Design en auteursrecht na het Mio-arrest: het einde van de ‘totaalindruk’ in België?

Is een gebruiksvoorwerp, zoals een design tafel of een modulair kastensysteem, beschermd door het auteursrecht? En wanneer is er sprake van namaak? Op 4 december 2025 heeft het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) in de gevoegde zaken Mio en USM Haller duidelijkheid verschaft. De kernboodschap is drievoudig: (1) er gelden géén strengere eisen voor de bescherming van design dan voor andere werken, (2) louter technische keuzes zijn onbeschermd, en (3) het criterium van de ‘totaalindruk’ bij inbreuk wordt vervangen door de toets van ‘herkenbare overname van creatieve elementen’. Dit arrest dwingt tot een herziening van de gevestigde Belgische rechtspraak.

De feiten en juridische context

Deze uitspraak vloeit voort uit twee prejudiciële vragen die werden gesteld door respectievelijk een Zweedse en een Duitse rechter.

In de Zweedse zaak (C-580/23) stond meubelgigant Mio tegenover Galleri Mikael & Thomas Asplund. De inzet was de auteursrechtelijke bescherming van de ‘Palais Royal’-eetkamertafels. Mio betwistte dat deze tafels auteursrechtelijk beschermd waren, stellende dat ze gebaseerd waren op eenvoudige variaties van bekende modellen en onvoldoende oorspronkelijk waren.

In de Duitse zaak (C-795/23) draaide het om het iconische modulaire meubelsysteem van USM Haller. Konektra verkocht reserveonderdelen en zelfs complete meubels die identiek waren aan die van USM. De Duitse rechter vroeg zich af of er voor ‘werken van toegepaste kunst’ (design) hogere eisen aan de oorspronkelijkheid moesten worden gesteld dan voor andere werken (de zogenaamde ‘regel-uitzondering-relatie’).

De kernvraag in beide dossiers was identiek: hoe verhoudt het modelrecht (bescherming van nieuwe uiterlijke vormen) zich tot het auteursrecht, en welke maatstaven gelden er voor de bescherming én de inbreuk?

De beslissing van het Hof van Justitie

Het Hof van Justitie schept in zijn arrest van 4 december 2025 duidelijkheid op drie fundamentele pijlers.

1. Geen hogere drempel voor design

Het Hof verwerpt het idee dat er een ‘regel-uitzondering-relatie’ bestaat tussen modelrecht en auteursrecht. Voorwerpen van toegepaste kunst (design) moeten aan dezelfde oorspronkelijkheidseisen voldoen als elk ander werk (zoals literatuur of muziek). Er mogen geen hogere eisen worden gesteld aan de vrije en creatieve keuzes van de ontwerper. De theorie dat samenloop van bescherming ‘uitzonderlijk’ moet zijn, is hiermee definitief van tafel.

2. Oorspronkelijkheid = vrije en creatieve keuzes

Een voorwerp is een auteursrechtelijk beschermd werk als het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt. Dit gebeurt door het maken van vrije en creatieve keuzen.

  • Wat telt niet? Keuzen die gedicteerd worden door technische beperkingen, ergonomie of veiligheid. Ook het loutere feit dat een ontwerp een “esthetisch significant effect” heeft, is onvoldoende.
  • Wat telt wel? De uiterlijke vormgeving waarin de auteur zijn persoonlijke stempel heeft gedrukt, zelfs als hij gebruik maakt van bestaande vormen, zolang de combinatie of schikking maar getuigt van creativiteit.

3. Inbreuk: einde van de ‘algemene visuele indruk’

Dit is het meest verstrekkende deel van het arrest. Om auteursrechtinbreuk vast te stellen, mag de rechter niet kijken naar de “algemene visuele indruk” (of totaalindruk) die de twee voorwerpen wekken. Het criterium is daarentegen of creatieve elementen van het beschermde werk op een herkenbare manier zijn overgenomen in het inbreukmakende voorwerp.

Juridische analyse en duiding

Dit arrest is meer dan een bevestiging van de status quo; het is een bijsturing die de Belgische rechtspraktijk direct raakt.

Het failliet van de ‘totaalindruk’

Jarenlang hanteerden Belgische rechtbanken, inclusief het Hof van Cassatie (zie bv. het arrest van 25 september 2003 inzake Index/Biblo), vaak een vergelijking die sterk leunde op de “totaalindruk” of de “synthetische beschouwing van gelijkenissen” om inbreuk te bepalen.

Het HvJ-EU stelt nu expliciet dat de vergelijking van de algemene indruk thuishoort in het modellenrecht, niet in het auteursrecht.

Hiermee breekt het Hof duidelijk met de traditie van de Benelux-gerechtshoven. De focus moet verschuiven: weg van “lijken deze twee tafels op elkaar?” naar “heeft tafel B specifiek die creatieve elementen (bv. de pootvorm of bladrand) van tafel A overgenomen?”.

De expliciete verwerping van de term ‘algemene indruk’ dwingt de Belgische rechtspraktijk om conclusies en vonnissen anders te formuleren.

De introductie van het ‘herkenbaarheidscriterium’

In de plaats van de totaalindruk komt het criterium: zijn de creatieve elementen op een herkenbare manier overgenomen?

Dit concept, geleend uit het Pelham-arrest (dat over sampling in muziek ging), wordt nu veralgemeend naar design. De vraag hierbij stelt zich voor wie die herkenbaarheid er moet zijn? Voor de consument? Voor de rechter? Voor de expert? Of voor een AI?

De vaagheid van ‘herkenbaarheid’ kan leiden tot rechtsonzekerheid. Het risico bestaat dat rechters dit subjectief gaan invullen, wat kan leiden tot onvoorspelbare uitspraken in namaakzaken.

Intentie en context

Het Hof verduidelijkt ook de bewijslast. De intentie van de ontwerper (“ik wilde kunst maken”) is irrelevant als deze niet objectief tot uitdrukking komt in het voorwerp. Ook succes in musea of erkenning in vakkringen achteraf is niet doorslaggevend voor de bescherming.

Auteursrechtelijke bescherming moet blijken uit het object zelf. Dit is een belangrijke filter tegen subjectieve claims van ontwerpers die achteraf ‘kunst’ claimen voor banaal werk.

Wat betekent dit concreet voor uw onderneming?

Of u nu ontwerper, fabrikant of handelaar bent, de spelregels zijn aangescherpt.

1. Voor ontwerpers en rechthebbenden

  • Goed nieuws: De drempel voor bescherming is niet verhoogd. U hoeft geen ‘artistieke waarde’ te bewijzen, enkel dat u vrije, creatieve keuzes heeft gemaakt.
  • Actiepunt: Documenteer uw ontwerpproces. Omdat intenties niet tellen tenzij ze zichtbaar zijn, moet u in een rechtszaak exact kunnen aanwijzen welke specifieke lijnen, vormen of combinaties het resultaat zijn van uw creatieve vrijheid (en niet van technische noodzaak).
  • Strategie: Bij namaak moet u niet langer focussen op de ‘gelijkenis in grote lijnen’, maar op de dissectie van uw ontwerp: “De tegenpartij heeft element X en Y, die mijn creatieve stempel dragen, herkenbaar overgenomen.”

2. Voor concurrenten en ‘geïnspireerde’ makers

  • Waarschuwing: Het veranderen van enkele details om de ‘totaalindruk’ te wijzigen, volstaat mogelijk niet meer om vrijuit te gaan. Als u een specifiek, creatief onderdeel (bv. een unieke verbinding van een kast) herkenbaar overneemt, pleegt u inbreuk, zelfs als de kast er in zijn geheel anders uitziet.
  • Uitweg: Als u kunt aantonen dat de elementen die u hebt overgenomen louter technisch bepaald zijn (bv. een standaard schroefverbinding of een vorm die nodig is voor stabiliteit), is er geen sprake van auteursrechtinbreuk.

FAQ: Veelgestelde Vragen

Is elk meubelstuk nu auteursrechtelijk beschermd?
Nee. Alleen meubels die het resultaat zijn van “vrije en creatieve keuzen” van de maker. Voorwerpen die hun vorm puur danken aan hun technische functie (bv. een standaard magazijnstelling) vallen buiten het auteursrecht, omdat er geen ruimte was voor creatieve vrijheid.

Wat is het verschil tussen modelrecht en auteursrecht na dit arrest?
Modelrecht beschermt ‘nieuwheid’ en ‘eigen karakter’ en vereist meestal registratie. Auteursrecht ontstaat automatisch en vereist ‘oorspronkelijkheid’ (persoonlijke stempel). Het Hof bevestigt dat beide rechten kunnen samenlopen op één object, maar ze hebben verschillende toetsingskaders. De ‘totaalindruk’ blijft relevant voor modelrecht, maar niet meer voor auteursrecht.

Mag ik mij laten inspireren door bestaande trends?
Ja. Het volgen van een stijl of trend is op zich geen inbreuk. Inbreuk ontstaat pas wanneer u specifiek die elementen overneemt die de persoonlijke, creatieve expressie van een andere ontwerper vormen. Loutere stijl-overeenkomsten zijn vrij.

Conclusie

Het arrest Mio/USM Haller is belangrijk voor de bescherming van design in Europa. Het bevestigt de laagdrempelige toegang tot auteursrechtelijke bescherming, maar introduceert een nieuwe, chirurgische precisie bij het bepalen van inbreuk. De tijd van de “vluchtige blik” en de “totaalindruk” in het auteursrecht is voorbij; de tijd van de gedetailleerde analyse van creatieve elementen is aangebroken.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics