Geldt de journalistieke uitzondering op de AVG voor het online publiceren van strafrechtelijke veroordelingen?

Wie rechterlijke uitspraken online zet, is daarom nog geen journalist. Het Hof van Justitie oordeelde op 9 juli 2026 in de zaak Legal Newsdesk Sweden (nr. C-199/24) dat het louter tegen betaling toegankelijk maken van strafrechtelijke veroordelingen in beginsel geen verwerking voor journalistieke doeleinden is, en dus geen vrijstelling oplevert van de waarborgen en rechtsmiddelen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR). Even belangrijk: een lidstaat mag de betrokkene die rechtsmiddelen niet ontnemen door de activiteit onder de vrijheid van meningsuiting te plaatsen.

De feiten

Legal Newsdesk Sweden, voorheen Garrapatica, baat de databank Lexbase uit. Daarin kan iedereen, tegen betaling, zoeken naar personen en ondernemingen die voor een Zweedse rechter strafrechtelijk zijn vervolgd, en de veroordelingsbeslissingen raadplegen. Voor de databank was een Zweeds publicatiecertificaat afgegeven, dat haar grondwettelijke bescherming verleent onder de Zweedse wetgeving inzake de vrijheid van meningsuiting.

De verzoeker, aangeduid als ND, werd op 17 januari 2011 strafrechtelijk veroordeeld. Dat vonnis bleef op Lexbase staan tot februari 2024. Hoewel ND om wissing van zijn gegevens had verzocht, werden die niet meteen gewist, maar pas later op grond van het interne bewaarbeleid. Hij vorderde bij de rechter in eerste aanleg Attunda een schadevergoeding van ongeveer 26.000 euro wegens schending van de AVG.

Legal Newsdesk verweerde zich met het publicatiecertificaat. Naar Zweeds recht is de AVG in zo’n geval niet van toepassing, omdat de bescherming van persoonsgegevens er wordt beheerst door twee wetten van grondwettelijke rang, over de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Die regeling laat de betrokkene alleen een strafvervolging of een schadevergoedingsvordering wegens smaad, en geen enkel recht uit de AVG, ook niet het recht op wissing.

De Zweedse rechter legde het Hof van Justitie drie vragen voor.

De beslissing

De eerste vraag was of een lidstaat de journalistieke uitzondering mag uitbreiden tot verwerkingen met een ander doel. Neen, oordeelde het Hof: artikel 85, lid 1 AVG laat niet toe verder te gaan dan lid 2. Enkel voor journalistieke, academische, artistieke of literaire doeleinden mogen lidstaten afwijken van bepaalde hoofdstukken van de verordening. De opsomming in lid 2 is uitputtend en moet strikt worden uitgelegd, en overweging 153 bevestigt dat de afwijkingen enkel voor die doeleinden gelden.

Vervolgens rees de vraag of een lidstaat de betrokkene mag beperken tot enkel het indienen van een smaadklacht wanneer gegevens over zijn veroordeling tegen betaling online staan. Ook dat kan niet. Hoofdstuk VIII AVG, dat de klacht bij de toezichthouder (artikel 77), de voorziening in rechte (de artikelen 78 en 79) en de schadevergoeding (artikel 82) regelt, komt niet voor in de opsomming van lid 2. Die rechtsmiddelen zijn rechtstreeks toepasselijk, en een lidstaat mag ze niet uitsluiten of aan bijkomende materiële voorwaarden onderwerpen. Dat weegt hier des te zwaarder omdat de Zweedse smaadregeling de uitgever ontlast zodra hij aantoont dat de informatie juist was of dat hij redelijke gronden had om ze juist te achten. Voor een correct weergegeven veroordeling levert de smaadweg de betrokkene dus weinig op, terwijl de AVG hem net een verzoek tot wissing en de overige rechten toekent.

De derde vraag ging naar de kern: wanneer is een dergelijke publicatie journalistiek van aard? Het online beschikbaar stellen van openbare documenten over strafrechtelijke veroordelingen is een verwerking, en het begrip journalistieke doeleinden moet ruim worden uitgelegd, zoals al bleek uit het arrest Satakunnan Markkinapörssi en Satamedia. Ruim betekent echter niet onbegrensd. Steunend op de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde het Hof drie eisen: de verwerking strekt tot het openbaar maken van informatie, meningen of ideeën, ze gebeurt met inachtneming van de deontologische regels van het journalistieke beroep, en dit na een vorm van be- of verwerking of minstens volgens een redactionele lijn, en na verificatie van de juistheid van de feiten. Dat de activiteit tegen betaling gebeurt of over strafrechtelijke veroordelingen gaat, sluit de journalistieke finaliteit op zich niet uit.

Het Hof ging niet zelf over tot de eindbeoordeling, maar merkte op dat het louter doorgeven van veroordelingen geen be- of verwerking en geen redactionele lijn lijkt te vereisen, en dat niets erop wijst dat de uitbater zich aan de journalistieke deontologie houdt. Het staat aan de Zweedse rechter om dit na te gaan. Omdat iedereen tegen betaling toegang krijgt tot de veroordelingen, kan de verwerking die enkel die toegang mogelijk maakt volgens het Hof niet als journalistiek gelden.

Juridische analyse en duiding

De criteria van het Hof staan al in de Belgische wet

Wat het Hof van Justitie uit artikel 85 AVG afleidt, heeft de Belgische wetgever in 2018 al uitgeschreven. Artikel 24, § 1 van de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (Wet Gegevensbescherming of WG) omschrijft een verwerking voor journalistieke doeleinden als het voorbereiden, verzamelen, opstellen, voortbrengen, verspreiden of archiveren om het publiek te informeren, met om het even welk medium, en waarbij de verwerkingsverantwoordelijke zich de naleving van journalistieke deontologische regels tot taak stelt.

Die deontologische voorwaarde is precies de kern van wat het Hof nu vereist. Een Lexbase-achtige dienst zou in België dus op dezelfde punten stranden: geen selectie of duiding, geen redactionele lijn, geen feitencontrole en geen binding aan een journalistieke gedragscode. Het arrest bevestigt daarmee de Belgische keuze, veeleer dan ze te doorkruisen.

Waarom het Zweedse probleem in België niet kan spelen

Het scherpste punt is structureel. België heeft, anders dan Zweden, hoofdstuk VIII AVG niet buitenspel gezet, en heeft evenmin het recht op wissing uitgesloten. Artikel 24, § 2 WG somt de AVG-artikelen op die niet gelden voor journalistieke verwerkingen: de artikelen 7 tot 10, 11.2, 13 tot 16, 18 tot 20 en 21.1. Artikel 17, het recht op gegevenswissing, staat niet in die lijst, en de rechtsmiddelen van hoofdstuk VIII evenmin.

Het gevolg is dat een persoon in België, ook wanneer de journalistieke uitzondering speelt, zijn recht op wissing en zijn volledige arsenaal aan rechtsmiddelen behoudt. De Zweedse constructie, waarin enkel de smaadklacht overbleef, is net wat artikel 85 volgens het Hof verbiedt.

Ruim, maar niet onbegrensd

Het Hof houdt vast aan de ruime lezing van journalistiek, maar bouwt er inhoudelijke drempels in. Daarmee blijft één vraag open: volstaat het dat een uitgever verklaart de journalistieke regels te volgen, of moet hij aantonen dat hij ze ook echt naleeft? Het Hof spreekt van publicatie met inachtneming van de deontologie, terwijl artikel 24, § 1 WG spreekt van een verwerkingsverantwoordelijke die zich de naleving tot taak stelt. Tussen zich iets tot taak stellen en het effectief naleven zit ruimte, en hoe streng dat wordt getoetst laat het Hof aan de nationale rechter.

Wat betekent dit concreet?

Voor wie een databank met rechterlijke uitspraken uitbaat. Het louter tegen betaling ontsluiten van vonnissen levert geen journalistieke vrijstelling op. Wie zich op de uitzondering wil beroepen, moet een echte redactionele werking kunnen aantonen: selectie en duiding, een redactionele lijn, feitencontrole en een engagement tegenover de journalistieke deontologie. Denk daarnaast aan een geldige rechtsgrond onder artikel 6 AVG in samenhang met het bijzondere regime voor strafrechtelijke gegevens van artikel 10 AVG, aan doelbinding en aan proportionele bewaartermijnen. De Belgische praktijk waarin strafrechtelijke veroordelingen worden geanonimiseerd is dan ook de veiligste weg.

Voor de betrokkene wiens veroordeling online staat. U behoudt uw AVG-rechten, ook wanneer de verwerker zich op de vrijheid van meningsuiting beroept. U kunt een verzoek tot wissing indienen (artikel 17 AVG, dat in België niet is uitgesloten voor journalistieke verwerkingen), klacht neerleggen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (artikel 77 AVG), een vordering instellen bij de rechter (artikel 79 AVG) en schadevergoeding vorderen (artikel 82 AVG). De verwerker kan die rechtsmiddelen niet uitschakelen door zijn activiteit als vrije meningsuiting te bestempelen.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Mag je rechterlijke uitspraken met naam en toenaam online publiceren?
Publiceren kan, maar het blijft een verwerking van persoonsgegevens die een rechtsgrond en, bij strafrechtelijke gegevens, een bijzondere grondslag vereist. Zonder een echte journalistieke werking geniet u niet de vrijstelling van de AVG, en gaat over strafvonnissen bovendien het strengere regime van artikel 10 AVG spelen.

Wanneer valt een databank met vonnissen onder de journalistieke uitzondering op de AVG?
Alleen wanneer de verwerking het publiek wil informeren, gebeurt met inachtneming van de journalistieke deontologie, na een vorm van redactionele verwerking of minstens volgens een redactionele lijn, en na verificatie van de feiten. Louter zoekbaar maken tegen betaling volstaat niet.

Kan ik mijn strafrechtelijke veroordeling van een website laten verwijderen?
U kunt een verzoek tot wissing richten aan de verwerker. In België is dat recht ook overeind wanneer de website zich op de vrijheid van meningsuiting beroept. Het verzoek wordt afgewogen tegen de resterende gerechtvaardigde belangen, maar de verwerker kan uw klacht bij de Gegevensbeschermingsautoriteit of uw vordering bij de rechter niet uitsluiten.

Conclusie

Het online zetten van strafvonnissen is niet vanzelf journalistiek. Het Hof van Justitie vereist een echte redactionele werking, feitencontrole en binding aan de journalistieke deontologie, en bevestigt dat een lidstaat de betrokkene zijn AVG-rechtsmiddelen niet mag ontnemen. Voor België valt dat samen met de bestaande regeling in artikel 24 WG, waar het recht op wissing en de rechtsmiddelen sowieso overeind blijven.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics