Een influencer filmt minderjarigen voor ‘challenges’ en plaatst dit online zonder toestemming, met zware pesterijen tot gevolg. De correctionele rechtbank te Gent oordeelde in een vonnis van 27 oktober 2025 dat dit geen belaging was, maar sprak wel een veroordeling uit. Deze zaak toont glashelder aan dat het online verspreiden van beelden van kinderen een ernstige inbreuk is op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR), ook als de ‘stalking’-intentie van de dader niet bewezen kan worden.
De feiten: van ‘format’ tot zelfmoordgedachten
Een bekende Gentse influencer (ImboVlogs) filmde op straat minderjarigen voor zijn socialemediakanalen. Deze ‘formats’ waren vaak verontrustend:
- Een 12-jarig meisje (Meisje 1) moest een onbekende jongen beoordelen op 10. Zij gaf hem 10/10, maar kreeg zelf 1/10 terug.
- Een 13-jarig meisje (Meisje 2) werd gevraagd naar haar ‘relationeel verleden’ en het aantal exen, die ze bij naam moest noemen in ruil voor geld .
De influencer publiceerde deze video’s op TikTok en Instagram, waar hij vele duizenden volgers had, zonder toestemming van de ouders.
De gevolgen waren, zeker voor het 12-jarige slachtoffer, desastreus. De video werd massaal gedeeld op haar school. Ze kreeg te maken met een stortvloed aan “kwetsende en beledigende” haatcomments , voelde zich “dom” , schaamde zich en wilde niet meer buitenkomen. De impact was zo hevig dat ze “aan zelfmoord heeft gedacht”. Haar moeder beschreef de periode als “een hel” en was “bang dat haar dochter zichzelf iets zou aandoen”.
De beslissing van de correctionele rechtbank
De influencer werd oorspronkelijk vervolgd voor belaging (met de verzwarende omstandigheid van een kwetsbaar slachtoffer). De rechtbank sprak hem hiervoor echter vrij.
Vrijspraak voor belaging
De rechtbank oordeelde dat voor het misdrijf belaging (art. 442bis Strafwetboek) een specifieke intentie vereist is. De dader moet de bedoeling hebben om een specifieke persoon te viseren (“als ware het zijn prooi”) en te confronteren met “niet-aflatende of steeds terugkerende gevolgen” .
Hoewel de influencer “grof onachtzaam” was over de schadelijke gevolgen van zijn video’s , oordeelde de rechtbank dat de intentie om de meisjes te treffen met haatreacties niet bewezen was. Grove onachtzaamheid volstaat volgens het vonnis niet om aan het vereiste opzet voor belaging te voldoen.
De veroordeling: een inbreuk op de AVG/GDPR
De rechtbank liet de zaak hier echter niet bij en herkwalificeerde de feiten. De influencer werd wél veroordeeld voor het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens, een strafbaar feit volgens artikel 222 van de wet verwerking persoonsgegevens van 30 juli 2018.
De wet stelt de “verwerkingsverantwoordelijke” strafbaar die persoonsgegevens verwerkt zonder wettelijke basis in overeenstemming met artikel 6 van de AVG.
De rechtbank moest dus simpelweg nagaan of de influencer een geldige rechtsgrond had onder artikel 6 AVG. De enige mogelijke rechtsgrond was “toestemming”.
- Het vonnis stelt vast dat Meisje 2 (13 jaar) “niet heeft toegestemd met de verwerking”.
- Voor Meisje 1 (12 jaar) stelt het vonnis vast dat “haar wettelijke vertegenwoordiger niet heeft toegestemd”.
Omdat er in beide gevallen geen geldige toestemming (en dus geen rechtsgrond) was, was de verwerking onrechtmatig en het misdrijf bewezen.
“Ik wist het niet”: rechtsdwaling verworpen
De influencer probeerde zich nog te verschuilen achter het argument dat hij niet wist dat dit niet mocht (zogenaamde ‘onoverwinnelijke rechtsdwaling’). De rechtbank veegde dit argument kordaat van tafel. Van een 24-jarige content creator mag verwacht worden dat hij “alleen al op basis van zijn eigen gezond verstand en moreel kompas” weet dat hij toestemming nodig heeft om gevoelige video’s van minderjarigen te posten. Hij had zich als professional correct moeten informeren over de wetgeving.
De influencer werd uiteindelijk veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur en moest een schadevergoeding van € 1.750 aan het 12-jarige slachtoffer en € 800 aan haar moeder betalen.
Juridische analyse en duiding
Dit vonnis, hoewel het de juiste conclusie trekt, maakt de redenering onnodig complex door te verwijzen naar de specifieke regel voor “onlinediensten” (Art. 8 AVG en artikel 7 van de wet verwerking persoonsgegevens van 30 juli 2018). Die regel is hier echter niet van toepassing.
De juridische redenering is veel eenvoudiger:
- De wet vereist een rechtsgrond: Volgens de AVG is “toestemming” de enige mogelijke rechtsgrond voor het verwerken van persoonsgegevens door een influencer (Art. 6 AVG).
- Minderjarigen zijn rechtsonbekwaam: Volgens het algemene Belgische burgerlijk recht is een minderjarige in principe rechtsonbekwaam om zelfstandig te beslissen over de (commerciële) publicatie van zijn of haar persoonsgegevens.
- Ouders moeten toestemmen: De bevoegdheid om deze toestemming te geven ligt bij de ouders, als houders van het ouderlijk gezag.
- Uitzondering (dienst van de informatiemaatschappij) geldt niet: De speciale regel die kinderen vanaf 13 jaar wél toelaat zelf toestemming te geven (Art. 8 AVG en artikel 7 wet verwerking persoonsgegevens), geldt enkel wanneer het kind zelf een onlinedienst afneemt (bv. een account op TikTok aanmaakt). Dat was hier niet het geval; de meisjes waren het onderwerp van de content, niet de gebruikers van een dienst.
- Conclusie: Omdat de algemene regel van toepassing is, had de influencer voor beide meisjes (zowel de 12-jarige als de 13-jarige) de expliciete, geïnformeerde toestemming van de ouders moeten hebben.
Het vonnis stelt duidelijk vast dat de moeders van beide slachtoffers die toestemming nooit hebben gegeven. Daarom was er geen rechtsgrond, was de verwerking onwettig en de strafrechtelijke veroordeling onvermijdelijk.
Wat dit concreet betekent
- Voor content creators / influencers: De les van dit vonnis is glashelder. Als u een minderjarige herkenbaar in beeld brengt en publiceert, heeft u altijd de geïnformeerde, specifieke en vrije toestemming van de ouders nodig. De ‘toestemming’ van het kind zelf op straat is juridisch waardeloos.
- Voor ouders: U staat juridisch zeer sterk. Als beelden van uw kind zonder uw toestemming worden verspreid, biedt het gegevensbeschermingsrecht een directe en krachtige rechtsingang. Dit kan zowel leiden tot een straf voor de dader als tot een schadevergoeding voor uw kind.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Maakt de leeftijd van het kind (12 vs. 13 jaar) dan enig verschil?
Nee, in deze specifieke situatie niet. Omdat het niet ging om het afnemen van een onlinedienst, vallen zowel de 12-jarige als de 13-jarige onder de algemene regel dat ze rechtsonbekwaam zijn. Voor beiden was ouderlijke toestemming vereist.
Wat als de influencer wel toestemming had gevraagd aan de ouders?
Dan nog moet die toestemming “geïnformeerd” zijn. De ouders hadden moeten weten op welke kanalen de video zou komen, hoe groot het bereik was, en wat de risico’s waren op negatieve reacties. Een snelle ‘ja’ op straat is waarschijnlijk onvoldoende om als ‘geïnformeerde’ toestemming te gelden.
De influencer zei dat hij de haatreacties niet kon tegenhouden. Is dat zo?
Hoewel hij niet elke reactie van derden kan controleren, heeft hij als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ (de beheerder van het kanaal) wel degelijk een verantwoordelijkheid. De rechtbank rekende hem echter vooral de initiële publicatie zonder toestemming zwaar aan. Het feit dat hij de video’s überhaupt online plaatste, creëerde het risico op haatreacties en is de kern van de bewezen inbreuk.
Conclusie
Dit vonnis benadrukt dat influencers en content creators geen juridisch vrij spel hebben in België. De publicatie van beelden van minderjarigen zonder expliciete toestemming van de ouders is een strafbare inbreuk in het gegevensbeschermingsrecht. De ‘toestemming’ van een kind zelf op straat is juridisch ongeldig.



