Betaling van auteursrechten aan werknemers: loon of niet?

Vormt de vergoeding die een werknemer ontvangt voor de overdracht van auteursrechten loon waarop sociale zekerheidsbijdragen (RSZ) verschuldigd zijn? In een arrest van 3 maart 2025 bevestigt het Hof van Cassatie het strenge principe: ja, dergelijke vergoedingen zijn loon wanneer ze onlosmakelijk verbonden zijn met de dienstbetrekking. Hoewel de wetgeving sinds 2023 fiscale en sociale vrijstellingen voorziet onder strikte voorwaarden, blijft dit arrest een waarschuwing voor creatieve sectoren over de kwalificatie van inkomsten.

De feiten en context

De zaak die aanleiding gaf tot dit arrest draait om een productiehuis dat televisieprogramma’s maakt. Voor de realisatie hiervan deed het bedrijf een beroep op acteurs en regisseurs, die via een arbeidsovereenkomst in dienst waren.

Naast hun maandelijkse brutoloon ontvingen deze werknemers, veelal via een afzonderlijke overeenkomst, forfaitaire vergoedingen voor de overdracht van hun auteursrechten en naburige rechten aan de werkgever. De RSZ betwistte deze constructie en stelde dat deze ‘auteursvergoedingen’ in werkelijkheid verdoken loon waren. De RSZ vorderde achterstallige bijdragen over deze bedragen.

Het productiehuis voerde aan dat de overdracht van vermogensrechten niet automatisch voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, maar gebaseerd is op een aparte contractuele afspraak, en dat deze vergoedingen daarom losstaan van de arbeidsprestatie.

De beslissing van het Hof van Cassatie

In zijn arrest van 3 maart 2025 verwerpt het Hof van Cassatie de argumenten van het productiehuis en bevestigt het de eerdere uitspraak van het Arbeidshof te Brussel.

Het Hof oordeelt dat de vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten en naburige rechten beschouwd moeten worden als loon in de zin van de Loonbeschermingswet, waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

De redenering van het Hof is helder:

  • De vergoeding is een tegenprestatie voor de overdracht van rechten op creaties die tot stand kwamen in uitvoering van de arbeidsovereenkomst.
  • Zonder de in de arbeidsovereenkomst toebedeelde taken (rollen, regie), zouden er geen auteursrechten ontstaan zijn en viel er niets over te dragen.
  • Het feit dat de overdracht in een afzonderlijke overeenkomst wordt geregeld, doet geen afbreuk aan het feit dat de vergoeding verschuldigd is “ingevolge de dienstbetrekking”.

Juridische analyse en duiding

Dit arrest bevestigt de bestendige en strenge rechtspraak van het Hof van Cassatie, in lijn met het eerdere International Prom Orchestra-arrest uit 2014. De kernvraag is of een voordeel wordt toegekend “ingevolge de dienstbetrekking” (art. 2 Loonbeschermingswet).

Het Hof hanteert hier een ruime interpretatie. Zelfs als auteursrechten een eigen juridisch leven leiden (gebaseerd op het Wetboek van Economisch Recht) en niet automatisch overgaan op de werkgever, oordeelt het Hof dat de economische realiteit primeert. Als de creatie waarvoor de rechten worden overgedragen, onmogelijk kan bestaan zonder de arbeidsovereenkomst, is de vergoeding voor die rechten onlosmakelijk verbonden met de arbeid.

Het Hof stelt expliciet dat het niet relevant is of er een mathematisch verband bestaat tussen het loon en de auteursvergoeding, noch of de werkgever deze rechten later intensief exploiteert.

Belangrijke nuance: de wetgeving van 2023 Het is cruciaal om op te merken dat dit arrest betrekking heeft op feiten uit het verleden, waarop de algemene principes van het loonbegrip werden toegepast. Sinds 1 januari 2023 is er echter specifieke wetgeving van kracht (Programmawet 26 december 2022 en KB 7 april 2023).

Deze nieuwe regels voorzien wél in een specifiek regime waarbij (onder strikte voorwaarden en plafonds) een deel van de vergoeding (maximaal 30%) als roerend inkomen kan worden behandeld en vrijgesteld is van reguliere RSZ-bijdragen. Dit arrest is dan ook een uitloper van de oude opvatting die de strikte toepassing van het loonbegrip bevestigt voor situaties die buiten het specifieke gunstregime vallen.

Wat dit concreet betekent

Deze uitspraak heeft gevolgen voor zowel werkgevers als werknemers in de creatieve sector, maar ook daarbuiten (zoals IT-profielen die auteursrechtelijk beschermd werk leveren, hoewel de scope voor hen sinds 2023 beperkt is).

  • Voor werkgevers: Het louter opstellen van een ‘apart contract’ voor auteursrechten is onvoldoende om RSZ-bijdragen te vermijden. Als u gebruikmaakt van auteursrechtvergoedingen, moet u strikt voldoen aan de voorwaarden van het nieuwe regime (o.a. de 30%-grens en het beschikken over een attest van kunstwerk). Valt u buiten dit regime, dan loopt u bij een sociale inspectie het risico op herzieningen en boetes, aangezien het Hof van Cassatie het loonbegrip zeer ruim invult.
  • Voor werknemers: Hoewel een netto-optimalisatie via auteursrechten aantrekkelijk is, brengt de kwalificatie als ‘loon’ ook voordelen met zich mee voor de opbouw van sociale rechten (zoals pensioen en vakantiegeld). Een herkwalificatie door de RSZ kan echter leiden tot complexe regularisaties.

FAQ: Veelgestelde vragen

Is elke vergoeding voor auteursrechten nu automatisch loon?
Niet noodzakelijk, maar het vermoeden is sterk. Sinds 2023 bestaat er een wettelijk kader dat toelaat om onder strikte voorwaarden (o.a. een verhouding van maximaal 30% auteursrechten t.o.v. het totale pakket) een vrijstelling van RSZ te genieten. Voldoet u niet aan deze voorwaarden, dan zal de RSZ, gesteund door dit arrest, de vergoeding als loon beschouwen.

Helpt het om de auteursrechten in een aparte overeenkomst te zetten?
Nee, dit is op zich niet voldoende. Het Hof van Cassatie oordeelt dat het feit dat de overdracht in een afzonderlijke overeenkomst wordt geregeld, geen afbreuk doet aan het verband met de arbeidsovereenkomst. De inhoud en de realiteit van de tewerkstelling primeren op de vorm van het contract.

Geldt dit arrest ook voor de IT-sector?
De principes van dit arrest over het loonbegrip zijn algemeen geldig. Echter, de specifieke fiscale en sociale gunstregimes voor auteursrechten zijn sinds 2023 aanzienlijk ingeperkt voor de IT-sector (computerprogramma’s). Voor hen is het risico op herkwalificatie naar loon, zoals in dit arrest bevestigd, dus nog groter geworden.

Conclusie

Het arrest van 3 maart 2025 herinnert ons eraan dat de RSZ en de rechtbanken door contractuele constructies heen kijken. Een vergoeding die zijn oorsprong vindt in de dienstbetrekking, is in de regel loon. Voor bedrijven in België die werken met auteursrechtvergoedingen is juridische waakzaamheid geboden: enkel strikte naleving van de nieuwe wetgeving van 2023 biedt bescherming tegen herkwalificatie.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics