Hoe wordt de schadevergoeding bij een merkinbreuk berekend in België?

Wanneer uw onderneming slachtoffer wordt van namaak of merkinbreuk, is de berekening van de schadevergoeding vaak een complex juridisch vraagstuk. De rechtspraak toont aan dat u recht heeft op een integraal herstel van de werkelijk geleden schade, zoals gederfde winst, maar dat abstracte beweringen over merkverwatering zonder concreet bewijs steevast worden afgewezen. Indien de precieze schade uiterst moeilijk te becijferen is, kan de rechter deze ex aequo et bono (naar billijkheid) vaststellen op basis van normale sectorale winstmarges.

De feiten

JanSport, houder van het internationaal bekende EASTPAK-Uniemerk, ontdekte in september 2019 dat winkelketen Kruidvat tassen te koop aanbood met het opschrift “SPORT”. Deze tassen werden aan Kruidvat geleverd door de Nederlandse groothandel Dugros via een consignatieovereenkomst. Eerder had het hof van beroep te Brussel in een arrest van 27 juni 2022 al onomstotelijk vastgesteld dat Kruidvat en Dugros hiermee een inbreuk pleegden op het merk van JanSport. Het hof oordeelde dat er sprake was van verwarringsgevaar en dat de inbreukmakers ongerechtvaardigd voordeel trokken uit de reputatie van het merk.

Na deze stakingsprocedure vorderde JanSport voor de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel een aanzienlijke schadevergoeding van 80 euro per inbreukmakende tas, alsook de volledige winstafdracht door Dugros. Uit een door Dugros voorgelegde accountantsverklaring bleek dat er in totaal 23.662 namaaktassen in het verkeer werden gebracht, waarvan 4.715 stuks specifiek aan Kruidvat werden geleverd. Kruidvat had echter de verkoop onmiddellijk na de betekening van een beslag inzake namaak stopgezet, waardoor er 802 tassen niet verkocht werden maar verzegeld bleven.

De beslissing van de ondernemingsrechtbank

De Ondernemingsrechtbank wees in een vonnis van 9 december 2025 de door JanSport geëiste forfaitaire schadevergoeding van 80 euro per tas af en herleidde het bedrag tot de effectief bewezen, gederfde winst.

  • Gederfde winst: De rechtbank oordeelde dat JanSport effectief winst had gederfd door de verkoop van de bewuste tassen, omdat de consument anders vermoedelijk een originele EASTPAK had gekocht. Aangezien JanSport geen transparantie gaf over haar eigen winstmarges, stelde de rechtbank de winstderving ex aequo et bono vast op 3 euro per tas. Dit bedrag werd gebaseerd op een realistische netto winstmarge van 10% op een gemiddelde verkoopprijs van 30 euro.
  • De veroordeling: Voor de 3.913 tassen die effectief via Kruidvat werden verkocht (4.715 geleverd min 802 verzegeld), werden Kruidvat en Dugros in solidum (hoofdelijk) veroordeeld tot betaling van 11.739 euro. Dugros werd bovendien exclusief veroordeeld tot de betaling van 56.841 euro voor de overige 18.947 tassen die zij aan derden had geleverd.
  • Geen merkverwatering: De eis tot bijkomende vergoeding voor imagoschade of merkverwatering werd verworpen. JanSport leverde geen objectieve bewijzen (zoals marktonderzoeken of consumentenbevragingen) dat de aantrekkingskracht van het merk in de ogen van het publiek was aangetast.
  • Geen winstafdracht: Ook de eis tot winstafdracht door Dugros werd afgewezen. De rechter oordeelde dat er geen sprake was van moedwillige kwade trouw, mede omdat de betrokken tassen op zich niet door een modelrecht beschermd waren en Dugros na kennisname van het beslag de distributie direct had stopgezet. Kruidvat diende wel de kosten van het beslag inzake namaak ten belope van 1.896,72 euro te dragen.

Juridische analyse en duiding

Het recht op schadevergoeding bij merkinbreuk steunt in het Belgische recht op het principe van de objectieve aansprakelijkheid. Dit houdt in dat het plegen van de inbreuk op zich reeds een fout vormt in de zin van de artikelen 6.5 en 6.6 Burgerlijk Wetboek (artikelen 1382 en 1383 van het Oud Burgerlijk Wetboek). De goede trouw of onwetendheid van de inbreukmaker vormt hiertegen geen enkele rechtvaardigingsgrond.

Overeenkomstig artikel 13 van de Europese Handhavingsrichtlijn (Richtlijn 2004/48/EG) en artikel 2.21, lid 1 van het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) geldt het equivalentiebeginsel: de benadeelde partij heeft recht op integraal herstel van de werkelijke schade, maar mag zich niet verrijken. Bestraffende schadevergoedingen (zogenoemde punitive damages) zijn in ons rechtsstelsel verboden.

Wanneer de omvang van de schade nagenoeg onmogelijk exact te bepalen is, kan de rechter op grond van artikel 2.21, lid 2, sub b BVIE overgaan tot een forfaitaire raming ex aequo et bono. Echter, dit ontslaat de eiser niet van zijn bewijslast; het louter verwijzen naar hoge forfaitaire bedragen uit andere (niet-vergelijkbare) rechtspraak is onvoldoende. Een bijkomende sanctie zoals de winstafdracht (artikel 2.21, lid 4 BVIE) vereist in tegenstelling tot de gewone schadevergoeding wél de kwade trouw van de inbreukmaker. Men moet aantonen dat de dader bewust en moedwillig de inbreukmakende handelingen stelde, ondanks de kennis van het intellectuele recht.

Wat dit concreet betekent voor uw dossier

Deze uitspraak biedt belangrijke strategische inzichten, zowel voor rechthebbenden als voor ondernemingen die (onbewust) inbreuk makende goederen verdelen:

  • Voor de merkhouder: Het louter aantonen van een inbreuk opent niet automatisch de deuren naar torenhoge schadevergoedingen. U dient uw schade (zoals omzetdaling) grondig en cijfermatig te onderbouwen. Indien u vergoeding wenst voor reputatieschade of merkverwatering, investeer dan in objectieve bewijzen zoals marktstudies. Zonder dit bewijs beperkt de rechtbank zich tot een berekende, soms bescheiden, marge per verkocht product.
  • Voor de (vermeende) inbreukmaker: Proactief en snel handelen is cruciaal. Het onmiddellijk blokkeren van de verkoop na een ingebrekestelling of een beslag inzake namaak demonstreert uw goede trouw. Deze proactieve houding kan u behoeden voor de zware financiële sanctie van winstafdracht wegens kwade trouw. Zorg daarnaast voor een transparante boekhouding, zodat de schadevergoeding beperkt kan blijven tot de werkelijk gerealiseerde verkoopcijfers.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Kan ik een burgerrechtelijke boete of bestraffende schadevergoeding eisen bij een merkinbreuk?
Nee, in België geldt het principe van integraal herstel en het equivalentiebeginsel. U kunt enkel de werkelijk geleden schade (zoals gederfde winst of reputatieschade) vergoed krijgen; het Belgische rechtssysteem laat geen bestraffende schadevergoedingen (punitive damages) toe.

Speelt goede trouw een rol bij merkinbreuk?
Voor de vaststelling van de inbreuk en het toekennen van een gewone schadevergoeding speelt goede trouw geen rol, gezien de objectieve aansprakelijkheid. Echter, voor een aanvullende eis tot het afdragen van de onrechtmatig gemaakte winst (winstafdracht) is het wél noodzakelijk dat de dader te kwader trouw handelde.

Hoe bewijs ik merkverwatering of reputatieschade?
Een rechter gaat niet zomaar uit van merkverwatering. U zult aan de hand van objectieve gegevens, zoals marktonderzoeken of consumentenbevragingen, moeten aantonen dat het economische gedrag van de consument daadwerkelijk is gewijzigd door de inbreuk.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics