Een kunstenaar die na een succesvolle start de samenwerking met zijn galeriehouder stopzet, kan dat zomaar? Ja, in de meeste gevallen kan dat, zelfs onmiddellijk en zonder opzegvergoeding. Een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 14 mei 2024 bevestigt dat zonder duidelijke schriftelijke afspraken, de kunstenaar in principe vrij is om de samenwerking op elk moment te beëindigen.
De feiten: een succesvolle samenwerking zonder contract
Een jonge, pas afgestudeerde kunstschilder startte in 2016 een samenwerking met een Brusselse kunstgalerie. Hoewel er geen schriftelijke overeenkomst was, werd de samenwerking een succes. De galerie organiseerde meerdere solo- en groepstentoonstellingen, vertegenwoordigde de kunstenaar op de prestigieuze kunstbeurs Art Brussels en gaf zelfs een catalogus over zijn werk uit.
Voor de verkochte werken factureerde de galerie in eigen naam aan de kopers, waarna de kunstenaar 50% van de verkoopprijs aan de galerie factureerde. Dit was de commissie voor de galerie. Alle promotiekosten, zoals de catalogus, werden door de galerie gedragen en niet apart doorgerekend.
In 2018, na twee jaar, kreeg de kunstenaar een unieke kans in het buitenland en besloot hij de samenwerking per e-mail stop te zetten om zich verder te kunnen ontwikkelen. De galerie voelde zich benadeeld en stapte naar de rechter. Ze eiste een aanzienlijke schadevergoeding, bestaande uit een opzegvergoeding, misgelopen commissies op verkopen waar ze niet bij betrokken was, en de terugbetaling van gemaakte promotiekosten.
De beslissing van het hof van beroep
Het Hof van Beroep te Brussel bevestigt de beslissing van de eerste rechter en stelt de kunstenaar volledig in het gelijk. De vorderingen van de galeriehouder worden integraal afgewezen.
De redenering van het hof is gebaseerd op de volgende kernpunten:
- Kwalificatie van de overeenkomst: Omdat de galerie in eigen naam, maar voor rekening van de kunstenaar handelde, was er juridisch sprake van een commissieovereenkomst.
- Vrije beëindiging: Dergelijke overeenkomsten kunnen, net als een lastgeving, in principe op elk moment en zonder motivering of vergoeding worden opgezegd. Dit principe staat bekend als de ‘herroepbaarheid ad nutum’ en is verankerd in de wet.
- Geen bewijs van andere afspraken: De galerie kon niet bewijzen dat partijen een opzegtermijn of -vergoeding waren overeengekomen. De bewijslast hiervoor lag bij de galerie.
- Geen exclusiviteit: De galerie slaagde er niet in aan te tonen dat ze een exclusief recht had om de werken van de kunstenaar te verkopen. Het feit dat de kunstenaar ook via andere kanalen verkocht zonder dat de galerie protesteerde, wees op het tegendeel.
- Forfaitaire vergoeding: De commissie van 50% werd beschouwd als een forfaitaire vergoeding die alle kosten voor promotie en verkoop (zoals de catalogus en fotografie) dekte. De galerie kon deze kosten dus niet apart terugvorderen.
Juridische analyse en duiding
Dit arrest is een heldere toepassing van de principes van het Belgische verbintenissenrecht op de kunstwereld. De kern van de zaak draait om de kwalificatie van de overeenkomst en de daaraan gekoppelde beëindigingsregels.
De samenwerking tussen een kunstenaar en een galerie kan juridisch gekwalificeerd worden als lastgeving (de galerie verkoopt in naam en voor rekening van de kunstenaar) of, zoals hier het geval was, als commissie (de galerie verkoopt in eigen naam maar voor rekening van de kunstenaar). Voor beide contracttypes geldt als basisregel de herroepbaarheid ad nutum, zoals bepaald in artikel 2004 van het Oud Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat de opdrachtgever (de kunstenaar) de overeenkomst op elk moment kan beëindigen.
Partijen kunnen contractueel van deze regel afwijken door bijvoorbeeld een bepaalde duur, een opzegtermijn of een opzegvergoeding af te spreken. De partij die het bestaan van dergelijke afwijkende clausules inroept, draagt daarvan de bewijslast. In deze zaak kon de galerie, bij gebrek aan een schriftelijk contract, dit bewijs niet leveren.
Het hof maakt ook terecht komaf met het vage concept van de “moedergalerie” of “promotiegalerie”. Hoewel dit in de kunstwereld een bekende term is, heeft het geen vaste juridische inhoud. Het feit dat een galerie een kunstenaar lanceert, geeft haar niet automatisch bijkomende rechten zoals exclusiviteit of een recht op een langdurige samenwerking. Dergelijke verregaande rechten moeten expliciet worden overeengekomen.
Wat dit concreet betekent
Voor de kunstenaar:
- Vrijheid is het uitgangspunt: Zonder een schriftelijk contract dat u beperkt, bent u in principe vrij om een samenwerking met een galerie op elk moment stop te zetten.
- Geen schadevergoeding: U bent geen opzegvergoeding verschuldigd, en de galerie kan gemaakte promotiekosten niet op u verhalen als deze gedekt werden door een commissie.
- Let op met exclusiviteit: Geef niet zomaar mondeling toezeggingen over exclusiviteit. De wet beschermt uw recht om vrij over uw werken te beschikken, tenzij u hier expliciet afstand van doet.
Voor de galeriehouder:
- Investeer in een contract: Dit arrest is een duidelijke waarschuwing. Grote investeringen in de promotie van een kunstenaar zonder een sluitende schriftelijke overeenkomst zijn een aanzienlijk commercieel risico.
- Definieer de voorwaarden: Leg de duur van de samenwerking, de opzegmodaliteiten (termijn en/of vergoeding) en de omvang van de eventuele exclusiviteit contractueel vast.
- Wees helder over kosten: Als u bepaalde kosten (bv. voor de productie van een boek of deelname aan een dure beurs) apart wilt kunnen aanrekenen, moet dit expliciet in de overeenkomst worden opgenomen.
FAQ (Veelgestelde Vragen)
Moet een samenwerkingsovereenkomst met een galerie schriftelijk zijn?
Hoewel een mondelinge overeenkomst juridisch geldig is, is een schriftelijk contract ten zeerste aan te bevelen. Het biedt duidelijkheid en vermijdt dure en tijdrovende discussies achteraf, zoals in de besproken zaak.
Wat als de galerie exclusiviteit eist?
Exclusiviteit is een zware beperking van de vrijheid van de kunstenaar en wordt niet vermoed. Een exclusiviteitsbeding moet uitdrukkelijk en duidelijk worden overeengekomen, bij voorkeur in een schriftelijk contract dat de geografische en temporele reikwijdte ervan specificeert.
Kan een galerie de kosten voor een catalogus terugvragen bij een breuk?
In principe niet, als de galerie vergoed wordt via een commissie op de verkoop. De rechtspraak gaat ervan uit dat deze commissie een forfaitair karakter heeft en dus alle normale promotie- en verkoopkosten dekt, tenzij er contractueel iets anders is voorzien.
Conclusie
De afwezigheid van een schriftelijk contract weegt zwaar door in geschillen tussen kunstenaars en galeriehouders. De wettelijke standaardregels in België, die vaak in het voordeel van de kunstenaar spelen, zullen dan van toepassing zijn. Dit arrest benadrukt het cruciale belang van heldere, schriftelijke afspraken die de rechten en plichten van beide partijen duidelijk vastleggen.



