Wie zich gekwetst voelt door een televisieserie die in meerdere landen wordt uitgezonden, wil die zaak het liefst voor de rechter van zijn eigen land brengen. Het Hof van Justitie heeft op 18 juni 2026 (C-232/25) beslist dat dat in beginsel niet kan: voor een uitzending op televisie blijft elke nationale rechter enkel bevoegd voor de schade op het eigen grondgebied, en de “centrum van de belangen”-regel uit de internetrechtspraak geldt niet. Voor verspreiding op internet maakt het Hof wel een opvallende uitzondering ten gunste van rechtspersonen die een welbepaalde, gesloten groep verdedigen.
De feiten
Een Poolse oud-soldaat en een Poolse vereniging van voormalige strijdmakkers stelden dat een door twee Duitse producenten gemaakte televisieserie hun persoonlijkheidsrechten aantastte. De serie schilderde de leden van een Poolse verzetsformatie uit de Tweede Wereldoorlog af als antisemieten en collaborateurs. Ze werd vanaf 2013 op de televisie uitgezonden in Duitsland en daarna in verschillende andere lidstaten, waaronder Polen, en was ook op internet beschikbaar.
De verzoekers dagvaardden de producenten in 2013 voor de Poolse rechter. Ze vorderden onder meer publieke excuses op de betrokken televisiezenders en websites, een aankondiging vóór elke uitzending, en een schadevergoeding voor de natuurlijke persoon. De producenten betwistten de internationale bevoegdheid van de Poolse rechter: volgens hen waren enkel de Duitse gerechten bevoegd. Na uiteenlopende beslissingen in eerste aanleg en in beroep stelde de Poolse hoogste rechter prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitlegging van de bevoegdheidsregel inzake onrechtmatige daad.
De beslissing
Het Hof past artikel 5, punt 3 Brussel I-Verordening toe, dat de eiser toelaat om naast de woonplaats van de verweerder ook te dagvaarden voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Die plaats omvat zowel de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis als de plaats waar de schade intreedt. De zaak draait om dat laatste aanknopingspunt.
Het Hof maakt een scherp onderscheid tussen televisie en internet. Voor een uitzending op televisie geldt de klassieke “mozaïekregel” uit het arrest Shevill: de rechter van elke lidstaat waar de serie werd uitgezonden en waar de reputatieschade wordt gevoeld, is bevoegd, maar telkens enkel voor de schade op zijn eigen grondgebied. De ruimere regel uit het arrest eDate, die de schadelijder toelaat zijn volledige schade te vorderen voor de rechter van het centrum van zijn belangen, geldt hier niet. Het Hof motiveert dat een televisie-uitzending naar haar aard plaatsgebonden is: ze is beperkt tot het ontvangstgebied van het signaal en mist de wereldwijde, ogenblikkelijke beschikbaarheid die internetcontent kenmerkt. Geoblocking, geolokalisatie of een gelijktijdige uitzending online en offline doen daar volgens het Hof niets aan af.
Voor de verspreiding op internet ligt het anders. Daar geldt wél de centrum-van-belangen-regel, maar enkel als de content objectieve en verifieerbare gegevens bevat die de betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks als individu identificeren, zoals het Hof eerder oordeelde in het arrest Mittelbayerischer Verlag. Voor de oud-soldaar is aan die voorwaarde niet voldaan: de serie is fictie en verwijst niet naar bestaande personen. Het loutere feit dat hij tot een herkenbare groep behoort, volstaat niet om hem persoonlijk te individualiseren.
Voor de vereniging komt het Hof tot een ander besluit. De verzetsformatie zelf wordt door de serie ondubbelzinnig en rechtstreeks geïdentificeerd als een gesloten groep met een afgebakend ledenbestand. De vereniging die als hoofdtaak heeft de belangen van net die groep te verdedigen, kan zich daarop beroepen. De rechter van het centrum van haar belangen is dus wél bevoegd voor haar volledige schade uit de internetverspreiding, omdat het voor de producenten voorzienbaar is dat zij in die lidstaat wordt aangesproken.
Op de tweede vraag oordeelt het Hof dat de mozaïekrechter, die enkel bevoegd is voor de lokale schade, wel kennis kan nemen van deelbare vorderingen: een schadevergoeding en niet-geldelijke maatregelen die zich beperken tot het grondgebied van de aangezochte staat, zoals excuses op de nationale zender of een waarschuwing vóór de nationale uitzending. Een vordering tot rectificatie of verwijdering van online content is daarentegen ondeelbaar en kan enkel voor de volledig bevoegde rechter worden gebracht.
Juridische analyse en duiding
Het Hof bevestigt de mozaïekregel en weerstaat de druk om hem te begraven
De verwijzende rechter had het Hof uitdrukkelijk uitgenodigd om het onderscheid tussen televisie en internet te laten varen, met als argument dat streaming, video-on-demand en gelijktijdige online-uitzendingen het verschil tussen de media hebben uitgehold. Ook in de rechtsleer wordt de mozaïekbenadering al jaren bekritiseerd wegens het risico op versnippering van het geschil en op tegenstrijdige uitspraken. Het Hof houdt voet bij stuk. Het herinnert eraan dat artikel 5, punt 3 een uitzondering is op de hoofdregel van de woonplaats van de verweerder en dus strikt moet worden uitgelegd, en dat de eiser steeds de mogelijkheid behoudt om zijn volledige schade in één keer te vorderen, hetzij bij de rechter van de woonplaats van de verweerder, hetzij bij de rechter van de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis. Dat het arrest bovendien een feitenrelaas van vóór 2015 betreft, gaf het Hof een bijkomende reden om latere technologische evoluties buiten beschouwing te laten.
De rechtspersoon-uitzondering: een verfijning waarmee het Hof zijn advocaat-generaal niet volgt
Het scherpste punt van het arrest is de uiteenlopende behandeling van de natuurlijke persoon en de rechtspersoon bij internetverspreiding. Advocaat-generaal Rantos had in zijn conclusie van 5 februari 2026 voorgesteld om beide vorderingen af te wijzen: noch de oud-soldaat, noch de vereniging waren volgens hem als individu identificeerbaar, mede omdat de vereniging ongeveer 5.000 leden telt en haar zetel in om het even welke lidstaat had kunnen liggen. Het Hof volgt die redenering voor de natuurlijke persoon, maar niet voor de rechtspersoon. Doorslaggevend is niet de omvang van het ledenbestand, maar het feit dat de serie de gesloten groep zelf rechtstreeks en ondubbelzinnig identificeert, en dat de vereniging precies tot taak heeft die groep te verdedigen. Daardoor is voor de producenten voorzienbaar dat zij worden aangesproken voor de rechter van het centrum van de belangen van die vereniging. Het Hof verschuift hiermee de toets subtiel: van de identificeerbaarheid van de verzoeker naar de identificeerbaarheid van de groep waarvan de rechtspersoon de belangen behartigt. Dat is een betekenisvolle nuancering van de Mittelbayerischer Verlag-rechtspraak, die toelaat dat een belangenvereniging de volledige schade centraliseert daar waar haar individuele leden dat niet zouden kunnen.
Een spanning met het voorzienbaarheidsbeginsel blijft
De motivering steunt vooral op de voorzienbaarheid voor de uitzender. Toch valt op te merken dat het Hof voor de rechtspersoon aanvaardt wat het voor de natuurlijke persoon weigert, terwijl de onderliggende content identiek is. De producenten konden in beide gevallen evengoed voorzien dat de groep waarop de serie betrekking heeft, in Polen verankerd is. De keuze om enkel de vereniging een volledig forum toe te kennen, is verdedigbaar vanuit de gedachte dat haar zetel een stabieler en voorzienbaarder aanknopingspunt biedt dan het centrum van de belangen van een individueel lid, maar ze legt wel een nieuw onderscheid bloot dat in toekomstige zaken om afbakening zal vragen: wanneer is een groep voldoende “gesloten” en wanneer behartigt een rechtspersoon die groep voldoende exclusief?
Wat betekent dit concreet?
Voor wie zich gekwetst voelt door een grensoverschrijdende uitzending. De keuze van de rechter bepaalt mee hoeveel schade je kan recupereren. Wil je je volledige schade in één procedure vorderen, dan blijft de veiligste route de rechter van de woonplaats van de producent of de plaats waar de serie werd gemaakt. Kies je voor de rechter van je eigen land, dan moet je er rekening mee houden dat die bij een loutere televisie-uitzending enkel de schade op het nationale grondgebied kan toewijzen. Beperk je vordering in dat geval ook uitdrukkelijk tot dat grondgebied, want anders riskeer je een onbevoegdheidsexceptie.
Voor verenigingen en belangenorganisaties. Het arrest opent een waardevolle piste. Een rechtspersoon die de belangen van een afgebakende, gesloten groep behartigt, kan bij online verspreiding zijn volledige schade centraliseren voor de rechter van zijn zetel, ook wanneer de afzonderlijke leden dat niet zouden kunnen. Wie een procedure overweegt, doet er goed aan zijn statutaire doelstelling en de band met de geviseerde groep nauwkeurig te documenteren, want net die elementen waren voor het Hof beslissend.
Voor producenten, omroepen en uitgevers. Het onderscheid tussen televisie en internet blijft juridisch overeind, ondanks de technologische convergentie. Een loutere televisie-uitzending stelt je enkel bloot aan mozaïekvorderingen, beperkt tot de lokale schade per land. Zodra dezelfde content online en zonder geoblocking beschikbaar is en een identificeerbare persoon of een welomschreven groep viseert, kan je echter in de lidstaat van het centrum van de belangen voor de volledige schade worden aangesproken. Een doordacht territoriaal exploitatie- en licentiebeleid, met aandacht voor geoblocking, blijft dus een reëel instrument om het procesrisico te sturen.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Kan ik een buitenlandse omroep of producent in mijn eigen land aanklagen als een serie mijn reputatie schaadt?
Ja, maar de draagwijdte verschilt. Bij een televisie-uitzending kan de rechter van je eigen land enkel de schade toewijzen die op het nationale grondgebied is geleden. Wil je je volledige schade in één procedure recupereren, dan moet je naar de rechter van de woonplaats van de verweerder of van de plaats waar de content werd geproduceerd.
Wat is het verschil tussen schade door televisie en schade door internet voor de bevoegdheid?
Voor televisie geldt de mozaïekregel: elke nationale rechter is enkel bevoegd voor de lokale schade. Voor internet kan de schadelijder zijn volledige schade vorderen voor de rechter van het centrum van zijn belangen, op voorwaarde dat de content hem of de groep die hij vertegenwoordigt direct of indirect identificeert.
Volstaat het dat ik tot een groep behoor die in een serie negatief wordt afgeschilderd?
Voor een natuurlijke persoon volstaat dat in beginsel niet: je moet als individu identificeerbaar zijn. Voor een rechtspersoon die als hoofdtaak heeft een welbepaalde, gesloten groep te verdedigen, kan het volstaan dat de serie die groep ondubbelzinnig identificeert.
Conclusie
Het arrest bevestigt de klassieke tweedeling in het Europese bevoegdheidsrecht inzake persoonlijkheidsrechten: een plaatsgebonden televisie-uitzending levert enkel mozaïekvorderingen op, terwijl een wereldwijd toegankelijke internetverspreiding de schadelijder toelaat zijn volledige schade te centraliseren, mits voldoende identificatie. De echte vernieuwing zit in de verfijning voor rechtspersonen: een belangenvereniging kan zich beroepen op de identificatie van de gesloten groep die zij verdedigt, ook wanneer haar individuele leden dat niet kunnen. Voor wie content produceert, verspreidt of er het slachtoffer van wordt, herschikt dit de strategische kaart van de forumkeuze.



