Is de doorgifte van financiële gegevens naar de VS onder FATCA in strijd met de GDPR?

Het Brusselse Marktenhof heeft in een arrest van 26 november 2025 beslist om dertien prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU). De kernvraag is of de automatische, massale uitwisseling van bankgegevens van Belgische burgers (de zogenaamde “Accidental Americans”) met de Amerikaanse belastingdienst (IRS) verenigbaar is met de Europese gegevensbeschermingsregels. Zolang het Europese Hof geen antwoord biedt, blijft de finale uitspraak over de rechtmatigheid van deze doorgiften opgeschort.

De feiten en juridische context

Deze zaak vindt zijn oorsprong in de strijd tegen belastingontduiking door de Verenigde Staten. In 2014 sloot België, net als vele andere landen, een intergouvernementeel akkoord met de VS ter uitvoering van de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA). Dit akkoord werd in Belgisch recht omgezet door de wet van 16 december 2015.

Op basis van deze regelgeving zijn Belgische financiële instellingen verplicht om gegevens van cliënten met de Amerikaanse nationaliteit of belastingplicht door te geven aan de FOD Financiën. De FOD Financiën geeft deze gegevens (zoals saldo’s, rente en dividenden) vervolgens automatisch door aan de Amerikaanse Internal Revenue Service (IRS).

Dit systeem treft in het bijzonder de “Accidental Americans”: personen die door hun geboorte in de VS de Amerikaanse nationaliteit hebben, maar vaak geen enkele band meer hebben met het land en er nooit hebben gewerkt of gewoond.

De bal ging aan het rollen toen de ‘Accidental Americans Association of Belgium’ (AAAB) en een individuele klager bij de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) aanklaagden dat deze massale gegevensoverdracht het gegevensbeschermingsrecht schendt.

De procedure kent inmiddels een complex verloop:

  1. Beslissing 61/2023 (GBA): De Geschillenkamer van de GBA oordeelde aanvankelijk dat de doorgiften onrechtmatig waren en verbood deze.
  2. Vernietiging: Het Marktenhof vernietigde deze beslissing op 20 december 2023 wegens motiveringsgebreken en stuurde de zaak terug naar de GBA.
  3. Beslissing 79/2025 (GBA): Op 24 april 2025 oordeelde de Geschillenkamer, in een andere samenstelling, opnieuw dat de verwerkingen in strijd waren met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) (o.a. beginselen van doelbinding, minimalisatie en doorgifte naar derde landen) en legde een berisping en bevel tot conformiteit op.

Tegen deze laatste beslissing stelde de Belgische Staat (FOD Financiën) opnieuw beroep in bij het Marktenhof, wat leidde tot het huidige tussenarrest.

De beslissing van het Marktenhof: 13 vragen aan het Hof van Justitie

In het arrest van 26 november 2025 oordeelt het Marktenhof dat het zelf niet voldoende geïnformeerd is om een definitieve uitspraak te doen over de geldigheid van de AVG-inbreuken die door de GBA werden vastgesteld. Gezien de complexiteit en het Unierechtelijke karakter van de zaak, schorst het Hof de procedure en stelt het 13 prejudiciële vragen aan het HvJ-EU.

Deze vragen kunnen worden onderverdeeld in drie grote categorieën:

1. De verenigbaarheid met het ‘oude’ recht (Richtlijn 95/46/EG)

Het Hof vraagt of een akkoord zoals FATCA, gesloten vóór de inwerkingtreding van de AVG (GDPR), verenigbaar was met de toen geldende Richtlijn 95/46/EG en het Handvest van de Grondrechten. Specifiek wordt gevraagd of de massale, ongedifferentieerde doorgifte van gegevens zonder specifieke verdenking van fraude wel proportioneel is en of de doeleinden voldoende specifiek zijn omschreven.

2. De interpretatie van Artikel 96 AVG (De ‘Grandfather’-clausule)

Artikel 96 AVG bepaalt dat internationale overeenkomsten die vóór 24 mei 2016 zijn gesloten, van kracht blijven als ze voldeden aan het toenmalige EU-recht. Het Marktenhof wil weten:

  • Rust de bewijslast hiervoor op de verwerkingsverantwoordelijke (FOD Financiën)?
  • Verplicht dit artikel lidstaten om oude verdragen die niet AVG-conform zijn, te heronderhandelen of op te zeggen?
  • Mag een lidstaat zich op artikel 96 blijven beroepen om niet-conforme praktijken jarenlang voort te zetten?.

3. Doorgifte naar derde landen onder de AVG (Hoofdstuk V)

De derde reeks vragen peilt naar de vereisten voor doorgifte naar de VS onder de huidige AVG. Het Hof vraagt verduidelijking over:

  • De status van het adequaatheidsbesluit (Data Privacy Framework) in fiscale zaken.
  • Welke “passende waarborgen” (art. 46 AVG) concreet in een verdrag moeten staan (zoals afdwingbare rechten voor betrokkenen en rechtsmiddelen).
  • Of de uitzondering voor “dwingende redenen van algemeen belang” (art. 49.1.d AVG) kan worden ingeroepen voor structurele, massale transfers.

Juridische analyse en duiding

Dit tussenarrest is van groot strategisch belang voor het gegevensbeschermingsrecht in de EU. Het Marktenhof raakt hier aan de kern van de spanning tussen internationale fiscale transparantie en fundamentele grondrechten.

De relevantie van het arrest Schrems II

De vragen van het Marktenhof zijn duidelijk geïnspireerd door de Schrems II-rechtspraak van het HvJ-EU. Hierin werd geoordeeld dat doorgifte naar de VS problematisch is vanwege de vergaande surveillancebevoegdheden van Amerikaanse inlichtingendiensten. Het Marktenhof vraagt zich nu openlijk af of de FATCA-doorgiften, die eveneens gegevens blootstellen aan Amerikaanse autoriteiten zonder de strikte waarborgen van de AVG, de proportionaliteitstoets kunnen doorstaan. De vraag of een algemene, ongedifferentieerde bulktransfer van financiële data (zonder indicatie van fraude) nog wel “noodzakelijk” is in een democratische samenleving, staat centraal.

Een nieuw licht door het arrest Latombe?

Hoewel de kritiek op de gegevensbescherming in de VS (gebaseerd op het Schrems II-arrest) luid klinkt, is de juridische realiteit in beweging. In het Latombe arrest van het Gerecht van de EU van 3 september 2025 werden de nieuwe Amerikaanse waarborgen tegen inlichtingensurveillance (Executive Order 14086) positief beoordeeld in het kader van het Data Privacy Framework. Het is mogelijk dat het HvJ-EU deze “zachtere” lijn doortrekt naar de fiscale gegevensuitwisseling, wat de overlevingskansen van FATCA zou vergroten.

België als Europese voortrekker (of rebel?)

De beslissing van het Brusselse Marktenhof staat in schril contrast met de rechtspraak in onze buurlanden. Zo oordeelde de Franse Conseil d’État in 2019 en recent nog in januari 2024 dat het gelijkaardige Franse FATCA-akkoord de AVG niet schendt en weigerde hij prejudiciële vragen te stellen. Door deze vragen nu wel te stellen, forceert de Belgische rechter een Europees debat dat andere lidstaten liever vermeden. De uitspraak van het HvJ-EU zal dus niet alleen voor België, maar voor de hele Unie bindend zijn en mogelijk de Franse rechtspraak overrulen.

Artikel 96 AVG: Geen vrijbrief voor eeuwig?

Een belangrijk juridisch punt is de interpretatie van artikel 96 AVG. De FOD Financiën beroept zich hierop om te stellen dat het “oude” FATCA-akkoord geldig blijft zolang het niet gewijzigd is. De GBA argumenteerde echter in haar beslissing 79/2025 dat dit artikel geen permanent overgangsregime mag creëren dat de bescherming van burgers uitholt. Door hierover expliciete vragen te stellen, opent het Marktenhof de deur naar een Europese rechtspraak die lidstaten zou kunnen dwingen om oude verdragen actief te heronderhandelen als deze niet meer voldoen aan de huidige gegevensbeschermingsstandaarden.

De rol van de nationale rechter

Het Marktenhof vraagt ook of het, bij een negatief antwoord op de geldigheid van het akkoord, dit akkoord ambtshalve buiten toepassing moet laten. Dit bevestigt de rol van de nationale rechter als ‘Europese rechter’ die de voorrang van het Unierecht (en de privacy van de burger) moet garanderen, zelfs tegen internationale verdragen in.

Wat dit concreet betekent

Voor de “Accidental Americans”: Er is nog geen definitieve stopzetting van de gegevensdoorgifte. De procedure is geschorst in afwachting van de antwoorden uit Luxemburg (HvJ-EU), wat doorgaans 15 tot 18 maanden duurt. Echter, de kritische vraagstelling van het Marktenhof suggereert dat de rechtmatigheid van de transfers op zeer losse schroeven staat. Indien het HvJ-EU oordeelt dat FATCA de Europese grondrechten schendt, zal de FOD Financiën de doorgiften moeten staken.

Voor financiële instellingen: Banken blijven voorlopig gevat door de wet van 16 december 2015. Zij moeten blijven rapporteren aan de FOD Financiën. Echter, de juridische onzekerheid neemt toe. Compliance officers doen er goed aan de antwoorden van het HvJ-EU nauwgezet op te volgen, aangezien een vernietiging van de wettelijke basis de volledige rapporteringsflow illegaal zou maken.

Voor de overheid: De druk op de Belgische staat (en bij uitbreiding andere EU-lidstaten) om het FATCA-akkoord met de VS te heronderhandelen, wordt enorm opgevoerd. De implicatie van de vragen is dat passiviteit (“het verdrag is nu eenmaal zo”) mogelijk niet langer volstaat onder de AVG.

Veelgestelde vragen (FAQ

Wat is een “Accidental American”?
Een “Accidental American” is iemand die de Amerikaanse nationaliteit heeft verkregen door geboorte op Amerikaans grondgebied (ius soli), maar die vaak kort na de geboorte de VS heeft verlaten en er geen significante banden (meer) mee heeft. Ondanks het gebrek aan banden, beschouwt de VS hen als belastingplichtig.

Zijn de gegevensdoorgiften naar de VS nu onmiddellijk gestopt?
Nee. Het Marktenhof heeft de procedure geschorst en wacht op antwoorden van het Europese Hof van Justitie. De eerdere beslissing van de GBA om de doorgiften te verbieden, is onderwerp van dit beroep en is nog niet definitief uitvoerbaar zolang het Hof geen eindarrest heeft gewezen.

Waarom is FATCA mogelijk in strijd met de GDPR/AVG?
De kritiek is dat FATCA leidt tot een massale, automatische doorgifte van gevoelige financiële gegevens van alle Amerikaanse staatsburgers, zonder dat er een specifiek vermoeden van fraude is. Dit zou in strijd kunnen zijn met het proportionaliteitsbeginsel en de regels voor doorgifte naar landen buiten de EU die geen passend beschermingsniveau bieden.

Conclusie

Het tussenarrest van het Marktenhof is een cruciale stap in de jarenlange juridische strijd rond FATCA. Door dertien gerichte vragen te stellen aan het Hof van Justitie, toont het Marktenhof aan dat de gegevensbeschermingsbezwaren ernstig worden genomen en dat nationale wetgeving en internationale verdragen niet immuun zijn voor de AVG.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics