Mag uw internetprovider adverteren met ‘fiber’ als u dat niet krijgt?

U ziet het overal: advertenties voor supersnel internet met ronkende termen als “Start Fiber” of “Giga Fiber”. Maar wat als die ‘fiber’ niet de volledige glasvezelkabel tot in uw woonkamer is, maar een combinatie van fiber en het oudere coax-kabelnetwerk? Een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 april 2025 schept duidelijkheid: dit is een misleidende en oneerlijke marktpraktijk, tenzij de provider u onmiddellijk en helder informeert over de ware aard van het netwerk.

De feiten: een strijd over ‘fiber’ versus ‘hybride’

De zaak werd aangespannen door Proximus tegen concurrent Orange Belgium. De kern van het geschil was het systematische gebruik door Orange van de term “fiber” in productnamen, op websites, billboards en zelfs in radiospots. Proximus, dat zelf zwaar investeert in een netwerk van 100% glasvezel tot bij de klant thuis (gekend als ‘Fiber to the Home’ of FTTH), argumenteerde dat Orange consumenten misleidde.

Het netwerk van Orange maakt immers grotendeels gebruik van een ‘hybride’ netwerk, waarbij de glasvezel stopt aan het straatkabinet en het laatste stuk tot in de woning via een coaxkabel loopt (gekend als HFC of ‘Hybrid Fiber Coax’).

Orange verdedigde zich door te stellen dat zij op hun website een asterisk (*) plaatsten met een voetnoot die preciseerde: “Fiber: Fibertechnologie met coaxiale aansluiting”. Zij meenden dat de consument niet noodzakelijk aan 100% fiber zou denken en dat deze toelichting voldoende was.

De beslissing van het hof van beroep

Het hof van beroep te Antwerpen hervormde het vonnis van de eerste rechter en gaf Proximus grotendeels gelijk.

Het hof stelde vast dat het gebruik van de term “fiber” door Orange een oneerlijke marktpraktijk vormt, specifiek een inbreuk op de artikelen VI.95, VI.97 en VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht (WER).

De redenering van het hof was duidelijk:

  1. “Fiber” betekent 100% fiber: In België is de term “fiber” (of “glasvezel”) ingeburgerd en verwijst deze één-op-één naar een netwerk dat voor 100% uit glasvezel bestaat tot bij de klant. Een hybride netwerk wordt daarentegen een “coaxnetwerk”, “kabelnetwerk” of “HFC-netwerk” genoemd.
  2. De consument wordt misleid: Door de term “fiber” te gebruiken voor HFC-producten, misleidt Orange de consument over de “voornaamste kenmerken van het product”.
  3. Beïnvloeding van de aankoopbeslissing: Deze misleiding kan de gemiddelde consument ertoe brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Een door Proximus voorgelegde Ipsos-studie toonde aan dat 81% van de geïnteresseerde consumenten afhaakte nadat hen werd uitgelegd dat het geen 100% fiber was.
  4. Asterisk en voetnoot volstaan niet (in dit geval): Het hof oordeelde dat de huidige verduidelijkingen van Orange—zoals een “minuscule (vaak onleesbare) voetnoot” die “te pas en te onpas verdwijnt”—de verkeerde indruk niet wegnemen.

Het hof legde Orange een stakingsbevel op. Orange mag de term ‘fiber’ niet meer gebruiken voor haar hybride producten, tenzij zij “duidelijk en leesbaar in dezelfde visualisatie of audio” aangeeft dat het om een “coaxnetwerk”, “kabelnetwerk” of “hybride fiber coax netwerk” gaat.

Bij niet-naleving riskeert Orange aanzienlijke dwangsommen, oplopend tot € 20.000 per webpagina of online advertentie, met een maximum van € 500.000. Orange kreeg een overgangstermijn van twee maanden.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak is juridisch interessant door de toepassing van het concept ‘de gemiddelde consument’. Het hof volgt hier de Europese rechtspraak, maar maakt een belangrijk onderscheid.

De centrale vraag is altijd: wordt de “gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument” misleid? Bij de beoordeling kijkt men naar de globale indruk van de reclame; de consument let doorgaans niet op alle details.

Dit doet denken aan het bekende Teekanne-arrest van het Hof van Justitie. Daarin werd geoordeeld dat een verpakking van vruchtenthee misleidend was door afbeeldingen van frambozen, ook al stond in de (correcte) ingrediëntenlijst dat er enkel aroma’s in zaten. De kleine lettertjes corrigeerden de dominante, misleidende indruk niet.

Het hof van beroep past deze logica toe, maar met een cruciale nuance: het aandachtniveau van de consument ligt veel hoger bij de keuze voor een duur internetabonnement dan bij een goedkoop pakje thee.

Daarom kan een corrigerende boodschap (zoals een asterisk of voetnoot) in dit geval wél volstaan om de misleiding op te heffen. Maar, en dat is de kern van de veroordeling van Orange, die correctie moet dan wel aan strikte voorwaarden voldoen: ze moet consistent, juist en duidelijk leesbaar zijn. Een verstopte voetnoot die soms wel en soms niet verschijnt, volstaat absoluut niet.

Het hof veegt ook het argument van tafel dat telecom een “technische materie” is. Het is net de plicht van de onderneming om deze complexiteit te vertalen en de consument op een begrijpelijke en niet-misleidende wijze te informeren.

Wat dit concreet betekent

  • Voor consumenten: U heeft recht op duidelijke informatie. Wees kritisch wanneer u de term “fiber” ziet. Dit arrest bevestigt dat u niet misleid mag worden. Kijk actief of er in dezelfde advertentie duidelijk wordt gesproken over “hybride” of “coax”.
  • Voor adverterende providers (zoals Orange): De marketingpraktijk moet onmiddellijk worden aangepast. Het gebruik van “fiber” voor HFC-netwerken is enkel toegestaan als de correctie (bv. “hybride fiber coax netwerk”) even prominent en duidelijk leesbaar is, en dat in dezelfde visualisatie of audioboodschap. Verborgen voetnoten zijn een juridisch en financieel risico geworden.
  • Voor concurrenten (zoals Proximus): Dit arrest beschermt de investeringen in een 100% fibernetwerk. Het creëert een ‘level playing field’ waarbij de duidelijkheid over de gebruikte technologie centraal staat en voorkomt dat de waarde van de term “fiber” wordt uitgehold.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Is de term ‘fiber’ nu volledig verboden voor providers zoals Orange?
Nee. Het hof verbiedt de term niet, maar koppelt er een strikte voorwaarde aan. Orange mag “fiber” blijven gebruiken, op voorwaarde dat het “duidelijk en leesbaar in dezelfde visualisatie of audio” aangeeft dat het om een “coaxnetwerk”, “kabelnetwerk” of “hybride fiber coax netwerk” gaat dat niet volledig uit fiber bestaat.

Wat is het technische verschil tussen ‘fiber’ (FTTH) en ‘hybride fiber coax’ (HFC)?
Bij een 100% fibernetwerk (FTTH) loopt de glasvezelkabel ononderbroken van de centrale tot in uw woning. Bij een HFC-netwerk loopt de glasvezel tot aan een verdeelpunt in uw straat (het ‘optisch knooppunt’), waarna het signaal de laatste meters aflegt over de traditionele koperen coaxkabel (van de kabeltelevisie).

Wat is een ‘oneerlijke marktpraktijk’ volgens de wet?
Dit is een handelspraktijk die misleidend of agressief is en daardoor “de gemiddelde consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen” (art. VI.97 WER). In dit geval oordeelde het hof dat het onjuiste gebruik van “fiber” de consument kon misleiden over de kenmerken van het product, wat zijn aankoopbeslissing beïnvloedde.

Conclusie

Dit arrest is een duidelijke overwinning voor de transparantie naar de consument. Het hof van beroep bevestigt dat in België marketingtermen de lading moeten dekken, zeker als het gaat om dure en technisch specifieke producten zoals internetabonnementen. Een ‘halve’ fiber mag niet als een ‘volledige’ fiber verkocht worden, tenzij de consument daar onmiddellijk en ondubbelzinnig op wordt gewezen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics