Is het mogelijk om de naam van een wereldberoemde auteur als merk te registreren, zelfs wanneer het auteursrecht op diens werken is verlopen? Dit is een vraag die erven en stichtingen vaak stellen om controle te behouden over de nalatenschap. Het recente antwoord van de Grote Kamer van Beroep van het EUIPO in de zaak rond George Orwell is echter duidelijk: voor boeken, films en entertainment is de naam van een dergelijke beroemdheid beschrijvend voor het onderwerp en mist het onderscheidend vermogen. Een merkregistratie mag niet dienen om een eeuwigdurend monopolie te creëren waar het auteursrecht stopt.
De feiten en juridische context
De aanvraag voor het Europese Uniewoordmerk “GEORGE ORWELL” werd ingediend door The Estate of the Late Sonia Brownell Orwell (de nalatenschap van de weduwe van de auteur). De aanvraag beoogde bescherming in diverse klassen, waaronder:
- Klasse 9: Video’s, films en digitale media.
- Klasse 16: Boeken, gedrukte publicaties en tijdschriften.
- Klasse 41: Entertainment, culturele activiteiten en educatieve diensten.
Het EUIPO weigerde de registratie aanvankelijk omdat de naam “George Orwell” door het relevante publiek zou worden opgevat als een beschrijving van de inhoud van de waren en diensten, en niet als een aanduiding van commerciële herkomst (zoals een uitgeverij). De aanvrager ging in beroep, waarna de zaak wegens het principiële belang werd verwezen naar de Grote Kamer van Beroep.
De kernvraag was of de naam van een auteur, wiens werken grotendeels tot het publiek domein behoren (aangezien Orwell in 1950 overleed), als merk kan dienen voor goederen die direct verband houden met zijn literaire nalatenschap.
De beslissing van de Grote Kamer van Beroep
Op 19 december 2025 bevestigde de Grote Kamer van Beroep de weigering van het merk. De beslissing is gebaseerd op twee absolute weigeringsgronden uit de Uniemerkenverordening (UMVo):
- Beschrijvend karakter (Artikel 7(1)(c) UMVo): De Kamer oordeelde dat de naam “George Orwell” voor het relevante publiek onmiddellijk en zonder nadenken verwijst naar de beroemde schrijver. Voor boeken, films en educatief materiaal beschrijft de naam het onderwerp van de waren. De consument ziet “George Orwell” op een boek en begrijpt dit als “een boek geschreven door of gaande over Orwell”, en niet als een merk dat de commerciële herkomst (de uitgever) aanduidt.
Geografische nuance: De Kamer stelde vast dat Orwell wereldberoemd is, maar focuste zich juridisch specifiek op de perceptie van de consument in Ierland en Malta. Omdat Engels daar een officiële taal is en er nauwe culturele banden met het VK zijn, zal de gemiddelde consument daar de naam ‘George Orwell’ direct begrijpen als een aanduiding van het literaire onderwerp. Voor een EU-merkweigering volstaat het dat deze grond in een deel van de Unie bestaat. - Gebrek aan onderscheidend vermogen (Artikel 7(1)(b) UMVo): Omdat de naam louter informatief is over de inhoud, kan deze niet functioneren als een onderscheidingsteken. De naam garandeert niet de identiteit van de oorsprong van de waren, wat de essentiële functie van een merk is.
De Kamer benadrukte dat begrippen zoals “Orwelliaans” onderdeel zijn geworden van het standaardvocabulaire om een bepaalde (dystopische) sfeer of politieke stijl te beschrijven, wat de bekendheid en daarmee het beschrijvende karakter van de naam alleen maar versterkt.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak is van groot belang voor het intellectuele eigendomsrecht, omdat het de grens tussen auteursrecht en merkenrecht scherper stelt.
1. De leer van de inhoudsbeschrijving
De beslissing bevestigt de zogenaamde leer van de inhoudsbeschrijving. Een merk wordt geweigerd als het een kenmerk van de waar beschrijft. Bij boeken en films is de “inhoud” een essentieel kenmerk. De Grote Kamer stelt vast dat consumenten de naam van een auteur zien als aanduiding van de artistieke herkomst (wie heeft het geschreven?), en niet van de commerciële herkomst (wie brengt het op de markt?). Zolang de naam van de auteur primair verwijst naar de inhoud of het onderwerp van de publicatie, is deze beschrijvend.
2. Auteursrecht vs. merkenrecht
Een cruciaal punt in de redenering is dat het merkenrecht niet mag worden misbruikt om de tijdelijke bescherming van het auteursrecht kunstmatig te verlengen. Het auteursrecht op de werken van Orwell is verlopen. Dat betekent dat deze werken tot het publiek domein behoren en vrij gebruikt mogen worden. Een merkregistratie zou derden ten onrechte kunnen belemmeren om de naam van de auteur te gebruiken bij de exploitatie van deze publieke domeinwerken.
3. Casuïstiek en nuance
Interessant is dat de International Trademark Association (INTA) intervenieerde en waarschuwde voor rechtsonzekerheid, verwijzend naar eerdere registraties van namen als “Janis Joplin” of “Anne Frank”.
De Grote Kamer verduidelijkte echter dat elke zaak op zijn eigen merites moet worden beoordeeld. Het verschil met bijvoorbeeld Anne Frank is dat Orwell bekend is om een aantal werken en specifieke politieke ideeën die in de taal verankerd zijn geraakt, terwijl bij Anne Frank de link met één specifiek dagboek domineerde en de context anders lag. Beroemdheid op zich is geen beletsel, maar wel de perceptie van die beroemdheid als aanduiding van de inhoud.
Deze redenering is voor discussie vatbaar. Immers, maakt het voor de gemiddelde consument echt uit of een auteur één meesterwerk schreef of twintig? Voorlopig blijft de lijn van het EUIPO echter dat een breed, divers oeuvre de kans op ‘beschrijvendheid’ vergroot.
4. Geen strijd met de openbare orde (De ‘Vigeland’-nuance)
Een interessante randbemerking in de beslissing is dat de Grote Kamer korte metten maakt met het argument dat de registratie van een auteursnaam in strijd zou zijn met de openbare orde of goede zeden (Artikel 7(1)(f) UMVo). Soms wordt gevreesd dat het claimen van cultureel erfgoed een vorm van “misbruik” is (verwijzend naar de bekende Vigeland-rechtspraak). De Kamer oordeelde echter nuchter: niet alles is cultureel erfgoed en het commercieel exploiteren van een beroemde naam is op zichzelf niet schokkend of immoreel. De weigering is dus puur gebaseerd op het feit dat de naam de inhoud beschrijft, niet omdat het “ethisch” niet zou mogen
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor diverse partijen in de creatieve sector:
- Voor erven en stichtingen: Het wordt aanzienlijk moeilijker om de namen van beroemde overleden auteurs of kunstenaars als merk te monopoliseren voor hun kernproducten (boeken, films, documentaires). U kunt de naam wellicht nog wel beschermen voor merchandising (mokken, kleding – klassen die hier niet in beroep waren), maar voor culturele content is de drempel zeer hoog.
- Voor uitgevers en producenten: Dit arrest biedt rechtszekerheid bij het gebruik van werken uit het publiek domein. U kunt de naam van een auteur als George Orwell vrij gebruiken om de inhoud van een boek of film te beschrijven (bijvoorbeeld: “De complete werken van George Orwell” of “Een documentaire over Orwell”), zonder angst voor merkinbreuk, mits dit gebruik eerlijk is en niet suggereert dat er een officiële band is met de erven als die er niet is.
- Voor merkhouders: Wees u ervan bewust dat naarmate een naam of begrip bekender wordt en ‘veralgemeniseert’ (zoals ‘Orwelliaans’), de beschermingsomvang als merk afneemt.
FAQ (Veelgestelde Vragen)
Hebben de erfgenamen of de stichting van een auteur geen voorrang bij de registratie?
Nee, in het merkenrecht geeft een familieband of het beheer van de nalatenschap geen voorrang. De Grote Kamer oordeelde expliciet dat de identiteit van de aanvrager irrelevant is voor de toetsing op absolute weigeringsgronden zoals beschrijvendheid. Het feit dat de aanvrager de officiële ‘Estate’ is, maakt de naam in de ogen van de consument niet minder beschrijvend voor de inhoud van een boek. Het merkenrecht dient hier het publiek belang om tekens vrij te houden, niet de private belangen van de erven.
Betekent dit dat de naam “George Orwell” nu voor geen enkel product meer als merk beschermd kan worden?
Nee, de weigering geldt specifiek voor waren die ‘inhoud’ hebben, zoals boeken, films en games. Voor andere producten, zoals kleding of servies, kan de naam vaak wel als merk dienen omdat deze daar niet de inhoud beschrijft. De erfgenamen hebben de aanvraag voor deze categorieën (o.a. klasse 25) dan ook afgesplitst en succesvol geregistreerd.
Wat is het verschil tussen auteursrecht en merkenrecht in deze context?
Auteursrecht beschermt het creatieve werk zelf (de tekst van het boek) en is tijdelijk (meestal tot 70 jaar na overlijden). Merkenrecht beschermt de naam als aanduiding van herkomst en kan eeuwig duren (mits verlengd). Het EUIPO wil voorkomen dat merkenrecht wordt gebruikt om de “vrijheid” van het publiek domein na afloop van het auteursrecht te blokkeren.
Conclusie
De beslissing in de zaak George Orwell is een belangrijke bevestiging dat het culturele erfgoed en het publiek domein niet zomaar via het merkenrecht gemonopoliseerd kunnen worden. Voor de juridische praktijk in België betekent dit dat aanvragen voor namen van beroemdheden uiterst zorgvuldig moeten worden voorbereid, met een realistische blik op de waren en diensten waarvoor bescherming wordt gezocht.



