Wanneer beloofde winsten uitblijven, voelen investeerders zich vaak bedrogen. Maar is een ‘slechte deal’ of een niet-nagekomen belofte juridisch gezien ook strafbare oplichting? Het antwoord is genuanceerd: het bestaan van geldige contracten en facturen kan het bewijs van strafbaar bedrog bemoeilijken. Een arrest van het Hof van Cassatie van 30 december 2025 bevestigt dat niet elke financiële tegenvaller een strafzaak is, zelfs niet als er grote bedragen mee gemoeid zijn.
De feiten: teleurgestelde investeerders en hoge facturen
In deze zaak, die leidde tot het arrest van 30 december 2025, stonden verschillende investeerders (burgerlijke partijen) tegenover een dienstverlener en zijn vennootschappen. De investeerders hadden aanzienlijke bedragen betaald – in één geval zelfs meer dan 1,4 miljoen euro – voor diensten rond vastgoedprojecten en dossiers met een stedenbouwkundige inslag.
De beklaagden werden vervolgd voor oplichting, misbruik van vertrouwen en valsheid in geschrifte. De investeerders stelden dat zij misleid waren door valse prognoses van “hallucinante winsten” en dat de contracten slechts een dekmantel waren voor oplichting. Het hof van beroep te Gent sprak de beklaagden echter vrij, oordelend dat er redelijke twijfel bestond over het bedrieglijk opzet. De gedupeerde investeerders stapten hierop naar het Hof van Cassatie.
De beslissing van het Hof van Cassatie
Het Hof van Cassatie verwierp de cassatievoorziening van de investeerders en bevestigde de vrijspraak.
De kern van de beslissing rust op de vaststelling dat de betalingen gefundeerd waren op formeel geldige overeenkomsten en facturen. Het Hof volgde de redenering van het hof van beroep te Gent dat:
- De investeerders gedurende een lange periode tevreden waren met de prestaties en facturen betaalden zonder protest.
- De betalingen met kennis van zaken werden gedaan.
- Er wel degelijk prestaties werden geleverd, waarbij de vraag of de prijs in verhouding stond tot de kwaliteit, een burgerlijke (contractuele) discussie is en geen strafrechtelijke.
Het Hof oordeelde dat het enkele feit dat winstprognoses niet uitkwamen of dat iemand zich profileert als expert (“Legal en expert Consulting”), niet automatisch volstaat om van “listige kunstgrepen” in de zin van artikel 496 van het Strafwetboek te spreken.
Juridische analyse en duiding
Deze uitspraak raakt de essentie van het onderscheid tussen burgerlijk contractenrecht en financieel strafrecht. Voor een veroordeling wegens oplichting (artikel 496 Sw.) is meer nodig dan wanprestatie of leugens alleen.
1. De constitutieve bestanddelen van oplichting
Oplichting vereist het gebruik van listige kunstgrepen (zoals valse namen, valse hoedanigheden of andere manoeuvres) met als specifiek doel om zich gelden te laten overhandigen. In deze zaak argumenteerden de eisers dat de contracten zelf deel uitmaakten van de listige kunstgrepen. Het Hof oordeelde echter dat wanneer partijen een overeenkomst tekenen en deze gedurende lange tijd uitvoeren (waarbij facturen worden betaald), dit wijst op een contractuele relatie. Tenzij onomstotelijk wordt bewezen dat de overeenkomst op zich een instrument was om te misleiden, blijft de discussie in de burgerrechtelijke sfeer.
2. Bedrieglijk opzet vs. contractuele fout
Een belangrijk element is het bedrieglijk inzicht op het moment van de feiten. Het Hof bevestigt dat twijfel over dit opzet in het voordeel van de beklaagde speelt. Dat achteraf blijkt dat de geleverde prestaties de gefactureerde bedragen misschien niet waard waren, maakt het nog geen misdrijf. Zoals het arrest stelt: “de vraag in hoeverre de door de verweerders geleverde prestaties de gefactureerde bedragen verantwoorden [is] een contractuele en dus burgerlijke discussie”.
3. Valse hoedanigheid en titels
Interessant is de overweging over de term “Consulting”. De beklaagde gebruikte de term “Legal en expert Consulting” zonder jurist te zijn. Het Hof stelde vast dat “Consulting” geen wettelijk beschermde titel is. Het feit dat iemand expertise claimt die hij door ervaring in de immosector heeft opgedaan, zelfs zonder specifiek diploma, volstaat niet als bewijs voor het aannemen van een valse hoedanigheid.
Wat dit concreet betekent
Deze uitspraak heeft gevolgen voor zowel ondernemers als investeerders in België.
- Voor investeerders en klanten:
- Onderzoeksplicht: Wees uiterst kritisch bij winstprognoses. Als u contracten tekent en facturen betaalt zonder protest, verzwakt u uw positie om later strafrechtelijke klacht neer te leggen.
- Terminologie: Termen als “Consultant” of “Expert” zijn niet altijd beschermd. Controleer diploma’s en erkenningen (zoals BIV-nummers voor makelaars) via officiële kanalen.
- Protesteer tijdig: Bent u ontevreden over een prestatie? Protesteer de factuur onmiddellijk en schriftelijk. Stilzwijgende betaling wordt vaak gezien als aanvaarding van de prestatie.
- Voor dienstverleners en ondernemers:
- Contractuele duidelijkheid: Zorg voor heldere, schriftelijke overeenkomsten. Dit is uw eerste verdedigingslinie tegen beschuldigingen van fraude.
- Facturatie: Gedetailleerde facturen die verwijzen naar geleverde prestaties en die door de klant worden betaald, vormen sterk bewijs tegen eventuele latere claims van oplichting.
Veelgestelde vragen (FAQ)
Wat is het verschil tussen een contractuele inbreuk en oplichting?
Bij een contractuele inbreuk (burgerlijk recht) komt een partij zijn afspraken niet na, bijvoorbeeld door slecht werk te leveren. Bij oplichting (strafrecht) moet er sprake zijn van bedrieglijk opzet én het gebruik van listige kunstgrepen (zoals een valse naam of enscenering) om iemand geld afhandig te maken.
Is “consultant” een beschermde titel in België?
Nee, in tegenstelling tot bijvoorbeeld advocaat, architect of vastgoedmakelaar, is “consultant” geen wettelijk beschermde titel. Iedereen mag zich in principe consultant noemen, wat het belang van due diligence voor de klant vergroot.
Kan ik mijn geld terugkrijgen als de strafrechter de tegenpartij vrijspreekt?
Als de strafrechter vrijspreekt, wordt uw vordering als burgerlijke partij in de strafzaak meestal afgewezen (zoals in dit arrest). U kunt wel nog proberen om via de burgerlijke rechtbank een schadevergoeding te eisen op basis van contractuele fouten, maar de bewijslast ligt dan anders.
Conclusie
Het arrest van 30 december 2025 herinnert ons eraan dat het strafrecht in België het ultimum remedium is. Niet elke onethische handelspraktijk of slechte investering is strafbaar. Voor slachtoffers is het onderscheid tussen burgerlijk geschil en een strafdossier vaak frustrerend, maar juridisch essentieel. Het correct kwalificeren van de feiten en het verzamelen van bewijs voor bedrieglijk opzet is specialistisch werk.



