Mag je een parfum verkopen als “geïnspireerd door” een bekend merk?

Een goedkoper parfum aanbieden als “geïnspireerd door” een bekende geur lijkt een slimme marketingtruc, maar het is juridisch bijzonder riskant. De voorzitter van de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel oordeelde op 24 maart 2026 dat twee Belgische parfumverkopers zich hiermee schuldig maakten aan zowel merkinbreuk als ongeoorloofde vergelijkende reclame, en legde hen een stakingsbevel voor de hele Europese Unie op. L’Oréal haalde daarmee over de hele lijn zijn gelijk tegen Pyramid Products en BP-Cosmetics.

De feiten

L’Oréal is houder of exclusief licentiehouder van tientallen ingeschreven merken voor parfums, zoals Black Opium en Coco Mademoiselle. Twee Belgische vennootschappen, Pyramid Products en BP-Cosmetics, verkochten via websites als pureparfum.nl, pyramidpro.eu, blackpoint.be en parfen.be eigen, veel goedkopere parfums.

Bij elk van die parfums vermeldden zij dat het “geïnspireerd is door” een specifiek merkparfum. Ze werkten met concordantietabellen: de klant kon op de naam van een bekend merk zoeken en kwam dan uit bij het overeenstemmende huismerknummer. Op de websites stond bovendien dat de klant “dezelfde geurnotities” kreeg en dat het resultaat “opmerkelijk vergelijkbaar” was met het origineel, tegen een fractie van de prijs.

L’Oréal vond dat dit zijn merken schond en de regels over vergelijkende reclame overtrad. De verkopers betwistten dat en stelden onder meer een tegenvordering tot schadevergoeding van tien miljoen euro in.

De beslissing

De voorzitter, zetelend zoals in kort geding als stakingsrechter, gaf L’Oréal op alle punten gelijk.

Eerst de reclamevraag, dan pas de merkvraag

De rechter behandelde eerst de vraag naar de vergelijkende reclame. Op grond van het arrest L’Oréal/Bellure van het Hof van Justitie kan een merkhouder zich niet verzetten tegen tekengebruik dat de regels van geoorloofde vergelijkende reclame naleeft (HvJ 18 juni 2009, C-487/07, L’Oréal/Bellure, punt 54). Slaagt het reclameverweer, dan valt de merkinbreuk weg.

Artikel VI.17, §1 van het Wetboek van economisch recht (WER) somt de voorwaarden op waaraan vergelijkende reclame cumulatief moet voldoen. De rechter stelde vast dat de verkopers hun parfums niet op objectieve, controleerbare wijze vergeleken (voorwaarde 3°). Beweringen over geur hangen af van subjectieve smaken en voorkeuren en zijn niet objectief verifieerbaar. Erger nog: door de aanduiding “geïnspireerd door” en de eigen reviews (“ruikt precies zoals het origineel”) positioneerden de verkopers hun product als een geurimitatie van het merkparfum. Dat schendt ook de voorwaarden dat de reclame geen oneerlijk voordeel uit de bekendheid van het merk mag halen (7°) en het product niet als imitatie of namaak mag voorstellen (8°).

De merkinbreuk

Nu de uitzondering van geoorloofde vergelijkende reclame wegviel, was de weg vrij voor de merkinbreuk. De rechter nam een dubbele inbreuk aan. Op grond van artikel 9, lid 2, sub a van de Uniemerkenverordening (UMVo) en artikel 2.20, lid 2, sub a van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) gebruikten de verkopers identieke tekens voor identieke waren, namelijk parfum. Het verweer dat “geïnspireerd door” louter beschrijvend gebruik zou zijn, ging volgens de rechter niet op: onder het arrest Hölterhoff is verwijzend gebruik enkel toegelaten als het echt beschrijvend blijft, en niet wanneer het merk voor reclamedoeleinden wordt ingezet om verkoop aan te wakkeren (HvJ 14 mei 2002, C-2/00, Hölterhoff/Freiesleben; HvJ 18 juni 2009, C-487/07, L’Oréal/Bellure, punt 62).

Daarnaast stelde de rechter een inbreuk vast op artikel 9, lid 2, sub c UMVo en artikel 2.20, lid 2, sub c BVIE, dat bescherming biedt aan een bekend merk. Wie reclame maakt die een product als imitatie voorstelt, haalt daaruit automatisch een ongerechtvaardigd voordeel uit de bekendheid van het merk (L’Oréal/Bellure, punt 79).

De maatregelen en de kosten

De rechter beval de staking in de hele Europese Unie, onder verbeurte van een dwangsom van 5.000 euro per inbreuk per website en per dag, met een plafond van 500.000 euro per vennootschap. Omdat de verkopers in België zijn gevestigd, kan een op Uniemerken gesteund stakingsbevel zich tot het hele grondgebied van de Unie uitstrekken.

Opvallend is de rechtsplegingsvergoeding van 23.546,51 euro. De stakingsrechter verklaarde zich onbevoegd voor de tegenvordering tot schadevergoeding van tien miljoen euro, maar begrootte de vergoeding tóch op basis van dat bedrag. De vergoeding wordt volgens de rechter immers berekend op alle vorderingen die bij de rechter aanhangig zijn gemaakt, ook die waarvoor hij onbevoegd is.

Juridische analyse en duiding

Waarom de volgorde van de redenering het hele vonnis draagt

De echte scharnier van deze uitspraak zit niet in de merkinbreuk zelf, maar in de volgorde waarin de rechter de vragen behandelt. Vergelijkende reclame is geen bijkomstig verweer maar een volwaardige uitzondering: reclame die aan alle voorwaarden voldoet, maakt merkgebruik rechtmatig, hoe identiek het teken ook is. De rechter moest de reclamevraag dus eerst beslechten, want een positief antwoord zou de merkvordering meteen hebben gefnuikt.

Precies daar zit de zwakke plek van elk “geïnspireerd door”-model. Zodra de reclame het product als geurimitatie voorstelt, kan ze onmogelijk nog objectief en dus geoorloofd zijn. En zodra ze ongeoorloofd is, valt de uitzondering weg en ligt de merkinbreuk voor het grijpen. De twee grondslagen versterken elkaar: het imitatiekarakter dat de reclame onwettig maakt, is exact het element dat het ongerechtvaardigd voordeel onder artikel 9, lid 2, sub c UMVo en artikel 2.20, lid 2, sub c BVIE oplevert. Het Bellure arrest had die brug al gelegd, en dit vonnis stapt er getrouw overheen.

De grens tussen verwijzen en aanhaken

Interessant is hoe de rechter het onderscheid tussen beschrijvend en aanhakend gebruik hanteert. De verkopers riepen het Hölterhoff arrest in, waarin het Hof aanvaardde dat er mondeling naar een merk mag verwezen worden tegenover een ingelichte vakman zonder inbreuk te plegen. Maar dat arrest slaat op een zuiver informatieve situatie. Hier gebruikten de verkopers het merk in publieksreclame, met zoekfuncties en concordantietabellen die de klant regelrecht naar het bekende parfum leidden. Dat is niet verwijzen naar een eigenschap, dat is meeliften op de reputatie.

De rechter volgt hiermee de vaste lijn dat “gebruik als merk” ruim wordt uitgelegd en dat het loutere feit dat enkel de geur wordt geïmiteerd en niet het flesje, geen verschil maakt (L’Oréal/Bellure, punt 76). De boodschap voor wie zich achter een refererend of beschrijvend gebruik wil verschuilen: het is de reclamecontext die telt, niet het etiket dat de verkoper er zelf op plakt.

De rechtsplegingsvergoeding als procesrisico

Het derde punt verdient aandacht omdat het losstaat van het intellectuele-eigendomsrecht maar het procesrisico scherp illustreert. De verkopers stelden zelf een tegenvordering tot schadevergoeding van tien miljoen euro in. Die vordering was kansloos voor de stakingsrechter, die niet bevoegd is om te oordelen over schadevergoedingen. Toch bepaalde net dat bedrag de rechtsplegingsvergoeding die zij aan de winnende partij moesten betalen. Wie een torenhoge tegenvordering formuleert bij een rechter die er niet over kan oordelen, vergroot dus zijn eigen kostenrisico zonder enige kans op winst. Dat is een waarschuwing voor elke procespartij.

Wat betekent dit concreet?

Voor aanbieders van alternatieve of “dupe”-producten. Een goedkoper alternatief verkopen mag, maar het aanhaken bij een bekend merk niet. Vermijd elke formulering die suggereert dat uw product “hetzelfde ruikt”, “niet te onderscheiden is” of “geïnspireerd is door” een merk. Ook concordantietabellen en zoekfuncties op merknamen zijn gevaarlijk: ze bevestigen precies het imitatiekarakter dat zowel de reclame onwettig maakt als de merkinbreuk oplevert. Wilt u vergelijken, doe dat dan op objectief controleerbare kenmerken (samenstelling, houdbaarheid gemeten volgens een norm, prijs), niet op subjectieve geurindrukken. Wees ten slotte voorzichtig met tegenvorderingen: een opgeblazen schadeclaim bij een onbevoegde rechter verhoogt enkel uw eigen kostenrisico.

Voor merkhouders. De uitspraak bevestigt dat de combinatie van een merkvordering met een vordering wegens ongeoorloofde vergelijkende reclame krachtig werkt. Verzamel bewijs van de imitatieclaims zelf: de productpagina’s, de zoekfuncties, de concordantielijsten en vooral de door de verkoper uitgelichte klantenreviews. Die eigen communicatie levert het bewijs dat het om imitatie gaat, waardoor u geen concrete schade meer hoeft aan te tonen. Steunt u op Uniemerken en is de tegenpartij in België gevestigd, dan kan het stakingsbevel de hele Unie bestrijken.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Mag ik een parfum verkopen dat lijkt op een bekend merk?
Een gelijkaardig parfum ontwikkelen en verkopen is op zich niet verboden. Wat niet mag, is uw product in reclame voorstellen als een imitatie van of als “geïnspireerd door” een bekend merk. Zodra u die link legt, pleegt u zowel een merkinbreuk als ongeoorloofde vergelijkende reclame.

Is “geïnspireerd door” toegestaan als reclameslogan?
In deze zaak niet. De rechter oordeelde dat “geïnspireerd door” bij de gemiddelde consument de indruk wekt dat hij een geurimitatie koopt. Dat schendt de voorwaarden voor geoorloofde vergelijkende reclame in artikel VI.17 WER en levert een ongerechtvaardigd voordeel uit de bekendheid van het merk op.

Kan een Belgische rechter een verbod opleggen voor de hele Europese Unie?
Ja. Wanneer een stakingsbevel steunt op Uniemerken en de inbreukmaker in België gevestigd is, kan het verbod zich uitstrekken tot het volledige grondgebied van de Unie.

Conclusie

Het “geïnspireerd door”-model botst frontaal op zowel het merkenrecht als de regels over vergelijkende reclame: het imitatiekarakter dat de reclame onwettig maakt, levert meteen ook de merkinbreuk op. Voor wie in België alternatieve producten aanbiedt, is dat een dure les; voor merkhouders een efficiënt handhavingsspoor.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics