Kan een onderneming de uitzending van een onderzoeksreportage vooraf laten verbieden?

Veel ondernemers vragen zich af of zij een media-organisatie preventief kunnen verbieden om een mogelijk schadelijke reportage uit te zenden. Het antwoord is theoretisch ja, aangezien ook (publieke) omroepen als onderneming gebonden zijn aan de regels rond eerlijke marktpraktijken uit het Wetboek Economisch Recht (WER). In de praktijk is een dergelijk preventief verbod echter zeer moeilijk af te dwingen, omdat men op voorhand met harde bewijzen moet aantonen wat de exacte, onrechtmatige inhoud van de uitzending zal zijn.

De feiten en de juridische context

De vzw Ecole de Clerheid, een door de Franse Gemeenschap erkend centrum voor jongeren, raakte verwikkeld in een strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een klacht wegens vermeende aantasting van de seksuele integriteit van een minderjarige op het domein. De Franstalige openbare omroep RTBF (Radio-Télévision Belge de la Communauté Française) besloot hieraan een aflevering te wijden in haar onderzoeksprogramma #Investigation.

De vzw merkte al snel de negatieve gevolgen van de media-aandacht, waaronder annuleringen van geplande bosklassen. Uit vrees voor verdere imagoschade en schending van het geheim van het strafonderzoek, trachtte de vzw de geplande uitzending van 8 april 2026 via een spoedprocedure te laten verbieden. Subsidiair vroeg de vzw om op zijn minst bepaalde elementen te verwijderen, zoals beelden van minderjarigen, details uit het strafdossier en auteursrechtelijk beschermd materiaal.

De beslissing van de rechtbank

De voorzitter van de Franstalige ondernemingsrechtbank van Brussel oordeelde op 8 april 2026 dat de vordering van de vzw weliswaar ontvankelijk, maar ongegrond was. Bijgevolg werd het verzoek om de uitzending te verbieden afgewezen.

De rechtbank stelde enerzijds vast dat de RTBF onbetwistbaar een onderneming is en zich derhalve moet houden aan de bepalingen van Boek VI van het Wetboek Economisch Recht (WER), zelfs wanneer zij journalistieke producties maakt. De RTBF kon niet aantonen dat haar hoedanigheid als media-orgaan haar zou onttrekken aan deze economische regelgeving.

Anderzijds liep de vordering stuk op de bewijslast. De rechter benadrukte dat er momenteel geen enkel bewijs voorligt van de potentieel illegale inhoud van de geplande uitzending. De eisende partij baseerde zich op louter giswerk wat onvoldoende is om met precisie een nakende onrechtmatige daad te karakteriseren die een preventief verbod rechtvaardigt.

Juridische analyse en duiding

Hoewel de uitkomst van het vonnis de persvrijheid vrijwaart, is de motivering van de rechtbank vatbaar voor kritiek. Deze uitspraak illustreert het delicate evenwicht tussen de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid (verankerd in artikel 10 van het EVRM) en de bescherming van ondernemingen tegen oneerlijke marktpraktijken zoals slechtmaking (verankerd in het Wetboek Economisch Recht).

1. Het spook van de preventieve censuur (Art. 25 Grondwet)

De Belgische Grondwet stelt in artikel 25 onomwonden: “De drukpers is vrij; de censuur kan nooit worden ingevoerd”. Toch oordeelt deze rechter dat de stakingsvordering uit het economisch recht (art. XVII.9 WER) een voldoende wettelijke basis vormt om preventief in te grijpen in journalistieke publicaties. Dit druist in tegen de heersende visie dat mediabedrijven enkel a posteriori (achteraf) via het algemeen aansprakelijkheidsrecht (art. 6.5 BW) ter verantwoording kunnen worden geroepen. Een preventief uitzendverbod is de facto censuur.

2. Is journalistiek een “marktpraktijk”?

De rechtbank oordeelt dat redactionele keuzes van een media-onderneming getoetst kunnen worden aan het verbod op ‘oneerlijke marktpraktijken’ en ‘slechtmaking’. Dit kan nochtans beschouwd worden als een ongewenste oprekking van het ondernemingsrecht, dat primair bedoeld is om eerlijke mededinging tussen handelaars te reguleren, en niet om het maatschappelijk journalistiek debat te censureren.

Niettemin hanteert het Hof van Cassatie in een arrest van 23 september 2021 een strikte filter: een stakingsbevel is enkel mogelijk als het betrekking heeft op een “duidelijk omschreven handeling”. Omdat de vzw slechts vermoedens uitte, faalde de eis.

Wat dit concreet betekent

  • Voor media en journalisten: U bent niet immuun voor het ondernemingsrecht. Ook onderzoeksjournalistiek die de professionele belangen van een andere onderneming schaadt, kan getoetst worden aan het verbod op oneerlijke marktpraktijken, in het bijzonder slechtmaking.
  • Voor ondernemingen in een crisissituatie: Proberen een negatieve uitzending of publicatie vooraf te stoppen is bijzonder complex. Zonder sluitend bewijs over de exacte (onrechtmatige) inhoud, zal een rechtbank niet overgaan tot preventieve censuur. Uw strategie kan zich in dergelijke gevallen vaak beter richten op het eisen van een recht van antwoord, het voorbereiden van eigen crisiscommunicatie, of het instellen van een vordering tot schadevergoeding achteraf indien de grenzen van de persvrijheid effectief overschreden werden.

Veelgestelde vragen (faq)

Kan een media-bedrijf zich altijd verschuilen achter de persvrijheid?
Nee, althans niet wanneer zij de belangen van een ander onderneming schaden. Media-organisaties worden juridisch beschouwd als ondernemingen en zijn bijgevolg gebonden aan het Wetboek Economisch Recht (WER). Hun publicaties kunnen getoetst worden aan de strenge B2B-regels inzake oneerlijke marktpraktijken en ‘slechtmaking’ van een andere onderneming.

Kan een rechtbank een tv-uitzending preventief verbieden?
Theoretisch laat de rechtspraak hier via het Wetboek Economisch Recht een opening voor, maar in de praktijk is dit extreem zeldzaam wegens het grondwettelijk verbod op censuur.

Wat is er nodig om een reportage op voorhand te laten verbieden?
Om een preventief stakingsbevel te bekomen via de ondernemingsrechtbank, moet u tastbare bewijzen (concrete aanwijzingen) leveren van de naderende, duidelijk omschreven inbreuk. Enkel vermoedens of aannames over de inhoud zijn onvoldoende.

Mag de pers details uit een lopend strafonderzoek zomaar uitzenden?
Dat is een complexe afweging. Hoewel het geheim van het strafonderzoek geldt, primeert vaak het maatschappelijk belang van de persvrijheid. Als een onderneming de publicatie wil tegenhouden wegens schending van het onderzoek, zal zij vooraf zeer exact moeten bewijzen welke geheime informatie de journalist onrechtmatig dreigt te publiceren.

Conclusie

Het preventief verbieden van een tv-reportage of nieuwsartikel is juridisch mogelijk, maar stuit op een torenhoge bewijslast. Media-organisaties zijn gebonden aan het Wetboek Economisch Recht, maar de rechtbanken in België waken er streng over dat preventieve stakingsvorderingen niet ontaarden in ongeoorloofde censuur. Het is daarom belangrijk om zeer goed beslagen ten ijs te komen en de juiste juridische strategie te bepalen, bij voorkeur voordat de schade escaleert.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics