Wanneer moet u geïnformeerd worden over de bescherming van uw persoonsgegevens bij het gebruik van bodycams?

Wanneer controleurs in het openbaar vervoer bodycams gebruiken, moeten zij reizigers onmiddellijk informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 18 december 2025 (C-422/24) geoordeeld dat dit type gegevensverzameling valt onder de directe informatieplicht van artikel 13 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR/AVG). Dit betekent dat transparantie niet achteraf kan gebeuren, maar op het moment van de opname zelf moet worden gewaarborgd.

De feiten: bodycams in het Zweedse openbaar vervoer

De zaak ontstond in Stockholm, waar het vervoersbedrijf AB Storstockholms Lokaltrafik (SL) zijn controleurs uitrustte met bodycams. Deze camera’s werden ingezet om agressie tegen personeel te documenteren en de identiteit van reizigers zonder geldig vervoersbewijs vast te stellen.

De camera’s stonden constant aan in een ‘circulair geheugen’ (waarbij beelden na één minuut automatisch werden overschreven), maar controleurs konden de opname definitief opslaan door op een knop te drukken bij incidenten of het uitschrijven van boetes. De Zweedse privacyautoriteit legde een boete op van circa 1,4 miljoen euro, onder meer omdat SL reizigers onvoldoende had geïnformeerd conform artikel 13 AVG. SL betwistte dit en stelde dat niet artikel 13, maar artikel 14 AVG van toepassing was, wat soepelere regels biedt voor het tijdstip van informatieverstrekking.

De beslissing: directe verzameling vereist directe informatie

Het Hof van Justitie stelt onomwonden dat artikel 13 AVG van toepassing is op het verzamelen van persoonsgegevens via bodycams. De kern van de beslissing luidt:

  • De bron is doorslaggevend: Voor het onderscheid tussen artikel 13 (directe verzameling) en artikel 14 (indirecte verzameling) is enkel de bron van de gegevens relevant.
  • Observatie is directe verzameling: Wanneer gegevens worden verkregen door iemand simpelweg te observeren of te filmen, worden deze rechtstreeks bij de betrokkene verzameld.
  • Geen actieve handeling vereist: Het feit dat een reiziger passief is en niet bewust gegevens “verstrekt” aan de controleur, doet niets af aan het feit dat de verzameling direct is.

Volgens het Hof zou het toestaan van artikel 14 AVG in deze context het risico op “heimelijk toezicht” vergroten, wat strijdig is met het hoge beschermingsniveau dat de AVG beoogt.

Juridische analyse en duiding

Deze uitspraak verduidelijkt een fundamentele discussie binnen het gegevensbeschermingsrecht over de grens tussen directe en indirecte gegevensverzameling. De verwerkingsverantwoordelijke (in dit geval de vervoersmaatschappij) probeerde te argumenteren dat de “bron” van de gegevens de camera-opname zelf was, los van een actieve interactie met de betrokkene.

Het Hof verwerpt deze technocratische benadering. Het baseert zich op het transparantiebeginsel uit artikel 5 AVG en de grondrechten zoals verankerd in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Een belangrijk aspect van de redenering is dat artikel 14 AVG een uitzondering is, bedoeld voor situaties waarin de verwerkingsverantwoordelijke geen direct contact heeft met de betrokkene (bijvoorbeeld bij de aankoop van een database). Bij bodycams is er fysieke nabijheid tussen de controleur en de reiziger, waardoor directe informatieverstrekking principieel mogelijk en verplicht is.

Bovendien bevestigt het Hof dat eerdere rechtspraak, zoals het Ryneš-arrest (C-212/13), niet impliceert dat artikel 14 AVG van toepassing is op cameratoezicht; dat arrest handelde over de zogenaamde “huishoudelijke exceptie” en niet over de afbakening van informatieplichten.

Wat dit concreet betekent

De uitspraak heeft directe gevolgen voor elke organisatie die gebruikmaakt van mobiele camera’s of wearables in de publieke ruimte.

Voor overheden en bedrijven

  • Onmiddellijke actie: U kunt de informatieverplichting niet uitstellen tot een later moment. De informatie moet beschikbaar zijn op het moment dat de camera de beelden vastlegt.
  • Gelaagde aanpak: Het Hof staat een “gelaagde aanpak” toe conform de richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB).
    • Laag 1: Een duidelijk waarschuwingsbord of een sticker op het uniform met de belangrijkste informatie (wie filmt en waarom).
    • Laag 2: Een verwijzing (bijv. via een QR-code of website) naar de volledige gegevensbeschermingsverklaring.

Voor de burger

  • Recht op transparantie: U heeft het recht om te weten dat u gefilmd wordt voordat de interactie met een beambte of controleur volledig is afgerond.
  • Bescherming tegen heimelijk toezicht: De AVG verbiedt dat bedrijven zich verschuilen achter technische complexiteit om u pas dagen later te informeren over opnames.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Moet een controleur mij mondeling vertellen dat zijn camera aanstaat?
Nee, dat is niet strikt noodzakelijk. De informatie kan ook schriftelijk of via iconen worden verstrekt, zolang het maar op een begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke manier gebeurt op het moment van de verzameling. Een duidelijk zichtbaar icoon op het uniform is vaak voldoende als eerste laag.

Is een bordje bij de ingang van de tram of bus voldoende?
Vaak wel, mits het bordje voldoet aan de eisen van de gelaagde aanpak. Het moet de reiziger attent maken op het gebruik van bodycams door controleurs en verwijzen naar waar de volledige informatie te vinden is.

Geldt deze regel ook voor vaste bewakingscamera’s in winkels?
Ja. Hoewel dit arrest specifiek over bodycams gaat, bevestigt het Hof dat cameratoezicht in het algemeen valt onder de regels van artikel 13 AVG (directe verzameling) omdat de beelden rechtstreeks bij de betrokkene worden opgenomen.


Conclusie

Dit arrest van het Hof van Justitie stelt een duidelijke grens aan de discretionaire bevoegdheid van verwerkingsverantwoordelijken: technologische innovatie zoals bodycams mag nooit ten koste gaan van de transparantieplicht. Bedrijven en overheden in België moeten hun informatieprocessen voor mobiel cameratoezicht nu kritisch tegen het licht houden.

Joris Deene

Advocaat-partner bij Everest Advocaten

Contact

Vragen? Advies nodig?
Neem contact op met Advocaat Joris Deene.

Telefoon: 09/280.20.68
E-mail: joris.deene@everest-law.be

Topics