Volstaan een website en social media om uw handelsnaam in België te beschermen?

Een sterke handelsnaam is een kostbaar bezit voor elke onderneming. Het is de naam waaronder u handel drijft en bekendheid verwerft bij uw cliënteel. In België ontstaat de bescherming van een handelsnaam niet door een registratie, maar door het eerste publieke, zichtbare en ononderbroken gebruik ervan op het Belgische grondgebied. Veel ondernemers, met name buitenlandse, gaan er onterecht van uit dat een online aanwezigheid die ook in België zichtbaar is, automatisch volstaat voor deze bescherming.

Een vonnis van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank Antwerpen van 22 januari 2025 werpt een helder licht op deze problematiek. De uitspraak benadrukt de strenge eisen die de rechtbanken stellen aan het bewijs van “gebruik” en illustreert perfect waarom een proactieve juridische strategie voor uw handelsnaam onmisbaar is. Als advocaten gespecialiseerd in het ondernemings- en intellectueel eigendomsrecht, lichten wij deze uitspraak voor u toe.

De feiten: een strijd tussen “Fruitful-Berries” en “Fruitful Ventures”

In deze zaak stapten twee vennootschappen, de Belgische NV Frescura en haar Nederlandse dochteronderneming Fruitful-Berries BV, naar de rechtbank. Zij waren van mening dat de BV Fruitful Ventures inbreuk maakte op hun oudere handelsnaam “Fruitful-Berries”. Zij eisten dan ook dat Fruitful Ventures het gebruik van haar naam onmiddellijk zou staken.

De kern van de zaak: het bewijs van reëel gebruik in België

De centrale vraag voor de rechtbank was of de eisers wel konden aantonen dat zij hun handelsnaam “Fruitful-Berries” daadwerkelijk op de Belgische markt gebruikten vóór de verweerder dat deed. De bescherming van een handelsnaam is immers territoriaal beperkt tot het gebied waar deze naam bekendheid geniet. Dit principe is verankerd in artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs, dat stelt dat een handelsnaam beschermd wordt zonder verplichting tot depot of inschrijving. Het bewijs van het eerste gebruik is dus cruciaal.

De rechtbank was in haar oordeel bijzonder duidelijk en maakte een onderscheid tussen de twee eisende partijen:

  1. Voor de Belgische moedervennootschap (NV Frescura): De vordering werd snel van de hand gewezen. De vennootschap beweerde niet eens, en toonde dus ook niet aan, dat zij de naam “Fruitful-Berries” ooit zélf had gebruikt op de Belgische markt. Haar vordering was bijgevolg manifest ongegrond.
  2. Voor de Nederlandse dochtervennootschap (Fruitful-Berries BV): Deze vennootschap argumenteerde wel actief te zijn in België, maar slaagde er niet in dit met overtuigend bewijs te staven. De rechtbank oordeelde dat de volgende elementen onvoldoende waren om een reëel en effectief gebruik op het Belgische grondgebied aan te tonen:
    • Een algemene website: Een simpele verwijzing naar een website volstaat niet, zeker niet als die site zich niet specifiek op de Belgische markt richt.
    • Aanwezigheid op sociale media: Een profiel op LinkedIn werd eveneens als ontoereikend beschouwd.
    • Een Belgische moedermaatschappij: Het feit dat de aandeelhouder een Belgische vennootschap is, bewijst op zich geen commerciële activiteit van de dochteronderneming in België.
    • Een “uitvalsbasis voor de Benelux”: De vermelding op de website dat men gevestigd is in Venlo (Nederland) als centrale uitvalsbasis voor de Benelux, toont geen concrete aanwezigheid op de Belgische markt aan.
    • Distributie van producten: Zelfs het feit dat de producten van de onderneming in België worden verkocht, is niet hetzelfde als het gebruik van de naam “Fruitful-Berries” als handelsnaam of uithangbord in België.

De voorzitter van de ondernemingsrechtbank concludeerde dat de vordering van Fruitful-Berries ongegrond was. Zonder bewezen eerste gebruik in België, is er geen bescherming en kan er dus geen sprake zijn van een inbreuk.

Extra les: de beperkte bescherming van een beschrijvende handelsnaam

Alsof de eerste redenering nog niet volstond, voegde de voorzitter er ten overvloede nog een belangrijk argument aan toe. In tegenstelling tot een merk hoeft een handelsnaam geen onderscheidend vermogen te hebben om bescherming te genieten. De voorzitter waarschuwde echter: hoe beschrijvender een handelsnaam is, hoe beperkter de bescherming ervan zal zijn.

De naam “Fruitful-Berries” is louter beschrijvend; het omschrijft letterlijk het product dat de onderneming verkoopt. Volgens de voorzitter geniet een dergelijke naam slechts een minimale bescherming, wat inhoudt dat de minste variatie op de naam ertoe leidt dat er geen sprake meer is van overeenstemming. De naam “Fruitful Ventures” verschilde volgens de rechter voldoende, waardoor er, zelfs als er wél gebruik in België was geweest, geen sprake zou zijn van een inbreuk.

Wat betekent dit voor uw onderneming?

Deze uitspraak is belangrijk voor elke ondernemer die actief is of wil worden in België:

  • Bescherming vereist actie: Vertrouw niet louter op uw online aanwezigheid. Om uw handelsnaam in België te beschermen, moet u kunnen aantonen dat u deze actief en zichtbaar gebruikt op de Belgische markt (bv. via een .be-website, gerichte reclame, facturen aan Belgische klanten, fysieke aanwezigheid, etc.).
  • Wees specifiek: Een algemene website of socialemediapagina die toegankelijk is vanuit België, is niet genoeg. U moet aantonen dat u zich daadwerkelijk richt tot het Belgische publiek.
  • Denk na over uw naamkeuze: Een sterk onderscheidende, fantasievolle naam geniet een veel bredere bescherming dan een louter beschrijvende naam. Een beschrijvende naam is makkelijk voor marketing, maar juridisch kwetsbaar.

Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics