Wat riskeert u wanneer verzonnen rechtspraak van AI in uw conclusies belandt?

Advocaten en partijen die generatieve AI inzetten om conclusies te schrijven, lopen tegen een groeiend probleem aan: de zogenaamde hallucinatie, een arrest of wetsartikel dat overtuigend klinkt maar niet bestaat. Het antwoord op de vraag hierboven is duidelijk: van een terechtwijzing over schadevergoeding tot een geldboete, en de aansprakelijkheid ligt bij wie de tekst indient, niet bij de AI.

Wat is een AI-hallucinatie precies?

Een hallucinatie is een antwoord van een AI-systeem dat plausibel oogt maar in werkelijkheid verzonnen en dus onjuist is. Het model probeert altijd een sluitend antwoord te geven en vult de gaten op met wat het elders heeft gezien, desnoods door een volledig fictief rolnummer of ECLI-nummer te fabriceren.

Het gevaar zit in de combinatie van vorm en inhoud. Een verzonnen cassatiearrest komt vaak met een correct ogende datum, een geloofwaardig rolnummer en een vlot geformuleerde overweging. Zonder kritische controle door de gebruiker glipt zo’n fictie moeiteloos een conclusie binnen. Dat het fenomeen geen randverschijnsel is, blijkt uit de databank die de Franse jurist Damien Charlotin bijhoudt, en die wereldwijd al bijna 1.400 rechterlijke beslissingen telde waarin AI-hallucinaties werden vastgesteld.

Vier reacties van de rechter

Een aantal uitspraken laten zien dat een rechter die een AI-hallucinatie ontdekt, over een waaier aan opties beschikt. Ze lopen op in ernst, en de financiële gevolgen verschillen sterk naargelang de gekozen weg.

De terechtwijzing

De mildste reactie is een eenvoudige vermaning. In Frankrijk koos de rechtbank van Périgueux daarvoor en nodigde de verzoeker en zijn raadsman uit om voortaan te controleren of hun bronnen geen hallucinaties zijn.

Het hof van beroep te Gent ging in een arrest van 18 september 2025 een stap verder. Het maakte eerst een inventaris van de foutieve en onbestaande verwijzingen, gekoppeld aan de pagina’s van de conclusies, om die bronnen vervolgens buiten beschouwing te laten. Het hof noemde AI een mogelijke meerwaarde voor de rechtspraktijk, maar sprak zijn ergernis uit over het ondoordachte en ongecontroleerde gebruik ervan, dat volgens het hof een aanzienlijk tijdverlies veroorzaakt voor rechtbanken en voor andere advocaten, en dus een maatschappelijke kost. Zulk gedrag noemde het hof volstrekt onaanvaardbaar.

Ook de ondernemingsrechtbank te Gent leverde dat werk in een vonnis van 15 december 2025. De rechtbank had het bijzondere idee om de AI-modus van Google zelf te bevragen over drie ingeroepen arresten van het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof, en nam de antwoorden in de motivering op. Zo toonde ze zwart op wit dat die arresten volledig verzonnen waren.

Richtlijnen door de rechter

Een tweede reactie is het opstellen van algemene richtlijnen. Het hof van beroep van Ierland deed dat in een arrest van 26 maart 2026 en formuleerde een reeks do’s-and-don’ts voor het verantwoord gebruik van AI in de procedure.

Die aanpak past goed in een common law-stelsel, waar de precedentwerking een bijzondere status geniet. In het Belgische landschap, dat de precedentregel niet kent, zou zo’n bindende lijst minder voor de hand liggen. Toch is het denkbaar dat een bepaalde rechtbank haar eigen lijn rond AI ontwikkelt. Formeel niet bindend, maar in de praktijk weegt de verwachting van de behandelende magistraat wel degelijk door in de manier waarop een advocaat zijn conclusies opstelt.

De Ierse richtlijnen komen neer op vijf principes: verantwoord AI-gebruik dat de rechter niet misleidt, informatie aan de andere partijen en aan de rechter over dat gebruik, verantwoordelijkheid van elke partij voor de inhoud van haar dossier, een onafhankelijke controle van alles wat wordt aangevoerd, en een verbod om rechtspraak aan te halen zonder de echtheid en de relevantie ervan te verifiëren. In wezen is dat het kritische denken dat elke jurist in zijn opleiding wordt bijgebracht.

Schadevergoeding aan de tegenpartij

Hier wordt het financieel ernstig. Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde in een arrest van 4 december 2025 dat het volhardend instellen van ondoordachte vorderingen, gebouwd op zinledige argumenten, een kennelijk roekeloos karakter had. Dat gedrag berokkende schade aan de tegenpartijen en werd vergoed met een bedrag van 7.500 euro per partij, naar billijkheid begroot.

Toch past hier een nuance. Uit het arrest blijkt dat de gebruikers van de AI notaire veelklagers waren die te kwader trouw tientallen procedures hadden gevoerd, en dat zij niet door een advocaat werden vertegenwoordigd. Het onverantwoorde AI-gebruik heeft ongetwijfeld meegewogen, maar lijkt niet de enige grondslag van de veroordeling te zijn geweest.

Dat is juridisch relevant. Wie een schadevergoeding vordert, moet aantonen dat hij schade heeft geleden in oorzakelijk verband met een fout, zoals artikel 6.5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vereist. Onredelijk AI-gebruik op zich zal niet altijd aan die voorwaarden voldoen. Een forse financiële compensatie is dus geen automatisme, ook al bestaat het risico op zo’n veroordeling wel degelijk.

De burgerlijke geldboete

De vierde en zwaarste reactie is de burgerlijke geldboete. Een rechter mag niet uit eigen beweging een schadevergoeding aan een andere partij toekennen, want dan spreekt hij zich uit boven wat gevraagd is. Hij mag wél ambtshalve een geldboete opleggen aan de partij die de rechtspleging voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden aanwendt, op grond van artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.). Die boete bedraagt 15 tot 2.500 euro en komt toe aan de Belgische Staat, niet aan de tegenpartij.

Belangrijk is de procedurele voorwaarde. Wordt geen schadevergoeding gevorderd, dan moet de rechter de partijen eerst de kans geven zich toe te lichten voordat hij de boete oplegt. Het hof van beroep te Antwerpen legde in dezelfde zaak een boete van 2.500 euro op. Het vonnis van de ondernemingsrechtbank te Gent van 15 december 2025 is op dit punt het meest sprekend: de rechtbank verwierp de vordering ten gronde maar heropende de debatten om de eiser zich te laten uitspreken over een mogelijke geldboete, precies wegens het onvoorzichtige en ongecontroleerde AI-gebruik. Hier was het AI-gebruik de rechtstreekse aanleiding.

Kan de maximale rechtsplegingsvergoeding samen met schadevergoeding?

Een interessante bijkomende vraag betreft de cumul. In de Antwerpse zaak van 4 december 2025 vroegen de partijen naast schadevergoeding ook de maximale rechtsplegingsvergoeding. Het hof weigerde dat en oordeelde dat dit dubbel gebruik zou uitmaken met de vergoeding voor tergend en roekeloos hoger beroep.

Die redenering overtuigt niet. De rechtsplegingsvergoeding is volgens artikel 1022 Ger.W. een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de in het gelijk gestelde partij. Zij strekt niet tot herstel van schade, maar tot tussenkomst in een gemaakte uitgave. Die uitgave stijgt naarmate het gedrag van een partij meer opzoekingswerk en uitvoeriger antwoorden vergt.

Vanuit die logica is er geen principiële hinderpaal om de maximale rechtsplegingsvergoeding te vragen naast een schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding. Wie door abusief AI-gebruik van de tegenpartij grote advocaatkosten oploopt om te achterhalen wat niet blijkt te bestaan, draagt een reële kost die het forfait rechtvaardigt.

Dat is geen theoretische constructie. In een arrest van 25 maart 2026 (2025/AR/774) kende het hof van beroep te Antwerpen een verhoogde rechtsplegingsvergoeding toe aan een partij die door AI-gebruik de procesvoering chaotisch had gemaakt. De vorderingen waren verward opgesteld, met voortdurend veranderende feiten en rechtsgronden, waardoor de tegenpartij tot uitvoerige bijkomende conclusies werd gedwongen. De verhoogde rechtsplegingsvergoeding is dus een reëel bijkomend financieel risico voor wie AI onzorgvuldig in zijn procedurestukken verwerkt.

Wat betekent dit concreet?

De kern is eenvoudig: de verantwoordelijkheid voor de inhoud van een processtuk ligt bij wie het indient. De AI is geen excuus, en de vertrouwde onderzoeksplicht van de advocaat blijft onverkort gelden.

Naast de gerechtelijke gevolgen speelt ook de deontologie mee. De Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de OBFG namen op 31 januari 2025 gemeenschappelijke richtlijnen aan over het gebruik van AI door advocaten. Die leggen onder meer de bekwaamheidsplicht, de bescherming van persoonsgegevens en het beroepsgeheim vast. Een inbreuk kan tuchtrechtelijke gevolgen hebben. Een financiële veroordeling kan bovendien aanleiding geven tot een schadeaangifte bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, terwijl een terechtwijzing vooral de reputatie raakt, zowel bij cliënten als bij de rechtscolleges waar de advocaat komt.

De praktische les is dus niet dat AI verboden terrein is. Het is een waardevol hulpmiddel, op voorwaarde dat elke verwijzing wordt geverifieerd voordat ze in een stuk belandt. Controleer elk arrest, elk rolnummer en elk wetsartikel aan de bron, net zoals u de suggesties van een spellingcorrector of een menselijke medewerker nakijkt voordat u ze overneemt.

Conclusie

De Belgische rechtspraak reageert steeds scherper op verzonnen bronnen in procedurestukken, en de gevolgen lopen van een terechtwijzing tot een verhoogde rechtsplegingsvergoeding, schadevergoeding en zelfs een geldboete. Wie AI inzet, blijft zelf aansprakelijk voor wat hij neerlegt, gerechtelijk én deontologisch.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics