vereniging en vergadering. Dat omvat journalistiek, wetenschappelijk en academisch werk, kunst, satire, lobbywerk, betogingen, campagnes en zelfs voorbereidende of ondersteunende activiteiten die er rechtstreeks mee samenhangen.
Belangrijk: ook wie de spreker faciliteert valt onder de bescherming. Een internetplatform, een drukker, een uitgever of een winkel die de tekst verkoopt, kan evengoed het doelwit van een SLAPP zijn. Een vordering tegen die tussenschakels kan immers even effectief zijn om een stem het zwijgen op te leggen.
Een zaak van algemeen belang is, in de woorden van de wet, elke zaak die het publiek zodanig raakt dat het er om legitieme redenen interesse voor kan hebben. Denk aan grondrechten, volksgezondheid, veiligheid, milieu en klimaat, het handelen van publieke figuren, of beschuldigingen van corruptie en fraude. De lijst is uitdrukkelijk niet limitatief.
De vijf waarborgen in de praktijk
De wet voegt een nieuw hoofdstuk in het Gerechtelijk Wetboek in (de artikelen 1385/1 tot 1385/7) en wijzigt daarnaast enkele bestaande bepalingen. Samen vormen zij vijf concrete beschermingsmechanismen.
1. Vroegtijdige afwijzing van kennelijk ongegronde vorderingen
Wie wordt gedagvaard wegens deelname aan het publieke debat, kan de rechter vragen de vordering vervroegd af te wijzen wegens kennelijke ongegrondheid. Dat verzoek kan in elke stand van het geding, schriftelijk of mondeling op de zitting, en wordt met voorrang op alle andere zaken behandeld.
De bewijslast verschuift daarbij. Het is niet aan de verweerder om aan te tonen dat de vordering ongegrond is, maar aan de eiser om aannemelijk te maken dat zijn vordering niet kennelijk ongegrond is. De verweerder moet enkel aantonen dat hij wordt geviseerd wegens zijn deelname aan het publieke debat.
Een beslissing die de vordering vervroegd afwijst, is vatbaar voor hoger beroep (behandeld volgens de versnelde procedure van art. 1066 Ger.W.). Een beslissing die de vroegtijdige afwijzing weigert, is dat niet — die weigering loopt immers niet vooruit op de uiteindelijke uitkomst.
2. Zekerheidstelling
De rechter kan de eiser verplichten een zekerheid te stellen om de mogelijke schade en kosten van de verweerder te dekken. Dat kan ambtshalve of op verzoek van de verweerder, in elke stand van het geding. De aard van de zekerheid bepaalt de rechter zelf.
Er is één harde grens: de zekerheid mag de toegang van de eiser tot de rechter niet belemmeren. Het bedrag mag dus niet zo hoog zijn dat het de vordering feitelijk onmogelijk maakt. De maatregel wordt behandeld als een voorlopige regeling van de toestand van partijen (art. 19, derde lid Ger.W.), via korte debatten.
3. Volledige terugbetaling van de advocatenkosten
Klassiek dekt de rechtsplegingsvergoeding slechts een forfaitair deel van de werkelijke advocatenkosten. Bij vastgesteld misbruik van procesrecht doorbreekt de nieuwe regeling dat forfait: de rechter verhoogt de vergoeding desnoods tot boven het maximumbedrag, zodat alle kosten en erelonen van de advocaat van het slachtoffer gedekt zijn — tenzij die buitensporig zijn.
Deze wijziging van art. 1022 Ger.W. reikt verder dan SLAPP alleen: zij geldt bij elke vorm van misbruik van procesrecht. Zij verankert meteen ook de cassatierechtspraak die al had geoordeeld dat een partij die in het gelijk wordt gesteld, geen substantiële vermindering van haar schuldvordering mag ondergaan door de noodzaak zich tegen een kennelijk onredelijke vordering te verdedigen.
4. Een verhoogde geldboete
Wie misbruik maakt van procesrecht gericht tegen het publieke debat, riskeert een burgerlijke geldboete. Voor gewone tergende en roekeloze gedingen blijft die beperkt tot 2.500 euro, maar specifiek voor SLAPP’s wordt het maximum opgetrokken tot 25.000 euro (gewijzigd art. 780bis Ger.W.). De hogere drempel weerspiegelt de bijzonder schadelijke aard van een procedure die de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid raakt.
Cruciaal: deze sancties kunnen worden uitgesproken ook al wijzigt de eiser later zijn vordering of doet hij afstand van het geding. De vlucht naar afstand om een veroordeling te ontlopen wordt zo afgesneden.
5. Bescherming tegen procedures uit derde landen
SLAPP’s worden soms bewust aangespannen in een ver rechtsgebied, waar verdedigen duur en ingewikkeld is. De wet voorziet daarom in een bijzondere bevoegdheidsgrond: wie in België woont of gevestigd is en in een land buiten de Europese Unie het slachtoffer werd van een SLAPP, kan voor de Belgische rechtbank van eerste aanleg van zijn woon- of vestigingsplaats vergoeding vorderen van alle geleden schade en kosten (nieuw art. 1385/6 Ger.W. en art. 96/1 WIPR).
Daarnaast wordt de erkenning en tenuitvoerlegging in België van een buitenlandse beslissing geweigerd wanneer de onderliggende vordering naar Belgisch recht als kennelijk ongegrond of als misbruik van procesrecht zou worden beschouwd (gewijzigd art. 25 WIPR).
Hoe herkent de rechter een SLAPP?
De wet geeft de rechter een lijst van indicatoren mee (art. 1385/5 Ger.W.). Geen enkele is op zich beslissend, en de lijst is niet exhaustief, maar hoe meer er aanwezig zijn, hoe waarschijnlijker het om een SLAPP gaat. Onder meer:
- de onevenredige, buitensporige of onredelijke aard van de vordering, inclusief een buitensporige waarde van het geschil;
- het bestaan van meerdere procedures over soortgelijke aangelegenheden, aangespannen door de eiser of met hem gelieerde partijen;
- intimidatie, pesterijen of bedreigingen door de eiser, voor of tijdens de procedure;
- het misbruiken van een ongelijke machtsverhouding, zoals een financieel overwicht of politieke invloed, om druk te zetten;
- procedurele spelletjes te kwader trouw, zoals het rekken van de procedure of het laattijdig afstand doen;
- het bewust viseren van personen in plaats van de organisatie die voor de betwiste daad verantwoordelijk is.
De rechter beoordeelt het geheel. Een hogere schadevergoeding vragen dan uiteindelijk wordt toegekend, is op zich niet abnormaal — het is aan de rechter om in concreto te oordelen of de grens van het misbruik is overschreden.
Een rol voor mensenrechtenorganisaties
De wet laat rechtspersonen met een maatschappelijk doel gericht op de bescherming van mensenrechten of fundamentele vrijheden toe om in een SLAPP-procedure schriftelijke opmerkingen in te dienen, zonder zelf partij te worden (art. 1385/2 Ger.W.). Het gaat om de figuur van de amicus curiae, de “vriend van de rechtbank”, die zijn expertise inbrengt om de rechter te helpen beoordelen of er sprake is van misbruik. De rechter is niet gebonden door die opmerkingen.
Wie betrokken raakt bij een SLAPP kan zich ook wenden tot het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, dat formeel als centraal aanspreekpunt is aangewezen. Daar is informatie te vinden over de beschikbare bescherming en over juridische, financiële en psychologische ondersteuning.
Wat betekent dit voor u?
Bent u journalist, activist, klokkenluider, onderzoeker of mediaorganisatie? De wet geeft u voor het eerst een specifiek instrumentarium om een procedure die u wil doen zwijgen, vroegtijdig te laten afwijzen, de tegenpartij tot zekerheidstelling te dwingen en uw volledige verdedigingskosten gedekt te krijgen. Wie een dagvaarding ontvangt die aanvoelt als een poging tot intimidatie, doet er goed aan snel te reageren: de verzoeken om vroegtijdige afwijzing en zekerheid worden net versneld behandeld, en het tijdig opwerpen ervan kan de procedure in een vroeg stadium kantelen.
Bent u een vereniging, ngo of vakbond? Naast de bescherming voor uw eigen publiek optreden, kunt u onder bepaalde voorwaarden als amicus curiae deelnemen aan procedures van anderen en uw expertise ter beschikking stellen van de rechter.
Overweegt u zelf een procedure tegen iemand die zich publiek over u heeft uitgelaten? Dan is de keerzijde van deze wet relevant. Een vordering die de rechter als misbruik kwalificeert, kan u een geldboete tot 25.000 euro opleveren, bovenop de volledige terugbetaling van de advocatenkosten van de tegenpartij. Een gegronde klacht over een onrechtmatige publicatie blijft uiteraard mogelijk — de wet viseert enkel het oneigenlijke gebruik van de rechtbank, niet de legitieme verdediging van uw goede naam. Een zorgvuldige inschatting vooraf is dus essentieel.
Conclusie
De anti-SLAPP-wet verschuift de machtsverhouding in procedures rond het publieke debat. Waar de dreiging van een dure, slepende rechtszaak vroeger volstond om kritische stemmen te ontmoedigen, beschikt het slachtoffer nu over een snelle afwijzingsmogelijkheid, een zekerheidsmechanisme, een verhoogde kostenveroordeling en een afschrikkende geldboete. Tegelijk vraagt zij van wie een procedure overweegt een grotere zorgvuldigheid, want het verwijt van misbruik weegt voortaan zwaarder door.
