Mag een rechter een AI-tool gebruiken om uw zaak te beslissen?

Stel dat de rechter die over uw geschil oordeelt, vooraf een algoritme raadpleegt dat hem toont hoe collega-rechters in vergelijkbare zaken hebben beslist. Mag dat? Het korte antwoord: vandaag bestaat zo’n tool in België nog niet voor de rechter, maar het wettelijk kader bereidt de komst ervan al voor. En zodra die tool er is, botst hij frontaal op enkele grondbeginselen van het burgerlijk procesrecht: de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, het recht op tegenspraak en de motiveringsplicht. De kernvraag is niet óf de techniek bruikbaar is, maar hóe ze kan worden ingezet zonder de waarborgen van een eerlijk proces op te offeren.

Waar staat België vandaag?

Sinds enkele jaren bestaat het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde, opgericht door de Wet van 16 oktober 2022. Dat register stelt rechterlijke beslissingen beschikbaar, maar laat de hergebruik ervan door computerprogramma’s niet toe ten voordele van procespartijen of hun advocaten. Het massaal downloaden van de data is zelfs uitdrukkelijk verboden. Enkel leden van de rechterlijke orde kunnen, onder voorwaarden, een algoritmische verwerking van die gegevens krijgen om hen in hun wettelijke opdrachten te ondersteunen (art. 782, § 4 Ger.W.).

Het Grondwettelijk Hof heeft die asymmetrie in zijn arrest van 30 januari 2025 (nr. 9/2025) in essentie aanvaard. De ongelijke toegang tussen magistraten enerzijds en burgers en advocaten anderzijds werd gerechtvaardigd door de afweging van de betrokken grondrechten, waaronder de bescherming van het privéleven en de persoonsgegevens, en door de functie van elke actor in de rechtsbedeling. De Belgische wetgever opent dus de deur naar een omkaderd hergebruik van rechterlijke beslissingen door algoritmen, op voorwaarde dat dit ertoe strekt de leden van de rechterlijke orde in hun wettelijke opdrachten te ondersteunen.

De techniek is nog geen onderdeel van de dagelijkse praktijk, maar de richting is duidelijk. Een tool die de rechter een overzicht biedt van de rechtspraaktendensen, gekoppeld aan de relevante wetsbepalingen, kan de rechtszekerheid versterken en het risico op een onbedoelde lacune in zijn redenering verkleinen. Het uitgangspunt is daarbij steeds assistentie, niet vervanging: de menselijke rechter blijft beslissen.

Waarom een algoritmische suggestie de onafhankelijkheid bedreigt

De eerste spanning ontstaat nog vóór de tool wordt gebruikt, bij de vraag of de rechter ertoe verplicht kan worden. Het beginsel van de scheiding der machten verzet zich tegen elke algemene verplichting om een algoritmische aanbeveling te volgen. De wetgever die de magistraat een instrument zou opleggen waarmee een rechtsbegrip wordt afgebakend of een feitensituatie juridisch wordt geduid, zou raken aan de kern van de rechtsprekende functie. Een verplicht gebruik van rechtswege is dan ook uitgesloten; idealiter is het gebruik volledig facultatief, zowel wat de raadpleging als wat het in aanmerking nemen van het resultaat betreft.

Het echte gevaar schuilt evenwel in een feitelijke verplichting. Eens de tool beschikbaar is, kan werkdruk en rendementsdruk de rechter ertoe aanzetten hem te gebruiken om dossiers sneller af te handelen. Daarbij komt de algemene verplichting om het recht te kennen en toe te passen (iura novit curia): naarmate krachtiger tools ter beschikking staan, wordt een vergissing minder verschoonbaar voor de “normaal voorzichtige en zorgvuldige” magistraat. De kans bestaat dat het raadplegen van een beslissingsondersteunend instrument geleidelijk tot een impliciete plicht uitgroeit.

Wordt de tool eenmaal gebruikt, dan dreigt een tweede reeks risico’s, die rechtstreeks de besluitvorming raakt.

De automatiseringsbias en het kuddedeffect

De automatiseringsbias is de onbewuste neiging van de mens om zich automatisch of overmatig te verlaten op informatie die door een machine wordt aangereikt. Een rechter te goeder trouw ondergaat zo de overtuigingskracht van de algoritmische suggestie, een effect dat nog wordt versterkt door de confirmatiebias: de neiging om vertrouwen te schenken aan het resultaat dat de eigen vooropvattingen bevestigt.

Daarnaast speelt het performatieve of zichzelf realiserende effect: een “kuddedeffect” dat gebruikers naar conformisme drijft. De rechter die de statistisch meest waarschijnlijke uitkomst volgt, kiest een geruststellende en routineuze oplossing die hem bovendien beschermt tegen verwijten in geval van vergissing. Toekomstige rechtspraak versterkt zo de meerderheidsoplossing, terwijl afwijkende beslissingen worden gemarginaliseerd. Net die afwijkingen zijn nochtans essentieel voor de evolutie van het recht.

Onpartijdigheid: vooringenomenheid en gebrek aan neutraliteit

Technologie is nooit neutraal. Een AI-systeem is afhankelijk van de data waarmee het wordt gevoed en lijdt onder de maatschappelijke vertekeningen die voortkomen uit zijn training op eerdere rechtspraak. In plaats van die te corrigeren, kan het ze versterken. Het bekende Amerikaanse voorbeeld is de COMPAS-software, die personen van kleur een hoger recidiverisico toekende en zo een historisch aanwezige vertekening bestendigde.

Daarbij komt dat een rechter die vóór de debatten een suggestie van uitkomst ontvangt, zich onvermijdelijk een mening vormt, terwijl van hem wordt verwacht dat hij het proces onbevooroordeeld aanvat. Doordat het algoritmische resultaat de schijn van wetenschappelijke zekerheid wekt, is die voorbarige oordeelsvorming bijzonder verraderlijk.

Tegenspraak als enige echte remedie

De klassieke remedies van het gerechtelijk recht — wraking, onthouding, rechtsmiddelen — volstaan niet. Een rechter vervangen door een collega die over dezelfde tool beschikt, lost niets op, en de veralgemening van de alleenzetelende rechter compliceert de zaak verder.

De oplossing ligt elders. De suggestie van het algoritme is naar haar aard een feitelijk gegeven: geen toepasselijk positief recht, maar een statistische synthese van wat eerder is geoordeeld. Een fundamenteel beginsel van Belgisch gerechtelijk recht, verankerd in art. 1138, 2° Ger.W., verbiedt de rechter zijn beslissing te steunen op feiten die de partijen niet in het debat hebben gebracht. Wanneer de rechter een algoritmisch resultaat eenzijdig — buiten weten van de partijen — in zijn redenering integreert, schendt hij het beschikkingsbeginsel.

Het kan ook niet worden ondervangen door het als een algemeen bekend feit of een uit het dossier geput feit te kwalificeren. Een algoritmische voorspelling is daarvoor te onzeker en te ondoorzichtig, en de onderliggende statistieken zijn voor de partijen niet toegankelijk. Bijgevolg moet het element aan de tegenspraak van de partijen worden onderworpen.

De AI-verordening ondersteunt die benadering. AI-systemen bestemd om gerechtelijke autoriteiten bij te staan bij het onderzoeken en uitleggen van feiten en recht worden gekwalificeerd als systemen met een hoog risico (art. 6, lid 2 juncto bijlage III, punt 8). Zulke systemen vereisen een effectief menselijk toezicht (art. 14). In een context waarin de rechter de tool pas na de debatten raadpleegt, is de enige manier om dat toezicht te controleren, het op te nemen in de motivering.

Wat betekent dit concreet?

Voor advocaten en procespartijen. Zodra dergelijke instrumenten hun intrede doen, wordt de bewaking van het recht op tegenspraak een actief aandachtspunt. Dat geldt evenzeer voor het gebruik van generieke generatieve AI door de rechter, met zijn eigen risico’s voor de controleerbaarheid van de beslissing en het recht op een eerlijk proces — een problematiek die we eerder bespraken in Mag een rechter AI gebruiken voor uw vonnis en heeft u dan wel een eerlijk proces?. Wie vermoedt dat de rechter een algoritmische suggestie in zijn oordeel betrekt, doet er goed aan tijdig te verzoeken dat dit gegeven, en de weging ervan, in de motivering wordt opgenomen, zodat het toetsbaar wordt door de partijen en in voorkomend geval door het Hof van Cassatie. Even belangrijk is de mogelijkheid om via een procesovereenkomst de grenzen van het debat af te bakenen. Partijen kunnen bepaalde feiten of rechtsmiddelen uit het debat sluiten en zo de rechter binden — een toepassing van het beschikkingsbeginsel die ook geldt voor het al dan niet volgen van een algoritmische suggestie. Het Hof van Cassatie heeft het beginsel van de procesautonomie van de partijen recent nog bevestigd (Cass. 7 maart 2025).

Voor magistraten. Het geheim van de beraadslaging beschermt de rechter tegen externe invloeden, maar de invloed van een algoritmische suggestie is intern: zij verloopt via cognitieve vertekeningen. Daarom hoort het gebruik van de tool en het gewicht van het resultaat thuis in de motivering, niet onder het beraadslagingsgeheim. Dat vergt geen integrale weergave van alle statistieken — een verwijzing naar het gebruik van het systeem, het gewicht van het resultaat en een heldere uitleg over de weging volstaat. Het verbod op uitspraak bij wege van een algemene en als regel geldende beschikking (art. 6 Ger.W.) en het verbod van motivering door verwijzing blijven onverkort gelden: de loutere verwijzing naar een algoritmisch resultaat kan een beslissing nooit dragen. De rechter moet een eigen, autonome overtuiging vormen.

Voor de wetgever en beleidsmakers. De meest evenwichtige oplossing situeert zich niet ná maar tijdens de procedure. Een werkelijk voorbereidende behandeling, waarin de algoritmische suggestie tijdig met de partijen wordt gedeeld, verzoent technologische innovatie met het recht op tegenspraak, de proceseconomie en de neutralisering van cognitieve biases via dialoog. De suggestie wordt dan een element onder vele andere, en de procedure wordt opgewaardeerd door de discussie.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Mag een Belgische rechter vandaag een AI-tool raadplegen bij het beoordelen van een zaak?
Dat hangt af van het soort AI. Een instrument dat de rechter een statistische analyse van de rechtspraak aanbiedt om zijn beslissing te ondersteunen, bestaat in België vandaag niet operationeel. Het wettelijk kader laat een omkaderd hergebruik van rechterlijke beslissingen door algoritmen in beginsel wel toe, maar uitsluitend ten voordele van de leden van de rechterlijke orde en ter ondersteuning van hun wettelijke opdrachten. Generieke generatieve AI zoals ChatGPT, Claude of Gemini is daarentegen vandaag al vrij beschikbaar en wordt niet door dat kader geregeld. Het gebruik daarvan brengt een eigen, acuut risico mee: het verzinnen van onbestaande rechtspraak, wetgeving of rechtsleer.

Moet de rechter vermelden dat hij een algoritme heeft gebruikt?
Ja, indien zo’n tool zijn beslissing mee heeft opgebouwd. De motiveringsplicht en het controlerecht van de partijen en van het Hof van Cassatie vereisen dat het gebruik en het gewicht van het algoritmische resultaat in de motivering verschijnen. Het geheim van de beraadslaging staat daaraan niet in de weg, omdat het hier een interne invloed op de besluitvorming betreft.

Wat zegt de AI-verordening over AI in de rechtspraak?
De AI-verordening kwalificeert AI-systemen die rechterlijke autoriteiten bijstaan bij het onderzoeken en uitleggen van feiten en recht als systemen met een hoog risico. Daaraan zijn strenge verplichtingen verbonden, waaronder een effectief menselijk toezicht op het resultaat van het systeem.

Conclusie

De digitale transformatie van justitie raakt het proces in zijn structuur, de rechter in zijn ambt en de rechtspraak in haar rechtsvormende rol. De vraag is niet of algoritmische hulpmiddelen er komen, maar hoe ze kunnen worden ingezet zonder de legitimiteit van het proces te ondergraven. Het antwoord ligt in de tegenspraak: door de algoritmische suggestie tijdig in het debat te brengen, behoudt de rechter zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid, kunnen de partijen het resultaat betwisten of nuanceren, en blijft de menselijke, juridische redenering overeind. Tegenspraak is de kern van het proces, en net die waarde biedt de hefbomen om de verandering aanvaardbaar te maken.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics