Verliest een platform zijn aansprakelijkheidsbescherming zodra een algoritme bepaalt wie welke content ziet?

Ja, in belangrijke mate wel. In zijn arrest van 16 juni 2026 in de gevoegde zaken WebGroup Czech Republic en Coyote System (C-188/24 en C-190/24) oordeelde de grote kamer van het Hof van Justitie dat een platform dat via een algoritme bepaalt onder welke voorwaarden, op welke manier en in welke volgorde gebruikerscontent wordt getoond, daarmee controle uitoefent en zich niet langer op de hostingvrijstelling kan beroepen. Voor tal van moderne platformen met een aanbevelingssysteem betekent dit dat het klassieke aansprakelijkheidsschild veel kleiner wordt dan tot nu toe werd aangenomen.

De feiten

De uitspraak vloeit voort uit twee Franse zaken die op het eerste gezicht weinig gemeen hebben. De eerste betreft twee in Tsjechië gevestigde exploitanten van pornografische websites, WebGroup Czech Republic en NKL Associates. De Franse regulator ARCOM had hen aangemaand om via een leeftijdsverificatiesysteem te beletten dat minderjarigen toegang krijgen tot hun sites. De exploitanten vochten dat aan, onder meer omdat Frankrijk de maatregelen niet vooraf bij de Europese Commissie en Tsjechië had gemeld.

De tweede zaak betreft Coyote System, een Franse aanbieder van een navigatie- en rijhulpdienst waarmee gebruikers elkaar waarschuwen voor politiecontroles, zoals alcohol- en drugstests. Een Frans decreet verbiedt het doorsturen van die waarschuwingen tijdens bepaalde controles. Coyote System stelde dat dit verbod neerkwam op een algemene toezichtverplichting, wat in strijd is met de e-commercerichtlijn.

De Franse Raad van State stelde in beide zaken prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De kernvraag: vallen deze nationale regels binnen het toepassingsgebied van de e-commercerichtlijn, en zo ja, mocht Frankrijk ze opleggen aan dienstverleners uit een andere lidstaat?

De beslissing

Het Hof behandelde twee onderscheiden vraagstukken: het gecoördineerde gebied en het oorsprongslandbeginsel enerzijds, en de hostingvrijstelling anderzijds.

Het gecoördineerde gebied en het oorsprongsland

Het Hof bevestigt eerst dat het zogenaamde gecoördineerde gebied uit de e-commercerichtlijn (richtlijn 2000/31/EG) ruim moet worden opgevat. Ook algemene en abstracte strafbepalingen en regels die de openbare orde, de openbare veiligheid of de veiligheid nastreven, vallen daaronder, voor zover ze eisen stellen aan de toegang tot of de uitoefening van een dienst van de informatiemaatschappij. Enkel de domeinen die de richtlijn zelf uitdrukkelijk uitsluit, zoals fiscaliteit, gegevensbescherming en kansspelen, blijven erbuiten.

Uit het oorsprongslandbeginsel van artikel 3 van de e-commercerichtlijn volgt dan dat een lidstaat het vrije verkeer van diensten uit een andere lidstaat in beginsel niet mag beperken. Een algemene en abstracte strafbepaling die alle aanbieders zonder onderscheid verplicht om leeftijdsverificatie in te voeren, druist daartegen in. Toch mag een lidstaat afwijken op grond van artikel 3, lid 4, wanneer hij een individuele maatregel neemt tegen een welbepaalde dienst, die maatregel noodzakelijk en evenredig is, en de meldingsprocedure bij de Commissie en de lidstaat van herkomst wordt nageleefd (behoudens spoedeisendheid onder artikel 3, lid 5).

Volgens het Hof kan de individuele aanmaning door ARCOM aan een concrete pornosite zo’n toegelaten maatregel zijn, net als een gericht verbod aan Coyote System om waarschuwingen door te sturen. Of aan alle voorwaarden, waaronder de melding, is voldaan, is aan de Franse rechter om na te gaan.

De hostingvrijstelling en het algoritme

Het opmerkelijkste deel van het arrest betreft artikel 14 van de e-commercerichtlijn, de hostingvrijstelling. Die vrijstelling houdt in dat een tussenpersoon die alleen content van gebruikers opslaat en doorgeeft, in beginsel niet aansprakelijk is voor wat die gebruikers plaatsen, zolang hij niet weet dat de inhoud onwettig is en, zodra hij dat verneemt, prompt optreedt. Zij is het klassieke aansprakelijkheidsschild waarop platformen zoals sociale media, marktplaatsen en videoplatformen zich beroepen.

Hoewel de Franse rechter daar niet uitdrukkelijk naar had gevraagd, greep het Hof de vraag over artikel 15 (geen algemene toezichtverplichting) aan om ook artikel 14 uit te leggen.

Het Hof herhaalt dat de vrijstelling enkel geldt voor een neutrale tussenpersoon, wiens rol louter technisch, automatisch en passief is. Vervolgens verduidelijkt het dat de twee voorwaarden uit overweging 42 van de richtlijn, kennis van en controle over de informatie, alternatief en onafhankelijk zijn. Een aanbieder die controle uitoefent, verliest de vrijstelling dus ook wanneer hij door de automatisering geen kennis heeft van de concrete inhoud (punt 110 van het arrest).

De kern zit in de punten 111 en 112. Het is juist via het algoritme dat de exploitant controle uitoefent: zodra hij daarmee vooraf heeft bepaald onder welke voorwaarden content al dan niet wordt verspreid, is het irrelevant dat hij niet zelf nog ingrijpt. Gaat het algoritme verder dan het louter categoriseren en indexeren om de vindbaarheid te verbeteren, en bepaalt het in het belang van de exploitant of zijn dienst onder welke voorwaarden, hoe en in welke prioriteitsvolgorde de informatie wordt getoond, dan oefent de exploitant controle uit. Zijn dienst kan dan niet langer worden gekwalificeerd als hosting in de zin van artikel 14, lid 1.

Als sluitstuk oordeelt het Hof dat artikel 15 (geen algemene toezichtverplichting) enkel bescherming biedt aan wie wél onder de hostingvrijstelling valt (punt 122). Wie de vrijstelling verliest, verliest dus meteen ook het verbod op een algemene toezichtverplichting. Voor het overige blijft een specifieke, afgebakende toezichtverplichting toegelaten, zoals het gerichte verbod op het doorsturen van politiewaarschuwingen.

Juridische analyse en duiding

Een verschuiving van het accent van kennis naar controle

De grote nieuwswaarde van dit arrest zit niet in de vaststelling dat een actieve rol de vrijstelling doet vervallen. Dat lag al vast sinds Google France (C-236/08 tot C-238/08), L’Oréal/eBay (C-324/09) en YouTube en Cyando (C-682/18 en C-683/18). Nieuw is de nadruk op controle als zelfstandige, van kennis losgekoppelde uitsluitingsgrond, en de expliciete koppeling ervan aan het aanbevelingsalgoritme.

Tot nu toe draaide de discussie vooral rond de vraag of het platform daadwerkelijk kennis had van de onrechtmatige inhoud. Voortaan telt evenzeer of het platform stuurt welke content wordt getoond, aan wie en in welke volgorde. Dat is een reële verschuiving: een platform kan de vrijstelling verliezen zonder ook maar iets te weten van de betrokken content, louter omdat zijn algoritme de zichtbaarheid ervan bepaalt.

Hoe ver reikt de uitzondering voor categoriseren en indexeren?

De scharnier van de hele redenering is het onderscheid tussen enerzijds het louter categoriseren en indexeren om de vindbaarheid te verbeteren, wat de vrijstelling niet aantast, en anderzijds het sturen van de verspreiding in het eigen belang van de exploitant, wat ze wel doet. Precies daar laat het Hof de grootste vraag open.

Een chronologische of omgekeerd-chronologische tijdlijn toont in beginsel alles, als de gebruiker maar lang genoeg scrollt. Een aanbevelingsfeed daarentegen bepaalt of content überhaupt in beeld komt. Dat verschil zou weleens de scheidslijn kunnen worden: rangschikken is nog geen controle, maar filteren en prioriteren op basis van wat het platform het relevantst acht, kantelt de dienst richting een redactionele keuze. Waar de feitenrechter die grens precies zal trekken, blijft voorlopig onzeker.

Spanning met de Digital Services Act

Het arrest steunt op de e-commercerichtlijn, waarvan de aansprakelijkheidsbepalingen inmiddels zijn vervangen door de Digital Services Act (verordening 2022/2065, DSA). Artikel 14 e-commercerichtlijn is nu artikel 6 DSA, artikel 15 is artikel 8 DSA.

Op het eerste gezicht verandert er weinig: overweging 18 van de DSA hanteert dezelfde neutraliteitstoets en spreekt eveneens van kennis of controle. Toch schuilt hier een spanning. De DSA gaat er in haar hele opzet van uit dat platformen aanbevelingssystemen gebruiken; ze verplicht zeer grote platformen zelfs om naast hun aanbevelingsfeed een niet-profilerende optie aan te bieden. Een strikte lezing van dit arrest, waarbij elk aanbevelingssysteem de vrijstelling doet vervallen, zou het zorgvuldig uitgebalanceerde inhoudsregime van de DSA grotendeels overbodig maken. Dat kan bezwaarlijk de bedoeling van de Uniewetgever zijn geweest. Het Hof zou de hostingvrijstelling onder de DSA dan ook ruimer kunnen uitleggen wanneer die vraag hem later wordt voorgelegd, mede omdat de DSA als tegenprestatie voor de vrijstelling een uitgebreid pakket zorgvuldigheidsverplichtingen oplegt.

Wat betekent dit concreet?

Voor platformexploitanten met een aanbevelingssysteem. Ga ervan uit dat een aanbevelings- of prioriteringsalgoritme uw beroep op de hostingvrijstelling kwetsbaar maakt. Breng in kaart welke onderdelen van uw dienst louter categoriseren en indexeren, en welke de verspreiding sturen in uw eigen belang. Wie de vrijstelling verliest, valt terug op de gewone regels van primaire aansprakelijkheid: dat betekent niet dat u automatisch aansprakelijk bent, maar wel dat de vraag of u als uitgever van de content optreedt, opnieuw ten volle op tafel ligt. Documenteer welke moderatie- en verwijderingsmaatregelen u treft, zodat u kunt aantonen dat u niet onrechtmatig handelt.

Voor rechthebbenden en benadeelden. Het arrest verruimt de mogelijkheden om een platform rechtstreeks aan te spreken voor content die via een algoritme wordt verspreid, of het nu gaat om auteursrechtinbreuk, laster of andere onrechtmatige inhoud. Een platform is doorgaans makkelijker te identificeren en te dagvaarden dan een anonieme gebruiker. Houd er wel rekening mee dat het wegvallen van de vrijstelling nog geen aansprakelijkheid vestigt: de gewone bewijslast en kwalificatievragen naar Belgisch recht blijven onverkort gelden.

Voor aanbieders die actief zijn in meerdere lidstaten. Het arrest bevestigt dat een lidstaat u in beginsel niet met algemene, abstracte verplichtingen mag opzadelen buiten uw lidstaat van vestiging. Een gerichte, individuele maatregel is wel mogelijk, maar enkel na de meldingsprocedure bij de Commissie en uw lidstaat van herkomst. Ontbreekt die melding, dan kan de maatregel niet tegen u worden afgedwongen.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Verliest elk platform met een algoritme nu zijn aansprakelijkheidsbescherming?
Niet noodzakelijk elk platform, maar het risico is reëel. Volgens het Hof gaat het mis zodra het algoritme verder gaat dan louter categoriseren en indexeren en de verspreiding stuurt in het belang van het platform zelf, bijvoorbeeld via een gepersonaliseerde aanbevelingsfeed. Een louter chronologische tijdlijn ligt gevoeliger dan een sturende feed. De concrete beoordeling is aan de nationale rechter.

Geldt dit arrest ook onder de Digital Services Act?
Het arrest steunt op de e-commercerichtlijn, maar de hostingvrijstelling is inhoudelijk overgenomen in artikel 6 van de Digital Services Act. Op het eerste gezicht verandert er weinig, al bestaat er discussie over de vraag of de DSA, met haar uitgebreide zorgvuldigheidsverplichtingen, tot een genuanceerder resultaat zou leiden.

Wat is het verschil tussen kennis en controle?
Kennis betekent dat het platform weet welke concrete onrechtmatige inhoud aanwezig is. Controle betekent dat het platform, doorgaans via een algoritme, stuurt of, hoe en in welke volgorde content wordt getoond. Sinds dit arrest is duidelijk dat controle op zich al volstaat om de vrijstelling te verliezen, ook zonder kennis van de inhoud.

Conclusie

Met het arrest WebGroup Czech Republic en Coyote System versmalt het Hof van Justitie de hostingvrijstelling aanzienlijk: een platform dat via een algoritme de verspreiding van gebruikerscontent stuurt in zijn eigen belang, kan zich er niet langer op beroepen, ook al kent het de inhoud niet. Hoe ver dit precies reikt, en of het onder de Digital Services Act stand houdt, zal de rechtspraak de komende jaren moeten uitwijzen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics