Misleidende reclame in de telecomsector: mag een provider ‘Fiber’ beloven via een coax-kabel?

Op 4 februari 2026 oordeelde de voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen in een zaak tussen Proximus en Telenet. De kernvraag: mag een telecomoperator de termen ‘fiber’ of ‘glasvezel’ gebruiken in reclame als de verbinding naar de woning van de klant (deels) via een coax-kabel verloopt? Het antwoord van de rechtbank is duidelijk: neen, tenzij er zeer strikte voorwaarden worden nageleefd. Het ongenuanceerd gebruik van ‘fiber’ voor een hybride netwerk is een misleidende handelspraktijk.

De feiten: FTTH vs. HFC

Het geschil speelt zich af tussen twee telecomgiganten met verschillende infrastructuren. De eisende partij, Proximus, rolt een Fiber to the Home (FTTH) netwerk uit, waarbij de glasvezelkabel tot binnen in de woning van de klant loopt. De verwerende partij, Telenet, beschikt over een Hybrid Fiber Coax (HFC) netwerk. Hierbij bestaat het netwerk grotendeels uit glasvezel, maar de “laatste meters” (van de straatkast tot de woning) bestaan uit de klassieke coax-kabel.

Proximus nam aanstoot aan de marketingcampagnes van Telenet waarin termen als “fiber”, “fibersnel” en “fiber dat heb jij al” werden gebruikt. Volgens Proximus wekt dit de onterechte indruk dat Telenet-klanten over een volledige glasvezelverbinding beschikken, wat kwalitatief (o.a. qua uploadsnelheid en stabiliteit) verschilt van een coax-aansluiting.

De beslissing van de Ondernemingsrechtbank

De voorzitter van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen stelde Proximus in het gelijk in het vonnis van 4 februari 2026. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van de term ‘fiber’ (of samenstellingen en vertalingen) voor producten die niet over een volledig glasvezelnetwerk lopen, misleidend is.

De rechtbank legde Telenet een stakingsbevel op. De provider mag de term ‘fiber’ niet meer gebruiken in productnamen of beschrijvingen voor niet-FTTH producten, tenzij:

  1. Er onmiddellijk en even duidelijk wordt aangegeven dat het geen fibernetwerk is en niet dezelfde kwaliteiten heeft; of
  2. De reclame pas wordt getoond nadat een ‘fibercheck’ heeft uitgewezen dat de specifieke klant daadwerkelijk op glasvezel kan worden aangesloten.

Aan dit verbod werd een dwangsom gekoppeld van maximaal € 1.000.000,00.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak is een voorbeeld van de toepassing van het Wetboek van Economisch Recht (WER) inzake oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen (B2B). Hoewel Proximus geen consumentenorganisatie is, baseerde de rechtbank zich op de misleiding van de consument (art. VI.97 WER) als grondslag voor de oneerlijke concurrentie (art. VI.104 WER).

Misleiding over de aard van het product De rechtbank bevestigde dat de term ‘fiber’ in de perceptie van de gemiddelde consument één-op-één refereert naar een netwerk dat 100% uit glasvezel bestaat tot bij de klant thuis. Door een hybride netwerk (HFC) als ‘fiber’ te bestempelen, wordt de consument bedrogen over de aard en de voornaamste kenmerken van het product (art. VI.97, 1° en 2° WER) .

De ‘lokvogelpraktijk’ Een interessant aspect in de juridische redenering is de afwijzing van de ‘fibercheck’ als verdedigingsmechanisme. Telenet voerde aan dat klanten via hun website konden controleren welke technologie beschikbaar was. De rechtbank oordeelde echter dat deze nuance te laat komt in het beslissingsproces. De consument is op dat moment mentaal al “verleid” door de belofte van fiber. Dit vertoont kenmerken van een lokvogelpraktijk: de klant wordt binnengehaald met een onjuiste voorstelling van zaken.

Context en precedenten De rechtbank verwees ook naar eerdere adviezen van de Jury voor Ethische Praktijken (JEP), die reeds in 2011 en 2025 oordeelde dat de term ‘fibernet’ verduidelijking vereist . Het argument van Telenet dat snelheden in de praktijk voor de consument weinig verschillen, werd verworpen. Marketingtechnisch wordt snelheid immers als “zaligmakend” voorgesteld, waardoor de technologische onderbouw wel degelijk een essentiële factor is voor de aankoopbeslissing.

Zoals we eerder al bespraken in onze blog Mag uw internetprovider adverteren met fiber als u dat niet krijgt?, is transparantie in de telecomsector belangrijk. Dit vonnis bevestigt de trend dat rechters streng toekijken op technische claims die de gemiddelde consument niet zelfstandig kan verifiëren.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft gevolgen voor diverse partijen in de markt:

  • Voor de consument: U wordt beter beschermd tegen verwarrende terminologie. Als u in de toekomst een aanbod ziet voor “Fiber”, moet dit betekenen dat de glasvezelkabel daadwerkelijk uw woning binnenkomt, of moet er zeer duidelijk bijstaan dat het om een coax-aansluiting gaat. De transparantie over wat u precies koopt, verhoogt.
  • Voor telecomproviders: Marketingafdelingen moeten hun terminologie herzien. Termen die technisch incorrect zijn, kunnen niet langer als “marketingtaal” worden afgedaan. Het gebruik van disclaimers (“sterretjes”) is niet meer voldoende als de hoofdboodschap fundamenteel misleidend is. De ‘fibercheck’ moet vóór de belofte komen, niet erna.
  • Voor ondernemingen in andere sectoren: Dit vonnis is een waarschuwing voor “greenwashing” of “tech-washing”. Het claimen van eigenschappen (zoals ‘ecologisch’, ‘AI-gestuurd’ of ‘glasvezel’) die slechts ten dele waar zijn, vormt een risico op stakingsvorderingen wegens oneerlijke mededinging.

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is het verschil tussen het netwerk van Telenet en Proximus?
Proximus rolt momenteel een FTTH-netwerk (Fiber to the Home) uit waarbij glasvezel tot in de woning ligt. Het netwerk van Telenet is historisch een HFC-netwerk (Hybrid Fiber Coax), waarbij het laatste stuk van de straatkast naar de woning uit coax-kabel bestaat. Telenet is wel bezig met de uitrol van FTTH, maar dit dekt nog niet heel België.

Mag Telenet het woord ‘fiber’ nu nooit meer gebruiken?
Toch wel. Telenet mag de term gebruiken wanneer de klant daadwerkelijk aangesloten kan worden op hun FTTH-netwerk (na een check). Voor hun coax-netwerk mogen ze de term enkel gebruiken in combinatie met ‘coax’ (bvb. “Hybrid Fiber Coax”) voor een technische beschrijving, of als ze onmiddellijk en even duidelijk waarschuwen dat het géén volledig fibernetwerk is.

Krijg ik als klant schadevergoeding door dit vonnis?
Nee, dit vonnis betreft een stakingsvordering tussen twee bedrijven (Proximus en Telenet). Het doel is het stoppen van de reclamecampagnes. Consumenten zijn geen partij in deze zaak. Het vonnis dwingt Telenet wel om in de toekomst eerlijker te communiceren.

Conclusie

Het vonnis van 4 februari 2026 trekt een duidelijke grens: technologische claims in reclame moeten kloppen met de realiteit. Een provider mag niet profiteren van de positieve perceptie van ‘fiber’ als het geleverde product technisch anders in elkaar zit. Dit beschermt in België niet alleen de consument tegen misleiding, maar zorgt ook voor een eerlijker speelveld tussen concurrenten die investeren in verschillende infrastructuren.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics