Adblockers zijn een vast onderdeel van het internetlandschap, geliefd bij gebruikers maar een doorn in het oog van uitgevers die afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten. Het juridische debat hierover werd traditioneel gevoerd op het terrein van het mededingingsrecht. Een uitspraak van 31 juli 2025 van het Duitse Bundesgerichtshof (de hoogste Duitse rechter in burgerlijke zaken) laat de mogelijkheid open dat adblockers een inbreuk kunnen vormen op het auteursrecht van de website-eigenaar. De zaak werd niet definitief beslecht, maar teruggestuurd naar het hof van beroep om een meer diepgaand technisch en juridisch onderzoek uit te voeren.
De feiten en de juridische context
De zaak werd aangespannen door een grote Duitse uitgeverij tegen de ontwikkelaars van het populaire browser-plugin AdBlock Plus. Wanneer een gebruiker een van de nieuwswebsites van de uitgever bezoekt, wordt een pakket aan bestanden (zoals HTML, CSS en JavaScript) van de server naar de browser van de gebruiker gestuurd. Deze bestanden bevatten de instructies die de browser nodig heeft om de webpagina op te bouwen en weer te geven, inclusief de advertenties.
De uitgever stelde dat dit geheel van code en instructies moet worden beschouwd als een computerprogramma dat auteursrechtelijk beschermd is onder de Duitse auteurswet (§ 69a UrhG). Volgens de uitgever grijpt de adblocker in op dit programma door:
- Het opvragen van advertentie-inhoud van de servers te blokkeren (Variante 1).
- Elementen die als advertenties worden herkend, te verbergen zodat ze niet op het scherm verschijnen, ook al zijn ze wel geladen (Variante 2, “Element Hiding”).
De uitgever argumenteerde dat deze ingrepen neerkomen op een ongeoorloofde wijziging of bewerking van haar computerprogramma, wat een exclusief recht is van de auteur (§ 69c Nr. 2 UrhG).
De beslissing van het Bundesgerichtshof
Het hof van beroep te Hamburg had de claim van de uitgever eerder afgewezen. Het redeneerde dat, zelfs als de websitecode een computerprogramma zou zijn, de adblocker het programma niet aantast. De originele bestanden die de uitgever verstuurt, blijven ongewijzigd; de adblocker beïnvloedt enkel de uitvoering van het programma en de tijdelijke datastructuren die de browser aanmaakt, zoals de DOM-tree.
Het Bundesgerichtshof vernietigde deze beslissing. De hoogste rechter oordeelde dat het hof van beroep een cruciale stap had overgeslagen. Men kan niet oordelen of er een inbreuk is, als men niet eerst nauwkeurig definieert wat het beschermde werk precies is. Is het beschermde “computerprogramma” enkel het initiële HTML-bestand? Of omvat de bescherming ook de dynamische structuren die de browser op basis daarvan genereert, zoals de DOM-tree en het CSSOM, die de uiteindelijke weergave bepalen?
Omdat deze fundamentele vraag onbeantwoord bleef, kon de conclusie dat er geen inbreuk op het programma was, niet overeind blijven. De zaak werd daarom terugverwezen naar het hof van beroep voor een nieuwe, grondigere analyse.
Juridische analyse en duiding: de cruciale rol van het Europees recht
Het Bundesgerichtshof gaf het hof van beroep een belangrijke instructie mee: houd rekening met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak “Action Replay” (C-159/23). Deze zaak ging over software die de werking van PlayStation-games beïnvloedde om spelers voordelen te geven, zoals een onbeperkte “turbo boost”.
In dat arrest verduidelijkte het Hof van Justitie dat de auteursrechtelijke bescherming van software (onder de Europese Softwarerichtlijn 2009/24/EG) zich uitstrekt tot de uitdrukkingswijze van het programma (de bron- en objectcode), omdat die de reproductie ervan mogelijk maakt. De bescherming geldt echter niet voor de inhoud van variabele gegevens die een programma tijdens de uitvoering in het werkgeheugen van de computer plaatst. Het wijzigen van de waarde van een variabele (bv. de turbometer van 100% naar oneindig zetten) is dus geen wijziging van het beschermde computerprogramma zelf.
Meer weten over dit arrest? 👉 Lees de annotatie van Mr. Joris Deene in Auteurs & Media
De parallel met de adblocker-zaak is duidelijk. De verdediging van de adblocker zal zijn dat het enkel de weergave beïnvloedt door tijdelijke waarden of eigenschappen in de browser aan te passen (bv. de CSS-eigenschap ‘visibility’ op ‘hidden’ zetten), wat vergelijkbaar is met het veranderen van data in het werkgeheugen. De uitgever daarentegen zal moeten aantonen dat de ingreep dieper gaat en de uitvoerbare code zelf – de instructies aan de browser – wijzigt.
Deze rechtspraak is ook relevant voor België waar computerprogramma’s ook beschermd worden door het auteursrecht (art. XI.295 Wetboek van Economisch Recht) en bewerkingen ervan niet toegelaten zijn (art. XI.298).
Wat dit concreet betekent
- Voor website-uitgevers: De deur staat op een kier om adblockers via het auteursrecht aan te vechten. Dit vereist echter een complexe technische bewijslast: ze moeten aantonen dat hun websitecode een origineel, beschermd “computerprogramma” is én dat de adblocker een ongeoorloofde wijziging van de code doorvoert, niet enkel van de data tijdens de uitvoering.
- Voor ontwikkelaars van adblockers: Hoewel er geen direct verbod is, neemt het juridische risico toe. De “Action Replay”-uitspraak van het Hof van Justitie biedt een sterke verdedigingslinie, maar de uitkomst van de Duitse procedure kan een belangrijk precedent scheppen voor heel Europa.
- Voor internetgebruikers: Fundamenteel raakt dit debat aan de controle die gebruikers hebben over hun eigen browser. Als het aanpassen van de weergave van een website wordt beschouwd als een auteursrechtinbreuk, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor tal van browser-extensies en de digitale autonomie van de gebruiker.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Is het gebruik van een adblocker nu illegaal in Duitsland?
Nee, dat is niet het geval. Dit arrest verplicht het hof van beroep te Hamburg enkel om de claim van auteursrechtinbreuk opnieuw en diepgaander te onderzoeken. De uiteindelijke uitkomst staat nog niet vast.
Wat is het precieze verschil met de Europese “Action Replay” zaak?
Het Europese Hof oordeelde dat het aanpassen van variabele data in het werkgeheugen (bv. het aantal levens in een game) geen inbreuk is op het auteursrecht van de software. De kernvraag die nu in Duitsland beantwoord moet worden, is of een adblocker enkel zulke data wijzigt (bv. een weergave-instelling) of dat het de onderliggende programmacode zelf aanpast (de instructies die de browser uitvoert).
Waarom wordt een website beschouwd als een “computerprogramma”?
Moderne websites zijn meer dan statische tekstdocumenten. Ze bevatten uitvoerbare scripts (zoals JavaScript) die de browser dynamische instructies geven over hoe de pagina moet worden opgebouwd, welke data moet worden opgehaald en hoe de interactie met de gebruiker moet verlopen. Deze functionele en instructieve aard maakt dat de code juridisch kan worden gekwalificeerd als een computerprogramma.
Conclusie
De uitspraak van het Bundesgerichtshof markeert een belangrijke verschuiving in het debat over adblockers. De focus verlegt zich van concurrentieregels naar de fundamentele principes van het auteursrecht. De uiteindelijke beslissing zal afhangen van een uiterst technische analyse van de interactie tussen websitecode en browser-plugins. Het is een strijd die de toekomst van online publiceren en gebruikersvrijheid mede zal bepalen.



