Merkregistratie en visuele gelijkenis: waarom Puma de strijd verloor tegen een Chinese concurrent

In een arrest van 21 januari 2026 (T-43/25) oordeelde het Gerecht van de Europese Unie dat het aangevraagde logo van een Chinese kledingfabrikant geen inbreuk maakt op de bekende beeldmerken van Puma. De kern van de beslissing bevestigt een streng merkenrechtelijk principe: bij de beoordeling van verwarringsgevaar moeten tekens worden vergeleken zoals ze zijn geregistreerd, en niet op basis van hoe ze hypothetisch (bijvoorbeeld ondersteboven of gedraaid) op een product gebruikt zouden kunnen worden.

De feiten en context

Het geschil ontstond toen de Chinese onderneming Ningbo Gongfang Commercial Management Co. Ltd. een aanvraag indiende voor een Europees beeldmerk. Het betreft een logo bestaande uit een kromme streep en een onregelmatige, omgekeerde driehoek, geplaatst in een zwarte rechthoek. De inschrijving werd gevraagd voor kledingstukken in klasse 25, waaronder jassen, broeken en schoenen.

Puma SE, de bekende Duitse sportfabrikant, stelde oppositie in tegen deze aanvraag. Puma baseerde zich op drie eerdere Europese beeldmerken van haar bekende ‘Formstripe’ (de golvende streep die kenmerkend is voor Puma-schoenen) . Puma argumenteerde dat er sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8, lid 1, onder b) van Verordening 2017/1001.

Nadat het EUIPO (Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie) de oppositie had afgewezen, trok Puma naar het Gerecht van de Europese Unie om alsnog haar gelijk te halen .

De beslissing van het Gerecht

Het Gerecht bevestigde de beslissing van het EUIPO en wees de vordering van Puma volledig af. Hoewel het niet betwist werd dat de waren (kleding en schoenen) identiek waren, strandde de zaak op de vergelijking van de tekens zelf.

Het Gerecht kwam tot de volgende vaststellingen:

  • Visuele verschillen: Het betwiste teken bevat een duidelijk zwarte rechthoekige achtergrond en een hoekige, gesegmenteerde structuur die contrasteert met de vloeiende lijnen van Puma’s merken. Waar de Puma-strepen een vernauwende beweging maken, toont het betwiste teken een verbredende beweging.
  • Geen dominantie: De tekens zijn louter figuratief en hebben geen uitgesproken dominant element. Ze hebben slechts een gemiddeld onderscheidend vermogen.
  • Geen conceptuele of fonetische vergelijking: Omdat het gaat om abstracte geometrische figuren zonder woordelementen, is een fonetische vergelijking onmogelijk. Ook conceptueel brengen de tekens geen specifieke betekenis over, waardoor ook hier geen gelijkenis kan worden vastgesteld.

Omdat de tekens in hun geheel niet overeenstemmen, is aan één van de cumulatieve voorwaarden voor verwarringsgevaar niet voldaan. De oppositie werd dus ongegrond verklaard.

Juridische analyse en duiding

Voor de rechtspraktijk is dit arrest relevant vanwege de strikte toepassing van het identiteitsbeginsel bij de vergelijking van tekens. Puma probeerde namelijk te argumenteren dat het merk van Ningbo op sportschoenen vaak gedraaid of ‘ondersteboven’ zou worden waargenomen, waardoor het wel degelijk op de Puma-streep zou lijken.

Het Gerecht wijst deze redenering resoluut van de hand op basis van vaste rechtspraak:

1. Vergelijking “as registered” De vergelijking tussen merken moet plaatsvinden op basis van de vorm en oriëntatie waarin ze zijn geregistreerd of aangevraagd. Het daadwerkelijke of potentiële gebruik in een andere vorm (zoals een rotatie op een sneaker) is irrelevant voor de fase van de vergelijking van de tekens.

2. Onderscheid met inbreukprocedures Puma verwees naar het arrest O2 Holdings, waarin het Hof van Justitie stelde dat men rekening moet houden met alle omstandigheden waarin een merk gebruikt kan worden . Het Gerecht verduidelijkt echter dat dit principe geldt voor inbreukprocedures (waarbij daadwerkelijk gebruik op de markt wordt getoetst) en niet zomaar kan worden getransponeerd naar oppositieprocedures, waar de focus ligt op de registratie zelf. Een merk “ondersteboven” gebruiken is geen inherente eigenschap van de registratie.

3. Geen “familie van merken”-argument zonder gelijkenis Puma beriep zich ook op het bestaan van een “familie van merken” met strepen. Het Gerecht oordeelde echter dat dit argument niet kan slagen als de tekens visueel niet overeenstemmen. Zonder basisgelijkenis tussen de tekens, is er geen startpunt voor verwarring of associatie, ongeacht de bekendheid van de oudere merken.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak is belangrijk voor merkhouders en ontwerpers in de modesector:

  • Voor merkhouders: U kunt niet vertrouwen op een “brede” bescherming van simpele geometrische vormen als u oppositie voert tegen complexere logo’s. De bescherming beperkt zich strikt tot de geregistreerde grafische voorstelling. Wilt u bescherming tegen een omgekeerd logo? Dan moet u overwegen om ook variaties van uw merk (in verschillende oriëntaties) te registreren.
  • Voor concurrenten/ontwerpers: Het toevoegen van een duidelijk kader (zoals de zwarte rechthoek in deze zaak) of het wijzigen van de geometrische ‘flow’ (hoekig vs. vloeiend) kan voldoende zijn om afstand te nemen van een bekend, maar simpel beeldmerk.
  • Strategisch advies: In een oppositieprocedure (bij het EUIPO) kijkt men naar het merkenregister. Argumenten over hoe een consument een logo op een bewegende voet waarneemt, worden doorgaans niet aanvaard in deze fase.

FAQ: Veelgestelde Vragen

Kan ik een concurrent stoppen die een gelijkaardig logo gebruikt, ook als de producten identiek zijn?
Niet noodzakelijk. In het merkenrecht moeten een aantal voorwaarden cumulatief vervuld zijn. Als de producten identiek zijn (bv. schoenen), maar de tekens zelf worden als ‘niet overeenstemmend’ beschouwd, is er juridisch gezien geen verwarringsgevaar en wordt de oppositie afgewezen.

Wordt er rekening gehouden met het feit dat mijn logo ondersteboven op een product kan staan?
In een oppositieprocedure niet. Het Gerecht bevestigde dat bij een merkaanvraag tekens enkel vergeleken worden in de vorm en oriëntatie waarin ze in het merkenregister staan ingeschreven. Potentieel gebruik in een andere positie is niet relevant voor de vergelijking van de tekens.

Hebben abstracte strepen of vormen een specifieke betekenis in het merkenrecht?
Doorgaans niet. Het Gerecht oordeelt vaak dat abstracte geometrische vormen (zoals strepen) geen conceptuele betekenis hebben. Hierdoor valt de vergelijking puur terug op het visuele aspect, omdat een fonetische of begripsmatige vergelijking onmogelijk is.

Conclusie

Het arrest Puma v EUIPO toont aan dat zelfs wereldberoemde merken met een grote reputatie geen monopolie kunnen claimen op abstracte vormen die voldoende afwijken van hun registratie. De visuele impressie van het merk zoals geregistreerd blijft de gouden standaard.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics