Wie heeft recht op een handelsnaam bij een conflict over eerdere ingebruikname?

Het recht op een handelsnaam ontstaat door het eerste publieke gebruik ervan. Maar wat gebeurt er als dit gebruik tijdelijk stopt, of als een andere partij in de tussentijd een sterk gelijkende naam of domeinnaam registreert? Een arrest van het hof van beroep te Brussel van 30 juni 2025 verduidelijkt de strikte voorwaarden voor het behoud van een handelsnaam en de regels rond domeinnaamgeschillen.

De feiten

In deze betwisting stonden twee actoren uit de sector van de arbeidsbemiddeling tegenover elkaar: de NV Jobfixers en de onderneming achter de benaming “Jobfixing”.

De NV Jobfixers beriep zich op het eerdere gebruik van de handelsnaam “Jobfixers” door een student, die in het najaar van 2015 een applicatie had ontwikkeld voor studentenjobs. Deze student maakte publiek gebruik van de naam via vacatures en sociale media. Na het afronden van zijn scriptie in januari 2016 staakte de student echter alle handelsactiviteiten onder deze naam.

De tegenpartij, “Jobfixing”, startte in het voorjaar van 2017 met haar activiteiten en registreerde in februari 2017 de domeinnaam ‘jobfixing.be’. Pas in mei 2017 werd de NV Jobfixers opgericht, waarna deze vennootschap in oktober 2017 haar naam wijzigde naar “JobFIXers” en trachtte de oude, vermeende rechten van de student over te nemen om zo op te treden tegen “Jobfixing”.

De beslissing

Het hof wees de vorderingen van de NV Jobfixers volledig af. Het hof oordeelde dat het recht op een handelsnaam onherroepelijk verloren gaat wanneer deze niet langer wordt gebruikt. Voor het instandhouden van de bescherming is immers vereist dat de handelsnaam publiek, zichtbaar en voortdurend gebruikt wordt. Aangezien de student na januari 2016 geen publiek gebruik meer had gemaakt van de naam “Jobfixers”, waren zijn rechten vervallen. De latere overdracht van deze ‘rechten’ aan de NV Jobfixers had dan ook geen enkele juridische waarde.

Daarnaast wees het hof de vordering inzake de domeinnaam af. Volgens artikel XII.22 van het Wetboek Economisch Recht (WER) is het verboden om een domeinnaam te registreren met het doel een derde te schaden of er een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen. Omdat de onderneming “Jobfixing” haar domeinnaam al had geregistreerd nog vóór de NV Jobfixers überhaupt was opgericht, kon er onmogelijk sprake zijn van kwade trouw of de intentie om te profiteren van de latere naamsbekendheid van de NV Jobfixers. Bijgevolg was de vordering tot overdracht van de domeinnaam ongegrond.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak illustreert treffend de wisselwerking tussen de bescherming van de handelsnaam onder artikel 8 van het Unieverdrag van Parijs en de algemene bepalingen inzake eerlijke marktpraktijken (artikel VI.104 WER).

Een belangrijk aandachtspunt voor de rechtspraktijk is de invulling van het begrip ‘gebruik’. Het hof bevestigt de strenge lijn dat een handelsnaam zijn onderscheidende en publicitaire functie daadwerkelijk moet blijven uitoefenen in de markt. Een lange periode van niet-zichtbaar gebruik resulteert in het definitieve verval van het recht.

Daarnaast buigt het hof zich over het onderscheidend vermogen van beschrijvende benamingen. Hoewel termen als “job” en “fixers” banaal en louter beschrijvend zijn, belet dit niet dat zij een handelsnaamrecht kunnen doen ontstaan, zolang het relevante publiek de term als een naam percipieert. Echter, het onderscheidend vermogen van een dergelijke banale handelsnaam is per definitie zeer zwak, wat de beschermingsomvang aanzienlijk beperkt.

Wat dit concreet betekent

Voor ondernemers, investeerders en overnemers heeft deze uitspraak een belangrijke strategische implicatie:

  • Waakzaamheid bij overnames: Het louter contractueel overkopen van intellectuele eigendomsrechten op een merk of handelsnaam biedt geen garantie. Als de overdrager de naam in de periode voorafgaand aan de overdracht niet langer actief en publiek gebruikte, verwerft u in de praktijk een illusie. Due diligence moet zich richten op het feitelijke, actuele gebruik in de markt.
  • Bescherm uw naam door hem te gebruiken: Het recht op een handelsnaam is een gebruiksrecht. U moet de naam onafgebroken, publiek en zichtbaar voeren om uw monopolie erop te behouden.

FAG : Veelgestelde vragen

Hoe verkrijgt een onderneming het recht op een handelsnaam?
Het recht op een handelsnaam ontstaat automatisch door het eerste publieke gebruik ervan in het handelsverkeer. Het is opmerkelijk dat volgens dit arrest zelfs in omvang beperkte activiteiten, zoals een opgestart studentenproject dat niet is ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen, voldoende kunnen zijn om dit recht te doen ontstaan, mits er zichtbaar gebruik is.

Kan een onderneming het recht op een handelsnaam weer verliezen?
Ja, het recht op bescherming van de handelsnaam gaat verloren wanneer de naam niet langer wordt gebruikt. Het recht vervalt door een lange periode van inactiviteit, aangezien de rechtspraak eist dat de naam publiek, zichtbaar en voortdurend wordt gebruikt.

Wanneer is er sprake van onrechtmatige domeinnaamregistratie (domeinnaamkaping)?
Om met succes op te treden tegen domeinnaamkaping, moet u aantonen dat de geregistreerde domeinnaam verwarrend overeenstemt met uw rechten, én dat de houder deze heeft geregistreerd zonder legitiem belang, met als specifiek doel u te schaden of er een ongerechtvaardigd voordeel uit te halen.

Conclusie

Het recht op een handelsnaam en een domeinnaam is sterk feitelijk gebonden. Het eerste publieke en voortdurende gebruik is doorslaggevend, ongeacht latere contractuele constructies of laattijdige merkregistraties. Het staken van handelsactiviteiten kan in België leiden tot het onherroepelijke verlies van uw naam.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics