De verplichte vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik (de zogenaamde privékopie-heffing) wordt in principe aangerekend op alle apparaten en opslagmedia die in de handel worden gebracht, ongeacht de koper. Dit is ook zo wanneer u als onderneming IT-apparatuur zoals laptops of harde schijven aankoopt. Volgens het Hof van Justitie (C-822/24, Bluechip) is deze heffing wettig, zelfs bij verkoop aan professionele gebruikers, tenzij effectief wordt aangetoond dat de apparaten niet voor privékopieën worden gebruikt. In België biedt het Koninklijk Besluit van 18 oktober 2013 sluitende mechanismen voor vrijstelling en terugbetaling, zodat ondernemingen die deze apparatuur uitsluitend professioneel inzetten de heffing kunnen vermijden of recupereren.
De feiten
De zaak Bluechip betrof een geschil tussen een Duitse producent en importeur van computers en ZPÜ, de Duitse beheersvennootschap die de privékopievergoeding int. Bluechip verkocht opslagmedia uitsluitend aan professionele eindafnemers en weigerde de vergoeding voor het kopiëren voor privégebruik te betalen. De Duitse rechter redeneerde echter dat apparaten in een zakelijke context nog steeds door natuurlijke personen (bijvoorbeeld werknemers) kunnen worden gebruikt om in de privésfeer auteursrechtelijk beschermd materiaal te kopiëren.
De prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie was bijgevolg of de Europese Auteursrechtrichtlijn (2001/29/EG) toestaat dat lidstaten deze heffing opleggen aan verkopers in een business-to-business (B2B) omgeving, behoudens tegenbewijs.
De beslissing van het Hof van Justitie
In het arrest van 15 januari 2026 oordeelt het Hof van Justitie dat het Unierecht zich in beginsel niet verzet tegen een nationale regeling die producenten, importeurs en distributeurs verplicht de privékopievergoeding betalen, ook wanneer zij opslagmedia aan professionele eindafnemers verkopen. Het Hof erkent dat het in de praktijk uiterst moeilijk is om vooraf exact te bepalen wie de eindgebruiker is en waarvoor het apparaat precies gebruikt zal worden. Een wettelijk, weerlegbaar vermoeden dat apparatuur ook voor privédoeleinden gebruikt zal worden, is daarmee toegestaan.
Hieraan koppelt het Hof echter strikte voorwaarden. Dergelijke regelingen moeten gerechtvaardigd zijn door identificatieproblemen van de eindgebruikers. Daarenboven moeten de verkopers (en eindgebruikers) over de mogelijkheid beschikken om vrijgesteld te worden van betaling of een doeltreffende terugbetaling te vorderen, wanneer zij aantonen dat de opslagmedia niet (of in verwaarloosbare mate) door natuurlijke personen voor privékopieën worden gebruikt.
Juridische analyse en Belgische regelgeving
Het auteursrecht verleent auteurs en andere rechthebbenden het exclusieve recht om de reproductie van hun werken toe te staan of te verbieden (artikel XI. 165, §1 WER). Op basis van de Richtlijn 2001/29/EG kunnen lidstaten echter een uitzondering voorzien voor reproducties gemaakt door een natuurlijke persoon voor privégebruik zonder commercieel oogmerk (artikel XI.190, 9° WER).
Als tegenprestatie voor deze “privékopie-uitzondering” moeten de rechthebbenden een billijke compensatie ontvangen (Art. XI.229 WER). Omdat het praktisch onmogelijk is om bij elke individuele burger aan te kloppen die een kopie maakt, wordt deze vergoeding geïnd bij de producenten, importeurs en verdelers van de apparaten en dragers (zoals laptops, tablets, USB-sticks en harde schijven) waarmee die kopieën gemaakt kunnen worden. Zij rekenen deze kost vervolgens door in de verkoopprijs aan de eindgebruiker.
Voor de Belgische rechtsorde vormt dit arrest een belangrijke validatie van het vigerende systeem. De Belgische wetgever had reeds op deze Europese vereisten geanticipeerd in het Koninklijk besluit betreffende het recht op vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik van 18 oktober 2013. Hoofdstuk 6 van dit KB voorziet immers uitdrukkelijk in een fijnmazig en sluitend regime inzake terugbetaling en vrijstelling.
Enerzijds kunnen professionele gebruikers die apparaten verwerven bij een “vrijgestelde bijdrageplichtige” ex ante een vrijstelling genieten middels een loutere verklaring op eer dat de dragers en apparaten uitsluitend het voorwerp zullen uitmaken van een professioneel gebruik (artikel 8/1 KB). Anderzijds voorziet artikel 8 KB in een efficiënt ex post recuperatiemechanisme bij de Belgische beheersvennootschap Auvibel, indien de heffing initieel toch werd geïnd. Deze Belgische implementatie beantwoordt aldus naadloos aan de door het Europees Hof van Justitie geëiste functionaliteit en proportionaliteit.
Wat dit concreet betekent
De bevestiging door het Hof van Justitie in combinatie met het Belgische recht heeft duidelijke, praktische gevolgen voor de diverse marktspelers:
- Voor fabrikanten en importeurs: U mag er juridisch niet zonder meer van uitgaan dat B2B-verkopen de facto ontheven zijn van de privékopievergoeding. Om de vergoeding rechtmatig niet te hoeven doorrekenen, moet uw administratie op orde zijn. U dient actieve bewijzen – zoals verklaringen op eer – van uw professionele afnemers te capteren.
- Voor distributeurs en verkopers: U kan in België een specifieke vrijstellingsovereenkomst sluiten met beheersvennootschap Auvibel. Zodra u de status van ‘vrijgestelde bijdrageplichtige’ verwerft, kunt u de apparatuur zonder heffing aan zakelijke klanten verkopen, op voorwaarde dat u vooraf hun naam, adres, ondernemingsnummer en de verklaring op eer opvraagt en bewaart.
- Voor professionele eindgebruikers: Optimaliseer uw aankopen en betaal niet dubbel. Check de aankoopfacturen van uw IT-materiaal (laptops, tablets, externe schijven). Werden deze met de heffing aangerekend maar wendt u ze uitsluitend aan voor de uitoefening van uw beroep of handelsactiviteit? Vraag de betaalde vergoeding dan terug bij de beheersvennootschap op basis van een verklaring op eer. Let wel: de gezamenlijke aanvraag moet een bedrag van ten minste 10 euro behelzen.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wie wordt beschouwd als een professionele gebruiker?
Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) en die de apparaten of dragers uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van zijn beroeps- of handelsactiviteit.
Hoe hoog is de vergoeding voor een professionele computer?
Voor een “consumentencomputer” (waaronder ook de meeste professionele laptops vallen) bedraagt de vergoeding momenteel 4,30 euro per apparaat. Voor tablets is dit eveneens 4,30 euro en voor USB-sticks 1,50 euro.
Kan mijn bedrijf een vrijstelling krijgen van de privékopievergoeding?
Ja, indien u de aangekochte apparaten of dragers (zoals smartphones of laptops) uitsluitend voor professionele doeleinden gebruikt en deze aanschaft bij een erkende ‘vrijgestelde bijdrageplichtige’. U dient op het moment van de aankoop uw ondernemingsgegevens (inclusief KBO-nummer) en een verklaring op eer te overhandigen aan de verkoper.
Hoe kan ik onterecht betaalde privékopievergoedingen terugvragen?
Wanneer u de heffing al betaald heeft voor apparatuur die louter zakelijk wordt gebruikt, kunt u een formele aanvraag tot terugbetaling indienen via Auvibel. U heeft hiervoor kopieën van de aankoopfacturen nodig en moet een verklaring op eer afleggen betreffende het uitsluitend professionele gebruik.
Geldt de privékopievergoeding in België ook voor tweedehands of ‘refurbished’ toestellen?
Ja, ook voor omgebouwde (“refurbished”) apparaten – toestellen die hersteld of vernieuwd werden om opnieuw in de handel te worden gebracht – is een vergoeding verschuldigd. In België bedraagt deze specifieke heffing echter achtenvijftig procent (58%) van het standaardtarief.
Wat als de beheersvennootschap mijn aanvraag tot terugbetaling weigert?
Indien een terugbetaling of vrijstelling wordt geweigerd, kunt u klacht indienen bij Auvibel zelf. Indien dit geen oplossing biedt, kan de klacht worden voorgelegd aan de Controledienst voor de beheersvennootschappen van de FOD Economie.
Conclusie
De uitspraak in de zaak Bluechip bevestigt onomwonden dat de privekopievergoeding in B2B-transacties legaal mag worden geïnd middels een weerlegbaar wettelijk vermoeden van privégebruik. In het Belgisch systeem kunnen oplettende ondernemingen deze kosten echter counteren via het stelsel van vrijstellingen en terugbetalingen, mits zij de juiste administratieve stappen nauwgezet volgen.



