In het digitale tijdperk is de bescherming van persoonsgegevens een fundamenteel recht. Wat gebeurt er echter wanneer dit recht botst met de vrijheid van de pers? Een arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 maart 2025 schept duidelijkheid: een journalist kan onder strikte voorwaarden persoonsgegevens verwerken en zelfs delen, wanneer dit noodzakelijk is voor de controle van informatie met een groot maatschappelijk belang.
De feiten: een datalek, een journalist en een burgemeester
De zaak betrof een journalist die vervolgd werd voor het onrechtmatig verwerken van persoonsgegevens . De journalist had een schermafbeelding ontvangen met daarop de persoons- en vaccinatiegegevens van de burgemeester van Sint-Truiden. Om de echtheid van dit document en de betekenis van bepaalde codes te verifiëren, stuurde hij de schermafbeelding door naar één enkele expert: een coördinerende apothekeres met de nodige vakkennis . Naar aanleiding van deze doorzending werd de journalist strafrechtelijk vervolgd.
De beslissing van het hof van beroep
In tegenstelling tot de eerste rechter, oordeelde het hof van beroep te Antwerpen dat de journalist niet schuldig was en sprak hem vrij. Het hof stelde vast dat de journalist handelde met een duidelijk journalistiek doel: het controleren van de authenticiteit van zijn bron en het correct interpreteren van de informatie alvorens deze met het publiek te delen .
Het hof oordeelde dat de journalist zich kon beroepen op de uitzondering voor journalistieke doeleinden, zoals voorzien in de Belgische wet verwerking persoonsgegevens. Volgens het hof was het doorsturen van de gegevens naar een expert “minimaal en proportioneel” en uitsluitend gericht op “journalistieke informatiecontrole en informatieverstrekking” .
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak illustreert de delicate evenwichtsoefening tussen twee fundamentele rechten: het recht op privacy (onder meer verankerd in de AVG/GDPR) en de vrijheid van meningsuiting en informatie (artikel 10 EVRM). De Belgische wetgever heeft dit evenwicht proberen te vinden in de wet verwerking persoonsgegevens van 30 juli 2018. Artikel 24 van de wet voorziet in een specifieke uitzondering voor de verwerking van persoonsgegevens voor journalistieke doeleinden.
Het hof van beroep past deze uitzondering in dit arrest zeer concreet toe. Het voert een belangenafweging uit en oordeelt dat het maatschappelijk belang van het nieuwsitem zwaar doorwoog . De context – een wereldwijde pandemie, een nationale vaccinatiecampagne en de betrokkenheid van een publiek figuur – maakte de journalistieke controle noodzakelijk en rechtvaardigde de beperkte inbreuk op de privacy. De kern van de redenering is dat de dataverwerking strikt noodzakelijk was om de juistheid van de informatie te garanderen, wat een hoeksteen is van de journalistieke deontologie.
Wat dit concreet betekent
- Voor journalisten: Dit arrest is een belangrijke bevestiging dat de persvrijheid ook de noodzakelijke stappen van research en verificatie beschermt. Journalisten moeten echter steeds kunnen aantonen dat de verwerking van persoonsgegevens proportioneel is en een legitiem journalistiek doel dient. Het willekeurig verspreiden van persoonsgegevens valt hier uiteraard niet onder.
- Voor publieke figuren: Hoewel iedereen recht heeft op privacy, is dit recht niet absoluut. Wanneer u een publieke functie bekleedt, kan het maatschappelijk belang van bepaalde informatie zwaarder doorwegen dan uw persoonlijke privacybelang, zeker als de informatie relevant is voor uw publieke rol.
- Voor burgers: Uw persoonsgegevens zijn en blijven sterk beschermd. Deze uitspraak is geen vrijgeleide om persoonsgegevens zomaar te delen. De uitzondering geldt enkel voor personen die handelen met een duidelijk journalistiek oogmerk en zich houden aan de deontologische regels van de sector .
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat houdt de journalistieke uitzondering in de Belgische wet verwerking persoonsgegevens precies in?
De journalistieke uitzondering laat journalisten toe om persoonsgegevens te verzamelen, te verwerken en te publiceren met als doel het publiek te informeren. Deze uitzondering is niet onbeperkt; de verwerking moet noodzakelijk zijn en in verhouding staan tot het beoogde informatieve doel.
Had de journalist in deze zaak de gegevens niet moeten anonimiseren?
Nee, in dit specifieke geval oordeelde het hof dat het doorsturen van de originele, niet-geanonymiseerde schermafbeelding essentieel was . De expert moest de authenticiteit van het document zelf kunnen nagaan, wat met onvolledige of geanonimiseerde gegevens onmogelijk zou zijn geweest .
Is iedereen die online iets publiceert nu een journalist?
Nee, absoluut niet. Het hof benadrukte dat de beklaagde een erkend journalist is die geacht wordt de journalistieke deontologische regels na te leven . De uitzondering is bedoeld voor wie als doel heeft het publiek te informeren en daarbij een zekere professionele standaard hanteert.
Conclusie
Het hof van beroep te Antwerpen heeft met deze uitspraak een duidelijk signaal gegeven: de cruciale rol van de journalistiek als ‘waakhond van de democratie’ wordt juridisch erkend en beschermd. De plicht om informatie grondig te verifiëren alvorens te publiceren is essentieel en rechtvaardigt onder strikte voorwaarden een beperkte verwerking van persoonsgegevens, zelfs als die gevoelig zijn.



