Mag een concurrent de vormgeving van uw succesvolle product imiteren als er geen intellectueel eigendomsrecht op rust? Ja, in de regel mag dat. Het Capri Sun-arrest van het Hof van Cassatie van 2 maart 2026 bevestigt dat het louter kopiëren van een product om mee te surfen op het succes en de goodwill van een concurrent, op zichzelf geen oneerlijke marktpraktijk is. Enkel wanneer er sprake is van bijkomende onrechtmatige omstandigheden, zoals directe verwarringstichting, kan u optreden tegen deze vorm van zogenaamde parasitaire mededinging.
De feiten en juridische context
Capri Sun brengt wereldwijd succesvol vruchtendranken op de markt, verpakt in een zeer karakteristiek stazakje met een rietje. Jarenlang genoot deze verpakking in de Benelux bescherming via een geregistreerd driedimensionaal vormmerk. Toen de huismerkfabrikanten van supermarktketen Colruyt (via de Riha-groep) besloten om vruchtendranken aan te bieden in identiek gevormde stazakjes, trok Capri Sun naar de rechter om de staking van deze productie te vorderen.

Tijdens de loop van deze juridische procedures werd het vormmerk van Capri Sun echter definitief nietig verklaard. Rechters in zowel Nederland als België oordeelden dat de specifieke vorm van het zakje puur functioneel (technisch) bepaald is, waardoor het is uitgesloten van merkenrechtelijke bescherming.
Bij gebrek aan een intellectueel eigendomsrecht, diende Capri Sun het over een andere boeg te gooien. Het bedrijf riep de Belgische regels inzake oneerlijke mededinging en marktpraktijken in (artikel VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht). Capri Sun stelde dat de concurrentie zich schuldig maakte aan ‘parasitaire mededinging’ of ‘imagotransfer’ door bewust de iconische vorm over te nemen en zo de door Capri Sun duur opgebouwde faam, reputatie en goodwill onrechtmatig af te leiden naar hun eigen huismerkproducten.
De beslissing: het recht op kopiëren primeert
Het hof van beroep te Brussel wees de vorderingen van Capri Sun in 2023 af. Het hof benadrukte dat in België de vrijheid van ondernemen en de vrije mededinging primeren. Het louter kopiëren van een vorm, zelfs als de concurrent daar rechtstreeks voordeel uit haalt, is op zich geen daad van oneerlijke mededinging. Omdat de concurrent voldoende eigen inspanningen had geleverd om de verpakking qua opdruk te onderscheiden — door het gebruik van een ander huismerk (‘Boni’), afwijkende kleuren (geel in plaats van blauw) en andere tekeningen (apen en kameleons) — was er geen sprake van verwarringstichting of een onrechtmatige aanhaking.
Het Hof van Cassatie heeft dit oordeel in zijn arrest van 2 maart 2026 bevestigd. Het Hof oordeelde duidelijk dat kopieergedrag, waarbij de faam en goodwill van de gekopieerde onderneming worden afgeleid naar de eigen producten, op zich niet volstaat om van onrechtmatig gedrag te spreken.
Juridische analyse en duiding
Sinds het richtinggevende Orac-arrest (Cass. 29 mei 2009) geldt in het Belgische recht het fundamentele uitgangspunt van de vrijheid van kopie. Een prestatie of product dat niet (langer) beschermd wordt door een intellectueel eigendomsrecht, mag in beginsel vrij worden nagebootst. Het Orac-arrest stelde wel de nuance dat zulk kopiëren onrechtmatig wordt indien dit gebeurt onder “begeleidende omstandigheden” die indruisen tegen de eerlijke handelsgebruiken, zoals verwarringstichtende reclame of elke andere vorm van onrechtmatig gedrag.
In de rechtspraktijk werd nadien vaak betoogd dat ‘imagotransfer’ — het zonder creatieve inspanning meesurfen op het positieve imago en de marketinginvesteringen van het originele merkproduct — zo’n onrechtmatige begeleidende omstandigheid kon vormen.
Met het Capri Sun-arrest van 2026 trekt het Hof van Cassatie deze grens echter aanzienlijk strakker en beperkt het de opties om op te treden tegen lookalikes drastisch. Het Hof oordeelt thans expliciet dat het afleiden van de faam en goodwill waaraan investeringen zijn voorafgegaan, juridisch niet te onderscheidenvalt van het louter (toegelaten) kopiëren van de prestatie. Hiermee geeft het Hof een strikte invulling van artikel VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht.
Het Hof van Cassatie had evenwel ook een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie kunnen stellen. Men kan zich immers de vraag stellen of nationale rechtspraak die een quasi vrijgeleide geeft aan het bewust parasiteren op de faam van andermans product, wel verenigbaar is met de Europese invulling van eerlijke marktpraktijken en artikel 10bis van het Unieverdrag van Parijs.
Wat dit concreet betekent
De impact van dit arrest voor de bedrijfswereld is belangrijk en beïnvloedt de strategie van verschillende spelers op de markt:
- Voor merkhouders en ontwerpers: Dit arrest is een harde les. Het toont aan dat u uw creaties en verpakkingen zo vroeg en robuust mogelijk moet beschermen via harde intellectuele eigendomsrechten (merkenrecht, modelrecht, octrooien of auteursrecht). Zodra deze bescherming wegvalt, bent u quasi vogelvrij voor namaak. U kunt enkel nog optreden als u kunt bewijzen dat de concurrent de consument actief en onmiskenbaar in verwarring brengt over de herkomst van het product. Aantonen dat men ‘gratis meesurft’ op uw marketinginvesteringen is niet langer voldoende voor een stakingsbevel.
- Voor producenten van huismerken (private labels): Dit arrest biedt u aanzienlijke rechtszekerheid en commercieel comfort. U mag functionele of onbeschermde vormen van marktleiders overnemen om herkenbaarheid voor de consument te creëren. Zolang u door middel van een duidelijke, eigen visuele identiteit (een opvallend eigen logo, sterk afwijkende kleurstellingen, eigen tekst en grafische elementen) voorkomt dat de consument zich vergist over wie de werkelijke producent is, handelt u in principe perfect wettig.
Veelgestelde Vragen (FAQ)
Wat is parasitaire mededinging of aanhaking?
Parasitaire mededinging is een handelspraktijk waarbij een onderneming zich bewust in het vaarwater van een succesvolle concurrent begeeft, met als doel om kosteloos te profiteren van diens naamsbekendheid, investeringen en opgebouwde goodwill. Naar Belgisch recht is dit kopiëren op zich echter geen inbreuk, tenzij er intellectuele rechten worden geschonden of er actieve verwarring bij het doelpubliek wordt gesticht.
Mag ik de verpakking of het product van een concurrent zomaar namaken?
Ja, het uitgangspunt in het Belgische recht is de vrijheid van kopie. Als er geen geldig intellectueel eigendomsrecht (zoals een octrooi, vormmerk of modelrecht) op de verpakking of het product rust, mag u deze in de regel namaken. U moet er wel altijd voor zorgen dat uw eigen versie voldoende visueel onderscheidend is (bijvoorbeeld door uw eigen merknaam en andere kleuren te gebruiken) om verwarring bij de consument over de herkomst te vermijden.
Welke wetgeving regelt de oneerlijke mededinging in België?
In België wordt oneerlijke mededinging en marktpraktijken voornamelijk geregeld door Boek VI van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Dit boek bevat specifieke bepalingen ter bescherming van consumenten en ondernemingen tegen misleidende en agressieve handelspraktijken.
Conclusie
De grens tussen geoorloofd kopiëren en oneerlijke mededinging is met het recente Capri Sun-arrest van het Hof van Cassatie scherper dan ooit getrokken in België, sterk ten nadele van het actierecht tegen loutere parasitaire aanhaking. Het strategisch inzetten, registreren en bewaken van uw intellectuele eigendomsrechten vanaf het prille begin is dan ook van absoluut levensbelang voor uw onderneming.



