Mag een AI-muziekgenerator worden getraind op bestaande hits?

Niet zonder licentie, zodra het model die hits onthoudt en herkenbaar kan reproduceren. Dat besliste het Landgericht München I op 31 juli 2026 in de zaak van de Duitse beheersvennootschap GEMA (de Belgische tegenhanger van SABAM) tegen Suno, de Amerikaanse aanbieder van een populaire AI-muziekgenerator (LG München I 31 juli 2026, 42 O 763/25). Volgens de rechtbank maakt Suno inbreuk op het auteursrecht bij het trainen van het model, door de opslag van de nummers in het model zelf én door de gegenereerde outputs. Het vonnis reikt bovendien opvallend ver: de Duitse rechter verbiedt Suno ook om de nummers in de Verenigde Staten voor training te kopiëren.

De feiten

GEMA beheert de rechten van componisten, tekstdichters en muziekuitgevers. Zij trok naar de rechtbank voor zes bekende nummers: Atemlos durch die Nacht, Daddy Cool, Rasputin, Big in Japan, Forever Young en het refrein van Mambo No. 5.

Suno biedt een muziekgenerator aan die op vraag van de gebruiker in enkele seconden twee volwaardige muziekstukken aflevert. Tegen mei 2024 telde de dienst meer dan 10 miljoen gebruikers; in oktober 2024 alleen al 2,21 miljoen bezoekers. Wie gratis gebruikt, mag 10 nummers per dag genereren. Een abonnement van 10 dollar per maand geeft recht op 500 nummers, een abonnement van 30 dollar op 2.000, telkens met commerciële gebruiksrechten.

Suno trainde haar modellen in de Verenigde Staten op miljoenen volledige geluidsopnames, waaronder de zes nummers. Die opnames haalde zij van YouTube via zogenaamd stream-ripping, waarbij zij de Rolling Cipher omzeilde, een technische voorziening van het platform die het downloaden van audio moet verhinderen.

Om de inbreuk aan te tonen, voerden medewerkers van GEMA de originele songteksten in als prompt, samen met de titel en een algemene stijlaanduiding zoals “Schlager” of “80s synth pop”. In totaal ging het om 338 prompts voor de zes nummers: 176 voor Atemlos durch die Nacht, 124 voor Big in Japan, en 4 tot 14 voor de overige. De generator leverde outputs af die sterk op de originelen leken; GEMA maakte de geluidsfragmenten publiek. Zij vorderde een verbod, informatie en schadevergoeding, ook voor de trainingshandelingen op Amerikaans grondgebied.

De beslissing

De rechtbank kende GEMA nagenoeg alles toe. Alleen de vordering op grond van het beschikbaarstellingsrecht sneuvelde. De redenering verloopt in vier stappen.

De reproductie van de muziekwerken in het AI-model zelf

De rechtbank oordeelde eerst dat de zes nummers in het model zelf zijn gereproduceerd in de zin van § 16 van de Duitse auteurswet (Urheberrechtsgesetz), de omzetting van artikel 2 van de InfoSoc-richtlijn. De sleutel is memorisatie: het verschijnsel waarbij een model trainingsdata niet enkel analyseert, maar zo in zijn parameters vastlegt dat het die data later in zijn output kan weergeven.

Het bewijs daarvan werd volgens de rechtbank geleverd via een vergelijking van de trainingsdata met de outputs. Omdat de prompts van GEMA volgens de rechter eenvoudig en resultaatopen waren, en toeval bij zulke complexe muziekstukken uitgesloten is, kon de gelijkenis alleen uit het model zelf komen. Een songtekst bepaalt volgens de rechtbank immers wel het ritme van de lettergrepen, maar niet de melodie, de harmonie of het tempo.

Dat het model geen audiobestanden bevat maar enkel parameters en waarschijnlijkheden, achtte de rechter irrelevant. Hij vergeleek de situatie met een MP3-bestand of een progressief opgeslagen JPEG: ook daar gaat detailinformatie verloren en ligt het werk verspreid over datastructuren, en toch is er een reproductie. Voldoende is dat het werk met technische hulpmiddelen, hier de generator zelf, middellijk waarneembaar kan worden gemaakt. Het verweer dat een reproductie een precies afgrensbaar, identificeerbaar object vereist, wees de rechter af: die eis uit het arrest Levola Hengelo van het Hof van Justitie betreft de vraag of er een werk bestaat, niet de vraag of dat werk is gereproduceerd.

De uitzondering voor tekst- en datamining dekt de memorisatie niet

Suno beriep zich op de uitzondering voor tekst- en datamining (TDM) uit § 44b UrhG, de omzetting van artikel 4 van de DSM-richtlijn. De rechtbank onderscheidde drie fasen: het verzamelen en klaarmaken van het trainingsmateriaal, het eigenlijke trainen van het model, en het gebruik via prompts en outputs.

Voor de eerste fase aanvaardde de rechter dat de TDM-uitzondering in beginsel speelt, ook bij AI-training. Maar de reproducties ín het model vallen er volgens hem buiten: de uitzondering dekt enkel kopieën die de geautomatiseerde analyse van informatie dienen, terwijl een gememoriseerd werk niet langer de analyse dient maar de latere weergave. De rechter formuleerde het scherp: kan memorisatie naar de huidige stand van de techniek niet worden verhinderd, dan valt het trainen van een model met beschermde werken niet onder de TDM-uitzondering.

Daar kwam een tweede grond bij. De TDM-uitzondering vereist rechtmatige toegang tot het werk, en die ontbrak: Suno verkreeg de nummers door de Rolling Cipher van YouTube te omzeilen, een doeltreffende technische voorziening. Ook het transparantiebeleid uit artikel 53 van de AI-verordening biedt volgens de rechter geen vrijgeleide: wie een samenvatting van zijn trainingsdata publiceert, heeft daarmee nog geen licentie.

De publieke mededeling door het aanbod van de muziekgenerator en door de outputs

Op één punt kreeg Suno gelijk. Het beschikbaarstellingsrecht veronderstelt dat het publiek het werk kan oproepen op een tijdstip naar eigen keuze. Wie tot 176 identieke prompts nodig heeft om één nummer te verkrijgen, heeft die keuzevrijheid niet, aldus de rechter. De vordering op die grondslag werd afgewezen.

De subsidiaire vordering slaagde wel: het aanbod van het model, dat op edge-servers in Duitsland staat, en de outputs zelf vormen volgens de rechtbank een publieke mededeling onder het mededelingsrecht van § 15 UrhG, gelezen in het licht van artikel 3 InfoSoc-richtlijn. Suno handelt daarbij rechtstreeks en als dader, niet de gebruiker die de prompt intikt: de aanbieder koos de trainingsdata, bepaalde de architectuur en kende het memorisatieprobleem minstens sinds het spraakmakende onderzoek van Carlini en anderen uit 2021. Op de hostingvrijstelling van artikel 6 van de Digitaledienstenverordening (DSA) kan Suno zich niet beroepen, omdat de outputs eigen content zijn en geen doorgegeven informatie van gebruikers.

De training in de Verenigde Staten en de fair use-toets naar Amerikaans recht

Het opmerkelijkste deel van het vonnis betreft de training zelf, die volledig in de Verenigde Staten plaatsvond. De rechtbank achtte zich ook daarvoor bevoegd, op grond van de concentratieregel van § 131, lid 2 van de Duitse wet op de beheersvennootschappen (Verwertungsgesellschaftengesetz (VGG)): zijn voor meerdere geschillen van een beheersvennootschap tegen dezelfde inbreukmaker verschillende rechtbanken bevoegd, dan mag zij al haar vorderingen bij één van die rechtbanken bundelen.

Naar het toepasselijke Amerikaanse recht, dat de kamer zelf onderzocht aan de hand van de U.S. Copyright Act, de door partijen aangehaalde rechtspraak en de bibliotheek van het Max Planck Instituut in München, vormen de downloads en trainingskopieën reproducties. Het fair use-verweer verwierp de rechter op alle vier de factoren. Hij onderscheidde daarbij uitdrukkelijk de Amerikaanse uitspraken in de zaken Bartz tegen Anthropic (N.D. Cal. 23 juni 2025, nr. 3:24-cv-05417) en Kadrey tegen Meta (N.D. Cal. 25 juni 2025, nr. 3:23-cv-03417): daar waren geen inbreukmakende outputs voorgelegd, hier wel. Een model dat de trainingswerken herkenbaar reproduceert, is niet transformatief maar levert een commercieel substituut. De omzeiling van de Rolling Cipher schendt bovendien 17 U.S.C. § 1201(a)(1)(A) en woog zwaar mee als kwade trouw.

Het dictum liegt er niet om. Suno moet de reproductie voor trainingsdoeleinden op het grondgebied van de Verenigde Staten staken, op straffe van een dwangsom tot 250.000 euro per overtreding. Daarnaast volgen een verbod op de opslag in het model en op de mededeling in Duitsland, een informatieplicht vanaf 1 juli 2023, een verklaring van schadevergoedingsplicht, de publicatie van het dictum op een kwart pagina in de weekendeditie van de Süddeutsche Zeitung, en 5.049,70 euro buitengerechtelijke advocatenkosten. Het vonnis is voorlopig uitvoerbaar tegen een zekerheid van 150.000 euro per verbodsonderdeel. Suno heeft hoger beroep aangekondigd, zodat het oordeel nog niet vaststaat.

Juridische analyse en duiding

Het bewijs zit in de output

GEMA hoefde niet aan te wijzen wáár in de miljarden parameters de nummers zitten. Zij legde per nummer één output voor, gegenereerd met de songtekst en een stijlaanduiding als prompt, en de rechtbank vergeleek die output noot per noot met het origineel. Uit die gelijkenis leidde zij de memorisatie in het model af. Die bewijsredenering is de kern van het vonnis, en zij ligt in het verlengde van wat dezelfde kamer eind vorig jaar besliste over songteksten in ChatGPT (LG München I 11 november 2025, 42 O 14139/24), de zaak die wij eerder analyseerden in onze bijdrage over de vraag of een AI-model zelf een illegale kopie is.

De Duitse benadering blijft functioneel: kan het model het werk herkenbaar teruggeven, dan bevat het model het werk. Het Britse High Court koos in het arrest Getty Images tegen Stability AI (High Court of Justice 4 november 2025, [2025] EWHC 2863 (Ch)) de omgekeerde, technische invalshoek: een model slaat geen werken op, enkel wiskundige verbanden, en is dus zelf geen inbreukmakende kopie. Die breuklijn in Europa is met dit vonnis niet gedicht maar verdiept. Wel valt op dat de Münchense kamer haar redenering ditmaal steviger stut, onder meer met de vergelijking met verlieslatende compressieformaten en met een eigen, vijftig bladzijden lange muzikologische analyse van elk nummer, zonder deskundige. Zolang het Hof van Justitie zich niet uitspreekt, blijft de vraag open welke benadering de Belgische rechter zal volgen.

Een Duitse rechter die Amerikaans recht toepast op Amerikaanse training

Het tweede punt dat internationaal de wenkbrauwen doet fronsen, is de bevoegdheid. De rechtbank leidde uit een nationale concentratieregel voor beheersvennootschappen af dat zij ook mocht oordelen over handelingen die volledig in de Verenigde Staten plaatsvonden, en paste vervolgens tien bladzijden lang zelf de Amerikaanse fair use-doctrine toe, zonder Amerikaanse rechtsdeskundige. Het resultaat is een Duits verbod op kopiëren op Amerikaans grondgebied.

Dat is verdedigbaar geconstrueerd, maar kwetsbaar. Het internationaal privaatrecht koppelt de inbreukvraag aan het recht van het land waarvoor bescherming wordt gevraagd; de bevoegdheidsvraag is daarvan te onderscheiden, en precies die sprong van een interne concentratieregel naar wereldwijde rechtsmacht over een buitenlandse verweerder kan toch wel in vraag worden gesteld. Ook de afdwingbaarheid is onzeker: een Amerikaanse rechter zal een Duits bevel over gedrag in de Verenigde Staten niet zomaar uitvoeren. Voor de praktijk is de les bescheidener maar reëel: wie zijn model buiten Europa traint maar het in Europa aanbiedt, houdt de Europese rechter niet buiten de deur.

De brug tussen het Europese en het Amerikaanse debat

Interessant is hoe de rechtbank de Amerikaanse rechtspraak niet negeert maar inkapselt. In de zaak Bartz tegen Anthropic noemde de rechter het trainen van een taalmodel nog spectaculair transformatief, en die zaak eindigde intussen in een op 20 juli 2026 goedgekeurde schikking van anderhalf miljard dollar. In de zaak Kadrey tegen Meta haalde de aanbieder het omdat de outputs hoogstens vijftig woorden van de boeken weergaven. De Münchense rechter draait die vaststellingen om: zodra de output het trainingswerk wezenlijk gelijkend weergeeft, vervalt het transformatieve karakter en kantelt de fair use-balans.

Daarmee convergeren beide rechtsstelsels op één punt: het geschil wordt beslecht op de output, niet op de abstracte vraag of trainen mag. Voor de TDM-uitzondering in de Europese Unie en voor fair use in de Verenigde Staten geldt voortaan dezelfde praktische toets: kan het model de werken waarop het is getraind herkenbaar reproduceren, dan is een licentie nodig. De opdracht aan ontwikkelaars luidt dan ook niet “train niet”, maar “zorg dat uw model zijn bronnen niet naspeelt”.

Wat betekent dit concreet?

Voor AI-ontwikkelaars. Wie generatieve modellen traint op beschermde content, kan zich in de EU niet comfortabel achter de TDM-uitzondering verschuilen zodra het model kan memoriseren. In België staat die uitzondering in artikel XI.190, 20° van het Wetboek van economisch recht (WER), met dezelfde vereisten van rechtmatige toegang en eerbiediging van een machineleesbare opt-out. De herkomst van de trainingsdata is daarbij een breekpunt op zich: wie technische voorzieningen zoals de Rolling Cipher omzeilt, verliest én de Europese uitzondering én, blijkens dit vonnis, elke goodwill in de fair use-afweging. Wie het risico wil beheersen, sluit licenties of bouwt aantoonbare memorisatiefilters in en documenteert die.

Voor auteurs, uitgevers en beheersvennootschappen. De bewijsstrategie van GEMA is repliceerbaar: eenvoudige, resultaatopen prompts, een systematische vergelijking van output en origineel, en de publicatie van de fragmenten. Wie zijn repertoire wil afschermen, formuleert daarnaast een uitdrukkelijk en machineleesbaar voorbehoud onder artikel XI.190, 20° WER, want zonder geldige opt-out blijft de eerste trainingsfase in beginsel toegelaten. De onderhandelingspositie voor licenties over AI en auteursrecht is met dit vonnis opnieuw versterkt; GEMA biedt intussen zelf een betalende muziekdatabank aan waarop modellen wél mogen worden getraind.

Voor ondernemingen die AI-muziek gebruiken. Een output van een muziekgenerator kan een inbreukmakende bewerking van een bestaand nummer zijn, ook wanneer de gebruiker dat niet beoogde. De commerciële gebruiksrechten die de aanbieder contractueel toekent, beschermen niet tegen de rechten van derden. Wie AI-muziek inzet in reclame, video of podcasts doet er goed aan de herkomst en de gelijkenis te controleren, contractuele vrijwaringen te bedingen en zich bij twijfel te laten bijstaan door een advocaat gespecialiseerd in auteursrecht.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Valt het trainen van een AI-model op muziek onder de uitzondering voor tekst- en datamining?
Gedeeltelijk. Volgens het Landgericht München I dekt de TDM-uitzondering wel de kopieën die nodig zijn om het trainingsmateriaal te verzamelen en te analyseren, maar niet de blijvende opslag (memorisatie) van de werken in het model zelf. Bovendien vervalt de uitzondering wanneer de trainingsdata zonder rechtmatige toegang zijn verkregen, bijvoorbeeld door technische beveiligingen te omzeilen, of wanneer de rechthebbende een machineleesbare opt-out heeft geformuleerd.

Geldt deze Duitse uitspraak ook in België?
Niet rechtstreeks, maar zij weegt wel. De rechter past Europese richtlijnen toe (de InfoSoc-richtlijn en de DSM-richtlijn) die in België in het WER zijn omgezet, onder meer in artikel XI.165, § 1 (reproductierecht) en artikel XI.190, 20° (TDM-uitzondering). Een Belgische rechter is niet gebonden, maar zal deze redenering, net als het tegengestelde Britse arrest Getty Images tegen Stability AI, in de weegschaal leggen. Bovendien is het vonnis niet definitief: Suno stelde hoger beroep in.

Mag ik muziek die een AI-generator maakt commercieel gebruiken?
De licentie van de aanbieder geeft u enkel rechten tegenover de aanbieder zelf. Lijkt de output herkenbaar op een bestaand beschermd nummer, dan kan de rechthebbende van dat nummer optreden wegens inbreuk, ook tegen de gebruiker die het fragment exploiteert. Controleer dus de gelijkenis met bestaand repertoire en vraag contractuele vrijwaringen aan de aanbieder.

Conclusie

Het vonnis van het Landgericht München I bevestigt de Duitse lijn na de zaak tegen OpenAI en trekt haar door naar muziek: een AI-model dat beschermde nummers memoriseert en herkenbaar reproduceert, is zelf een reproductie, valt buiten de TDM-uitzondering en verplicht de aanbieder tot licenties. Nieuw en omstreden is de greep over de oceaan, waarbij de Duitse rechter ook de Amerikaanse training verbiedt na een eigen fair use-toets. Voor België en de rest van de EU, waar hetzelfde geharmoniseerde auteursrecht geldt, is de boodschap in afwachting van het hoger beroep en van het Hof van Justitie alvast duidelijk: wie generatieve AI traint op of voedt met beschermd repertoire, bouwt maar beter op licenties in plaats van op uitzonderingen.


Joris Deene

Mr. Joris Deene is advocaat-partner bij Everest Advocaten en leidt het departement intellectuele eigendom, IT-recht, AI-recht, gegevensbescherming en mediarecht. ICT Rechtswijzer is het kennisplatform van dat departement. Joris publiceert en doceert over auteursrecht, merkenrecht, softwarerecht, de AVG, de AI-Act, de DSA en het mediarecht.

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics