Kan u een concurrent stoppen die slechts enkele onderdelen van uw product kopieert?

Stel, u brengt een modulair product op de markt, zoals een bouwspel. Een concurrent verkoopt een gelijkaardig product, maar kopieert slechts enkele van uw unieke, beschermde onderdelen. Vormt deze ‘kleine’ inbreuk voldoende basis om de verkoop van het volledige concurrerende product te laten verbieden? In een arrest van 4 september 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld van wel. De bescherming voor houders van modellen is robuust, en een inbreuk, zelfs op een beperkt aantal onderdelen, moet in principe leiden tot een verkoopverbod.

De feiten: LEGO versus Qman

De zaak draaide rond de bekende speelgoedfabrikant LEGO A/S, houder van diverse geregistreerde Uniemodellen voor haar iconische bouwstenen. LEGO stelde vast dat een concurrent, Pozitív Energiaforrás Kft., van plan was om in Hongarije bouwspeelgoed van het merk Qman in te voeren. Deze bouwsets bevatten onderdelen die volgens LEGO een inbreuk maakten op twee van haar beschermde modellen.

Na een klacht van LEGO werden de goederen in beslag genomen. De daaropvolgende juridische strijd leidde tot een verzoek om een prejudiciële beslissing bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. De Hongaarse rechter vroeg het Hof om duidelijkheid te scheppen over twee cruciale vragen:

  1. Hoe moet de bescherming van een model voor een modulair systeem (zoals een LEGO-blokje) worden beoordeeld? Moet de rechter zich verplaatsen in een technische expert of in een ‘gewone’ gebruiker?
  2. Kan een rechter een verkoopverbod weigeren als de inbreuk slechts betrekking heeft op een klein aantal onderdelen van het totale product?

De beslissing van het Hof van Justitie

Het Hof gaf een helder en voor modelhouders gunstig antwoord op beide vragen. De uitspraak versterkt de positie van ontwerpers en fabrikanten die investeren in modulaire systemen.

1. De ‘geïnformeerde gebruiker’ is geen technisch expert

Bij de beoordeling of een concurrerend model een “andere algemene indruk” wekt, moet de rechter zich baseren op de perceptie van de geïnformeerde gebruiker’. Het Hof bevestigt dat dit concept uniform moet worden uitgelegd.

Een geïnformeerde gebruiker:

  • is geen gemiddelde consument, maar is oplettender en heeft een zekere kennis van de betreffende productsector.
  • is echter ook geen technisch expert of vakman die de modellen tot in het kleinste detail analyseert met technische meetinstrumenten.

De beoordeling blijft dus gericht op de algemene visuele indruk die het product achterlaat. De technische functionaliteit van de verbindingsstukken mag de beoordeling niet domineren. Dit betekent dat de bescherming breder is en niet kan worden omzeild door minieme technische aanpassingen die voor een gebruiker nauwelijks zichtbaar zijn.

2. Een ‘kleine’ inbreuk is nog steeds een inbreuk

De wetgeving voorziet dat een rechter bij een vastgestelde inbreuk maatregelen moet opleggen, zoals een verkoopverbod en de inbeslagname van de producten. De rechter kan hier enkel van afwijken als er “bijzondere redenen” zijn.

Het Hof oordeelt dat dit begrip zeer strikt moet worden geïnterpreteerd. Het feit dat de inbreuk slechts betrekking heeft op een kwantitatief klein aantal onderdelen van een groter geheel (bijvoorbeeld enkele blokjes in een grote bouwset) vormt geen “bijzondere reden” om een verkoopverbod af te wijzen.

Met andere woorden, een inbreukmaker kan niet argumenteren dat de inbreuk “proportioneel gezien te klein” is om de verkoop van zijn volledige product te rechtvaardigen.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak is van groot strategisch belang voor het modellenrecht in de Europese Unie.

Ten eerste creëert het Hof rechtszekerheid door vast te houden aan één definitie van de ‘geïnformeerde gebruiker’. Er komt geen aparte, meer technische invulling voor modellen met een functioneel karakter, zoals verbindingsstukken. De focus blijft op de visuele perceptie. Het Hof benadrukt zelfs dat de vormgeving van de verbindingsstukken zelf een belangrijk onderdeel is van de algemene indruk en de beschermingsomvang.

Ten tweede sluit het Hof de deur voor een proportionaliteitstoets die in het voordeel van de inbreukmaker zou kunnen spelen. De redenering “de inbreuk is te klein om mijn hele handel te verbieden” gaat niet op. Dit bevestigt dat het exclusieve recht van de modelhouder primeert. Zelfs een kleine inbreuk geeft de houder het recht om de concurrent volledig van de markt te weren. Dit is een krachtig signaal dat de waarde van intellectuele eigendom serieus wordt genomen.

Wat dit concreet betekent

  • Voor houders van modellen: Uw bescherming is sterk, ook voor functionele onderdelen van modulaire systemen. U kunt doeltreffend optreden tegen concurrenten, zelfs als zij uw ontwerp slechts gedeeltelijk kopiëren. Een rechter zal in principe verplicht zijn een verkoopverbod uit te spreken.
  • Voor concurrenten en importeurs: Wees uiterst voorzichtig. Het kopiëren van zelfs maar enkele beschermde onderdelen van een product kan leiden tot de inbeslagname en een verkoopverbod van uw volledige productlijn. De verdediging dat het “maar om een paar stukjes” gaat, zal u niet helpen.
  • Voor ontwerpers: De uitspraak moedigt innovatie aan in de vormgeving van modulaire en compatibele producten. De visuele aspecten van verbindingselementen genieten volwaardige bescherming, wat een belangrijke commerciële waarde vertegenwoordigt.

FAQ (Veelgestelde vragen)

Wat is een ‘geïnformeerde gebruiker’ in het modellenrecht?
Een geïnformeerde gebruiker is een fictieve persoon die zich tussen de gemiddelde consument en een technische expert bevindt. Hij of zij is oplettend, heeft kennis van de bestaande producten in de sector, maar beoordeelt een ontwerp op basis van de algemene visuele indruk, niet via een diepgaande technische analyse.

Kan een rechter weigeren een verkoopverbod op te leggen als de inbreuk minimaal is?
In principe niet. De wet verplicht de rechter om een inbreuk te sanctioneren met onder meer een verkoopverbod. Enkel in zeer uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken. Het feit dat de inbreuk kwantitatief beperkt is, wordt door het Hof van Justitie expliciet niet als een geldige uitzonderingsgrond aanvaard.

Is de technische functie van een onderdeel van belang bij de beoordeling van een model?
De bescherming van een model heeft betrekking op de verschijningsvorm. Kenmerken die uitsluitend door een technische functie worden bepaald, zijn in principe uitgesloten van bescherming. De wet maakt echter een cruciale uitzondering voor verbindingsstukken binnen een modulair systeem, waardoor de vormgeving van deze stukken juist wél beschermd kan worden.

Conclusie

Het arrest in de zaak LEGO/Pozitív Energiaforrás is een belangrijke overwinning voor houders van modelrechten. Het Hof van Justitie bevestigt dat de bescherming van modulaire systemen breed is en dat de sancties bij een inbreuk, hoe klein ook, streng moeten worden toegepast. Dit zorgt voor de nodige afschrikking en beloont degenen die investeren in uniek design.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics