Een elektronische borgstelling door de bestuurder van een vennootschap: is die wel geldig?

Als u als bestuurder van een vennootschap een kredietovereenkomst tekent, vraagt de bank vaak om een persoonlijke borgstelling. De vraag rijst of zo’n elektronisch getekende borgstelling rechtsgeldig is en welke bewijswaarde die heeft. Twee uitspraken, een van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 19 januari 2024 en een van het hof van beroep te Gent van 11 september 2024 bieden hierover duidelijkheid. Het is een thema dat zowel voor de banken als voor de bestuurders van groot belang is, aangezien het de geldigheid van hun zekerheid raakt in een situatie van groot financieel risico.

De feiten en juridische context

In beide zaken stelde een bank (eiser) een bestuurder (verweerster) van een vennootschap in gebreke voor de terugbetaling van een krediet dat aan de vennootschap was verleend. De vennootschap was failliet gegaan, waardoor de bank de bestuurder aansprak op basis van een elektronisch ondertekende persoonlijke en solidaire borgstelling.

De bestuurders betwistten hun aansprakelijkheid met twee hoofdargumenten:

  1. De borgstelling zou nietig zijn omdat een persoonlijke zekerheid volgens artikel XII.16 van het Wetboek Economisch Recht (WER) niet elektronisch kan worden gesloten.
  2. De elektronische handtekening zou niet voldoen aan de vormvereisten van artikel 8.21 van het Burgerlijk Wetboek (BW), dat voorschrijft dat de som voluit in letters moet worden uitgedrukt, en daardoor niet voldoende betrouwbaar zijn.

De beslissing

De rechters oordeelden in het voordeel van de bank en verwierpen de argumenten van de bestuurders.

1. Geldigheid van de elektronische borgstelling:

  • De rechters stelden vast dat de borgtocht elektronisch kan worden gesloten en dat artikel XII.16 WER dit niet per definitie uitsluit.
  • Dit artikel stelt de mogelijkheid tot elektronische ondertekening alleen uit als er “praktische belemmeringen” zijn voor het vervullen van de wettelijke vormvereisten.
  • Aangezien de kredietovereenkomst en de borgstelling op hetzelfde moment en op dezelfde manier werden ondertekend, en de bestuurder de geldigheid van de kredietovereenkomst niet betwistte, konden de bestuurders niet aantonen dat er in hun geval sprake was van dergelijke praktische belemmeringen.

2. Vormvereisten en bewijswaarde:

  • De rechters bevestigden dat de elektronische handtekening geldig was, hoewel het ging om een ‘gewone’ elektronische handtekening.
  • De borgstelling voldeed aan de vereisten van artikel 8.21 BW, zelfs al was het bedrag niet voluit in letters uitgedrukt. Het feit dat de bestuurder zelf de melding “gelezen en goedgekeurd voor [bedrag]” aanbracht, voldeed aan het normdoel van de wet, namelijk de persoon bewust maken van de eenzijdige verbintenis.
  • Het Hof van beroep te Gent voegde hieraan toe dat de elektronische handtekening, zelfs bij miskenning van de vormvereiste, als een begin van bewijs door geschrift kon dienen. Dit bewijs kon worden aangevuld met andere bewijsmiddelen zoals feitelijke vermoedens.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraken versterken de positie van de schuldeiser in het elektronisch rechtsverkeer. De rechtspraak bevestigt dat de elektronische handtekening, mits een adequaat ondertekeningsproces, volstaat om een rechtsgeldige borgstelling tot stand te brengen.

Het is cruciaal te benadrukken dat het onderscheid tussen het negotium (de rechtshandeling) en het instrumentum (het bewijs) centraal staat. De rechtbanken oordeelden dat het ontbreken van een voluit in letters geschreven som de bewijswaarde van het instrumentum aantast met een relatieve nietigheid, maar de geldigheid van de borgstelling als negotium onaangetast laat. Daarmee verschuift de bewijslast deels naar de borgsteller, die moet aantonen dat het proces niet de wil uitdrukte om zich persoonlijk te verbinden.

Deze uitspraken tonen een functionele benadering van het recht. Zij kijken naar de werkelijke bedoeling van de wetgever: de borgsteller beschermen en bewust maken van zijn verbintenis. De digitale vermelding “gelezen en goedgekeurd voor…” dient dit doel even goed als de handgeschreven variant, en is perfect verenigbaar met de flexibiliteit van het elektronisch verkeer zoals erkend in artikel XII.15 van het Wetboek Economisch Recht.

Verder is het de taak van de rechter om te oordelen over de toerekenbaarheid van de elektronische handtekening. In de zaak voor het Hof van beroep te Gent was het bewijs doorslaggevend: de loggegevens en het ondertekeningsproces in de bankapplicatie toonden aan dat de bestuurder afzonderlijke tekenopdrachten had gegeven voor het kredietcontract en de borgstelling. De elektronische handtekening op de borgstellingsakte, zonder de hoedanigheid van bestuurder, gaf duidelijk de wil aan om de verbintenis in persoonlijke naam aan te gaan. Dit werd verder versterkt door het feitelijk vermoeden dat een borgstelling door de vennootschap voor zichzelf juridisch onmogelijk is en dus enkel de bestuurder persoonlijk kan binden.

Wat dit concreet betekent

Voor de schuldeiser (bv. een bank): U kunt zich versterkt voelen door deze rechtspraak. De elektronische borgstelling is een krachtig middel en in principe rechtsgeldig. Om de bewijsvoering te vergemakkelijken, is het echter aan te raden te werken met een zo transparant en betrouwbaar mogelijk ondertekeningsproces. Zorg ervoor dat de bestuurder duidelijk in twee hoedanigheden tekent (als orgaan van de vennootschap en als natuurlijke persoon). Het verplichten van een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening (zoals met Itsme) minimaliseert bewijsrisico’s.

Voor de bestuurder van een vennootschap: Wees uiterst voorzichtig wanneer u documenten elektronisch ondertekent. De handelingen in de bankapplicatie, zoals het invullen van een bedrag, kunnen doorslaggevend bewijs vormen voor uw persoonlijke aansprakelijkheid. Als u uitsluitend in uw hoedanigheid van bestuurder wenst te tekenen, zorg er dan voor dat dit expliciet en onbetwistbaar blijkt uit de akte. Tegenbewijs is in de praktijk moeilijk te leveren, aangezien de rechter kan uitgaan van de loggegevens en feitelijke vermoedens.

FAQ (Veelgestelde Vragen)

Is een elektronische handtekening evenveel waard als een handgeschreven handtekening?
Niet altijd. Een gekwalificeerde elektronische handtekening (bijv. via Itsme of eID) heeft dezelfde rechtsgeldigheid als een handgeschreven handtekening. De bewijswaarde van een gewone elektronische handtekening wordt overgelaten aan de vrije beoordeling van de rechter, die aan de hand van de omstandigheden nagaat of de handtekening toerekenbaar is aan de ondertekenaar en zijn wil uitdrukt.

Kan een vennootschap borg staan voor zichzelf?
Nee, een vennootschap kan juridisch gezien geen borg staan voor haar eigen verbintenissen. Een borgstelling veronderstelt immers een driepartijenverhouding tussen de schuldeiser, de schuldenaar en een derde-borg. Indien een bestuurder meent borg te staan in naam van de vennootschap, kan dit door de rechter worden geherkwalificeerd als een verbintenis van de vennootschap om haar bestuurder zich persoonlijk borg te laten stellen, wat bij weigering kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Kan een elektronisch getekende borgstelling die niet aan de wettelijke vormvereisten voldoet toch geldig zijn?
Ja, het gebrek aan een voluit in letters uitgedrukte som leidt tot een relatieve nietigheid van het bewijsdocument, niet van de borgstelling zelf. Het document kan dan nog steeds als een begin van schriftelijk bewijs dienen, wat de schuldeiser kan aanvullen met andere bewijsmiddelen, zoals feitelijke vermoedens.

Conclusie

De rechtspraak is duidelijk: de elektronische borgstelling is een geldig juridisch instrument. Bestuurders die een borgstelling ondertekenen via een elektronische bankapplicatie, dienen zich bewust te zijn van de mogelijke persoonlijke gevolgen. Het volstaat niet langer om te betwisten dat de handtekening in persoonlijke hoedanigheid werd geplaatst of dat niet aan de strikte vormvereisten werd voldaan. De rechter zal de feiten grondig analyseren, waaronder de intentie en de omstandigheden van de ondertekening.


Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics