Na de beëindiging van een licentieovereenkomst mag een ex-licentiehouder een beschermd merk niet langer gebruiken in het economisch verkeer. Hoewel het kwekersrecht op een plant kan verlopen – waardoor de plant zelf vrij verhandeld mag worden – blijft het merkrecht van kracht. U mag de plant dus verkopen onder de generieke rasnaam, maar niet onder de specifieke merknaam, tenzij die naam verworden is tot de soortnaam.
De feiten en context
In een geschil voor de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel stonden de Deense rozenveredelaar Poulsen Roser en de Belgische kwekerij De Grauwe tegenover elkaar.
Poulsen is houder van diverse Uniemerken voor rozen, waaronder de bekende namen “Ingrid Bergman”, “Nina Weibull” en “Rumba”. De Grauwe teelde en verkocht deze rozen jarenlang onder licentie. Nadat de licentieovereenkomst was beëindigd, bleef de kwekerij echter rozen van het type ‘Ingrid Bergman’ aanbieden. De merknaam bleef onder meer zichtbaar op een (weliswaar minder zichtbaar) tabblad van een online assortimentslijst en klanten bleven bestellingen plaatsen onder deze naam.
De kwekerij verweerde zich door te stellen dat de merken ongeldig waren. Volgens hen waren namen als “Ingrid Bergman” soortnamen (beschrijvend voor het plantenras) geworden en geen onderscheidende merken meer. Bovendien voerden ze aan dat Poulsen de merken niet “normaal” gebruikte in de EU.
De beslissing van de rechtbank
De Ondernemingsrechtbank te Brussel oordeelde op 29 april 2025 grotendeels in het voordeel van de merkhouder Poulsen. De kernpunten van de uitspraak zijn:
- Geldigheid van de merken: De merken zijn geldig. De rechtbank bevestigde dat een merknaam (zoals ‘Ingrid Bergman’) niet automatisch samenvalt met de officiële rasnaam (in dit geval ‘Poulsen-man’). Zolang de merknaam niet de generieke aanduiding voor de plantensoort is geworden, blijft de merkbescherming overeind.
- Normaal gebruik: Poulsen kon aantonen dat de merken in de afgelopen vijf jaar “normaal” werden gebruikt in de EU, onder meer via facturen en catalogi. Gebruik in ten minste één lidstaat kan hiervoor al volstaan.
- Merkinbreuk: De rechtbank oordeelde dat het laten staan van de naam “Ingrid Bergman” op een online assortimentslijst, zelfs op een tweede tabblad, kwalificeert als gebruik in het economisch verkeer. Dit vormt een inbreuk op het merkenrecht.
- Interne codes: Het gebruik van afkortingen of codes in interne boekhoudsystemen of op het veld (zoals “NWEI” voor Nina Weibull) werd niet als inbreuk beschouwd, omdat dit niet gericht is op de klant en dus niet “in het economisch verkeer” plaatsvindt.
Poulsen eiste een schadevergoeding gebaseerd op een verdrievoudiging van de licentievergoeding, verwijzend naar een clausule in de oude licentieovereenkomst voor niet-aangegeven productie. De rechtbank wees dit af:
- De inbreuk vond plaats na het einde van het contract. De contractuele sanctie was dus niet direct toepasbaar.
- De rechtbank paste het “normale” licentietarief toe (0,542 EUR per plant) als basis voor de schadeberekening.
- Omdat de inbreuk langer duurde dan aanvankelijk begroot, paste de rechtbank het bedrag ex aequo et bono aan met een verhoging van 33%.
- Morele schadevergoeding (voor reputatieschade) werd afgewezen wegens gebrek aan concreet bewijs en de beperkte aard van de inbreuk.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak biedt een interessante kijk op de spanning tussen het merkenrecht en het kwekersrecht.
Onderscheidend vermogen vs. rasnaam
Een belangrijk aspect in deze zaak is het onderscheid tussen een merk en een rasnaam. Een rasnaam (zoals ‘Poulsen-man’) is de generieke naam van een plantvariëteit en moet door iedereen vrij gebruikt kunnen worden na afloop van het kwekersrecht. Een merk (zoals ‘Ingrid Bergman’) dient echter om de commerciële herkomst aan te duiden. Artikel 7 van de Uniemerkenverordening (UMVo) verbiedt de registratie van beschrijvende tekens, maar zolang de merknaam niet samenvalt met de rasnaam, is deze geldig. De rechtbank bevestigt hiermee dat een plant onder zijn rasnaam vrij verhandeld mag worden na verloop van het kwekersrecht, maar dat de merknaam exclusief blijft voor de houder.
De drempel voor ‘gebruik in het economisch verkeer’
De rechtbank hanteert een strikte maar genuanceerde interpretatie van artikel 9 UMVo. Enerzijds is louter intern gebruik (boekhoudcodes, veldaanduidingen) geen inbreuk omdat de essentiële functie van het merk (herkomstaanduiding voor de consument) niet in het gedrang komt. Anderzijds is passief aanbieden – zoals het vergeten verwijderen van een naam uit een online Excellijst – wél voldoende voor inbreuk, zelfs als de verkoper beweert dit niet te weten.
De uitspraak bevestigt tevens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie dat “normaal gebruik” van een Uniemerk niet vereist dat het in alle lidstaten wordt gebruikt; een economisch reëel gebruik in een deel van de Unie (zelfs één land) kan volstaan om verval van het merk te voorkomen.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor veredelaars, kwekers en licentienemers in de agrarische sector, maar ook daarbuiten.
Voor merkhouders en veredelaars
- Duidelijke registratie: Zorg dat u een duidelijk onderscheid maakt tussen de officiële rasnaam (voor het kwekersrecht) en de commerciële naam (het merk). Registreer de commerciële naam als merk.
- Bewijs van gebruik: Houd nauwgezet bewijs bij van het gebruik van uw merken (facturen, catalogi, websites) om acties tot vervallenverklaring wegens “niet-gebruik” af te weren.
Voor (voormalige) licentienemers
- Grote schoonmaak na beëindiging: Zodra een licentie stopt, moet u alle externe communicatie zuiveren. Controleer niet alleen uw etalage, maar ook de “achterkant” van uw webshop, online pdf-lijsten, metadata en oude bestelformulieren. Een vergeten tabblad in een Excel-sheet kan leiden tot schadevergoeding.
- Correcte benaming: Is het kwekersrecht verlopen? Dan mag u de plant verkopen, maar gebruik enkel de generieke rasnaam of een fantasienaam, niet het geregistreerde merk van de voormalige licentiegever.
- Interne processen: U hoeft uw interne administratie of veldcodes niet noodzakelijk aan te passen, zolang deze codes nooit zichtbaar zijn voor klanten.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Mag ik een plant verkopen onder de oude naam als het kwekersrecht erop verlopen is?
Dat hangt ervan af. U mag de officiële rasnaam (bijv. ‘Poulsen-man’) vrij gebruiken, omdat het kwekersrecht is verlopen. U mag echter niet de geregistreerde merknaam (bijv. ‘Ingrid Bergman’) gebruiken, omdat het merkrecht onbeperkt in de tijd kan worden verlengd.
Is het gebruik van een merknaam in mijn interne boekhouding een inbreuk?
Nee. Zolang het gebruik van de merknaam of afkorting beperkt blijft tot interne systemen (zoals voorraadbeheer of planning) en niet gericht is op externe klanten of marktdeelnemers, is er doorgaans geen sprake van merkinbreuk.
Wanneer wordt een merk ‘vervallen’ verklaard wegens niet-gebruik?
Een merkhouder moet zijn merk “normaal” gebruiken gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. Als dit niet gebeurt, kan het merk vervallen worden verklaard. Echter, gebruik in slechts één EU-lidstaat kan al voldoende zijn om een Uniemerk in stand te houden, mits het gaat om reëel commercieel gebruik.
Conclusie
Het beëindigen van een commerciële samenwerking vereist in België juridische waakzaamheid. Voor ex-licentienemers is het essentieel om strikt onderscheid te maken tussen producten die vrij verhandelbaar zijn en merknamen die eigendom blijven van de partner. Een kleine administratieve onzorgvuldigheid in een online catalogus kan leiden tot een veroordeling wegens merkinbreuk.



