In een arrest van 27 maart 2025 heeft het Hof van Cassatie een einde gemaakt aan de onzekerheid over bevoegdheidsclausules in Belgisch-Britse handelscontracten. Het Hof bevestigde dat een exclusieve forumkeuze voor de Britse rechtbanken, overeengekomen tijdens de Brexit-overgangsperiode (1 februari 2020 – 31 december 2020), volledig geldig en afdwingbaar is onder het Haags Forumkeuzeverdrag van 2005. Dit betekent dat een Belgische handelsagent of distributeur zich in dat geval niet kan beroepen op de specifieke bescherming van het Belgisch recht om de zaak voor een Belgische rechter te brengen.
De feiten en juridische context
De zaak draaide om een geschil tussen een Belgische distributeur (de eiser) en een Britse leverancier (de verweerder). Beide partijen hadden op 10 februari 2020 een concessieovereenkomst voor exclusieve verkoop ondertekend. Een cruciaal detail hierbij is de datum: dit was luttele dagen nadat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie officieel had verlaten (op 31 januari 2020), maar wel tijdens de zogenaamde ‘overgangsperiode’.
Het contract bevatte een exclusief bevoegdheidsbeding (forumkeuzeclausule) dat de rechtbanken van het Verenigd Koninkrijk aanwees als de enige bevoegde instantie om kennis te nemen van geschillen.
Toen de Britse leverancier de overeenkomst in juli 2021 beëindigde, dagvaardde de Belgische distributeur de leverancier toch voor de Ondernemingsrechtbank te Luik (afdeling Namen). De distributeur baseerde zich hiervoor op artikel X.39 van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Dit artikel biedt Belgische concessiehouders doorgaans een bijzondere bescherming: bij de beëindiging van een verkoopconcessie die gevolgen heeft in België, kan de concessiehouder de concessiegever in principe altijd in België dagvaarden, en is het Belgische recht van toepassing.
De Britse leverancier betwistte echter de rechtsmacht: hij stelde dat de Belgische rechter onbevoegd was gezien de exclusieve forumkeuze voor de Britse rechtbanken in het contract.
De beslissing van het Hof van Cassatie
Zowel in eerste aanleg als in beroep kreeg de Britse leverancier gelijk. De Belgische distributeur stelde een voorziening in cassatie in, argumenterend dat het Verenigd Koninkrijk op het moment van contractsluiting (10 februari 2020) geen lidstaat van de EU meer was, en ook nog geen zelfstandige partij bij het Haags Verdrag van 2005. Volgens de distributeur was het verdrag dus niet van toepassing en moest het dwingende Belgische recht (art. X.39 WER) voorrang krijgen.
Het Hof van Cassatie veegde deze argumentatie van tafel in zijn arrest van 27 maart 2025.
Het Hof oordeelde dat:
- Het Haags Verdrag van 2005 van toepassing is op exclusieve forumkeuzebedingen in burgerlijke en handelszaken.
- De EU lid is van dit verdrag sinds 1 oktober 2015, waardoor alle lidstaten (inclusief het VK destijds) gebonden waren.
- Hoewel het VK de EU verliet op 1 februari 2020, bepaalde het Terugtrekkingsakkoord (Withdrawal Agreement) dat het Unierecht (inclusief internationale overeenkomsten gesloten door de EU) van toepassing bleef op het VK tijdens de overgangsperiode (tot 31 december 2020).
- Het VK vervolgens op 1 januari 2021 zelfstandig partij werd bij het Haags Verdrag.
De conclusie van het Hof is helder:
“Het volgt hieruit, zonder enige redelijke twijfel, dat het Verdrag van Den Haag van 30 juni 2005 van toepassing is op het Verenigd Koninkrijk als een gebonden Staat door de goedkeuring van het verdrag door de Europese Unie, vanaf 1 oktober 2015 tot en met 31 december 2020, en als verdragsluitende partij vanaf 1 januari 2021.” .
Het bevoegdheidsbeding was dus geldig, en op grond van artikel 6 van het Haags Verdrag moest de Belgische rechter zich onbevoegd verklaren.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest raakt aan de fundamenten van het internationaal privaatrecht en de hiërarchie der normen.
Voorrang van verdragsrecht Het arrest bevestigt opnieuw het principe dat internationale verdragen met directe werking, zoals het Haags Verdrag van 30 juni 2005 inzake bedingen van forumkeuze, voorrang hebben op nationaal recht. Zelfs wanneer dit nationaal recht van dwingende aard is (zoals de wetgeving op de alleenverkoopconcessies in Titel 3 van Boek X WER), moet de Belgische rechter wijken als een geldig internationaal verdrag een andere rechter aanwijst.
De “Gap”-theorie verworpen Er bestond in de rechtsleer discussie over een mogelijk vacuüm (een “gap”) tussen het moment van Brexit en de zelfstandige toetreding van het VK tot het Haags Verdrag. De eiser probeerde gebruik te maken van deze onzekerheid door te stellen dat het VK tijdens de overgangsperiode in een juridisch niemandsland verkeerde wat betreft dit verdrag. Het Hof van Cassatie sluit zich echter aan bij de interpretatie dat het Terugtrekkingsakkoord de continuïteit van internationale verplichtingen naadloos garandeerde. Het VK werd tijdens de transitieperiode behandeld alsof het een lidstaat was voor de toepassing van EU-gerelateerde internationale verdragen.
Gevolgen voor de bescherming van de distributeur Voor de Belgische rechtspraktijk is dit een belangrijk signaal. De bescherming van artikel X.39 WER wordt vaak als een onaantastbaar fort beschouwd door Belgische distributeurs. Dit arrest toont aan dat een goed geredigeerde clausule in een internationale context deze bescherming volledig opzij kan zetten, zolang de voorwaarden van het Haags Verdrag vervuld zijn (exclusieve keuze, burgerlijke/handelszaak, schriftelijk overeengekomen).
Wat dit concreet betekent voor uw onderneming
Voor Belgische distributeurs en handelsagenten: Wees uiterst waakzaam bij het ondertekenen van contracten met Britse (of andere niet-EU) partners. Als u akkoord gaat met een clausule die de rechtbanken van het Verenigd Koninkrijk bevoegd verklaart, doet u wellicht afstand van uw recht om in België te procederen. Dit kan betekenen dat u bij een conflict in het VK moet procederen, wat vaak duurder is en waar u niet de specifieke bescherming van de Belgische opzeggingsvergoedingen geniet.
Voor buitenlandse leveranciers (Principals): Dit arrest bevestigt dat uw forumkeuzeclausules standhouden voor Belgische rechtbanken, zelfs als ze tijdens de complexe Brexit-periode zijn ondertekend. Het biedt rechtszekerheid dat contractuele afspraken over geschillenbeslechting worden gerespecteerd, ondanks de beschermende Belgische wetgeving.
Strategisch advies: Heeft u contracten die dateren uit 2020? Laat deze nakijken. De aanname dat “Brexit alles ongeldig maakte” is onjuist. De continuïteit van het Haags Verdrag zorgt ervoor dat forumkeuzes uit die periode volledig effect sorteren.
Veelgestelde Vragen (FAQ
Kan ik als Belgische distributeur altijd in België procederen bij een contractbreuk?
Nee, niet altijd. Hoewel artikel X.39 WER u het recht geeft om de leverancier in België te dagvaarden, geldt dit niet als er een geldig internationaal verdrag (zoals het Haags Forumkeuzeverdrag 2005 of de Brussel I bis-Verordening) van toepassing is dat een andere rechtbank aanwijst. Internationale verdragen hebben voorrang op de Belgische wet.
Wat is het Haags Forumkeuzeverdrag van 2005?
Het Haags Verdrag inzake bedingen van forumkeuze is een internationaal verdrag dat ervoor zorgt dat exclusieve afspraken over welke rechtbank bevoegd is, worden gerespecteerd door de rechters van de aangesloten landen. Als u contractueel afspreekt dat de rechtbank van Londen bevoegd is, moet de Belgische rechter die keuze respecteren en zich onbevoegd verklaren.
Is een contract uit 2020 met een Britse partij onderworpen aan EU-regels?
Ja, voor contracten gesloten tijdens de overgangsperiode (1 feb 2020 – 31 dec 2020) bleven de meeste EU-regels en internationale verdragen van de EU (via het Terugtrekkingsakkoord) van toepassing op het VK. Dit arrest van het Hof van Cassatie bevestigt dat dit ook geldt voor bevoegdheidsclausules.
Conclusie
Het Hof van Cassatie heeft met het arrest van 27 maart 2025 de puntjes op de i gezet: exclusieve bevoegdheidsbedingen ten voordele van Britse rechtbanken, gesloten tijdens de Brexit-overgangsperiode, zijn geldig. De internationale verdragsrechtelijke verplichtingen primeren op de nationale beschermingsregels voor distributeurs. Voor Belgische ondernemingen is het cruciaal om contractuele clausules over geschillenbeslechting niet als een formaliteit te zien; ze kunnen uw toegang tot de Belgische rechter definitief afsluiten.


