Mag een buitenlandse telefoonoproep nog een Belgisch nummer tonen?

CLI-spoofing, het manipuleren van het nummer dat op uw scherm verschijnt bij een inkomende oproep, is een geliefd instrument van oplichters. Sinds het koninklijk besluit van 12 mei 2024 moeten operatoren internationale oproepen die zich voordoen met een Belgisch nummer blokkeren. In een mededeling van 26 juni 2026 verduidelijkt het BIPT wie precies die blokkeringsplicht draagt en hoe legitieme oproepen die via het buitenland worden gerouteerd, toch mogen doorgaan. Het antwoord op de titelvraag: in beginsel niet, tenzij de oproep aantoonbaar vanuit België vertrekt en de operator de controle over de nummerweergave sluitend behoudt.

CLI-spoofing

Bij CLI-spoofing (CLI staat voor Calling Line Identification, de identificatie van de oproepende lijn) wordt de bellerinformatie zo gemanipuleerd dat de opgebelde denkt met een vertrouwde partij te spreken, bijvoorbeeld zijn bank of de politie. Het is vaak de opstap naar phishing en verdere fraude. Het overgrote deel van deze frauduleuze oproepen wordt vanuit het buitenland gemaakt met een Belgisch nummer als nummerweergave.

Om die praktijk te bestrijden werd het Koninklijk Besluit van 12 mei 2024 aangenomen, in uitvoering van art. 121/8, § 1 wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna: WEC). Het KB verplicht operatoren om vier categorieën inkomende internationale oproepen te blokkeren, waaronder oproepen met een Belgisch geografisch, niet-geografisch of mobiel E.164-nummer als nummerweergave. Het is van kracht sinds 1 september 2024 voor vaste nummers en sinds 1 december 2024 voor mobiele nummers.

De regeling riep echter uitvoeringsvragen op bij de sector. Met de mededeling van 26 juni 2026 beantwoordt de Raad van het BIPT er drie: welke operator de blokkeringsplicht draagt, voor welke nummers ze geldt, en wat er gebeurt met oproepen die van België naar België lopen maar via infrastructuur in het buitenland worden doorgegeven.

De mededeling

De mededeling is geen bindend besluit maar een interpretatieve toelichting van algemene strekking. Ze laat de mogelijkheid open dat het BIPT in specifieke omstandigheden een afwijkend besluit neemt.

Het BIPT verankert de blokkeringsplicht bij de operator die een SIP/SBC-server (Session Border Controller) op Belgisch grondgebied heeft en die als eerste de oproep vanuit het buitenland ontvangt van een SIP/SBC-server in het buitenland. Omdat de blokkering technisch op switchniveau gebeurt, is de geografische ligging van die servers doorslaggevend om de verantwoordelijke operator aan te wijzen. Of een operator zich al dan niet bij het BIPT heeft aangemeld (art. 9 WEC), speelt daarbij geen rol. Oproepen die uitsluitend over Belgische infrastructuur lopen en het grondgebied nooit verlaten, vallen buiten het toepassingsgebied van het KB.

De kern van de mededeling betreft de doorgegeven of transitoproepen: gesprekken die vanuit België vertrekken en voor België bestemd zijn, maar waarvan de afwikkeling een doorgifte omvat via een SIP-server in het buitenland. Het KB definieert de begrippen internationale en nationale oproep niet. Het BIPT valt daarom terug op de doelstellingen van het besluit, zoals uiteengezet in het verslag aan de Koning, dat op zijn beurt verwijst naar aanbeveling (23)03 van de CEPT. Uit dat samenspel leidt het BIPT af dat het besluit oproepen vanuit het buitenland viseert, niet oproepen vanuit België.

Op grond daarvan besluit het BIPT dat transitoproepen als nationale oproepen in doorgifte mogen worden behandeld, mits aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten de oproepen tijdens de doorgifte volledig worden afgehandeld via circuits die specifiek voor nationaal verkeer bestemd zijn, gescheiden van het internationale verkeer zoals art. 2 van het KB vereist. Ten tweede moeten ze volledig onder controle blijven van de operator waar de oproep is geïnitieerd. Onder volledige controle verstaat het BIPT de technische controle over alle betrokken netwerkelementen, end-to-end, tot aan de interface van de ontvangende operator in België, zodat de nummerweergave niet kan worden gewijzigd.

Is aan die voorwaarden niet voldaan en kan de oorsprong van de oproep dus niet worden gegarandeerd, dan moet de oproep als een inkomende internationale oproep worden behandeld en gelden alle regels van het KB. Ongeacht de onderlinge contractuele afspraken tussen operatoren blijft de ontvangende operator in België als enige verantwoordelijk voor de naleving.

Juridische analyse en duiding

Het BIPT vult een leemte in het besluit op via de bedoeling van de wetgever

De opmerkelijkste keuze van het BIPT is methodologisch. Het KB bevat geen definitie van de begrippen internationale en nationale oproep, precies de begrippen waarrond de hele regeling draait. In plaats van een grammaticale of tekstuele uitlegging kiest het BIPT resoluut voor een teleologische benadering: het doel van het besluit, zoals blijkt uit het verslag aan de Koning en de CEPT-aanbeveling die eraan ten grondslag ligt, wordt beslissend.

Die keuze is verdedigbaar en zelfs onvermijdelijk wanneer de tekst een leemte vertoont. Toch verdient ze aandacht. Het verslag aan de Koning is geen wetgeving in de eigenlijke zin, en een CEPT-aanbeveling is naar haar aard niet bindend. Het BIPT bouwt zijn interpretatie dus op instrumenten die zelf geen normatieve kracht hebben, om een categorie oproepen (de transitoproepen) uit het toepassingsgebied te lichten die de letterlijke tekst van art. 1 wel degelijk zou kunnen dekken. Dat is pragmatisch en strookt met de kennelijke bedoeling van de regelgever, maar het illustreert hoe sterk de rechtszekerheid hier op soft law rust.

Het begrip volledige controle als scharnier

Het onderscheid tussen een geoorloofde transitoproep en een te blokkeren internationale oproep valt of staat met het begrip volledige controle. Het BIPT vult dat in als een end-to-end technische controle die uitsluit dat de nummerweergave onderweg wordt gewijzigd. Dat is een functioneel criterium: niet de juridische structuur of de contractuele verhoudingen tellen, maar de feitelijke, technische onmogelijkheid om de CLI te manipuleren.

Juridisch legt dat criterium een aanzienlijk bewijsrisico bij de operator. Wie zich op de kwalificatie nationale oproep in doorgifte wil beroepen, zal moeten aantonen dat hij die controle daadwerkelijk end-to-end behoudt. Kan hij dat niet hardmaken, dan valt de oproep terug onder het volledige blokkeringsregime voor inkomend internationaal verkeer. Dat sluit aan bij twee andere hefbomen die het KB voorziet: op grond van art. 4, § 2 moet de ontvangende operator binnen 24 uur de identiteit meedelen van de gebruiker achter een bepaalde oproep, en art. 5 laat het BIPT toe het recht op een afwijking in te trekken of op te schorten bij misbruik of fraude. De operator kan zich dus op de uitzondering beroepen, maar draagt daarvan het bewijsrisico, en wie de voorwaarden niet aantoont valt terug op het strenge basisregime.

Contractuele afspraken zonder bevrijdende werking

Een derde punt verdient nadruk omwille van zijn praktische reikwijdte. Het BIPT stelt uitdrukkelijk dat onderlinge contractuele afspraken tussen operatoren de verantwoordelijkheid van de ontvangende operator in België niet verplaatsen. Operatoren mogen contractueel regelen hoe zij onderling toezien op de naleving, maar tegenover het BIPT blijft de ontvangende operator als enige aansprakelijk. Dit is een klassieke figuur in het reguleringsrecht, waarin publiekrechtelijke verplichtingen niet contractueel kunnen worden weggeschoven, maar de expliciete bevestiging ervan is voor de sector geen detail: ze bepaalt wie het risico draagt wanneer een schakel in de keten faalt.

Wat betekent dit concreet?

Voor ontvangende operatoren in België. De blokkeringsplicht rust op u zodra u als eerste een internationale oproep ontvangt via een SIP/SBC-server op Belgisch grondgebied. Contractuele risicoverdeling met buitenlandse of doorgevende operatoren blijft nuttig, maar biedt geen verweer tegenover het BIPT. Voorzie in uw interconnectieovereenkomsten dan ook stevige garanties en aansprakelijkheidsclausules, en zorg dat u de herkomst van elk verkeer sluitend kunt reconstrueren wanneer het BIPT binnen 24 uur de identiteit van een gebruiker opvraagt.

Voor operatoren die nationaal verkeer via het buitenland routeren. Wilt u dat uw transitoproepen als nationaal verkeer behandeld worden, dan moet u het nationale en internationale verkeer strikt gescheiden houden en de technische controle end-to-end aantoonbaar behouden. Documenteer die scheiding en die controle proactief. De bewijslast ligt bij u, en een tekortkoming leidt niet tot een boete op zich maar tot herkwalificatie van uw verkeer als internationaal, met blokkering tot gevolg.

Voor ondernemingen die legitieme buitenlandse belcentra of clouddiensten gebruiken. Klantendiensten en telefonische directmarketing die met Belgische geografische nummers vanuit het buitenland bellen, vallen alleen onder de uitzondering van art. 4 van het KB als de nummers volledig onder controle staan van een in België gevestigde onderneming en de overeenkomst met de Belgische operator een volledige lijst van die nummers bevat. Ga na of uw huidige opzet voor uitgaande oproepen aan die voorwaarden voldoet, want een niet-conforme opzet betekent dat uw oproepen geblokkeerd worden en uw klanten u niet meer herkennen.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Wat is CLI-spoofing precies?
CLI-spoofing is het manipuleren van de nummerweergave bij een inkomende oproep, zodat de opgebelde een ander nummer ziet dan het werkelijke. Oplichters gebruiken het om zich voor te doen als een bank, overheidsdienst of ander vertrouwd contact, meestal als opstap naar phishing of financiële fraude.

Mag een bedrijf in het buitenland nog met een Belgisch nummer naar Belgische klanten bellen?
Dat mag alleen binnen de uitzonderingen van het KB, bijvoorbeeld voor klantendiensten of directmarketing waarbij de Belgische nummers volledig onder controle staan van een in België gevestigde onderneming en vooraf op een lijst aan de operator zijn doorgegeven. Buiten die voorwaarden moet de operator de oproep blokkeren of de nummerweergave onderdrukken.

Wie is aansprakelijk als een gespoofte oproep toch doorkomt?
Tegenover het BIPT blijft de ontvangende operator in België verantwoordelijk voor de naleving van het KB, ongeacht welke afspraken hij met andere operatoren heeft gemaakt. Onderlinge contracten kunnen die publiekrechtelijke verantwoordelijkheid niet overdragen.

Conclusie

De mededeling van het BIPT verankert de blokkeringsplicht ondubbelzinnig bij de ontvangende operator in België en biedt een beperkte, technisch omkaderde uitweg voor legitiem nationaal verkeer dat via het buitenland wordt gerouteerd. Wie zich op die uitweg wil beroepen, draagt de bewijslast van een end-to-end controle over de nummerweergave, en kan zich niet achter contractuele afspraken verschuilen. Of deze toelichting alle vragen uit de sector wegneemt, valt af te wachten; het begrip volledige controle zal in de praktijk ongetwijfeld nieuwe discussies oproepen.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics