Is het namaken van een functioneel ontwerp toegestaan?

Het is een nachtmerrie voor elke ontwerper: u brengt een product op de markt, en korte tijd later lanceert een concurrent een bijna identieke versie. Is dit juridisch aan te pakken? Het antwoord is genuanceerd: louter functionele ontwerpen genieten vaak geen auteursrechtelijke bescherming, en nabootsing is in principe toegestaan onder de vrijheid van ondernemen, zolang er geen sprake is van verwarring of oneerlijke praktijken.

De feiten en de inzet

In een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 2 juni 2025 stond de vraag centraal of speeltoestellen – zoals een zitbank in de vorm van een bootje, klimwandpanelen en een danspodium – auteursrechtelijk beschermd zijn.

De eisers, ontwerpers van deze speeltoestellen, stelden dat een concurrent hun producten had nagemaakt en vorderden een staking van de verkoop op basis van een inbreuk op het auteursrecht en, subsidiair, parasitaire concurrentie (inbreuk op de eerlijke marktpraktijken). De concurrent verweerde zich door te stellen dat de vormgeving van deze objecten banaal of louter technisch bepaald was en dat er voldoende verschillen waren om verwarring te voorkomen.

De beslissing van het Hof

Het Hof van Beroep wees de vorderingen van de ontwerpers af. De redenering was tweeledig:

  1. Geen auteursrecht: Het Hof oordeelde dat de betreffende speeltoestellen niet voldeden aan de vereiste van “oorspronkelijkheid”.
    • Voor het bootje oordeelde het Hof dat het idee van een (halve) boot als zitbank niet inventief is en dicht bij de “oervorm” van een boot blijft. De toevoeging van clichés zoals een anker of reddingsboei maakt het geen eigen intellectuele schepping.
    • Voor de klimwand en het danspodium oordeelde het Hof dat de vormgeving grotendeels technisch bepaald was (utilitair). Technische noodzaak – zoals uitsparingen om een podium met een heftruck te verplaatsen – sluit auteursrechtelijke bescherming uit.
  2. Geen parasitaire concurrentie: Omdat er geen intellectuele eigendomsrechten geschonden waren, viel men terug op de principes van de vrije mededinging. Het Hof stelde vast dat de concurrent voldoende creatieve inspanningen had geleverd om zich te onderscheiden (bijvoorbeeld door andere kleuren of constructiewijzen), waardoor er geen sprake was van slaafse nabootsing die tot verwarring leidt.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de Europese rechtspraak (in het bijzonder de arresten Cofemel en Brompton Bicycle van het Hof van Justitie van de EU) in de Belgische rechtsorde.

Het criterium van oorspronkelijkheid en de techniekexceptie

Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, moet een werk een “eigen intellectuele schepping” van de auteur zijn die diens persoonlijkheid weerspiegelt door middel van vrije creatieve keuzen.

Het Hof benadrukt hierbij de techniekexceptie: wanneer de vorm van een voorwerp wordt bepaald door technische overwegingen, regels of beperkingen die geen ruimte laten voor creatieve vrijheid, is er geen auteursrecht mogelijk. Het auteursrecht dient niet om technische ideeën of oplossingen te monopoliseren; daarvoor dient het octrooirecht. Zelfs als er meerdere manieren zijn om een technisch resultaat te bereiken (de leer van de veelheid van vormen), betekent dit niet automatisch dat de gekozen vorm oorspronkelijk is. Als de vormkeuze louter dient om het technische effect te bereiken, vervalt de bescherming.

De drempel voor parasitaire concurrentie

Artikel VI.104 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) verbiedt daden strijdig met de eerlijke marktpraktijken. Het uitgangspunt blijft echter de vrijheid van kopie: wie geen exclusief recht (zoals een octrooi of auteursrecht) heeft, mag worden nagebootst. Van onrechtmatige aanhaking of parasitaire concurrentie is pas sprake indien de nabootsing nutteloos verwarring sticht of wanneer een concurrent zonder eigen inspanning profiteert van de investeringen van een ander (het zogenaamde “free riding”), onder begeleidende omstandigheden die indruisen tegen de eerlijke handelsgebruiken. Het Hof oordeelde hier streng voor de eiser: het benaderen van elkaars klanten of actief zijn in dezelfde regio is inherent aan vrije concurrentie en op zichzelf niet onrechtmatig.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft gevolgen voor verschillende spelers in de markt:

  • Voor ontwerpers en fabrikanten: Vertrouw voor gebruiksvoorwerpen (zoals meubilair of speeltoestellen) niet blindelings op het auteursrecht. Als uw ontwerp vooral functioneel is, zal een rechter het auteursrecht waarschijnlijk afwijzen. Overweeg andere beschermingsvormen zoals een geregistreerd model (tekeningen- en modellenrecht) of een octrooi voor technische vindingen, vóórdat u het product openbaar maakt. Zorg daarnaast voor een zeer duidelijk eigen ‘gezicht’ van uw product dat niet louter voortvloeit uit de functie.
  • Voor concurrenten: Het auteursrecht beschermt nooit ideeën of stijlen, enkel de concrete vormgeving. U mag zich dus gerust laten inspireren door het concept van een beschermd werk (bijvoorbeeld: “een zitbank in de vorm van een boot”), zolang u de concrete, originele trekken van het beschermde werk niet overneemt. Zorg ervoor dat uw eigen uitwerking voldoende eigenheid vertoont en vermijd slaafse nabootsing die verwarring sticht. In deze zaak oordeelde het Hof dat de concurrent het idee op een eigen manier had uitgewerkt (andere kleuren, andere constructie), waardoor dit toegestaan was.
  • Voor de rechtspraktijk: Het bewijs van “originaliteit” bij gebruiksvoorwerpen wordt steeds kritischer beoordeeld. Het loutere feit dat er esthetische keuzes zijn gemaakt (zoals een “frivole golfvorm”), is onvoldoende als deze niet duidelijk de persoonlijke stempel van de maker drukken.

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Mag ik een product van een concurrent zomaar namaken?
In principe ja, tenzij het product beschermd is door een intellectueel eigendomsrecht (zoals auteursrecht, modelrecht of octrooi). Is er geen bescherming, dan geldt de vrijheid van ondernemen. U mag echter geen verwarring stichten bij de consument (slaafse nabootsing).

Wat is de ‘techniekexceptie’ in het auteursrecht?
Dit houdt in dat vormen die uitsluitend noodzakelijk zijn om een technisch effect te bereiken, niet auteursrechtelijk beschermd zijn. Auteursrecht beschermt creatieve expressie, geen technische oplossingen. Als de vorm en de functie onlosmakelijk verbonden zijn, vervalt de bescherming.

Wanneer is een ontwerp ‘oorspronkelijk’?
Een ontwerp is oorspronkelijk als het de eigen intellectuele schepping van de auteur is. Dit vereist dat de auteur vrije en creatieve keuzes heeft kunnen maken die zijn persoonlijke stempel op het werk drukken. Banale vormen of vormen die door de functie worden gedicteerd, zijn niet oorspronkelijk.

Conclusie

Het onderscheid tussen inspiratie en inbreuk is vaak dun, zeker bij functionele objecten. Dit arrest toont aan dat rechters in België terughoudend zijn om het auteursrecht te gebruiken als een instrument om concurrentie op technische of banale vormen tegen te houden. Voor ontwerpers is een proactieve strategie inzake intellectuele eigendom cruciaal.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics