Mag u merkproducten van buiten de EER invoeren?

Wanneer u als ondernemer authentieke merkproducten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER) importeert zonder expliciete toestemming van de merkhouder, stelt u zich bloot aan aanzienlijke juridische risico’s. Een uitspraak van de voorzitter van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel van 8 januari 2026 toont aan dat rechters via voorlopige maatregelen en zware dwangsommen snel en kordaat kunnen optreden tegen dergelijke parallelimport en de verkoop van namaakgoederen. Dit vonnis benadrukt bovendien dat een louter vermoeden van gedogen door een lokale distributeur geen geldige verdediging vormt.

De feiten

De zaak draait rond een conflict tussen de bekende producent van energiedranken, Red Bull, en het Belgische e-commerceplatform My American Shop.

  • My American Shop importeert en verkoopt exotische voedingsmiddelen en dranken via zowel B2C- als B2B-kanalen in diverse Europese landen.
  • Red Bull stelde vast dat er inbreukmakende producten op de markt waren, waaronder namaaksnoepjes (“Red Bull Hard Candy”) en authentieke Red Bull-dranken die zonder toestemming vanuit landen zoals Zuid-Afrika, Egypte, Japan en het Verenigd Koninkrijk in de EER werden ingevoerd.
  • De Belgische douane hield in het najaar van 2025 verschillende zendingen bestemd voor My American Shop tegen op verdenking van inbreuk op de merkrechten.
  • In een eerder tussenvonnis van 18 november 2025 legde de voorzitter van de rechtbank reeds voorlopige maatregelen op, waaronder een stakingsbevel en een verplichting om informatie over de leveranciers te delen.
  • My American Shop vroeg echter om deze maatregelen te herzien op basis van nieuwe elementen, met name de bewering dat Jet Import, de Belgische distributeur van Red Bull, de website van My American Shop al in augustus 2024 bezocht en dus op de hoogte was van de import.

De beslissing van de rechtbank

De voorzitter, zetelend zoals in kort geding, wees de verzoeken van My American Shop om de beslaggenomen goederen vrij te geven of te mogen heruitvoeren af. Tegelijkertijd kende de voorzitter de eis van Red Bull toe om de dwangsommen aanzienlijk te verhogen wegens het niet correct naleven van de eerdere bevelen.

  • Geen stilzwijgende toestemming: De rechter oordeelde dat de loutere wetenschap van een distributeur (Jet Import) niet gelijkstaat aan de ondubbelzinnige toestemming van de merkhouder (Red Bull) voor de invoer van de producten.
  • Wederuitvoer geweigerd: My American Shop mocht de tegengehouden goederen niet terugsturen naar het land van herkomst (China of Egypte). De rechter oordeelde dat dit de procedure ten gronde zinloos zou maken en het risico inhield dat de inbreukmakende goederen opnieuw in de EU zouden opduiken.
  • Verhoging dwangsommen wegens gebrek aan transparantie: My American Shop had de verplichting om de herkomst en distributiekanalen bloot te leggen niet te goeder trouw nageleefd. Ze legden een rapport van een bedrijfsrevisor voor, maar weigerden de onderliggende facturen te delen. De rechter verhoogde daarop de dwangsommen tot maximaal 500.000 euro voor het niet meedelen van de correcte informatie.
  • Verlenging stakingsbevel: Het bevel om het gebruik van de aangeduide goederen te staken, werd verlengd tot er een definitieve uitspraak is in de procedure ten gronde, die gepland staat voor september 2026.

Juridische analyse en duiding

Dit vonnis vormt een voorbeeld van de toepassing van artikel 19, lid 3 van het Gerechtelijk Wetboek, dat de rechter toelaat in elke stand van het geding een voorafgaande maatregel te bevelen of de toestand van de partijen voorlopig te regelen. De beoordeling gebeurt hierbij prima facie (op het eerste gezicht), waarbij een belangenafweging centraal staat.

Inzake merkenrecht en parallelimport is het principe van de uitputting van het merkrecht belangrijk. Een merkhouder kan zich niet verzetten tegen de verdere verhandeling van zijn producten, tenzij deze producten voor het eerst buiten de EER in de handel zijn gebracht. Voor parallelimport van buiten de EER naar binnen de EER is de expliciete en ondubbelzinnige toestemming van de merkhouder vereist. De verwijzing van de voorzitter naar het arrest Harman van het Hof van Justitie (HvJ 17 november 2022, C-175/21) bevestigt dat de drempel voor “stilzwijgende toestemming” of rechtsverwerking zeer hoog ligt. Dat een lokale distributeur kennis heeft van de inbreuk, betekent geenszins dat de buitenlandse merkhouder afstand doet van zijn rechten.

Daarnaast illustreert deze beschikking de slagkracht van het recht op informatie bij intellectuele eigendomsinbreuken. Een inbreukmaker kan zich niet verschuilen achter een geaggregeerd rapport van een accountant. De rechter eist een sluitende controleerbaarheid aan de hand van de effectieve facturen om de volledige bevoorradingsketen in kaart te brengen. Het weigeren hiervan resulteert, zoals hier, in het verbeuren van zwaar verhoogde dwangsommen.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft belangrijke praktische gevolgen voor verschillende marktspelers:

  • Voor e-commercebedrijven en importeurs: Het aankopen van merkproducten buiten Europa lijkt vaak een lucratieve opportuniteit, maar houdt gigantische risico’s in. U kunt niet steunen op het feit dat de merkhouder “het wel zal weten en tolereren”. Zonder hard bewijs van expliciete toestemming voor verkoop in de EER, riskeert u douanebeslagen, dure stakingsprocedures en torenhoge dwangsommen.
  • Voor merkhouders: De uitspraak bevestigt dat u sterke wapens in handen heeft. Via een kort geding kunt u niet alleen de verkoop direct doen staken, maar de tegenpartij ook dwingen haar volledige leveranciersnetwerk bloot te geven op straffe van dwangsommen. Pogingen van de tegenpartij om de inbreukmakende goederen snel te “exporteren” om bewijs of inbeslagname te ontwijken, worden door rechtbanken kritisch onthaald en vaak verboden.
  • Verplichting tot volledige transparantie: Indien de rechtbank u veroordeelt tot het overmaken van facturen en leveranciersgegevens, volstaat half werk niet. Het verbergen van gevoelige commerciële data achter een auditrapport wordt beschouwd als het niet te goeder trouw naleven van het vonnis, wat leidt tot financiële sancties.

FAQ : veelgestelde vragen

Wat is parallelimport en is het legaal?
Parallelimport is de invoer van authentieke merkproducten buiten de officiële distributiekanalen van de merkhouder om. Dit is binnen de Europese Economische Ruimte (EER) legaal door het principe van vrij verkeer van goederen. Importeert u echter merkproducten van buiten de EER (bijv. uit Azië, de VS of het VK) naar de EER zonder expliciete toestemming van de merkhouder, dan begaat u een merkinbreuk.

Kan een rechter mij dwingen mijn leveranciers bekend te maken?
Ja. Bij een (vermoeden van) inbreuk op intellectuele eigendomsrechten kan de rechter u bevelen om alle documenten, zoals facturen en contactgegevens van uw leveranciers en professionele afnemers, over te maken aan de merkhouder. Doet u dit onvolledig, dan kunnen er hoge dwangsommen worden opgelegd.

Mag ik door de douane tegengehouden goederen terugsturen naar mijn leverancier?
Nee, doorgaans niet. Rechters weigeren vaak de wederuitvoer van goederen die verdacht worden van inbreuk. Het doel van de procedure is immers de goederen uit het handelsverkeer te halen; wederuitvoer creëert het risico dat de goederen via een andere weg opnieuw de markt betreden.

Conclusie

De strijd tegen ongeoorloofde parallelimport en namaak wordt door de Belgische rechtbanken streng gevoerd. Wie de regels rond de uitputting van merkrechten negeert, riskeert niet enkel het verlies van zijn goederen via douanebeslag, maar ook zware financiële sancties en dwangsommen wegens het niet meewerken aan informatiebevelen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics