Is er btw verschuldigd op de verhoogde vergoeding voor het spelen van muziek zonder licentie?

Wanneer u als ondernemer muziekopnames afspeelt in uw handelszaak zonder voorafgaande licentie, en hiervoor een verhoogde wettelijke vergoeding moet betalen, is deze volledige vergoeding onderworpen aan btw. Het Gerecht van de Europese Unie heeft op 11 februari 2026 (zaak T-643/24) geoordeeld dat het gebruik van muziekopnames (in het kader van de naburige rechten) een belastbare dienst uitmaakt. Dit geldt ongeacht of u vooraf toestemming had gevraagd en ongeacht of de vergoeding door de wet wordt verhoogd als sanctie. Deze uitspraak maakt een definitief einde aan jarenlange juridische onzekerheid over de btw-behandeling van de (verhoogde) billijke vergoeding.

De feiten en de juridische context

Wie muziekopnames afspeelt op de werkvloer, in een horecazaak of tijdens een evenement, verricht een ‘mededeling aan het publiek’. Hiervoor is een vergoeding verschuldigd. In de praktijk spreken we over twee soorten rechten:

  • Het auteursrecht voor de componisten en tekstschrijvers (in België vertegenwoordigd door Sabam).
  • De naburige rechten voor de uitvoerende kunstenaars (zangers, muzikanten) en producenten (in België vertegenwoordigd door respectievelijk Playright en Simim).

Ter compensatie van het gebruik van naburige rechten, voorziet de wetgeving in een ‘billijke vergoeding’. In België verloopt de inning hiervan via het platform Unisono, een uniek loket beheerd door Sabam, Playright en Simim.

Het geschil dat tot deze uitspraak van het Gerecht leidde, speelde zich af in Roemenië. De organisatie voor collectief beheer van naburige rechten (Credidam) vorderde een vergoeding van een vennootschap die in haar pension muziek had afgespeeld zonder de vereiste licentie. Volgens de Roemeense wetgeving wordt de verschuldigde vergoeding in zo’n geval met drie vermenigvuldigd. De vraag rees of er btw moest worden berekend op de basisvergoeding, op de verdrievoudigde vergoeding, of helemaal niet, aangezien een verhoging wegens een inbreuk vaak als een niet-belastbare schadevergoeding of boete wordt aanzien.

De beslissing van het Gerecht

In het arrest van 11 februari 2026 oordeelde het Gerecht zeer duidelijk in het voordeel van de btw-heffing. Het Gerecht beantwoordde de prejudiciële vragen als volgt:

  • De houders van naburige rechten verrichten een dienst onder bezwarende titel wanneer hun beschermde werken aan het publiek worden meegedeeld door een gebruiker zonder licentie.
  • Dit geldt ondanks het feit dat de artiesten zich wettelijk niet tegen deze mededeling kunnen verzetten.
  • Dit geldt eveneens ondanks het feit dat hun vergoeding rechtstreeks voortvloeit uit de nationale wet en regelgeving.
  • De btw is van toepassing op het volledige bedrag van de vergoeding die aan de houders van naburige rechten verschuldigd is.
  • Dit omvat uitdrukkelijk ook het gedeelte van de vergoeding dat hoger is dan het standaardtarief (de wettelijke verhoging of toeslag omdat de gebruiker geen licentie had).

Juridische analyse en duiding

Het arrest van 11 februari 2026, dat door commentatoren al wordt aangeduid als Credidam 2, zorg voor definitieve verduidelijking in de fiscale en intellectuele eigendomspraktijk.

Om de draagwijdte van deze uitspraak te begrijpen, is een blik op de historiek noodzakelijk:

  • Het SAWP-arrest (2017): Jarenlang werd beargumenteerd dat een wettelijke vergoeding voor ongeoorloofd gebruik buiten de btw viel. In het SAWP-arrest (zaak C-37/16) oordeelde het Hof namelijk dat de billijke compensatie voor de uitzondering van de privékopie diende om het nadeel te vergoeden dat rechthebbenden lijden wanneer hun werken zonder toestemming worden gereproduceerd. Bij gebrek aan een wederkerige rechtsbetrekking of rechtstreekse tegenwaarde, viel een dergelijke ‘schadevergoeding’ buiten de werkingssfeer van de btw. Dit argument werd in de praktijk vaak doorgetrokken naar de wettelijke toeslagen voor het spelen van muziek zonder licentie.
  • Het UCMR-ADA arrest (2021): In het arrest UCMR-ADA (zaak C-501/19) oordeelde het Hof dat het verlenen van een niet-exclusieve licentie voor de mededeling van muziekwerken aan het publiek, wél een rechtstreeks verband en dus een btw-belastbare dienst uitmaakt. Omdat de gebruiker in dat geval toestemming krijgt (de licentie) in ruil voor de betaling van royalty’s, is er sprake van een dienst onder bezwarende titel, waarbij de beheersvennootschap in eigen naam maar voor rekening van de auteursrechthebbende handelt.
  • Het Credidam 1 arrest (2024): In Credidam 1 (zaak C-179/23) oordeelde het Hof dat de beheersvergoeding die een beheersvennootschap inhoudt op de bedragen die ze aan de artiesten uitbetaalt, een met btw belaste dienst is. Het Hof stelde dat de wettelijke regeling zélf het vereiste rechtstreekse verband tot stand brengt tussen de verrichte dienst en de tegenprestatie, zélfs als de onderliggende geïnde compensatie bij de gebruiker (zoals de billijke compensatie voor de privékopie uitzondering) buiten de btw valt.

In Credidam 2 (2026) gebruikt het Gerecht de overweging uit Credidam 1 expliciet als springplank. Het Gerecht bevestigt dat het beginsel van fiscale neutraliteit zich verzet tegen een algemeen onderscheid tussen geoorloofde en ongeoorloofde transacties. Zelfs als er geen licentie werd verleend, belet dit niet dat het wettelijk en regelgevend kader voor de mededeling aan het publiek onverkort van toepassing is.

De échte juridische vernieuwing in Credidam 2 zit in de beoordeling van de maatstaf van heffing bij onrechtmatig gebruik, specifiek de wettelijke verdrievoudiging van de vergoeding (de toeslag). Hierbij valt op dat het Gerecht tot dezelfde eindconclusie komt als de Advocaat-Generaal, maar via een beduidend strakkere redenering.

De Advocaat-Generaal zocht de rechtvaardiging voor de btw-heffing op de verhoogde vergoeding nog deels in de ‘economische realiteit’. Hij beargumenteerde dat de toeslag mogelijk de hogere handhavingskosten en exploitatiekosten van de beheersvennootschap dekt, die veroorzaakt worden door het niet-naleven van de licentieplicht.

Het Gerecht laat deze feitenanalyse echter achterwege en kiest voor een zuivere, formalistische benadering. Onder verwijzing naar eerdere arresten stelt het Gerecht dat het Europeesrechtelijke begrip “overeengekomen prijs” (de tegenprestatie) simpelweg óók verhogingen of extra kosten omvat wanneer deze rechtstreeks voortvloeien uit het toepasselijke rechtskader. Ook al is het gebruik onrechtmatig of onregelmatig, de toeslag illustreert het rechtstreekse verband met de dienst. De maatstaf van heffing is in dit geval dus simpelweg de prijs die wettelijk is vastgesteld voor de mededeling zonder licentie: het drievoudige van het basistarief.

Hierdoor vervaagt de grens tussen een sanctionerende verhoging (een ‘boete’ of ‘schadevergoeding’) en een loutere prijsbepaling volledig in het voordeel van de ruime Europeesrechtelijke definitie van de btw-maatstaf. Het SAWP-verweer gaat voor deze specifieke inbreuken definitief niet meer op.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft directe en belangrijke gevolgen voor de Belgische praktijk, en in het bijzonder voor de facturen die Unisono (namens PlayRight en SIMIM) uitstuurt bij inbreuken.

  • Voor ondernemingen (horeca, retail, evenementen): Wanneer u als ondernemer muziek afspeelt zonder dit vooraf aan te geven, treedt Hoofdstuk 6 van het Koninklijk Besluit van 17 december 2017 (inzake de billijke vergoeding) in werking. Dit besluit bepaalt dat de beheersvennootschap bij niet-aangifte het tarief mag verhogen met een wettelijke toeslag (bijvoorbeeld 15% of maximaal € 75 volgens artikel 67). Moet een controleur ter plaatse komen om de inbreuk vast te stellen? Dan rekent deze conform artikel 70 van datzelfde KB een extra forfaitaire “schadevergoeding” van € 100 aan. Voorheen kon een ondernemer (met het Europese SAWP-arrest in de hand) nog juridisch betogen dat er op een wettelijk gedefinieerde ‘schadevergoeding’ of ‘sanctie’ geen btw mocht worden geheven. Door het arrest Credidam 2 is dat verweer definitief kansloos. Het Europees Gerecht stelt onomwonden dat álle verhogingen en extra kosten die voortvloeien uit het toepasselijke rechtskader – zelfs bij onrechtmatig gebruik – fiscaalrechtelijk integraal deel uitmaken van de prijs van de dienst. Het is dus fiscaal en juridisch nutteloos om de btw-heffing op de verhogingen (art. 67) of de schadevergoeding van € 100 (art. 70) nog aan te vechten. Indien u btw-plichtig bent, kunt u deze btw uiteraard wel volgens de normale regels in aftrek brengen.
  • Voor beheersvennootschappen (zoals Unisono, PlayRight, SIMIM): De huidige praktijk waarbij Unisono standaard btw aanrekent op zowel de conventionele licenties als op de wettelijke verhogingen en schadevergoedingen bij het ontbreken van voorafgaande toestemming, is door dit arrest juridisch volledig afgedekt en Europeesrechtelijk gevalideerd. Zij hoeven hun facturatiebeleid niet aan te passen en staan bij betwistingen door ondernemers nu sterker dan ooit.

Veelgestelde vragen

Wat is de billijke vergoeding voor muziek?
De billijke vergoeding is een wettelijk vastgelegde vergoeding die u moet betalen voor het gebruik van naburige rechten (de prestaties van uitvoerende kunstenaars zoals zangers en muzikanten, en van muziekproducenten) wanneer u opgenomen muziek afspeelt in een voor het publiek toegankelijke ruimte.

Moet ik btw betalen op een verhoging of boete van Unisono omdat ik geen licentie had?
Ja. Het Europese Gerecht heeft recentelijk bevestigd dat dergelijke wettelijke verhogingen die worden aangerekend omdat u vooraf geen licentie had aangevraagd, integraal deel uitmaken van de tegenprestatie voor de geleverde dienst. Het volledige bedrag is dus onderworpen aan de btw.

Is de btw op de factuur voor muziekrechten aftrekbaar?
Ja, indien u een btw-plichtige onderneming bent en de muziek wordt gebruikt in het kader van uw economische activiteit (bijvoorbeeld sfeermuziek in uw winkel of restaurant), volgt deze btw de normale regels van het recht op btw-aftrek.

Hoe kan een verhoging die naar Belgisch recht een ‘schadevergoeding’ is, toch aan btw onderworpen zijn?
Er gaapt een grote kloof tussen ons nationale burgerlijk recht en het Europese btw-recht. Naar Belgisch recht (volgens artikel 6.5 van het Burgerlijk Wetboek juncto art. XI.335 Wetboek van Economisch Recht) kwalificeert een dergelijke verhoging wegens een inbreuk zonder twijfel als een schadevergoeding. Het Europese Hof benadrukt echter de autonomie van het Unierecht: het is volstrekt irrelevant welk label (“schadevergoeding” of “boete”) het nationale recht op een betaling plakt. De fiscale kwalificatie kijkt louter naar de economische realiteit. Omdat er een direct verband is tussen de betaling en het “dulden” van het gebruik van de werken, beschouwt de fiscus dit als een belaste dienstverrichting, los van de civielrechtelijke schade-insteek.

Conclusie

Het arrest Credidam 2 verschaft de langverwachte duidelijkheid: wie muziek afspeelt zonder licentie en daarvoor een verhoogde factuur ontvangt van een beheersvennootschap, moet over dat volledige bedrag btw betalen. Het argument dat deze toeslag een btw-vrije boete is, behoort definitief tot het verleden.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics