Een politieke partij of kandidaat mag uw e-mailadres niet zomaar gebruiken voor verkiezingsreclame zonder uw uitdrukkelijke voorafgaande toestemming. Dit geldt ook wanneer uw e-mailadres publiek beschikbaar is op een website. Een beslissing van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) van 19 augustus 2025 (nr. 133/2025) bevestigt dat het verzamelen van publieke gegevens voor ongevraagde politieke e-mails een duidelijke schending is van de gegevensbeschermingswetgeving (AVG/GDPR).
De feiten: een ongevraagde campagnemail
De zaak die leidde tot de beslissing van 19 augustus 2025 (133/2025) begon eenvoudig. Een burger (de klager) ontving op 29 april 2024 een e-mail van een Vlaams Parlementslid met de vraag om mee te werken aan diens politieke campagne. Verrast door dit bericht, vroeg de klager waar de politicus haar gegevens vandaan had gehaald.
Aanvankelijk gaf de politicus een foutief antwoord, stellende dat hij de gegevens “vermoedelijk” had verkregen via contacten met de ouderenvereniging OKRA. Later, in de procedure voor de GBA, corrigeerde hij dit: hij had het e-mailadres gevonden op een gemeentelijke website, waar de klager vermeld stond als vertegenwoordiger van de Gezinsbond. Hij had haar in die hoedanigheid eerder aangeschreven, maar door een interne classificatiefout was haar e-mailadres onterecht op een mailinglijst voor politieke communicatie beland.
De beslissing van de Geschillenkamer
De Geschillenkamer van de GBA oordeelde dat de politicus op meerdere vlakken de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) had geschonden en legde een berisping op.
Inbreuk 1: Geen geldige rechtsgrond (toestemming is vereist)
Hoewel politieke communicatie onder een “gerechtvaardigd belang” kan vallen, geldt voor elektronische direct marketing – zoals e-mails – een strengere, specifieke regel. Artikel XII.13 van het Wetboek van Economisch Recht vereist de voorafgaande, vrije en specifieke toestemming van de ontvanger. De politicus had deze toestemming niet en kon die ook niet aantonen. De verzending was dus onrechtmatig.
Inbreuk 2: Schending van de doelbinding
De AVG schrijft voor dat gegevens enkel mogen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze oorspronkelijk zijn verzameld (het principe van “doelbinding”). In dit geval was het e-mailadres gepubliceerd voor contacten in het kader van de Gezinsbond. Het gebruiken van dit adres voor verkiezingspropaganda is een totaal ander, onverenigbaar doel. De GBA benadrukt dat het “scrapen” van openbare bronnen voor electorale doeleinden een inbreuk op dit principe vormt.
Inbreuk 3: Gebrek aan transparantie en schending van het recht op inzage
Wanneer gegevens niet rechtstreeks van de persoon zelf worden verkregen, moet de verwerkingsverantwoordelijke die persoon proactief informeren over onder meer de bron van de gegevens, het doel van de verwerking en zijn of haar rechten. De politicus had dit nagelaten.
Bovendien gaf hij, toen de klager haar recht op inzage uitoefende, foute informatie over de herkomst van haar gegevens. Het verstrekken van onjuiste informatie is een duidelijke schending van artikel 15 van de AVG.
Juridische analyse en duiding
Deze beslissing is een belangrijke herinnering dat er naast de AVG ook rekening moet worden gehouden met andere wettelijke bepalingen. Hoewel de AVG in artikel 6 diverse rechtsgronden voor gegevensverwerking opsomt, moet er ook rekening worden gehouden met de ePrivacy-richtlijn (omgezet in het Wetboek van Economisch Recht) wanneer het gaat om elektronische marketing. Dit betekent dat voor commerciële én politieke e-mailcampagnes de lat hoger ligt: het “gerechtvaardigd belang” volstaat niet, en actieve “toestemming” (opt-in) is de enige geldige rechtsgrond.
De GBA hanteert een brede definitie van “direct marketing”, waaronder ook politieke boodschappen vallen. De uitspraak maakt duidelijk dat de publieke beschikbaarheid van een e-mailadres geen vrijgeleide is voor hergebruik. Het doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk openbaar zijn gemaakt, is en blijft de bepalende factor. De vergissing die de verweerder aanhaalde, werd door de Geschillenkamer niet als een geldige rechtvaardiging aanvaard, wat de verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke onderstreept om robuuste interne procedures te hebben die dergelijke fouten voorkomen.
Wat dit concreet betekent
- Voor burgers: U heeft het recht om te weten waar en waarom uw gegevens worden gebruikt. Ontvangt u een ongevraagde politieke e-mail, dan kan u de afzender vragen waar ze uw gegevens vandaan hebben en eisen dat ze verwijderd worden. De bewijslast voor toestemming ligt altijd bij de verzender.
- Voor politici en politieke partijen: Wees uiterst voorzichtig met het verzamelen van contactgegevens. E-mailadressen van publieke websites, ledenlijsten van verenigingen of sociale media mogen niet zonder expliciete toestemming worden toegevoegd aan een mailinglijst voor verkiezingspropaganda. Zorg voor gescheiden databanken en duidelijke procedures om de naleving van de AVG en de ePrivacy-regels te garanderen. Een menselijke fout kan leiden tot een veroordeling.
- Voor verenigingen en organisaties: Denk na over welke contactgegevens u online publiceert. Overweeg het gebruik van functionele, niet-persoonlijke e-mailadressen (bv. info@vereniging.be) om de gegevens van uw vertegenwoordigers beter te beschermen.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Mijn e-mailadres staat op de website van mijn sportclub. Mag een politicus dit gebruiken voor een campagne-email?
Nee. Het feit dat uw e-mailadres publiek is voor contacten gerelateerd aan de sportclub, geeft geen toestemming om het te gebruiken voor politieke reclame. Dit zou een schending zijn van het principe van doelbinding.
Is er een verschil tussen politieke reclame via e-mail en via een brief in de brievenbus?
Ja, juridisch gezien is er een groot verschil. Voor elektronische marketing (e-mail, sms) is in principe altijd uw voorafgaande toestemming (opt-in) vereist. Voor geadresseerde post geldt een soepeler regime gebaseerd op het “gerechtvaardigd belang”, waarbij u wel het recht heeft om bezwaar aan te tekenen (opt-out).
Wat moet ik doen als ik een politicus of bedrijf vraag waar ze mijn data vandaan halen en ze geven een ontwijkend of fout antwoord?
Het verstrekken van onvolledige of foute informatie is een schending van uw recht op inzage. U kan de partij hierop wijzen en aandringen op een correct antwoord. Als dit wordt geweigerd, kan u een klacht indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Conclusie
De beslissing van de GBA zet de puntjes op de i: publiek beschikbare e-mailadressen zijn geen vrij wild voor politieke campagnes. Zonder expliciete, voorafgaande toestemming is het versturen van politieke reclame per e-mail onrechtmatig. Deze zaak toont aan dat zelfs een onopzettelijke fout kan leiden tot een formele berisping en onderstreept het belang van een zorgvuldig en correct beheer van persoonsgegevens.



