Een dadingsovereenkomst, gesloten om een slepend conflict te beëindigen, bevat vaak een strikte vertrouwelijkheidsclausule. Maar wat als u jaren later toch uw verhaal wilt doen en u beroept op uw vrijheid van meningsuiting? Een vonnis van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank te Brussel van 30 september 2025 in de zaak tussen DPG Media en Guido Van Liefferinge geeft een helder antwoord: een dading is bindend en de daarin opgenomen beperking van de vrije meningsuiting is geldig, op voorwaarde dat deze beperking duidelijk omschreven en proportioneel is.
De feiten: van een gouden samenwerking tot een bittere juridische strijd
De zaak vindt haar oorsprong in een decennialange samenwerking tussen Guido Van Liefferinge (GVL), de oprichter van succesbladen als Joepie en Dag Allemaal, en De Persgroep (de voorloper van DPG Media). In 2000 kwam het tot een breuk, waarna een juridische strijd van maar liefst vijftien jaar losbarstte over contractuele verplichtingen en auteursrechten.
Om deze aanslepende procedures definitief te beëindigen, sloten beide partijen op 29 juni 2015 een dadingsovereenkomst. In ruil voor een aanzienlijke vergoeding van € 3.975.000 verbond GVL zich ertoe om onder meer:
- Geen nieuw boek of publicatie meer uit te brengen over DPG Media en haar aandeelhouders.
- De inhoud en het bestaan van de dading strikt vertrouwelijk te houden.
- Zich te onthouden van kritische uitlatingen over het bedrijf, het management en de aandeelhouders.
Het geschil leek beslecht, tot begin 2024 de publicatie van een nieuw boek van GVL werd aangekondigd: Man bijt Van Thillo. De achterflaptekst, die online verscheen, en verschillende berichten op GVL’s blog Man bijt Media verwezen expliciet naar de vroegere samenwerking en het conflict. Voor DPG Media was dit een duidelijke schending van de dading. Zij stapte naar de rechtbank om een publicatieverbod te eisen, wat zij deed via een juridische strategie in twee stappen: eerst een kort geding voor een snelle, voorlopige beslissing, en daarna de huidige procedure ten gronde voor een definitief oordeel.
De beslissing van de ondernemingsrechtbank
De rechtbank stelde DPG Media in het gelijk en legde Guido Van Liefferinge een verbod op om het boek Man bijt Van Thillo en andere publicaties die betrekking hebben op het historische geschil te verspreiden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de volgende kernoverwegingen:
- Een dading is bindend: Een rechtsgeldig gesloten overeenkomst strekt de partijen tot wet (principe van pacta sunt servanda). De dading werd in 2015 onderhandeld met bijstand van advocaten en in volle vrijheid ondertekend. De rechtbank benadrukte dat zij de inhoud ervan moet respecteren en niet kan wijzigen.
- Een brede interpretatie van ‘publicatie’: GVL argumenteerde dat een achterflaptekst of een blogbericht geen “publicatie” is in de zin van de dading. De rechtbank volgde dit niet. Ze oordeelde dat de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen was om het geschil definitief te beëindigen, inclusief alle publieke uitingen die het conflict weer zouden oprakelen. Daarom moet het begrip “publicatie” ruim worden geïnterpreteerd als “elke bekendmaking aan het publiek, ongeacht de vorm”. Zowel de achterflap als de blogberichten vallen hieronder.
- De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut: Het meest cruciale argument van GVL was dat een publicatieverbod een disproportionele inperking van zijn vrijheid van meningsuiting zou zijn, gewaarborgd door artikel 10 van het EVRM.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak is een belangrijke casus over de verhouding tussen contractuele verplichtingen en fundamentele rechten. De rechtbank voerde een grondige proportionaliteitstoets uit, gebaseerd op de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Het EHRM aanvaardt dat men afstand kan doen van een grondrecht, mits aan twee voorwaarden is voldaan:
- Subjectief element: De afstand moet ondubbelzinnig, bewust en vrij van dwang gebeuren. De rechtbank oordeelde dat hieraan voldaan was: GVL was een ervaren partij, bijgestaan door een advocaat, en was zich bewust van de gevolgen.
- Objectief element: De afstand mag de essentie van de rechtsorde niet aantasten en moet een legitiem doel dienen dat in verhouding staat tot de beperking. Ook aan deze voorwaarde was volgens de rechtbank voldaan. Het legitieme doel was het beëindigen van een jarenlang conflict en het beschermen van de reputatie van beide partijen. De beperking was proportioneel, omdat ze niet algemeen is: GVL wordt niet voor altijd het zwijgen opgelegd over DPG Media. Het verbod is strikt beperkt tot het specifieke, historische geschil dat aan de basis lag van de dading.
De rechtbank concludeerde dat GVL op een rechtsgeldige manier afstand had gedaan van zijn recht op vrije meningsuiting wat betreft dit specifieke onderwerp. De dading gebruiken om hem monddood te maken was dus niet aan de orde; het ging om de uitvoering van een contract dat in alle vrijheid was gesloten.
Wat dit concreet betekent
- Voor wie een dading ondertekent: Wees uiterst bewust van de draagwijdte van een vertrouwelijkheids- of zwijgclausule. U ruilt uw recht om te spreken over een specifiek onderwerp in voor financiële of andere toegevingen. Deze afspraak is juridisch afdwingbaar en u kunt er later niet zomaar op terugkomen door een beroep te doen op de vrijheid van meningsuiting.
- Voor wie een dading wil afdwingen: Een zorgvuldig opgestelde dading is een krachtig instrument om een conflict definitief af te sluiten. Zorg ervoor dat het voorwerp van de dading en de omvang van de geheimhoudingsplicht nauwkeurig worden omschreven. Dit vonnis toont aan dat de rechtbank dergelijke clausules zal handhaven.
- Voor derden (zoals uitgevers): Wees alert voor het risico op ‘derde-medeplichtigheid aan contractbreuk’. Toen DPG Media de uitgeverij EPO op de hoogte bracht van de dading, staakte de uitgeverij het project. Wie bewust meewerkt aan de contractbreuk van een ander, kan zelf aansprakelijk worden gesteld voor de daaruit voortvloeiende schade.
FAQ (Veelgestelde vragen)
Wat is een dading precies?
Een dading is een contract waarbij partijen, door middel van wederzijdse toegevingen, een bestaand geschil beëindigen of een toekomstig geschil voorkomen. Volgens artikel 2052 oud Burgerlijk Wetboek heeft een dading tussen de partijen dezelfde kracht als een rechterlijke uitspraak die niet meer vatbaar is voor beroep.
Is een zwijgclausule in een contract altijd geldig?
Niet per se. Een zwijgclausule wordt door een rechter steeds getoetst aan de fundamentele rechten. Ze is doorgaans geldig als ze duidelijk is omschreven, vrijwillig is aanvaard en een legitiem doel dient. Een clausule die iemand volledig en voor altijd het zwijgen oplegt over eender welk onderwerp, zou wellicht als disproportioneel worden beschouwd.
Wat is het verschil tussen een kort geding en een procedure ten gronde?
Een kort geding dient om een snelle, voorlopige beslissing te bekomen in dringende gevallen, zoals het vragen van een voorlopig publicatieverbod. De procedure ten gronde, zoals in dit vonnis, behandelt de zaak diepgaand en leidt tot een definitieve uitspraak over het geschil zelf.
Conclusie
Het vonnis in de zaak DPG Media tegen Van Liefferinge is een duidelijke herinnering aan het adagium pacta sunt servanda in Belgisch recht: overeenkomsten moeten worden nageleefd. Hoewel de vrijheid van meningsuiting een hoeksteen van onze democratie is, is zij niet onbegrensd. Ze kan op een geldige en afdwingbare manier contractueel worden beperkt, zolang dit op een bewuste, welomschreven en proportionele manier gebeurt.



