Mag een consumentenorganisatie een product publiekelijk afkraken?

Wanneer een testorganisatie de doeltreffendheid van een product in twijfel trekt, kan dit desastreuze gevolgen hebben voor een onderneming. Hoewel de persvrijheid en het recht op consumentenvoorlichting een ruime bescherming genieten, is deze vrijheid in de markt niet absoluut. Een vonnis van de voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank Brussel van 2 april 2026 illustreert duidelijk dat het publiceren van ongenuanceerde, schadelijke beweringen op basis van methodologisch betwistbare testresultaten een onrechtmatige daad uitmaakt, waartegen de geviseerde onderneming met succes kan optreden.

De feiten en juridische context

In het voorjaar van 2025 bracht de onderneming Nomige, actief in de cosmeticasector, een zonnecrème op de markt onder de naam “RayDefense Liquid SPF50 Brush TINTED”. De consumentenorganisatie Test-Aankoop liet dit product testen en kwam tot de beslissing dat het een beduidend lagere beschermingsgraad (ongeveer SPF 20) en bovendien een ontoereikende UVA-bescherming vertoonde.

Nog voor de publicatie ontstond er een hevige discussie tussen de partijen. Nomige betwistte de resultaten gemotiveerd, legde eigen testverslagen voor die de geclaimde SPF 50 wél ondersteunden en wees op ernstige fouten in de testopzet van Test-Aankoop. Ondanks deze voorafgaande waarschuwingen en de weigering om onmiddellijk inzage te geven in de volledige testverslagen, ging Test-Aankoop op 3 juni 2025 over tot een grootschalige, stellig geformuleerde publicatie via een persbericht, artikels en diverse kanalen op sociale media. Nomige ondernam onmiddellijk actie en bekwam via een eenzijdig verzoekschrift een verbod op de verdere verspreiding van deze inhoud, waartegen Test-Aankoop zich naderhand verzette.

De beslissing van de rechtbank

Op 2 april 2026 velde de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van Brussel een vonnis in het voordeel van Nomige. De rechter stelde vast dat de door Test-Aankoop gehanteerde testbasis te betwistbaar, te kwetsbaar en onvoldoende gekalibreerd was om dergelijke verregaande en absolute publieke conclusies te dragen. Zo oordeelde de rechtbank onder meer dat het gebruik van een onjuist referentieproduct (P2 in plaats van P8) een ernstige aanwijzing was dat de testopzet niet geschikt was om een SPF 50-claim accuraat te toetsen.

De rechtbank legde de consumentenorganisatie zware sancties op:

  • De publicaties werden formeel onrechtmatig verklaard omdat de organisatie haar zorgvuldigheidsplicht schond en de tegenargumenten onvoldoende loyaal weergaf.
  • Er werd een onmiddellijk stakingsbevel uitgesproken voor het persbericht, de nieuwsartikels en de bijhorende berichten en video’s op Facebook, TikTok en Instagram.
  • Test-Aankoop kreeg een dwangsom opgelegd van 5.000 euro per vastgestelde inbreuk en per dag vertraging, met een plafond van 250.000 euro.
  • Als remediërende maatregel moet Test-Aankoop gedurende vijftien dagen een samenvatting van het vonnis publiceren bovenaan de homepagina van haar website en op al haar betrokken sociale mediakanalen.

Juridische analyse en duiding

Deze zaak raakt aan de kern van het delicate spanningsveld tussen de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid (verankerd in onder meer artikel 10 EVRM) en het verbod op onrechtmatige marktpraktijken (Wetboek van Economisch Recht) en buitencontractuele aansprakelijkheid (conform artikelen 6.5 en 6.6 Burgerlijk Wetboek).

Hoewel een consumentenorganisatie zoals Test-Aankoop een wezenlijke maatschappelijke rol speelt binnen het publieke debat en de consumentenbescherming, oordeelt de rechtbank dat dit hen niet ontslaat van een stringente zorgvuldigheidsnorm. Integendeel, van een speler met dergelijke expertise en autoriteit wordt een hoge mate van zorgvuldigheid verwacht. Wanneer zij commercieel ingrijpende mededelingen doen over een specifiek product, stelt de rechtbank dat hun feitelijke basis “toereikend” moet zijn en “wezenlijke tegeninformatie niet op onevenwichtige wijze” mag worden genegeerd.

Door zeer stellige beweringen te publiceren over een product, wetende dat de testmethodologie ernstig en gemotiveerd werd betwist, stelde de organisatie een handeling die verder gaat dan beschermde kritiek. Het louter inroepen van het ‘redactionele karakter’ van de publicatie bood hier geen vrijgeleide voor wat de rechter in essentie beschouwt als misleidende communicatie door omissie.

Wat dit concreet betekent

  • Voor de ondernemer (merkeigenaar): Deze uitspraak onderstreept het belang van een gedegen wetenschappelijk dossier voor uw productclaims. Bij ongerechtvaardigde reputatieschade door derden, staat u niet machteloos. Een kordate, juridische reactie – waarbij u dadelijk uw eigen stavingstukken op tafel legt – kan belangrijk zijn om via een eenzijdig verzoekschrift en navolgend een procedure zoals in kort geding onmiddellijk publicaties te stuiten en commerciële schade in te perken.
  • Voor testorganisaties, pers en actiegroepen: Kritische berichtgeving is essentieel, maar de grens met ‘slechtmaking’ wordt overschreden wanneer de feitelijke basis wankelt. U bent verplicht om de grenzen van uw eigen onderzoek in overweging te nemen. Indien een onderneming valabele, wetenschappelijk onderbouwde bezwaren aanlevert voor publicatie, bent u verplicht deze loyaal en transparant in uw berichtgeving op te nemen om de consument een onvertekend beeld te geven.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Kan ik als bedrijf negatieve publicaties in de pers of op sociale media preventief laten tegenhouden?
Ja, hoewel ‘preventieve censuur’ in België zéér streng wordt beoordeeld en uitzonderlijk is, kan de rechtbank in uiterst dringende gevallen (via een eenzijdig verzoekschrift) de publicatie van foutieve, tendentieuze of onrechtmatige informatie verbieden wanneer er een dreigend risico is op ernstige en onherstelbare commerciële schade voor uw onderneming.

Wat is een stakingsvordering wegens marktpraktijken?
Dit is een specifieke en snelle procedure voor de voorzitter van de ondernemingsrechtbank waarbij een partij vraagt om een onmiddellijk einde te maken aan een inbreuk op het Wetboek van Economisch Recht (WER), zoals misleidende reclame, oneerlijke concurrentie of, zoals in deze zaak, onzorgvuldige en misleidende communicatie die de beroepsbelangen aantast.

Kan ik een rechtzetting eisen indien er al foutieve beweringen over mijn product zijn verspreid?
Absoluut. Naast een bevel om de inbreuk te staken, kan de rechter ook een corrigerende maatregel opleggen. Dit gebeurt vaak onder de vorm van een (dwangsom-ondersteund) publicatiebevel, waarbij de overtreder verplicht wordt gesteld om op eigen kosten de uitspraak of een rectificatie prominent te publiceren op de eigen kanalen om het verstoorde marktevenwicht te herstellen.

Conclusie

De vrijheid van meningsuiting en de taak van pers als (consument)waakhond zijn belangrijk, maar stoppen in België daar waar onzorgvuldige beweringen aanzienlijke economische schade toebrengen aan een onderneming. Een kritische review is één ding; een product publiekelijk afkraken met feitelijk betwistbare testmethoden en het negeren van tegenspraak, is een onrechtmatige daad.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics