U had vroeger een succesvolle band of een artistiek partnerschap, maar de wegen zijn al jaren gescheiden. Nu merkt u dat uw voormalige partner nog steeds optreedt of werk uitbrengt onder de oude, gezamenlijke naam. Kan u dit zomaar tegenhouden? Een arrest van het hof van beroep van Antwerpen van 4 juni 2025 toont aan dat dit zeer moeilijk is. Als u zelf niet meer commercieel actief bent als artiest en de situatie jarenlang stilzwijgend hebt toegelaten, verliest u cruciale rechten om u te verzetten.
De feiten: een conflict over ‘JONES & STEPHENSON’
De zaak draaide rond twee artiesten die in 1993 als mede-auteurs de bekende dancetrack “The First Rebirth” uitbrachten onder de naam “JONES & STEPHENSON”. Partijen waren het erover eens dat ze elk voor 50% gerechtigd waren op de auteursrechten van dit nummer.
De samenwerking stopte echter eind jaren ’90, toen Stephenson de groep verliet.
Meer dan twintig jaar later, in 2021-2022, stelde Stephenson vast dat zijn voormalige partner (Jones) optredens organiseerde onder de gezamenlijke naam “JONES & STEPHENSON”, met een “stand-in” voor Stephenson. Bovendien had Jones in 2019 een album uitgebracht genaamd “The Sixt Rebirth“, waarmee hij volgens Stephenson onterecht aanknoopte bij hun eerdere succes. Jones probeerde de naam “JONES & STEPHENSON” in 2023 ook als Europees merk te registreren.
Stephenson stapte naar de rechter en vorderde de staking van het gebruik van de naam en een schadevergoeding. Hij baseerde zich op twee pijlers:
- Een oneerlijke marktpraktijk: Het gebruik van de naam “JONES & STEPHENSON” zou een inbreuk zijn op zíjn artiestennaam “Axel Stephenson”, die hij als een handelsnaam beschouwde.
- Een auteursrechtinbreuk: De nieuwe nummers (zoals “THE SIXT REBIRTH”) zouden “adaptaties” of “varianten” zijn van hun originele hit, gemaakt zonder zijn toestemming.
De beslissing van het hof
Het hof van beroep verwierp het hoger beroep van de Stephenson en gaf Jones (de blijvende partner) op quasi alle punten gelijk. De vorderingen van Stephenson werden zowel niet-toelaatbaar als ongegrond verklaard.
1. De vordering over de handelsnaam (oneerlijke marktpraktijk)
Deze vordering faalde om twee cruciale redenen:
- Niet-toelaatbaar: Stephenson is geen “onderneming” Stephenson baseerde zijn vordering op het Wetboek van Economisch Recht (WER), specifiek de regels rond oneerlijke marktpraktijken. Het hof stelde echter vast dat Stephenson niet voldeed aan de definitie van een “onderneming” zoals vereist door artikel I.8.39° WER.
- Stephenson was ondertussen in hoofdberoep een politie-inspecteur.
- Hij kon niet bewijzen dat hij nog op duurzame wijze een economisch doel nastreefde als artiest. Hij had geen ondernemingsnummer en was niet ingeschreven in de KBO.
- Cruciaal: het louter passief innen van auteursrechten (royalty’s) via SABAM voor oude nummers, werd door het hof niet beschouwd als een economische activiteit. Dit werd gezien als louter beheer van roerend vermogen, niet als het voeren van een onderneming.
- Conclusie: Aangezien hij geen “onderneming” was, kon hij geen beroep doen op de wetgeving rond oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen.
- Ongegrond: Geen actueel gebruik van de handelsnaam Zelfs als de vordering toelaatbaar was geweest, oordeelde het hof dat ze ook ongegrond was.
- Bescherming van een handelsnaam ontstaat door het gebruik ervan. Dit gebruik moet “publiek, zichtbaar en voortdurend” zijn.
- Het hof stelde vast dat de Stephenson tussen 1998 en 2024 (een periode van 26 jaar) geen nieuwe nummers had uitgebracht onder de naam “Axel Stephenson”.
- Zijn eigen openbare Facebookpagina stelde zelfs dat hij actief was tussen 1986 en 1998.
- Omdat zijn eigen artiestennaam niet (meer) beschermd was bij gebrek aan actueel commercieel gebruik, kon hij zich al zeker niet verzetten tegen het gebruik van de gezamenlijke naam “JONES & STEPHENSON”.
2. De vordering over het auteursrecht
Ook de claim over een inbreuk op het auteursrecht werd afgewezen als totaal ongegrond.
- Stephenson beweerde dat nummers als “The Sixth Rebirth” “adaptaties” of “afgeleiden” waren van “The First Rebirth”.
- Hij leverde echter geen enkel bewijs van deze bewering. Het hof stelde vast dat er geen vergelijking, geen analyse van gelijkenissen, en geen bewijs van herkenbare samples was neergelegd.
- Het hof oordeelde dat het onmogelijk kon vaststellen of er sprake was van een inbreuk bij gebrek aan enig bewijs.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest is een schoolvoorbeeld van verschillende juridische principes die vaak over het hoofd worden gezien door creatieve professionals:
- Het ondernemingsbegrip van Boek VI WER: De drempel om als “onderneming” te worden beschouwd in de zin van artikel I.8.39° WER is specifiek. Het vereist een actueel en duurzaam economisch doel. Dit arrest bevestigt dat het passief innen van royalty’s op oud werk – wat fiscaal zelfs als roerend inkomen wordt gezien – niet volstaat. Een “slapende” artiest verliest dus de bescherming van het marktpraktijkenrecht.
- Het gebruik als bestaansvoorwaarde voor de handelsnaam: In tegenstelling tot een merk (dat u registreert), ontstaat een handelsnaam (zoals een artiestennaam) enkel door gebruik. Het arrest hamert op de vereiste dat dit gebruik “publiek, zichtbaar en voortdurend” moet zijn. Een onderbreking van 26 jaar is vanzelfsprekend fataal voor het behoud van die bescherming.
- Rechtsverwerking (impliciet): Hoewel het hof de term niet letterlijk gebruikt, speelt het principe van rechtsverwerking (of het verbod op rechtsmisbruik) een duidelijke rol. Stephenson had meer dan 20 jaar stilgezeten terwijl Jones “als enige investeringen gedaan heeft om de naam bekend te houden”. Het hof vond het ongeloofwaardig dat Stephenson dit pas in 2021 had opgemerkt, gezien de vele optredens, flyers en posters. Wie zo lang stilzit, wekt het rechtmatig vertrouwen bij de ander dat die mag doorgaan en verliest zo zijn recht om te klagen.
- De bewijslast bij auteursrechtinbreuk: Dit is een eenvoudige maar harde les. De rechter is geen muziekexpert die op eigen initiatief nummers gaat vergelijken. Wie een inbreuk (zoals een plagiaat of ongewenste adaptatie) inroept, moet die inbreuk concreet bewijzen. Zonder bewijs is er geen zaak.
Wat dit concreet betekent
- Voor artiesten die uit een groep stappen: Maak bij de splitsing onmiddellijk duidelijke, schriftelijke afspraken. Wat gebeurt er met de groepsnaam? Wie mag die naam gebruiken, en onder welke voorwaarden (bv. “X, formerly of Y”)? Een goede overeenkomst voorkomt rechtszaken twintig jaar later.
- Voor ‘slapende’ artiesten: Als u uw artiestennaam wilt blijven beschermen als handelsnaam, moet u deze commercieel blijven gebruiken. Zelfs occasioneel een nieuw nummer uitbrengen (en verkopen) of een betaald optreden geven, kan helpen om het “voortdurend gebruik” aan te tonen. Passief royalty’s innen op oud werk is juridisch niet voldoende om als actieve onderneming te gelden.
- Voor de ‘blijvende’ partner: Hoewel Jones hier gelijk kreeg, heeft hij 20 jaar lang een juridisch risico gelopen. Een duidelijke overeenkomst (bv. een ‘buy-out’ van de naamrechten) bij de splitsing had deze onzekerheid en de kosten van een rechtszaak kunnen voorkomen.
- Bij een conflict: Reageer onmiddellijk. Als u vaststelt dat een ex-partner de naam of uw werk onterecht gebruikt, moet u (via een advocaat) een ingebrekestelling sturen. Langdurig stilzitten wordt juridisch afgestraft.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is het verschil tussen mijn artiestennaam als handelsnaam en als merk?
Een handelsnaam (zoals “Axel Stephenson” ) ontstaat door publiek en voortdurend gebruik, maar de bescherming is vaak lokaal of regionaal. Een merk (zoals Jones probeerde te registreren) ontstaat door een officiële registratie (bv. bij EUIPO) en geeft u een veel sterker, exclusief recht binnen de EU voor specifieke categorieën.
Verlies ik mijn auteursrecht als ik niet meer actief ben als artiest?
Nee. Het auteursrecht en het handelsnaamrecht zijn twee totaal verschillende zaken. Stephenson behoudt perfect zijn 50% van de auteursrechten op “The First Rebirth”. Het probleem was dat hij niet kon bewijzen dat er een inbreuk was op dat auteursrecht (dat de nieuwe nummers kopieën waren).
Telt het hebben van een artiesten-website of social media pagina als ‘commercieel gebruik’?
Dat hangt ervan af. Een Facebookpagina die, zoals in deze zaak, vermeldt dat u vroeger actief was, bewijst net het gebrek aan actueel gebruik. Als de website of pagina echter dient om actief nieuwe optredens (betaald) te promoten, nieuwe muziek te verkopen of diensten als producer aan te bieden, kan het wél bijdragen aan het bewijs van “duurzaam economisch doel”.
Conclusie
Deze uitspraak is een belangrijke waarschuwing voor elke artiest of creatieveling: juridische rechten vergen onderhoud. Een handelsnaam is in België pas beschermd als u hem actief gebruikt, en om u te beroepen op oneerlijke marktpraktijken moet u als een actieve “onderneming” kunnen worden beschouwd. Het passief innen van oude royalty’s volstaat niet. Bovenal geldt: maak bij een professionele breuk altijd duidelijke, schriftelijke afspraken over intellectuele eigendom en het gebruik van namen.



