Het kort antwoord is nee. Wanneer een werknemer een bedrijf verlaat, mag hij geen broncode, softwarestructuren of technische documentatie meenemen of behouden, zelfs niet in een “privémap” of voor “studiedoeleinden”. Het gebruik van dergelijke data voor een concurrerende activiteit vormt doorgaans zowel een inbreuk op het auteursrecht als een schending van bedrijfsgeheimen, wat kan leiden tot onmiddellijke stakingsbevelen en zware dwangsommen.
De feiten: concurrentie na ontslag
In een zaak voor de Voorzitter van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel stonden een softwarebedrijf en twee voormalige werknemers tegenover elkaar.
De feiten waren als volgt:
- Twee werknemers, actief als ontwikkelaars, verlieten het bedrijf in december 2024.
- Kort na hun vertrek lanceerden zij een concurrerend initiatief met vergelijkbare diensten.
- Het softwarebedrijf vermoedde dat de ex-werknemers niet “van nul” waren begonnen, maar delen van de eigen softwarecode hadden gekopieerd.
- Via een eenzijdig verzoekschrift verkreeg het bedrijf de toestemming om een beslag inzake namaak uit te voeren. Hierbij werd op de computer van één van de ex-werknemers broncode van het softwarebedrijf aangetroffen in een afgeschermde map (zie hierover onze eerdere blog).
De ex-werknemers verdedigden zich door te stellen dat ze de code onafhankelijk hadden ontwikkeld, dat gelijkenissen te wijten waren aan sectorstandaarden, en dat de gevonden kopie enkel in een “testmap” stond en niet operationeel werd gebruikt.
De beslissing van de rechtbank
De voorzitter van de Ondernemingsrechtbank oordeelde in een vonnis van 15 januari 2026 in het voordeel van het softwarebedrijf. De voorzitter stelde vast dat er sprake was van twee afzonderlijke inbreuken:
- Auteursrechtinbreuk: De rechtbank oordeelde dat de ex-werknemers inbreuk pleegden op de auteursrechten van het softwarebedrijf door de software te kopiëren en te bewerken. Het verweer dat het slechts om een “privékopie” ging of dat de code diende om te “observeren en testen” (zoals toegestaan voor rechtmatige gebruikers onder art. XI.299 WER), werd verworpen. Deze uitzondering geldt volgens de voorzitter niet voor ex-werknemers die na hun ontslag concurreren.
- Schending van bedrijfsgeheimen: De broncode, de documentatie en de structuur van de software werden erkend als bedrijfsgeheimen. Het behouden van deze code na uitdiensttreding, in strijd met contractuele geheimhoudingsclausules, werd bestempeld als onrechtmatig gebruik.
De voorzitter beval de onmiddellijke staking van het gebruik van de software en de vernietiging van alle bestanden, op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per dag, met een maximum van 500.000 euro.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak toont een strenge houding tegenover datadiefstal door personeel. Enkele juridische nuances zijn cruciaal voor de praktijk:
Auteursrechtelijke originaliteit bij software
Een veelgebruikt verweer in softwarezaken is dat code “bepaald wordt door techniek” en dus niet beschermd is. De voorzitter veegt dit in deze zaak van tafel. De originaliteitsdrempel voor software is volgens de voorzitter laag: het volstaat dat de code het resultaat is van “vrije en creatieve keuzes”. Elementen zoals de structuur, naamgeving van variabelen (naming conventions) en commentaarregels zijn expressief. Wanneer deze identiek terugkeren bij een concurrent, is dat een sterke indicatie van kopieergedrag, tenzij men een externe bron (zoals open source) kan bewijzen.
De valkuil van artikel XI.299 WER
De verwerende partij beriep zich op artikel XI.299 WER, dat een rechtmatige gebruiker toestaat software te observeren en testen om de werking te doorgronden. De voorzitter volgde dit niet: deze exceptie dient niet om ex-werknemers een “recht op behoud” van broncode te geven na hun ontslag. Zodra de arbeidsovereenkomst eindigt, eindigt het rechtmatig gebruik.
Bewijskracht van het beslag inzake namaak
Het vonnis toont de waarde van het beslag inzake namaak (art. 1369bis Ger.W.). Hoewel dit een eenzijdige procedure is, oordeelde de voorzitter dat de technische vaststellingen (zoals bestandsnamen en structuren) als geldig bewijs dienen. Zelfs als code niet “live” staat maar in een “vergeten” map zit, is het bezit ervan door een concurrent in strijd met de eerlijke handelspraktijken.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor werkgevers en IT-professionals:
- Voor werkgevers (softwarebedrijven):
- Contracten zijn essentieel: Zorg voor waterdichte clausules over intellectuele eigendom en geheimhouding in arbeidsovereenkomsten. De rechtbank steunde zwaar op de contractuele geheimhoudingsplicht om de schending van bedrijfsgeheimen vast te stellen.
- Actie bij vermoeden: Als u vermoedt dat een ex-werknemer code heeft meegenomen, is snelheid geboden. Een beslag inzake namaak is vaak de enige manier om bewijs veilig te stellen voordat het wordt gewist of gewijzigd.
- Solidariteit: U kunt vaak alle betrokkenen (zowel de ex-werknemer als zijn nieuwe vennootschap of zakenpartners) aanspreken, zelfs als de code slechts bij één persoon wordt gevonden.
- Voor werknemers en ontwikkelaars:
- Schone lei: Als u een eigen zaak start, begin dan écht vanaf nul. Het “refactoren” of herschrijven van bestaande code van uw ex-werkgever is nog steeds een inbreuk (bewerking).
- Geen souvenirs: Het bewaren van code in een privémap “om nog eens naar te kijken” of voor uw portfolio is levensgevaarlijk. De rechtbank aanvaardt het excuus van “niet-operationeel gebruik” niet.
- Kennis vs. Data: U mag uw algemene kennis en ervaring (uw “skillset”) meenemen, maar niet de concrete data, code of documentatie van uw vorige werkgever.
FAQ: Veelgestelde vragen
Mag ik code die ik zelf schreef tijdens mijn werk meenemen naar huis?
Nee, tenzij anders overeengekomen. Software geschreven in uitvoering van de arbeidsovereenkomst behoort toe aan de werkgever (Art. XI.296 WER). Het meenemen ervan na ontslag is diefstal van intellectuele eigendom en/of bedrijfsgeheimen.
Is het veranderen van variabelenamen genoeg om auteursrechtinbreuk te vermijden?
Nee. Het auteursrecht beschermt ook de structuur en organisatie van de code. Het systematisch aanpassen of “vertalen” van code wordt gezien als een bewerking, waarvoor toestemming nodig is.
Wat is een beslag inzake namaak?
Dit is een procedure waarbij een gerechtsdeurwaarder en een IT-expert, na toelating van de rechter, onverwacht binnenvallen om bewijs van inbreuk (zoals kopieën van software) vast te stellen en te beschrijven. Dit kan gebeuren bij bedrijven én bij personen thuis.
Conclusie
De scheidslijn tussen toegelaten concurrentie en onrechtmatige daad is dun, maar wordt in België overschreden zodra er digitale bestanden van de ex-werkgever in het spel zijn. Voor technologiebedrijven is de bescherming van hun broncode (de “kroonjuwelen”) van levensbelang.



