Wie als kind werd gedoopt en als volwassene met de kerk wil breken, heeft volgens advocaat-generaal Medina in beginsel het recht om zijn persoonsgegevens uit het doopregister te laten wissen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De kerk kan die wissing enkel weigeren als zij dwingende gerechtvaardigde gronden aantoont, en een annotatie in de marge is geen wissing. Dat is de strekking van de conclusie van advocaat-generaal Medina van 1 oktober 2026 in de zaak C-12/25 van het bisdom Gent tegen de Gegevensbeschermingsautoriteit. Het Hof van Justitie moet nog uitspraak doen en is niet gebonden door dat advies.
In het kort:
- Advocaat-generaal Medina adviseert het Hof van Justitie op 1 oktober 2026 dat een gedoopte die uittreedt in beginsel wissing van zijn naam uit het doopregister kan eisen, tenzij het bisdom dwingende gerechtvaardigde gronden aantoont.
- Het scharnierpunt is het recht van bezwaar van artikel 21 AVG: na een bezwaar volstaat een gewoon gerechtvaardigd belang niet meer en moet de kerk aantonen dat zij zonder die gegevens haar sacramenten niet correct kan toedienen.
- Het bisdom Gent had de uittreding van de klager op 2 april 2021 enkel in de marge genoteerd en zijn gegevens leesbaar doorgehaald; dat is volgens de advocaat-generaal hooguit een rectificatie en geen gegevenswissing.
De feiten
De klager werd op 26 juni 1955 gedoopt in de parochie van de Bijloke in Gent. Bij brief van 25 maart 2021 vroeg hij het bisdom Gent om elke verwijzing naar zijn persoon te schrappen uit elk fysiek of digitaal register of archief, met een beroep op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR). Het bisdom registreerde op 2 april 2021 zijn uittreding uit de kerk. Het haalde zijn gegevens door, maar liet ze leesbaar, en noteerde hem op de lijst van kerkverlaters van de parochie.
De klager nam daar geen genoegen mee. Op 14 april 2021 herhaalde hij zijn verzoek en diende hij dezelfde dag een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA). Hij eiste dat elke band tussen zijn persoon en eender welke religie of levensbeschouwelijke organisatie zou worden uitgewist.
De Geschillenkamer van de GBA gaf hem in haar beslissing 169/2023 van 19 december 2023 grotendeels gelijk. Zij stelde inbreuken vast op onder meer de artikelen 5, 6, 9, 12, 13 en 17 AVG en beval het bisdom om binnen dertig dagen de persoonsgegevens van de klager te wissen. Het bisdom stelde hoger beroep in bij het hof van beroep te Brussel. In zijn tussenarrest van 11 december 2024 twijfelde dat hof over de uitlegging van de AVG en stelde het het Hof van Justitie vijf prejudiciële vragen: bestaat er een recht op wissing uit het doopregister, speelt de godsdienstvrijheid van de kerk daarbij een rol, maakt het uit dat het register een uniek papieren boek is, geldt de uitzondering voor archivering en historisch onderzoek, en volstaat een annotatie in de marge als wissing?
Naast het bisdom, de klager en de GBA mengden zich ook enkele andere kerkverlaters, de Unie Vrijzinnige Verenigingen, het Centre d’Action Laïque, de Centrale Raad der niet-confessionele levensbeschouwelijke gemeenschappen, zeven lidstaten en de Europese Commissie in het debat. De terechtzitting vond plaats op 30 juni 2026.
De conclusie van de advocaat-generaal
Een conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan het Hof van Justitie over hoe het de prejudiciële vragen zou moeten beantwoorden. Het Hof volgt dat advies vaak, maar is er niet aan gebonden. Alles wat hieronder staat, is dus het standpunt van advocaat-generaal Medina en nog geen rechtspraak.
Of de AVG geldt voor een papieren doopregister van de kerk
Het bisdom Gent en de Letse regering voerden aan dat een doopregister geen “bestand” is en de AVG dus niet van toepassing is. De advocaat-generaal verwerpt dat argument. Een bestand is volgens artikel 4, punt 6, AVG elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens die volgens bepaalde criteria toegankelijk zijn. Doopsels worden ingeschreven per parochie en in chronologische volgorde, zodat elk doopsel gemakkelijk kan worden teruggevonden op plaats en datum. Dat volstaat, zoals het Hof van Justitie al oordeelde in het arrest Jehovan todistajat (HvJ 10 juli 2018, C-25/17). Dat het register slechts voor enkele personen toegankelijk is, verandert daar niets aan.
Ook de autonomie van de kerk sluit de AVG niet uit. Artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht de Unie om de status van kerken naar nationaal recht te eerbiedigen, maar dat betekent niet dat kerken boven de wet staan. De AVG regelt in artikel 9, lid 2, d) en artikel 91 trouwens uitdrukkelijk de verwerking door kerken en religieuze verenigingen.
Of de verwerking vóór het bezwaar rechtmatig was
De klager en de GBA steunden op twee gronden voor wissing: de onrechtmatigheid van de verwerking (artikel 17, lid 1, d) AVG) en het bezwaar tegen de verwerking (artikel 17, lid 1, c) AVG). De advocaat-generaal bekijkt eerst de eerste grond, want een recht van bezwaar veronderstelt een rechtmatige verwerking, zoals het Hof van Justitie oordeelde in het arrest Mousse (HvJ 9 januari 2025, C-394/23).
De verwerking van doopgegevens valt onder de uitzondering van artikel 9, lid 2, d) AVG voor religieuze instanties die gegevens van leden en voormalige leden verwerken, met passende waarborgen. Blijft de vraag naar een rechtsgrond in artikel 6 AVG. Het bisdom beroept zich op zijn gerechtvaardigd belang: de correcte toediening van de sacramenten, en in het bijzonder het vermijden dat iemand tweemaal wordt gedoopt. Dat belang is volgens de advocaat-generaal rechtmatig, concreet en reëel, en wordt beschermd door de godsdienstvrijheid van artikel 10 van het Handvest van de grondrechten.
Zolang iemand tot de geloofsgemeenschap behoort, acht de advocaat-generaal het bijhouden van het doopregister ook noodzakelijk en in evenwicht met de rechten van de gedoopte. Een gedoopte mag redelijkerwijs verwachten dat zijn doop geregistreerd blijft, de verwerking is beperkt tot opslag en incidentele raadpleging, en de gedoopte heeft er zelf belang bij voor latere sacramenten zoals vormsel of kerkelijk huwelijk. De verwerking vóór het bezwaar van de klager lijkt dus rechtmatig. Op dit punt wijkt het advies af van de beslissing van de GBA, die de verwerking niet noodzakelijk achtte.
Of de klager zich met succes kan verzetten tegen de verdere verwerking
Het recht van bezwaar van artikel 21, lid 1, AVG laat de betrokkene toe om vanwege zijn specifieke situatie bezwaar te maken tegen een verwerking op grond van een gerechtvaardigd belang; de verwerkingsverantwoordelijke moet dan staken, tenzij hij dwingende gerechtvaardigde gronden aantoont die zwaarder wegen. Hier ligt het zwaartepunt van de conclusie. Het woord “dwingende” verhoogt de lat op drie vlakken: het belang moet essentieel zijn voor de kerntaak van de verwerkingsverantwoordelijke, de verwerking moet werkelijk noodzakelijk zijn, en de afweging moet rekening houden met de concrete situatie van wie bezwaar maakt. Het Hof van Justitie aanvaardde zulke gronden slechts bij wijze van uitzondering in het arrest SCHUFA Holding (HvJ 7 december 2023, C-26/22 en C-64/22).
Het belang van het bisdom is in beginsel dwingend, zo erkent de advocaat-generaal: de sacramenten raken de kern van de spirituele opdracht van de kerk. Bij de noodzaak haakt zij echter af. Ter terechtzitting kon het bisdom geen concreet voorbeeld geven van een reëel risico op een dubbele doop. Er bestaat geen gecentraliseerd doopbestand, zodat wie zich echt opnieuw wil laten dopen gewoon een andere parochie kiest. Wie later toch wil terugkeren, kan zijn doop bewijzen met de bepalingen van het Wetboek van Canoniek Recht of met de briefwisseling over zijn uittreding. Datzelfde wetboek kent bovendien de doop onder voorwaarde wanneer onzeker is of iemand al gedoopt is. En overweging 64 AVG verbiedt om gegevens enkel te bewaren om op eventuele latere verzoeken te kunnen reageren.
Bij de belangenafweging legt de advocaat-generaal drie factoren in de weegschaal. Wie elke band met een kerk verbreekt, mag niet verwacht worden te aanvaarden dat die kerk zijn gegevens levenslang bewaart. De klager heeft als kind nooit toestemming gegeven, en overweging 65 AVG zegt dat het recht op wissing juist relevant is voor wie als kind in een verwerking terechtkwam. En vooral: de weigering kan de psychische integriteit van de betrokkene raken. De godsdienstvrijheid van artikel 10 van het Handvest omvat het recht om van godsdienst te veranderen, en voor wie traumatische ervaringen in een geloofsgemeenschap heeft meegemaakt, kan de zekerheid dat alle banden definitief zijn doorgeknipt van wezenlijk belang zijn. De advocaat-generaal verwijst daarvoor ook naar het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit van artikel 3 van het Handvest.
Het besluit: de klager heeft in beginsel recht op wissing, tenzij het bisdom dwingende gerechtvaardigde gronden aantoont. De nationale rechter moet dat concreet beoordelen, met bijzondere aandacht voor de redenen van de klager en de gevolgen van een weigering voor zijn integriteit.
Of de uitzondering voor archivering en historisch onderzoek het recht op wissing uitschakelt
Artikel 17, lid 3, d) AVG sluit het recht op wissing uit wanneer de verwerking noodzakelijk is voor archivering in het algemeen belang of voor historisch onderzoek overeenkomstig artikel 89, lid 1, AVG, voor zover de wissing die doeleinden onmogelijk zou maken of ernstig in het gedrang zou brengen. Het bisdom beriep zich op beide.
Archivering in het algemeen belang veronderstelt volgens overweging 158 AVG dat een orgaan wettelijk verplicht is om gegevens van blijvende waarde te verwerven, te bewaren en toegankelijk te maken. De advocaat-generaal leidt daaruit twee voorwaarden af. Het bisdom moet naar nationaal recht een archieftaak hebben, en de archieven moeten op enig moment toegankelijk zijn voor de overheid of het publiek. Een privaat register dat enkel voor de eigen bedienaren openstaat, is geen archief in het algemeen belang. Of het bisdom zo’n wettelijke taak heeft, moet de Belgische rechter nagaan.
Voor historisch onderzoek geldt een ruimer begrip, dat ook genealogisch onderzoek omvat. Het bisdom bevestigde ter terechtzitting echter dat het zelf geen onderzoek verricht en hooguit gegevens bewaart die externe onderzoekers ooit kunnen gebruiken. Dat is archivering, geen onderzoek. In beide gevallen moet de rechter bovendien nagaan of de waarde van de registers werkelijk afhangt van hun volledige integriteit, en of onderzoekers de identiteit van elke gedoopte moeten kennen dan wel met geanonimiseerde gegevens kunnen werken. De advocaat-generaal wijst erop dat doopregisters toch al worden bijgewerkt, bijvoorbeeld met latere sacramenten of met de uittreding zelf, zodat het argument van het onaantastbare historische artefact haar niet overtuigt.
Of een annotatie in de marge een wissing is
De vijfde vraag beantwoordt de advocaat-generaal het stelligst. Gegevenswissing betekent in gewone taal verwijdering of uitwissing. Een annotatie dat iemand de kerk heeft verlaten, met een leesbare doorhaling, is hooguit een rectificatie in de zin van artikel 16 AVG. Erger nog: het bisdom voegde nieuwe persoonsgegevens toe aan het register, zodat de verwerking werd uitgebreid in plaats van beëindigd.
Het argument van geschiedvervalsing gaat niet op. Een dienstverlener die een klant uit zijn databank schrapt, vervalst evenmin de vroegere handelsrelatie. Het recht op wissing geeft de betrokkene ook geen recht om alle sporen van de doop te laten verwijderen: enkel de gegevens die hem identificeren, zoals naam en geboortedatum, moeten weg. De klager verklaarde zich daarmee ter terechtzitting akkoord en verzette zich evenmin tegen anonimisering of pseudonimisering. De vermelding dat op een bepaalde plaats en datum een doopsel plaatsvond, mag blijven staan. Het unieke, dubbelzijdig beschreven papieren boek vormt geen beletsel: ondoorzichtige stickers over de identificerende gegevens kunnen volstaan, en het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om een werkbare methode te vinden.
Juridische analyse en duiding
Waarom het bezwaar en niet de rechtmatigheid de zaak beslist
De GBA had het bisdom in december 2023 veroordeeld omdat de verwerking niet noodzakelijk was onder artikel 6, lid 1, f) AVG. De advocaat-generaal kiest een andere route. Zij vindt het bijhouden van een doopregister voor wie tot de kerk behoort rechtmatig, en verschuift het debat naar het moment waarop de gedoopte bezwaar maakt. Dat is juridisch een belangrijk verschil. Onder artikel 6 weegt de verwerkingsverantwoordelijke vooraf en in het algemeen af, zonder de concrete persoon te kennen. Onder artikel 21 gebeurt de weging achteraf en op maat van de persoon die bezwaar maakt, en met een omgekeerd uitgangspunt: staken is de regel, verder verwerken de uitzondering.
Voor de praktijk betekent dat dat een kerk of vereniging niet verliest omdat haar register onrechtmatig zou zijn, maar omdat zij per individueel bezwaar moet motiveren waarom zij de gegevens van deze persoon nog nodig heeft. De advocaat-generaal bouwt daarvoor voort op het arrest Google Spain (HvJ 13 mei 2014, C-131/12), dat het onderscheid tussen een onrechtmatige verwerking en een bezwaar tegen een rechtmatige verwerking al aanlegde, en op de richtsnoeren 1/2024 van het Europees Comité voor gegevensbescherming over het gerechtvaardigd belang. Wie het recht van bezwaar beter wil begrijpen, vindt de basis op onze pagina over het gegevensbeschermingsrecht.
De tegenstem: voormalige leden staan letterlijk in de AVG
Het sterkste argument van het bisdom staat niet in de conclusie van de advocaat-generaal, maar in de verordening zelf. Artikel 9, lid 2, d) AVG laat religieuze instanties uitdrukkelijk toe om gegevens te verwerken van hun leden én hun voormalige leden. De Uniewetgever heeft dus voorzien dat een kerk gegevens bijhoudt over wie is uitgetreden. Daar komt bij dat de Europese Commissie en verschillende regeringen ter terechtzitting betoogden dat de gevolgen voor de betrokkene minimaal zijn, aangezien de kerk de gegevens nooit openbaar maakt, en dat de afweging daarom in het voordeel van de kerk moet uitvallen.
De advocaat-generaal erkent het eerste argument, maar verbindt er geen gevolg aan: artikel 9 heft het verbod op gevoelige gegevens op, maar vervangt niet de toets van artikel 21. Dat is verdedigbaar, al had zij er dieper op kunnen ingaan. Artikel 9, lid 2, d) toont wel aan dat de wetgever het bewaren van gegevens over ex-leden op zich niet problematisch vond, wat het argument van de redelijke verwachtingen van de betrokkene afzwakt. Het tweede argument wijst zij scherp af. De schade van een weigering zit volgens haar niet in hoe anderen de betrokkene zien, maar in zijn zelfbeschikking: de wetenschap dat een gemeenschap waarmee hij brak zijn gegevens voor eeuwig bewaart, omdat zij de band als onverbrekelijk beschouwt. Die lezing van artikel 10 van het Handvest is nieuw en gaat ver. Het Hof van Justitie kan hier anders oordelen en meer gewicht geven aan de keuze van de wetgever in artikel 9. Zolang het arrest er niet is, blijft dit het meest onzekere punt van de zaak.
Een smalle uitweg voor archieven, en een beperkt wisrecht
Twee onderdelen van de conclusie zijn minder spectaculair maar praktisch even belangrijk. De archiefuitzondering van artikel 89 AVG krijgt een strikte invulling: zonder wettelijke archieftaak en zonder enige vorm van toegang voor overheid of publiek is er geen archivering in het algemeen belang. Dat sluit aan bij het arrest Hurbain tegen België van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM 4 juli 2023, nr. 57292/16), dat archieven in beginsel volledig wil houden maar uitzonderingen toelaat. Het Belgische recht wordt hier beslissend: of het bisdom een wettelijke bewaarplicht heeft, moet het hof van beroep te Brussel uitmaken.
Het wisrecht zelf is tegelijk beperkter dan de klager aanvankelijk vroeg. Niet de doop verdwijnt uit het register, wel de identificerende gegevens. Dat sluit aan bij de lijn die het Marktenhof eerder trok, zoals we analyseerden in onze blog over de vraag of een organisatie gegevens gepseudonimiseerd mag bewaren na een verzoek tot wissing: minimale gegevensverwerking is de maatstaf, in beide richtingen. En de scheiding van kerk en staat in de artikelen 19 en 21 van de Grondwet blijft intact. De advocaat-generaal benadrukt dat geen enkele AVG-maatregel iets verandert aan de kerkelijke leer over de onomkeerbaarheid van het doopsel. Het recht regelt het register, niet het sacrament.
Wat betekent dit concreet?
Voor wie zich wil laten schrappen uit het doopregister. Wacht niet op het arrest om uw verzoek te formuleren, maar formuleer het goed. Steun uitdrukkelijk op het recht van bezwaar van artikel 21 AVG en op het recht op wissing van artikel 17 AVG, en motiveer uw bezwaar vanuit uw persoonlijke situatie. Een bezwaar zonder redenen kan de rechter tegen u gebruiken; een bezwaar dat ernstige morele of persoonlijke gronden benoemt, dwingt tot een zorgvuldige afweging. Vraag concreet om het onleesbaar maken van uw naam en geboortedatum, en aanvaard dat de vermelding van het doopsel zelf kan blijven staan. Krijgt u een annotatie in de marge als antwoord, dan is dat volgens de advocaat-generaal geen wissing, en kunt u klacht indienen bij de GBA. Twijfelt u of uw situatie zwaar genoeg weegt, dan is die motivering het eerste wat wij samen met u uitwerken.
Voor bisdommen, parochies en andere levensbeschouwelijke organisaties. Het register zelf staat niet ter discussie, de reactie op een bezwaar wel. Bereid een procedure voor die elk bezwaar individueel beoordeelt en motiveert, en documenteer waarom de gegevens van deze persoon nog nodig zijn. Een algemene verwijzing naar de leer of naar de volledigheid van het archief zal niet volstaan. Onderzoek of er naar Belgisch recht een wettelijke archieftaak bestaat en of uw registers toegankelijk zijn voor overheid of onderzoekers; enkel dan biedt artikel 89 AVG een uitweg. Bekijk ook de praktische kant: een methode om identificerende gegevens onleesbaar te maken zonder het boek of de gegevens van anderen te beschadigen. Wie zich hierop wil voorbereiden, doet er goed aan zich te laten bijstaan door een advocaat gespecialiseerd in GDPR die de nieuwe standaard voor dwingende gerechtvaardigde gronden kent.
Voor verenigingen en ondernemingen buiten de kerkelijke sfeer. De redenering over het recht van bezwaar is niet religieus. Elke organisatie die gegevens verwerkt op grond van een gerechtvaardigd belang moet na een bezwaar dwingende gronden aantonen, en de advocaat-generaal maakt duidelijk dat die toets zwaarder is dan de gewone afweging van artikel 6. Wie gegevens van ex-leden of ex-klanten bewaart “voor het geval dat”, botst op overweging 64 AVG.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Kan ik mij laten schrappen uit het doopregister?
Volgens de conclusie van advocaat-generaal Medina van 1 oktober 2026 in beginsel wel. U maakt bezwaar tegen de verwerking op grond van artikel 21 AVG en vraagt wissing op grond van artikel 17 AVG. De kerk mag enkel weigeren als zij dwingende gerechtvaardigde gronden aantoont die zwaarder wegen dan uw belangen. Het Hof van Justitie moet dit advies nog bevestigen in een arrest.
Verdwijnt mijn doop dan helemaal uit de boeken?
Nee. Het recht op wissing geeft volgens de advocaat-generaal geen recht om alle sporen van het doopsel te laten verwijderen. Enkel de gegevens die u identificeren, zoals uw naam en geboortedatum, moeten onleesbaar worden gemaakt. De vermelding dat op een bepaalde dag in een bepaalde parochie een doopsel plaatsvond, mag blijven staan. Op de kerkelijke leer over het doopsel zelf heeft de AVG geen invloed.
Volstaat het dat de kerk mijn uittreding in de marge noteert?
Nee. Een annotatie dat u de kerk hebt verlaten, met een leesbare doorhaling van uw gegevens, is volgens de advocaat-generaal hooguit een rectificatie en geen wissing. Zij merkt zelfs op dat de kerk daarmee nieuwe persoonsgegevens aan het register toevoegt. Ontvangt u zo’n antwoord op een uitdrukkelijk verzoek tot wissing, dan kunt u klacht indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Mag een kerk mijn gegevens bewaren voor het archief of voor historisch onderzoek?
Enkel onder strikte voorwaarden. Archivering in het algemeen belang veronderstelt een wettelijke archieftaak naar Belgisch recht en toegang tot de archieven voor de overheid of het publiek. Historisch onderzoek veronderstelt dat de kerk zelf onderzoek verricht. In beide gevallen moet de rechter nagaan of de wissing het doel ernstig in het gedrang brengt en of geanonimiseerde gegevens niet volstaan.
Conclusie
Advocaat-generaal Medina adviseert het Hof van Justitie om wie als kind werd gedoopt en als volwassene uittreedt, in beginsel een recht op wissing uit het doopregister toe te kennen. Het register van de kerk is rechtmatig zolang iemand tot de gemeenschap behoort, maar na een gemotiveerd bezwaar moet de kerk dwingende gerechtvaardigde gronden aantonen, en het risico op een dubbele doop overtuigde haar niet. Een annotatie in de marge is geen wissing; het onleesbaar maken van naam en geboortedatum wel. Het laatste woord is aan het Hof van Justitie en daarna aan het hof van beroep te Brussel, dat de belangen in het Belgische dossier concreet moet afwegen.
ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht van Everest Advocaten, onder leiding van mr. Joris Deene. Onze advocaten begeleiden betrokkenen bij het formuleren van een gemotiveerd bezwaar en verzoek tot wissing, en verwerkingsverantwoordelijken bij het beoordelen en beantwoorden van zulke verzoeken.



