Heeft u als consument of onderneming schade geleden door concurrentieverstorend gedrag op een online platform? Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 2 december 2025 (C-34/24) een belangrijk arrest gewezen dat de drempel voor collectieve acties tegen techreuzen aanzienlijk verlaagt. In essentie oordeelde het Hof dat wanneer een online platform zich specifiek op een lidstaat richt, elke materieel bevoegde rechter in dat land de volledige claim mag behandelen, ongeacht waar de individuele gebruikers wonen.
De feiten en de procedurele context
De zaak die aanleiding gaf tot dit arrest draait om een conflict tussen Apple en twee belangenorganisaties (Nederlandse stichtingen) die opkomen voor de rechten van app-gebruikers en ontwikkelaars.
De kern van het geschil is het vermeende misbruik van een machtspositie door Apple. De stichtingen stellen dat Apple excessieve commissies van 15% tot 30% inhoudt op aankopen in de App Store. Omdat gebruikers en ontwikkelaars gedwongen zijn de App Store te gebruiken om apps op iPhones en iPads te installeren, zou dit leiden tot hogere prijzen en dus schade voor de eindgebruikers.
Het juridische struikelblok was de bevoegdheid van de rechtbank te Amsterdam. Apple betwistte dat de Nederlandse rechter bevoegd was om kennis te nemen van vorderingen van slachtoffers die niet in het arrondissement van de rechtbank woonden. Apple stelde dat de “schadeveroorzakende gebeurtenis” niet specifiek in Amsterdam plaatsvond.
De centrale vraag die aan het Hof van Justitie werd voorgelegd, was hoe de plaats van de schade moet worden vastgesteld bij online aankopen in het kader van de Brussel I bis-Verordening (Verordening (EU) nr. 1215/2012), om te bepalen welke rechter bevoegd is.
De beslissing van het Hof van Justitie
Het Hof van Justitie (Grote Kamer) heeft in het arrest van 2 december 2025 duidelijkheid geschept ten voordele van benadeelde consumenten.
De beslissing steunt op de volgende pijlers:
- Virtuele ruimte is gelijk aan nationaal grondgebied: Het Hof stelde vast dat de App Store specifiek was ontworpen voor de nationale markt (in casu de “NL App Store”), met gebruik van de lokale taal en gericht op gebruikers met een lokaal Apple ID. De virtuele ruimte waar de aankopen plaatsvonden, komt daardoor overeen met het gehele grondgebied van de lidstaat.
- Centralisatie van de vordering: Omdat de schade wordt geacht op het gehele grondgebied te zijn ingetreden, is elke rechterlijke instantie die naar nationaal recht materieel bevoegd is, ook territoriaal bevoegd om kennis te nemen van de gehele representatieve vordering.
- Geen versnippering: Het is niet nodig om voor elke individuele, niet-geïdentificeerde consument na te gaan waar deze zich precies bevond tijdens de aankoop. Dit voorkomt dat een massaclaim versnipperd raakt over verschillende lokale rechtbanken, wat de goede rechtsbedeling zou schaden.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest is van belang voor de interpretatie van artikel 7, punt 2, van Verordening nr. 1215/2012 in het digitale tijdperk.
Autonome uitlegging van ‘plaats van het schadebrengende feit’
In het Europees procesrecht geldt als hoofdregel dat men wordt opgeroepen voor de rechter van zijn woonplaats (art. 4 Verordening). Artikel 7, punt 2 biedt een alternatief voor onrechtmatige daad: de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Dit begrip omvat zowel de plaats van de handeling als de plaats waar de schade is ingetreden (het zogenaamde Bier-arrest, bevestigd in deze zaak).
Afwijking van de ‘Mozaïek-theorie’?
Traditioneel kan bij schade die op meerdere plaatsen intreedt, de bevoegdheid versnipperd raken (de ‘mozaïek-theorie’), waarbij een lokale rechter enkel bevoegd is voor de schade in zijn gebied. In dit arrest kiest het Hof voor een pragmatische benadering bij collectieve acties. Door de “virtuele markt” gelijk te stellen aan het hele land, creëert het Hof een basis voor bevoegdheidsconcentratie.
Dit sluit aan bij de doelstellingen van de Verordening:
- Nabijheid: De rechter in de lidstaat waar de markt is verstoord, is het best geplaatst om de schade te beoordelen.
- Voorspelbaarheid: Een platformbeheerder die zich specifiek op een land richt (via taal, betaalmethoden, storefronts), kan redelijkerwijs voorzien dat hij daar voor elke bevoegde rechter kan worden gedaagd.
Voor de Belgische rechtspraktijk is dit uiterst relevant. Het bevestigt dat bij inbreuken via digitale platformen die zich op België richten (bv. een “.be” versie of een Belgische instelling in een app), de Belgische rechters internationaal bevoegd zijn voor de volledige Belgische groep slachtoffers.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft directe gevolgen voor verschillende actoren in het juridische veld:
Voor consumenten en belangenorganisaties
De drempel om een collectieve rechtsvordering (class action) in te stellen tegen buitenlandse techreuzen is verlaagd. U hoeft niet langer te vrezen voor complexe discussies over welke lokale rechter bevoegd is voor welke groep slachtoffers. Zolang het platform zich richt op het land waar u woont, kan de zaak daar centraal gevoerd worden. Dit maakt procedures efficiënter en betaalbaarder.
Voor digitale platformen en webshops
Ondernemingen die digitale diensten aanbieden over de grenzen heen, moeten zich bewust zijn van hun blootstelling. Als u een specifieke “storefront” of interface aanbiedt voor een lidstaat (bijvoorbeeld België), bent u vatbaar voor vorderingen bij elke materieel bevoegde rechtbank in dat land voor de schade van alle gebruikers in dat land. Het argument dat de aankoop technisch gezien in Ierland of de VS plaatsvond, houdt geen stand meer als de markt nationaal is afgebakend.
Voor de advocatuur
Dit arrest biedt een krachtig wapen in de strijd tegen procedurele vertragingstactieken van grote verweerders. In dossiers rond mededingingsrecht en consumentenrecht kan nu sneller naar de inhoud van de zaak worden gegaan, zonder jarenlange procedureslagen over de territoriale bevoegdheid.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wanneer is een buitenlandse webshop of app-store ‘gericht’ op een lidstaat?
Het Hof kijkt naar objectieve factoren. In deze zaak waren dit onder meer het gebruik van de landstaal, een specifiek op het land afgestemde ‘storefront’ (NL App Store) en het vereisen van een lokaal account (Apple ID). Als een platform deze kenmerken vertoont, valt de virtuele plaats van aankoop samen met het nationale grondgebied.
Kan ik als Belgische consument nu ook Apple aanklagen in België?
Ja, dit arrest schept een precedent voor de hele EU. Als kan worden aangetoond dat Apple (of een ander platform) zich specifiek op de Belgische markt richt (wat waarschijnlijk is gezien de specifieke Belgische App Store), zijn de Belgische hoven en rechtbanken bevoegd om kennis te nemen van schadeclaims van Belgische gebruikers.
Geldt dit arrest alleen voor Apple?
Nee. Hoewel de zaak tegen Apple diende, is de interpretatie van de verordening algemeen geldend. Het is van toepassing op alle beheerders van onlineplatforms die zich op een specifieke lidstaat richten en daar beschuldigd worden van mededingingsverstorend gedrag of andere onrechtmatige daden.
Conclusie
Het arrest van 2 december 2025 markeert een belangrijk moment voor de consumentenbescherming in de digitale economie. Het Hof van Justitie breekt door de procedurele muren heen die Big Tech-bedrijven vaak opwerpen. Door de plaats van schade in een virtuele winkel gelijk te stellen aan het volledige nationale grondgebied, wordt de weg vrijgemaakt voor effectieve massaschadeclaims.



